- Op eigen initiatief
- Dit advies werd voorbereid door de projectgroep « COP31 »
- Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure op 10 juli 2027
Advies (pdf)
1. Context
Om een bijdrage te leveren aan het internationale proces ter bestrijding van klimaatverandering heeft de FRDO besloten om, ter voorbereiding op de VN-klimaatconferentie in Antalya (COP31), een advies op eigen initiatief uit te brengen waarin de prioriteiten voor ons land worden uiteengezet.
2. Advies
2.1. Inleidende opmerkingen
- [1] De FRDO blijft benadrukken[1] dat – ondanks de vele crisissen waarmee de wereld momenteel wordt geconfronteerd – de inspanningen op het vlak van mitigatie, adaptatie aan de gevolgen van de klimaatverandering en internationale klimaatfinanciering bovenaan op de politieke agenda moeten blijven staan.
- [2] De raad benadrukt het belang van het kader van het UNFCCC en het Akkoord van Parijs als hoekstenen van de mondiale klimaataanpak, en roept België en de Europese Unie op hun diplomatieke inspanningen verder op te voeren om ervoor te zorgen dat de andere verdragsluitende staten zich ertoe verbinden hun broeikasgasemissies op ambitieuze wijze te verminderen. In dit verband hoopt de FRDO op een snelle terugkeer van de Verenigde Staten als partij bij het Verdrag. De Raad vraagt ook, om een goed evenwicht tussen mitigatie en adaptatie te waarborgen, bijzondere aandacht te besteden aan de samenwerking met ambitieuze landen die kwetsbaar zijn voor klimaatverandering.
- [3] Net als in zijn eerdere adviezen[2] die zijn opgesteld ter voorbereiding op de COP’s over het klimaat, roept de FRDO België op om ervoor te zorgen dat tijdens de onderhandelingen op COP 31 rekening wordt gehouden met het volgende:
- het respect voor de milieugrenzen en de wil om de klimaatverandering te bestrijden, volgens het beginsel van de gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid;
- het belang van een performante economie met een gegarandeerde energievoorziening en een mondiale aanpak, die onder meer leidt tot een ‘gelijk speelveld’ voor de bedrijven;
- het belang van sociale rechtvaardigheid en een rechtvaardige transitie, met inachtneming van de vijf pijlers: sociale dialoog, het creëren van werkgelegenheid (investeringen, onderzoek en ontwikkeling, innovatie), opleiding en vaardigheden, respect voor de mensenrechten en de rechten van werknemers en werkneemsters, en een krachtige, gecoördineerde sociale bescherming. De raad herinnert eraan dat de Internationale Arbeidsorganisatie richtlijnen[3] heeft uitgewerkt voor de implementatie van een beleid en maatregelen voor een rechtvaardige transitie;
- het belang van beleidscoherentie voor klimaat en duurzame ontwikkeling, met aandacht voor het feit dat de transitie in België niet ten koste mag gaan van de duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden.
- [4] De raad vraagt om ook rekening te houden met de concrete gevolgen die de beslissingen die vandaag worden genomen, zullen hebben voor de toekomst van de huidige en toekomstige generaties jongeren. Hij wijst erop dat België in 2022 de Verklaring[4] over kinderen, jongeren en klimaatactie heeft ondertekend.
- [5] De raad vraagt opnieuw om rekening te houden met het verband tussen klimaatverandering, verstoring van de natuur en de biodiversiteit, gevolgen voor de gezondheid, vrede en veiligheid[5].
- [6] De raad verzoekt België en de Europese Unie bij te dragen aan de discussies over de versterking van het UNFCCC-proces bij het sluiten van overeenkomsten, met het oog op het verbeteren van de besluitvormingsprocessen, het vergroten van de verantwoordingsplicht en het waarborgen van de samenhang met wetenschappelijke kennis en internationale verplichtingen. Dit houdt met name in dat er besluitvormingsmechanismen moeten worden onderzocht om impasses tijdens onderhandelingen te doorbreken, de transparantie te vergroten, de regels inzake belangenconflicten te verduidelijken en de monitoring en naleving van de toezeggingen te verbeteren.
- [7] Aangezien er in 2026 ook een Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit zal worden georganiseerd, roept de FRDO op om van deze gelegenheid gebruik te maken om nog meer nadruk te leggen op de verbanden tussen klimaat en biodiversiteit, aangezien een geïntegreerde aanpak essentieel is om ervoor te zorgen dat de bescherming van de biodiversiteit en het klimaatbeleid elkaar versterken.
2.2. Mitigatie
- [8] De raad herinnert aan de doelstelling van het Mitigation Work Programme (hierna: M.W.P.) om “urgently scaling up mitigation ambition and implementation in this critical decade in a manner that complements the global stocktake “[6]. Hij stelt vast dat de COP30 de werkzaamheden in dit kader heeft voortgezet via het Mutirão-besluit[7], herhaalt zijn verzoek dat het M.W.P. zijn mandaat concretiseert door operationele aanbevelingen per sector te formuleren en vraagt dat België deze koers actief ondersteunt tijdens de SB64 in juni 2026.
- [9] Zoals eerder vermeld roept de FRDO op tot een opvolging van de globale mitigatiedoelstellingen zoals bepaald in de First Global Stocktake[8].
- [10] De raad dringt erop aan dat de tijdens COP30 gelanceerde initiatieven, met name de Global Implementation Accelerator[9] en de Belém Mission to 1.5[10], worden benut om de uitvoering van de bestaande N.D.C. te versnellen en de staten aan te moedigen hun inspanningen op het gebied van klimaatmitigatie op korte termijn op te voeren.
- [11] De FRDO roept België op om actief deel te nemen aan het proces[11] onder leiding van het Braziliaanse voorzitterschap van COP30 met betrekking tot de opstelling van een wereldwijde routekaart voor de geleidelijke afschaffing van fossiele brandstoffen.
- [12] De raad wijst op de integratie van handels- en klimaatkwesties in de resultaten van de COP30 en op de lancering van het Integrated Forum on Climate Change and Trade[12]. Hij verzoekt België en de EU deze processen aan te pakken met een proactief programma dat erop gericht is het verband tussen klimaat en handel te verdiepen, en zich niet louter te concentreren op unilaterale handelsmaatregelen.
- De raad neemt akte dat, zoals vastgesteld door het IPCC, Investeerdersbeschermingsmechanismen zoals ISDS[13] de beleidsruimte voor klimaatactie kunnen ondermijnen ; dat het Internationaal Gerechtshof op 23 juli 2025 oordeelde dat investeringsverdragen moeten worden gelezen in samenhang met de klimaatverplichtingen van staten; en dat de EU en Euratom in 2025 uit het Energiehandvestverdrag zijn gestapt omdat dit verdrag niet langer verenigbaar was met de klimaatambities van de EU en de Overeenkomst van Parijs, en neemt akte van het Komstroy-arrest van 2 september 2021 waarin het Europese Hof van Justitie stelde dat ISDS binnen het Energiehandvestverdrag niet van toepassing is op geschillen tussen EU-investeerders en EU-lidstaten en dus in strijd is met het EU-recht; neemt akte dat arbitrage-mechanismen (tussen investeerders en overheden) een rol kunnen spelen voor het beschermen van Belgische investeringen op derde markten.
- De raad vraagt België en de EU om op COP31 ISDS-mechanismen te agenderen in het kader van het Integrated Forum on Climate Change and Trade, zodat de beleidsruimte van staten voor klimaatmitigatiemaatregelen gevrijwaard blijft, met behoud van rechtszekerheid voor investeringen.
- [13] De FRDO herinnert eraan ook[14] dat de investeringen die wereldwijd nodig zijn om de klimaattransitie te realiseren lager zullen zijn dan de kosten die klimaatrampen met zich meebrengen, aangezien de verwachte risico’s en negatieve effecten, alsook de verliezen en schade als gevolg van de klimaatverandering, zullen toenemen naarmate de opwarming van de aarde toeneemt[15].
- [14] Zoals eerder vermeld[16][17] benadrukt de raad het belang van het behoud van de competitiviteit van bedrijven in het internationale klimaatbeleid. Hij vindt dat afspraken op Europees niveau minstens gericht moeten zijn op het creëren van een gelijk speelveld, zoals aangegeven in het industriële plan[18] van de European Green Deal.
2.3. Adaptatie
- [15] De raad benadrukt dat er verder nadruk moet worden gelegd op adaptatie, met bijzondere aandacht voor de uitdagingen waarmee kleine eilandstaten in ontwikkeling en andere landen die kwetsbaar zijn voor klimaatverandering worden geconfronteerd. Hij herinnert eraan dat België over een grote expertise op dit gebied beschikt. Hij vraagt dat deze expertise en zijn partnerschappen op het gebied van aanpassing actief worden ingezet en benut in het kader van zijn internationale samenwerking en diplomatieke verbintenissen.
- [16] Zoals reeds vermeld, vraagt de FRDO:
- dat de plannen voor adaptatie aan de klimaatverandering worden opgesteld volgens een methodologie die de staten bewust maakt van de risico’s en de behoeften op dat vlak, en die toelaat om die plannen op te volgen[19];
- toezicht te houden op de adaptatiedoelstellingen zoals bedoeld in paragraaf 63 van de First Global Stocktake [20].
- [17] De raad herinnert aan de internationale toezeggingen op het gebied van financiering voor adaptatie. Tijdens de COP26 in Glasgow werd opgeroepen om de collectieve financiering voor adaptatie tegen 2025 ten minste te verdubbelen ten opzichte van het niveau van 2019[21], in het kader van een evenwicht tussen mitigatie en adaptatie. Tijdens de COP30 werd deze doelstelling opnieuw bevestigd en werd een oproep gedaan “for efforts to triple adaptation finance compared to 2025 levels by 2030 ” [22], in het kader van de New Collective Quantified Goal (N.C.Q.G). De FRDO vraagt dat de uitvoeringsmodaliteiten van de verbintenissen inzake de financiering van adaptatie worden verduidelijkt.
2.4. Loss and Damage
- [18] De FRDO vraagt voldoende aandacht voor het beheer van loss and damage en voor de schade die de klimaatveranderingen (met hun zowel onmiddellijke als langetermijngevolgen) nu al aanrichten in kwetsbare landen en gemeenschappen[23].
- [19] De raad herinnert eraan ook dat de Staten op de COPs 27 en 28 nieuwe financieringsregelingen hebben goedgekeurd, waaronder een Loss and Damage Fund, om ontwikkelingslanden te helpen verlies en schade op te vangen, en benadrukt dat het belangrijk is om dit fonds[24] verder te financieren[25].
- [20] De FRDO neemt nota van de vooruitgang die is geboekt bij de operationalisering van het Loss and Damage Fund en dringt erop aan dat de eerste geplande uitbetalingen[26] daadwerkelijk binnen de aangekondigde termijnen plaatsvinden, dat de aan de Wereldbank opgelegde voorwaarden volledig worden nageleefd en dat het maatschappelijk middenveld en de getroffen gemeenschappen worden geraadpleegd bij de toewijzing van de middelen.
- [21] De raad stelt vast dat het Loss and Damage Fund op 1 april 2026 toezeggingen[27] ter waarde van 788,80 miljoen USD in de boeken heeft staan, waarvan 583,14 miljoen USD daadwerkelijk is overgemaakt. Hij herinnert eraan dat § 14 van het N.C.Q.G. de behoefte van ontwikkelingslanden aan overheidsfinanciering in de vorm van subsidies of leningen tegen zeer gunstige voorwaarden erkent om verliezen en schade op te vangen.
- [22] Om de financieringsbehoeften op dit gebied te objectiveren, roept de FRDO opnieuw[28] de Belgische autoriteiten op om te pleiten voor de opstelling van een Loss and Damage Gap Report, naar het voorbeeld van het Emissions Gap Report[29] van het UNEP. In dit kader vraagt de raad ervoor te zorgen dat de gevolgen voor de mensenrechten en de economische en niet-economische aspecten worden meegenomen in de beoordeling van verliezen en schade, om ervoor te zorgen dat deze nauwkeurig en volledig zijn.
- [23] De FRDO pleit er opnieuw[30] voor dat er tijdens de onderhandelingen oplossingen worden voorgesteld om tegemoet te komen aan de punten van zorg die in § 19 van de N.C.Q.G. worden genoemd, namelijk « the significant gaps that remain in responding to the increased scale and frequency of loss and damage » en « the need for urgent and enhanced action and support for averting, minimizing and addressing loss and damage associated with climate change impacts ».
- [24] De raad vraagt opnieuw om bij de ontwikkeling van toekomstige instellingen ervoor te zorgen dat lokale gemeenschappen voldoende worden betrokken bij de uitvoering van oplossingen voor verliezen en schade, op basis van actieve en betekenisvolle participatie van de getroffen personen[31].
2.5. Klimaatfinanciering
- [25] De raad herinnert er nogmaals aan:
- artikel 2, lid 1, onder c), van de Overeenkomst van Parijs[32];
- artikel 9, lid 1, van de Overeenkomst van Parijs ; de ontwikkelde landen hebben zich bij de ondertekening van deze overeenkomst hiertoe verbonden om tot 2025 jaarlijks 100 miljard dollar te mobiliseren en ter beschikking te stellen voor de landen in het Zuiden[33];
- de paragrafen 7 en 8 van het N.C.Q.G. In het kader van het N.C.Q.G. heeft België zich ertoe verbonden bij te dragen aan de nieuwe doelstelling inzake klimaatfinanciering[34]. In dit verband verzoekt de raad België zijn bijdrage af te stemmen op een billijke verdeling van de internationale inspanningen, in overeenstemming met de federale klimaatstrategie[35].
- [26] De FRDO benadrukt bovendien dat de tijdens COP 29 overeengekomen jaarlijkse doelstelling van 300 miljard dollar voor ontwikkelingslanden (met een evenwicht tussen financiering voor adaptatie en mitigatie) iets anders is dan de oproep om een totale financiering van 1300 miljard dollar voor klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden te realiseren. Deze oproep is geconcretiseerd in de Baku to Belém Roadmap[36] to 1.3T (B2B Roadmap) en moet worden gevolgd door een concreet, gefaseerd en meetbaar actieplan, met name wat betreft het evenwicht tussen financiering voor adaptatie en mitigatie, om de financiering te verstrekken waar deze het meest nodig is, met name om kwetsbare gemeenschappen te beschermen.
- [27] De FRDO herinnert eraan dat de COP30 in het Belém Political Package heeft vastgelegd dat de financiering voor aanpassing tegen 2035 verdrievoudigd moet worden, en dringt erop aan dat de financiering voor aanpassing bij de uitvoering van het N.C.Q.G. op gelijke voet wordt behandeld als die voor mitigatie. De Raad benadrukt in het bijzonder de noodzaak om het referentiejaar voor de verdrievoudiging te specificeren en duidelijk aan te geven welke partijen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan.
- [28] De raad herinnert eraan dat de Belgische bijdrage aan de internationale klimaatfinanciering in 2024 287,1 miljoen euro bedroeg. In het kader van het N.C.Q.G. en zijn verbintenissen in het kader van het Belém Political Package wordt België opgeroepen om zijn aandeel in de doelstelling van 300 miljard USD per jaar tegen 2035 te specificeren en bij te dragen aan de B2B Roadmap. De Raad vraagt dat de gegevens over de Belgische bijdrage voor 2025 zo snel mogelijk openbaar worden gemaakt en op transparante wijze aan het UNFCCC worden meegedeeld, en dat de Belgische bijdrage voldoende gericht is op de financiering van aanpassing, teneinde te voldoen aan de doelstelling van evenwicht tussen mitigatie en aanpassing zoals vastgelegd in artikel 9, lid 4, van het Akkoord van Parijs.
- [29] Wat de financiering betreft, verwijst de raad naar de lopende internationale besprekingen over artikel 2, lid 1, onder c), van het UNFCCC, die tot doel hebben de financiële stromen af te stemmen op de klimaatdoelstellingen.
2.6. Rechtvaardige transitie
- [30] Zoals eerder vermeld moet België volgens de raad bij de onderhandelingen binnen de Europese delegatie en het UNFCC-proces, de principes van een rechtvaardige transitie centraal stellen, zoals bepaald in de Guidelines for a just transition towards environmentally sustainable economies and societies for all[37], die tijdens de 111de zitting van de Internationale Arbeidsconferentie in 2023 zijn goedgekeurd[38].
- [31] De raad herinnert ook aan het bestaan van het Just Transition Work Programme (J.T.W.P.), dat moet leiden tot een Just Transition Action Plan waarin de vereisten en principes van resolutie ILC. 111/V[39] van de IAO centraal staan en waarin de staten zich ertoe verbinden om in hun NDC uiteen te zetten hoe zij met deze principes rekening zullen houden, met inbegrip van de sociale dialoog en de raadpleging van de belanghebbenden. In dit verband vraagt de FRDO dat België een constructieve rol speelt bij de uitwerking van het Just Transition Action Plan.
- [32] De raad herinnert ten slotte aan het bestaan van besluit[40] 3/CMA.5 (§ 2) over de reikwijdte van het J.T.W.P. en beveelt de Partijen aan om bij de invoering van dit mechanisme:
- dat de IAO binnen het mechanisme de rol krijgt om de Partijen en de Waarnemers uitleg te geven over arbeidsrechten, de definitie van een rechtvaardige transitie en de sociale dialoog. In die hoedanigheid moet de IAO kunnen fungeren als erkend expertisecentrum op het gebied van de rechtvaardige transitie voor de Partijen, de Waarnemers en andere niet-statelijke actoren;
- dat vakbonden, werkgevers en andere waarnemers een rol krijgen toebedeeld in het bestuur van het Just Transition Mechanism (hierna: J.T.M.). De tripartiete sociale dialoog tussen de sociale partners en de overheid is essentieel voor de rechtvaardige transitie. De tripartiete sociale dialoog en een bredere raadpleging van de belanghebbenden zouden de basis moeten vormen voor het bestuur van het mechanisme
- dat het J.T.M. de samenhang en de synergieën met bestaande werkzaamheden optimaliseert;
- dat de rechtvaardige transitie in het kader van het UNFCCC de inspanningen van de IAO aanvult en ondersteunt om de uitvoering van de rechtvaardige transitie op nationaal en subnationaal niveau te waarborgen;
- dat aan het J.T.M. met name de volgende taken worden toevertrouwd: de coördinatie rond de rechtvaardige transitie binnen het UNFCCC verbeteren en eventuele lacunes op het gebied van de rechtvaardige transitie opvullen; het bevorderen van kennisdeling en de uitwisseling van goede praktijken, waarbij met name wordt voortgebouwd op het werk van de IAO en de ervaring van de sociale partners; het verlenen van technische en op kennis gebaseerde ondersteuning aan de Partijen, in samenwerking met de IAO; het bijdragen aan de effectieve uitvoering van passend beleid en passende maatregelen ter bevordering van een rechtvaardige transitie op nationaal niveau.
- [33] Ten slotte herinnert de FRDO eraan dat regeringen volgens de IAO, in overleg met de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, zouden moeten « in line with the Paris Agreement, mobilize sustainable, affordable, predictable and long-term finance from public and private, domestic and international sources, and aligning public and private financial flows and public procurement to the objectives of a just transition »[41].
2.7. Gender Action Plan
- [34] De FRDO juicht de goedkeuring van het Belém Gender Action Plan (GAP) tijdens de COP30 toe en is verheugd dat de indicatoren die voor de Global Goal on Adaptation zijn vastgesteld, naar geslacht kunnen worden uitgesplitst, waardoor de verantwoordingsplicht op het gebied van aanpassing wordt versterkt.
- [35] De raad merkt op dat de onderhandelingen over het GAP in Belém bijzonder moeizaam zijn verlopen en dringt erop aan dat België, dat op wetgevend vlak een voortrekkersrol vervult, toeziet op de daadwerkelijke uitvoering van het GAP door tijdens de komende zittingen van het UNFCCC te pleiten voor toereikende financiële middelen, een robuust toezichtmechanisme en het behoud van de vastgestelde definities en beginselen. De FRDO herinnert eraan dat COP31 de eerste COP zal zijn na de goedkeuring van het GAP en dus een beslissende gelegenheid vormt om de concrete uitvoering ervan op gang te brengen.
2.8. Betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de onderhandelingen
- [36] De raad roept op tot gewaarborgde toegang tot de onderhandelingen voor alle Partijen en waarnemers, met bijzondere aandacht voor een betere vertegenwoordiging van vrouwenorganisaties, LGBTQI+-personen, gemarginaliseerde groepen, senioren, jongeren en kinderen.
[1] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), 2024a10, 19/06/2024, § [1] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), 2025a05, 25/09/2025, § [1].
[2] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP27), 2022a12, 28/10/2022, § [5], Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 28), 2023a12, 16/11/2023, § [3], Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP29), 2024a12, 19/06/2024, § [3] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), 2025a05, 25/09/2025, § [4]
[3] International Labour Organisation (ILO), Guidelines for a just transition towards environmentally sustainable economies and societies for all, 2015, 23 pp.
[4] https://www.unicef.org/fr/environnement-et-changements-climatiques/declaration-action-climatique#declaration
[5] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [5].
[6] Conference of the Parties serving as the meeting of the Parties to the Paris Agreemement decision 4/CMA.4, 20/10/2022, § 1.
[7] Global Mutirão: Uniting humanity in a global mobilization against climate change.
[8] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit., § [8] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [9].
[9] Zie : https://cop30.br/en/news-about-cop30/cop30-approves-belem-package1
[10] Ibid.
[11] Zie : https://unfccc.int/cop30/cop30-presidency-roadmaps#about (een proces dat losstaat van dat van Santa Marta, zie: https://www.fossilfueltreaty.org/santa-marta-closing).
[13] https://uncitral.un.org/en/texts/isds
[14] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30) op. cit., § [10].
[15] IPCC, 2023: Summary for Policymakers. In: Climate Change 2023: Synthesis Report. Contribution of Working Groups I, II and III to the Sixth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change, p. 15, B.2.2.
[16] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit., § [22].
[17] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit., § [22] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [13].
[18] Europese Commissie, Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, De Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk, COM(2023) 62 final, 1/02/2023.
[19] Cf. . Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit., § [9] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [16].
[20] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit., § [10] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [17].
[21] Decision 1/CMA.3, § 18.
[22] Global Mutirão: Uniting humanity in a global mobilization against climate change, § 53.
[23] Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit., § [11] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [18].
[24] Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit. § [12].
[25] Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit., § [12] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [19].
[26] De raad van bestuur van het Loss and Damage Fund heeft een startpakket van 250 miljoen USD goedgekeurd voor de periode 2025–2026, waarbij de eerste uitbetalingen uiterlijk eind 2026 worden verwacht.
[27] Zie: https://unfccc.int/topics/climate-finance/funds-entities-bodies/fund-for-responding-to-loss-and-damage/pledges-to-the-fund-for-responding-to-loss-and-damage.
[28] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [22].
[29] Zie: https://www.unep.org/resources/emissions-gap-report-2024
[30] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [23].
[31] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [24].
[32] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29), op. cit., § [14] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [25].
[33] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [26].
[34] Ibid., § [27].
[35] International Climate Action – Policy Guidance – 2030 and Beyond, 30/01/2026, Strategic Objective.
[36] https://unfccc.int/topics/climate-finance/workstreams/baku-to-belem-roadmap-to-13t
[37] Zie: https://www.ilo.org/publications/guidelines-just-transition-towards-environmentally-sustainable-economies
[38] Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 30), op. cit., § [31].
[39] Zie: Resolution concerning a just transition towards environmentally sustainable economies and societies for all, ILC.111/Resolution V, 16/06/2023.
[40] Conference of the Parties serving as the meeting of the Parties to the Paris Agreemement, decision 3/CMA.5, 13/12/2023.
[41] O.I.T., Resolution concerning a just transition towards environmentally sustainable economies and societes for all, ILC.111/Resolution V, 16/06/2023, § 21, (w).