- Op vraag van Zakia Khattabi, minister van klimaat, leefmilieu, duurzame ontwikkeling en Green Deal, in een brief van 20/03/2023
- Dit advies werd voorbereid door de werkgroep productnormen
- Samen met de CRB en de BRC Verbruik
- Goedgekeurd door de Algemene Vergadering via schriftelijke procedure op 9 juni 2023
Advies (pdf)
Perimeter van de aanvraag
Indiening
Op maandag 20 maart heeft mevrouw Zakia Khattabi, minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO), de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de bijzondere raadgevende commissie Verbruik (brc Verbruik), hierna de adviesorganen genoemd, een adviesvraag gericht met betrekking tot een ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 mei 2014 betreffende het op de markt brengen van stoffen geproduceerd in nanoparticulaire toestand. Het advies van deze adviesorganen wordt gevraagd conform artikel 19, §1, eerste lid, van de wet van 21 december 1998 betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers. De uiterlijke indieningsdatum van het advies is 15 april 2023.
Overwogen reglementaire wijziging
Het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 mei 2014 dat voor advies aan de adviesorganen wordt voorgelegd beoogt een uitbreiding van het toepassingsgebied met biociden, materialen en voorwerpen bestemd om in contact te komen met levensmiddelen, pigmenten en cosmetische producten.
Verder wordt een systeem van prioritering per categorie voorgesteld voor complexe artikelen en voorwerpen bestemd voor de consument, die aangemeld zijn met betrekking tot de mogelijke blootstelling aan nanomaterialen en bijgevolg aan het toxische risico dat daaruit kan voortvloeien.
Het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit wil het nieuwe gebruik van mondmaskers door niet-professionele consumenten en de blootstellingen die het met zich meebrengt aanpakken door mondmaskers als een artikelcategorie in het prioriteringssysteem op te nemen.
Verder wijzigt het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit één van de vereiste cumulatieve voorwaarden met betrekking tot de kennisgeving voor het op de markt brengen van complexe artikelen en voorwerpen.
Via het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit wenst men, ten slotte, een datum van inwerkingtreding vast te leggen voor de bepalingen van hoofdstuk 3 van het koninklijk besluit van 27 mei 2014 (de kennisgeving van complexe artikelen en voorwerpen waarin een of meer stoffen geproduceerd in nanoparticulaire toestandzijn verwerkt).
Hoorzittingen
Naar aanleiding van deze adviesvraag zijn de bevoegde leden van de voornoemde adviesorganen op 18 april 2023 virtueel en op 16 mei 2023 fysiek bijeenkomen voor een uiteenzetting door mevrouw Echakafi en mevrouw Vercouter (Beleidscel van de minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal).
Werkzaamheden in de subcommissie en de plenaire vergadering
Er werd overeengekomen dat de secretariaten een ontwerpadvies zouden opstellen. Dit ontwerpadvies werd via elektronische weg ter goedkeuring voorgelegd aan de plenaire vergadering van de CRB (goedgekeurd op 5 juni 2023) en de BRC verbruik (goedgekeurd op 5 juni 2023), evenals aan de algemene vergadering van het FRDO (goedgekeurd op 9 juni 2023).
Advies
1. Algemene opmerking
- [1] De adviesorganen betreuren eens te meer de zeer korte termijn waarbinnen zij om advies werden gevraagd over het voorliggende ontwerp van kb. Zij vragen met aandrang dat voor adviesvragen met een dergelijke potentiële impact in de toekomst het overleg alle kansen krijgt die het verdient.
2. Europese harmonisatie
- [2] De adviesorganen ondersteunen de noodzaak van een geharmoniseerde regelgeving op Europees niveau. Dit zou immers rechtszekerheid bieden, de interne markt harmoniseren en zo concurrentievervalsing op Europees niveau tegengaan.
- [3] De adviesorganen stellen dat er meer nood is aan kennis om op Europees niveau het beleid mee vorm te geven. Op deze manier kan er immers tegemoet worden gekomen aan de onduidelijkheid of iets al dan niet een nanomateriaal is en hoe hier het beste mee kan worden omgegaan. Dit zal volgens de adviesorganen de gezondheid voor mens en milieu verbeteren alsook de harmonisatie op vlak van regelgeving in de hand werken.
- [4] De adviesorganen stellen vast dat veel sectorspecifieke stoffen en mengsels reeds door Europese regelgeving worden omkaderd (t.w. de REACH[1]– en CLP-wetgeving). Ook andere productcategorieën zoals biociden[2], cosmetica[3] en levensmiddelen en diervoeders[4] hebben al specifieke wetgeving die eveneens bepalingen bevatten rond nanomaterialen.
- [5] Aansluitend delen de adviesorganen mee dat de Belgische economie wordt gekenmerkt door een groot aandeel import van afgewerkte producten. Dit is in het bijzonder het geval voor textielproducten. Geïmporteerde producten vallen echter niet onder het toepassingsgebied van dit voorliggende ontwerp van kb. De adviesorganen stellen zich dan ook vragen bij de controle, handhaafbaarheid en meerwaarde van strengere registratieverplichtingen voor Belgische fabrikanten van dergelijke producten.
- [6] De adviesorganen verzoeken de Belgische autoriteiten het systeem voor de registratie van stoffen met nanomaterialen zoveel mogelijk te coördineren met soortgelijke systemen in andere EU-lidstaten.
- [7] Sommige leden[5] van de adviesorganen zijn echter bezorgd dat het voorliggende ontwerp van kb een dubbele kennisgeving met zich zal meebrengen en extra administratieve lasten gaat veroorzaken voor Belgische bedrijven, die ten opzichte van Europese concurrenten moeten beperkt worden.
- [8] Deze leden[6] van de adviesorganen achten de meerwaarde voor een traceerbaarheid op Belgisch niveau bovendien zeer gering, aangezien er door de verschillende Europese wetgevingen reeds traceerbaarheid is.
- [9] Deze leden[7] van de adviesorganen menen bijgevolg dat er geen bijkomende informatieverplichtingen voor professionele gebruikers nodig zijn. Ze stellen dat geen enkel nationaal register de gebruiker betere informatie kan verschaffen dan dat waarin is voorzien – via het veiligheidsinformatieblad – door de Europese verordeningen. Bovendien werd sinds 2020 bijlage II van REACH (2020/878) gewijzigd waarbij nanomaterialen ook worden vermeld in het veiligheidsinformatieblad. Verder leggen de biocide -en cosmeticaverordeningen reeds een bijzondere etikettering op voor nanomaterialen. De nano-ingrediënten worden immers op het etiket van het product aangeduid met de vermelding [nano].
- [10] Deze leden[8] van de adviesorganen stellen dus dat de bijdrage van dit voorliggende ontwerp van kb op vlak van gezondheid en milieu twijfelachtig is. Ze vragen zich af of de beoogde maatregelen daadwerkelijk meer bescherming voor de consumenten zouden bieden en/of meer informatie voorzien over de risico’s van nanomaterialen ten opzichte van de huidige regelgevingen.
- [11] Andere leden[9] van de adviesorganen verwelkomen dit initiatief om het koninklijk besluit dat stoffen in nanoparticulaire toestand op de markt brengt te updaten en vragen gelijktijdig met deze vernieuwing meer aandacht te besteden aan de impact van nanomaterialen wat betreft regelgeving, gezondheid en milieu.
- [12] Deze leden[10] van de adviesorganen zijn van verder mening dat tot op heden vele verschillende soorten nanomaterialen aan producten worden toegevoegd zonder de benodigde veiligheidsmaatregelen toe te passen. Dit zorgt voor potentieel nadelige gevolgen voor mens en milieu.
3. Regelgevingsimpactanalyse
- [13] De adviesorganen stellen vast dat er geen onafhankelijke alomvattende regelgevingsimpactanalyse (RIA) werd uitgevoerd voorafgaand aan dit voorliggende ontwerp van koninklijk besluit (kb). De adviesorganen hebben in eerdere adviezen [11]reeds gewezen op het belang van impactanalyses om over een zo volledig mogelijk overzicht van mogelijke gevolgen van de voorgenomen regelgeving te beschikken en aldus een gefundeerde beslissing te kunnen nemen, zonder dat dit een vertragend effect heeft op het verdere regelgevingsproces. De adviesorganen dringen er verder op aan om steeds over de RIA te beschikken ter voorbereiding van hun advies en dit in een zo vroeg mogelijk stadium van het besluitvormingsproces.
- [14] De adviesorganen vragen zich af wat het verschil precies is tussen dit voorliggende ontwerp van kb en de huidige regelgeving. Zij wijzen erop dat er geen duidelijk evaluatie heeft plaatsgevonden van de werking van het huidige kb. Men stelt zich onder andere de vraag wat men met het register heeft gedaan en of het huidige kb zijn doel heeft bereikt en de ingediende data tot milieu- en gezondheidswinst hebben geleid. De vraag werpt zich eveneens op of er al dan niet traceerbaarheidsvragen zijn geweest?
4. Gebrek aan transparantie en betrokkenheid
- [15] Sommige leden[12] van de adviesorganen betreuren het feit dat er voor de totstandkoming van dit voorliggende ontwerp van kb, in tegenstelling tot wat het geval was voor het huidige koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen van stoffen geproduceerd in nanoparticulaire toestand[13], geen consultatie heeft plaatsgevonden met de relevante stakeholders.
- [16] Deze leden[14] van de adviesorganen merken op dat de studie van de Universiteit van Namen (2022), die een belangrijke inspiratiebron vormt voor het voorliggende ontwerp van kb, maar de sectoren en experten uit de bedrijfswereld niet bij deze studie werden betrokken. Zo werden de rapporteringsplichtigen niet om feedback gevraagd over de werking van het nanoregister en werden zij niet betrokken in de evaluatie van mogelijke nieuwe meldingsplichtige stoffen, mengsels of voorwerpen.
- [17] Bovendien stellen deze leden[15] van de adviesorganen vast dat de studie van de Universiteit van Namen enkele belangrijke tekortkomingen bevat. De wijzigingen van het veiligheidsinformatieblad uit 2020 (REACH verordening 2020/878[16]), waarbij het rapporteren van extra informatie over nanomaterialen verplicht werd, werden immers niet in rekening genomen. Verder vragen ze zich af of de professionele gebruikers wel werden bevraagd voor deze studie.
- [18] Deze leden[17] van de adviesorganen betreuren verder dat eveneens bij de wijziging van de IT Tool, vermeld in het voorliggende ontwerp van kb, geen relevante stakeholders werden betrokken bij de besprekingen om tot een werkbaar en efficiënt voorstel te komen.
- [19] Deze leden[18] van de adviesorganen achten het eveneens onwenselijk dat de stakeholders en meldingsplichtigen, op wie dit voorliggende ontwerp van kb betrekking heeft, geen inspraak hebben gehad in de beoogde verbreding van het toepassingsgebied.
5. Toepassingsgebied en definities
- [20] De adviesorganen menen dat het voorliggende ontwerp van kb wordt gekenmerkt door een aantal onduidelijkheden. Zo zijn een aantal definities vaag geformuleerd en is bijgevolg de scope van dit voorliggende ontwerp van kb niet helder. Dergelijke onduidelijkheden werken juridische onzekerheid in de hand. Het is volgens de adviesorganen dan ook van cruciaal belang dat alle begrippen duidelijk worden gedefinieerd en afgebakend zodat het toepassingsgebied van dit voorliggende ontwerp van kb uniform afgetekend is.
- [21] Zo merken de adviesorganen meer in het bijzonder op dat in het voorliggende ontwerp van kb de term ‘persoonlijke verzorgingsproducten’ opgesomd staat onder ‘cosmeticaproducten’ (art. 10quater, 1° ingevoerd door art. 3 van het ontwerp van kb), terwijl het eerder om accessoires en apparaten zou gaan. Dit dient duidelijker te worden geformuleerd.
- [22] Verder stellen de adviesorganen een aantal vertaalfouten vast in het voorliggende ontwerp van kb, waarbij er een risico bestaat op een verschillende interpretatie in beide talen. Zo werd ‘les articles de puériculture’ bijvoorbeeld vertaald naar ‘kinderverzorgingsproducten’.
- [23] De adviesorganen merken ook op dat de online verkoop buiten het toepassingsgebied van dit ontwerp van kb valt, waardoor in dat kader de bescherming van de consument niet gegarandeerd wordt. Men wijst er tevens op dat op deze manier geen verantwoordelijke voor de meldingsplicht kan worden aangeduid.
- [24] De adviesorganen vragen zich af of industriële installaties ook onder het toepassingsgebied van dit voorliggende ontwerp van kb vallen.
- [25] Ten slotte zijn de adviesorganen benieuwd naar de redenen waarom dit voorliggende ontwerp van kb een rapportering wil invoeren voor de pigmentenmengsels, cosmeticaproducten, biociden en voedselverpakking, aangezien deze in het kader van het huidige kb werden vrijgesteld van dergelijke rapportering.
- [26] Sommige leden[19] van de adviesorganen wensen dan ook dat de vrijstelling van rapporteringsplicht voor de pigmentenmengsels, cosmeticaproducten, biociden en voedselverpakking behouden blijft en verkiezen dat deze productcategorieën niet onder het toepassingsgebied van dit voorliggende ontwerp van kb vallen. Men is van mening dat men reeds aan voldoende voorschriften moet voldoen om de veiligheid van het desbetreffende product aan te tonen vooraleer het op de markt komt.
- [27] Deze leden[20] van de adviesorganen wensen ook te beklemtonen dat in 2013 door consultant Bipro voor de FOD Volksgezondheid een studie werd uitgevoerd om de effecten van een nanoregister op de verschillende economische sectoren (ingedeeld volgens de NACE-codes ) te analyseren. Van de stoffen die als nanomaterialen worden beschouwd, worden pigmenten van verschillende soorten en grootte-ordes gebruikt in verf en inkt. Uit de studie is gebleken dat de ondernemingen van de sectoren coatings en inkten behoren tot die met het grootste aantal unieke producten per bedrijf die nanomaterialen bevatten, aangezien pigmenten en sommige vulstoffen als zodanig worden beschouwd. Als resultaat van deze studie werd aanbevolen om een lijst van vrijstellingen in te voeren voor geselecteerde pigmenten en vulstoffen, geselecteerde actoren in de bevoorradingsketen, alsmede de mogelijkheid om aangifte te vermijden op basis van wetenschappelijk bewijs. Verder werd een gefaseerde inwerkingtreding voor de tenuitvoerlegging voorgesteld wanneer deze optie op de meest efficiënte manier voldoet aan de doelstellingen van het register – wat betreft de directe kosten die worden gedragen door de industrie en ook de hoeveelheid relevante gegevens die worden verkregen door het aantal aangiften die zouden kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld een blootstellings- en risicobeoordeling. Deze leden zijn van oordeel dat deze conclusies vandaag nog steeds relevant zijn en essentieel zijn voor een doeltreffende en haalbare implementering voor de ondernemingen van de sectoren die pigmenten gebruiken.
- [28] Verder zien deze leden[21] van de adviesorganen geen toegevoegde waarde bij het opnemen van textielproducten in het toepassingsgebied van het voorliggende ontwerp van kb, aangezien dit aspect al voldoende wordt afgedekt door de REACH-wetgeving[22], een Europese verplichting die ervoor zorgt dat een level-playing-field wordt behouden en eveneens van toepassing is op geïmporteerde textielproducten Deze leden wensen dan ook dat textielproducten eveneens geschrapt worden uit het toepassingsgebied van dit voorliggende ontwerp van kb.
6. Inwerkingtreding
- [29] De adviesorganen stellen vast dat het voorliggende ontwerp van kb een significante hoeveelheid informatieverwerking en -controle op zeer korte tijd vraagt. De inwerkingtreding is immers voorzien voor januari 2025. De adviesorganen vragen zich af of deze tijdspanne niet te kort is en uiten zich bijgevolg onzeker over met betrekking totde handhaafbaarheid van het voorliggende ontwerp van kb. De adviesorganen raden aan om de Europese ontwikkelingen rond deze kwestie nauw op de voet te volgen en de werkzaamheden eventueel hierop af te stemmen.
- [30] De adviesorganen vragen zich aansluitend af of de wijziging van het IT-systeem wel tijdig klaar zal zijn. Men beschikt immers slechts over een jaar om alle aanpassingen door te voeren en hierover duidelijk te communiceren doorheen de hele keten.
- [31] Vervolgens stellen de adviesorganen vast dat artikel 10bis tot artikel 17 van het voorliggende ontwerp van kb vanaf 1 januari 2025 in werking treden, wat betekent dat voor de voorwerpen die momenteel niet onder het toepassingsgebied van het huidige kb vallen, maar wel in het toepassingsgebied van het voorliggende ontwerp van kb zijn opgenomen (t.w. pigmenten, cosmetica en biociden) er een onmiddellijke inwerkingtreding van toepassing is. De adviesorganen stellen zich vragen bij de haalbaarheid hiervan aangezien de industrie minstens een jaar voorbereiding zal nodig hebben.
- [32] De adviesorganen willen verder weten of de testmethodes om de nanomaterialen na te gaan in de producten, die nu onder het toepassingsgebied van het voorliggende ontwerp van KB zullen vallen, wel beschikbaar zullen zijn.
- [33] De adviesorganen stellen, ten slotte, dat voor het huidige kb een gefaseerde inwerkingtreding werd voorzien zodat beroep kon gedaan worden op een vereenvoudigde notificatie wanneer de leverancier had kennisgegeven. De adviesorganen menen dan ook dat een gelijkaardige gefaseerde inwerkingtreding voor de bijkomende maatregelen (cosmetica, biociden, pigmentenmengsels en voedselverpakking) voorzien in het voorliggende ontwerp van kb de haalbaarheid tegoed zou komen.
- [34] Daarom stellen sommige leden[23] van de adviesorganen zich vragen bij het feit dat het voorliggende ontwerp van kb op hetzelfde moment in voege zal treden voor stoffen, mengsels en voorwerpen. Indien pigmenten (mengsels) toch onder de toepassingsgebied zouden vallen, dan moeten de notificaties van textielmaterialen (als dit dan onder het toepassingsgebied valt) ook minstens een jaar overgangsperiode krijgen.
7. Slotopmerking
- [35] De adviesorganen benadrukken het belang van duidelijke richtlijnen voor een goede en efficiënte invoering van de nieuwe verplichtingen. Men staat in dit kader open voor een samenwerking met de administratie.
- [36] Het spreekt immers voor zich dat het ontwerp van kb pas zijn goede uitwerking kan vinden indien de verplichtingen en verwachtingen voor iedereen duidelijk zijn. Deze bijkomende richtlijnen en aangevulde FAQ zullen in meerdere talen tijdig voorhanden moeten zijn.
[1] Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie.
[2] Biociden zijn onderworpen aan de Verordening (EU) Nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden en het Koninklijk besluit van 4 april 2019 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden.
[3]Cosmeticaproducten zijn onderworpen aan de Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten
[4]European Food Safety Agency (EFSA): Guidance on risk assessment of nanomaterials to be applied in the food and feed chain: human and animal health
[5] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[6] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[7] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[8] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[9] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthoudten: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster ; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
[10] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthoudten: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster ; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
[11] Organisatie van de economie : Regelgevingsimpactanalyse en kwaliteit van de regelgeving (fgov.be),
https://www.ccecrb.fgov.be/p/nl/717/sociale-partners-pleiten-voor-betere-regelgeving/5
[12] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[13] Koninklijk besluit van 27 mei 2014 betreffende het op de markt brengen van stoffen geproduceerd in nanoparticulaire toestand.
[14] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[15] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[16] Europese verordening EC 2020/878
[17] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking.
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[18] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[19] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[20] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[21] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[23] Leden van de FRDO die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Mevr. Françoise Van Tiggelen en Ineke De Bisschop en Dhr. Piet Vanden Abeele – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden van de FRDO die zich bij dit standpunt onthouden: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter; Mevr. Alba Saray Pérez Terán – vertegenwoordigster van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking .
Leden van de FRDO die steunen dit standpunt niet: Dhr. Bart Vannetelbosch en Arnaud Collignon – ondervoorzitters ; Dhr. Benjamin Clarysse – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming ; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Naima Charkaoui – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking ; Dhr. Hadrien Vanoverbeke, Thomas Vael en François Sana – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.