10 | Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 29)

  • Op eigen initiatief
  • Voorbereid door de werkgroep “Energie en klimaat”
  • Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure op 19 juni 2024
  • De oorspronkelijke taal van dit advies is het Frans

Advies (pdf)

 

 

 

1. Context

  • [a] Omdat de FRDO wil bijdragen aan het internationale proces ter bestrijding van de klimaatverandering,heeft hij besloten om ter voorbereiding van de COP 29 van Bakoe een  initiatiefadvies in te dienen waarin hij zijn prioriteiten voor ons land uiteenzet.

 

2. Advies

2.1. Inleidende opmerkingen

  • [1] De FRDO benadrukt dat, ondanks de vele crisissen waarmee de wereld momenteel wordt geconfronteerd, de inspanningen op het vlak van mitigatie, adaptatie aan de gevolgen van de klimaatverandering en internationale klimaatfinanciering bovenaan op de politieke agenda moeten blijven staan.
  • [2] In deze context benadrukt de raad het belang van de Belgische betrokkenheid bij de internationale klimaatonderhandelingen.
  • [3] Net zoals in zijn vorige adviezen[1] ter voorbereiding van klimaatgerelateerde COP’s, roept de FRDO België op om ervoor te zorgen dat tijdens de onderhandelingen op COP29 rekening wordt gehouden met het volgende :
    • het respect voor de milieugrenzen en de wil om de klimaatverandering te bestrijden, volgens het beginsel van de gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid
    • het belang van een performante economie met een gegarandeerde energievoorziening en een mondiale aanpak, die onder meer leidt tot een ‘gelijk speelveld’ voor de bedrijven
    • het belang van sociale rechtvaardigheid en een rechtvaardige transitie, met inachtneming van de vijf pijlers: sociale dialoog, het creëren van werkgelegenheid (investeringen, onderzoek en ontwikkeling, innovatie), opleiding en vaardigheden, respect voor de mensenrechten en de rechten van werknemers en werkneemsters, en een krachtige, gecoördineerde sociale bescherming. De raad herinnert eraan dat de Internationale Arbeidsorganisatie richtlijnen[2] heeft uitgewerkt voor de implementatie van een beleid en maatregelen voor een rechtvaardige transitie
    • het belang van beleidscoherentie voor klimaat en duurzame ontwikkeling, met aandacht voor het feit dat de transitie in België niet ten koste mag gaan van de duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden.

2.2. Mitigatie

  • [4] De raad vraagt dat de onderhandelaars van België en van de Europese Unie het belang onderstrepen van een verhoogde ambitie van de andere Staten die Partij zijn via hun nationaal bepaalde bijdrage om de limiet van 1,5°C opwarming van de Overeenkomst van Parijs te respecteren.
  • [5] De FRDO vraagt dat deze nationaal bepaalde bijdragen alle relevante parameters specificeren om hun verwezenlijking op te volgen en om de prestaties van de verschillende Staten die Partij zijn te vergelijken.
  • [6] De FRDO vraagt ook dat België constructief bijdraagt tot de voorbereiding van de nieuwe Europese bijdrage tegen 2025, zoals overeengekomen in de Europese klimaatwet[3].
  • [7] De raad herinnert aan de doelstelling van het Mitigation Work Programme om “dringend het ambitieniveau voor mitigatie te verhogen en de uitvoering van overeenkomstige acties te versnellen, wat dringend nodig is in dit cruciale decennium, om het globale plaatje te vervolledigen[4]. Hij onderstreept het belang van dit programma, gezien de noodzaak van mitigatiemaatregelen tegen 2030, en dringt erop aan dat het zijn mandaat waarmaakt door over te gaan op een actiegerichte bespreking die resulteert in sectorspecifieke aanbevelingen, zoals gepland[5].
  • [8] De FRDO roept op tot een opvolging van de globale mitigatiedoelstellingen zoals bepaald in de First Global Stocktake:
    • “(a) Tripling renewable energy capacity globally and doubling the global average annual rate of energy efficiency improvements by 2030;
    • (b) Accelerating efforts towards the phase-down of unabated coal power;
    • (c) Accelerating efforts globally towards net zero emission energy systems, utilizing zero- and low-carbon fuels, well before or by around mid-century;
    • (d) Transitioning away from fossil fuels in energy systems, in a just, orderly and equitable manner, accelerating action in this critical decade, so as to achieve net zero by 2050 in keeping with the science;
    • (e) Accelerating zero- and low-emission technologies, including, inter alia, renewables, nuclear, abatement and removal technologies such as carbon capture and utilization and storage, particularly in hard-to-abate sectors, and low-carbon hydrogen production;
    • (f) Accelerating the substantial reduction of non-carbon-dioxide emissions globally, in particular methane emissions by 2030;
    • (g) Accelerating the reduction of emissions from road transport on a range of pathways, including through development of infrastructure and rapid deployment of zero- and low-emission vehicles;
    • (h) Phasing out inefficient fossil fuel subsidies that do not address energy poverty or just transitions, as soon as possible”[6]     

2.3. Adaptatie

  • [9] De FRDO roept op om adaptatieplannen aan de klimaatverandering te ontwikkelen volgens een methodologie die de staten bewust maakt van de risico’s en de behoeften op dat vlak, en die toelaat om die plannen op te volgen.
  • [10] De FRDO roept ook op om de adaptatiedoelstellingen uit paragraaf 63 van de First Global Stocktake op te volgen:
    • “(a) Significantly reducing climate-induced water scarcity and enhancing climate resilience to water-related hazards towards a climate-resilient water supply, climate-resilient sanitation and access to safe and affordable potable water for all;
    • (b) Attaining climate-resilient food and agricultural production and supply and distribution of food, as well as increasing sustainable and regenerative production and equitable access to adequate food and nutrition for all;
    • (c) Attaining resilience against climate change related health impacts, promoting climate-resilient health services and significantly reducing climate-related morbidity and mortality, particularly in the most vulnerable communities;
    • (d) Reducing climate impacts on ecosystems and biodiversity and accelerating the use of ecosystem-based adaptation and nature-based solutions, including through their management, enhancement, restoration and conservation and the protection of terrestrial, inland water, mountain, marine and coastal ecosystems;
    • (e) Increasing the resilience of infrastructure and human settlements to climate change impacts to ensure basic and continuous essential services for all, and minimizing climate-related impacts on infrastructure and human settlements;
    • (f) Substantially reducing the adverse effects of climate change on poverty eradication and livelihoods, in particular by promoting the use of adaptive social protection measures for all;
    • (g) Protecting cultural heritage from the impacts of climate-related risks by developing adaptive strategies for preserving cultural practices and heritage sites and by designing climate-resilient infrastructure, guided by traditional knowledge, Indigenous Peoples’ knowledge and local knowledge systems”.

2.4. Loss and damage

  • [11] De FRDO vraagt voldoende aandacht voor het beheer van loss and damage en voor de schade die de klimaatveranderingen (met hun zowel onmiddellijke als langetermijngevolgen) nu al aanrichten in de kwetsbare landen en gemeenschappen.
  • [12] De raad herinnert eraan dat de Staten op de COPs 27 en 28 nieuwe financieringsregelingen hebben goedgekeurd, waaronder een “Loss and Damage Fund”, om ontwikkelingslanden te helpen verlies en schade op te vangen, en benadrukt dat het belangrijk is om dit fonds verder te financieren.
  • [13] In dit verband roept de FRDO op om het Loss and Damage Fund zo snel mogelijk operationeel te maken, met inbegrip van de modaliteiten voor de jaarlijkse financiering van dit mechanisme. De raad vraagt dat de Wereldbank de voorwaarden respecteert die haar zijn opgelegd als tijdelijke gastheer[7] van het fonds en roept op om het maatschappelijk middenveld en de gemeenschappen naar behoren te betrekken bij het beheer van het fonds.

2.5. Klimaatfinanciering

  • [14] De raad herinnert aan artikel 2, lid 1, onder c), van de Overeenkomst van Parijs, dat stelt dat de Overeenkomst tot doel heeft de wereldwijde reactieop de dreiging van de klimaatverandering te versterken door “de geldstromen in lijn te brengen met een traject naar broeikasgasarme en klimaatveerkrachtige ontwikkeling[8].
  • [15] De raad is van mening dat de klimaatfinancieringsdoelstelling van 100 miljard dollar (zowel publiek als privaat) per jaar moet worden gehaald en zelfs versterkt, hoewel het erop lijkt dat deze doelstelling de afgelopen jaren niet is gehaald. De raad benadrukt het belang van nieuwe toezeggingen van alle bijlage II-landen om het financieringstekort in de periode tot 2025 weg te werken. Dit moet gepaard gaan met een actieplan over de wijze waarop deze doelstelling zal worden verwezenlijkt en met de instelling van een uniform rapporteringsmechanisme ter bevordering van transparantie en goed bestuur. De raad wijst erop dat de financiering voor adaptatie ontoereikend is. In dit verband herinnert hij aan het COP26-besluit die “urges developed country Parties to at least double their collective provision of climate finance for adaptation to developing country Parties from 2019 levels by 2025 (…)[9]. De raad herhaalt ook hoe belangrijk het is dat in dit verband rekening wordt gehouden met de genderdimensie.
  • [16] De FRDO roept België op om op internationaal niveau proactief te werken aan duidelijke afspraken over het proces naar een nieuwe internationale klimaatfinancieringsdoelstelling tegen 2025 die beduidend hoger ligt dan de huidige doelstelling en specifieke subdoelstellingen bevat voor mitigatie, adaptatie en loss and damages, waarbij ook rekening wordt gehouden met kwalitatieve aspecten en de behoeften en prioriteiten van ontwikkelingslanden (zoals overeengekomen in artikel 9 van de Overeenkomst van Parijs).
  • [17] De raad herinnert eraan dat overeenkomstig artikel 9, lid 2, van de Overeenkomst van Parijs “andere Partijen worden aangemoedigd op vrijwillige basis dergelijke ondersteuning te verlenen of te blijven verlenen”. Hij verzoekt België en de Europese Unie tijdens de onderhandelingen het belang te benadrukken van de deelname van Partijen die niet in bijlage II zijn opgenomen en die daartoe in staat zijn, om actief bij te dragen aan de internationale klimaatfinanciering, rekening houdend met hun gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden.
  • [18] De raad is van oordeel dat de dialoog[10] van Sharm el-Sheikh kan worden gebruikt om het vertrouwen tussen de Partijen te herstellen en gemeenschappelijke standpunten en benaderingen te ontwikkelen voor de in de toekomst te nemen besluiten.
  • [19] De FRDO benadrukt dat het ontbreken van een duidelijke definitie van “klimaatfinanciering” en van consistente rapporteringsregels een uitdaging vormt op het vlak van transparantie en vergelijking van financiële stromen.
  • [20] Daarom vraagt de FRDO aan de Belgische en Europese onderhandelaars op COP29 om ervoor te zorgen dat de New Collective Quantified Goal alle relevante parameters specificeert om de verwezenlijking ervan op te volgen. De raad dringt er in het bijzonder op aan dat deze parameters het mogelijk maken om de prestaties van de verschillende bijdragende landen te vergelijken.
  • [21] De raad benadrukt het belang van klimaatfinanciering op basis van nieuwe en bijkomende subsidies, leningen tegen zeer gunstige voorwaarden en instrumenten zonder schuldcreatie om ontwikkelingslanden te ondersteunen in hun klimaatactie, en wijst op het positieve verband tussen begrotingsruimte en klimaatactie, in overeenstemming met de resultaten van de Global Stocktake[11].

2.6. Concurrentievermogen van bedrijven en de koolstofmarkt

  • [22] De raad benadrukt het belang van het behoud van de concurrentiekracht van bedrijven in het internationale klimaatbeleid. Hij vindt dat afspraken op Europees niveau minstens gericht moeten zijn op het creëren van een level playing field, zoals aangegeven in het industriële plan[12] van de European Green Deal.
  • [23] De FRDO vraagt voldoende aandacht voor de ontwikkeling van een internationale koolstofmarkt conform artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs en herinnert eraan dat er nog onzekerheden bestaan over de concrete uitvoering van deze bepaling. De raad herhaalt daarom zijn oproep aan ons land om aan te dringen op een effectbeoordeling van de akkoorden over dit onderwerp, om na te gaan of ze in overeenstemming zijn met de beginselen[13] van San José.

2.7. Mensenrechten en gender

  • [24] De raad heeft meermaals herinnerd aan het belang om rekening te houden met de genderdimensie in het klimaatbeleid, en meer bepaald in de klimaatfinanciering.
  • [25] De FRDO herinnert er ook aan dat België zich ertoe verbonden heeft[14] om tegen 2026 het percentage van de wereldwijde publieke en private klimaatfinanciering dat gericht is op en geïnvesteerd wordt in gendergelijke klimaatoplossingen te verhogen, in het bijzonder op lokaal en landelijk niveau. Dat kan met name door het aandeel van de gemarkeerde bilaterale en multilaterale klimaatfinanciering dat gericht is op of rekening houdt met gender te verhogen tot 88%[15], in overeenstemming met de verbintenissen van de Coalition for Feminist Action for Climate Justice van het Equality Generation Forum. De raad dringt erop aan dat alle klimaatfinanciering wordt gemonitord en gerapporteerd op basis van genderindicatoren en dat de toegang tot lokale vrouwen- en feministische basisorganisaties wordt gewaarborgd.[16]
  • [26] Volgens de raad moeten de markers met betrekking tot gendergelijkheid op transparante en consistente wijze worden meegedeeld aan de OESO en het UNFCCC. Hij vraagt dat de Partijen zich houden aan Besluit 20/CP.26 en in het bijzonder aan de aansporing voor de Partijen “be more explicit about the gender-responsiveness of climate finance with a view to strengthening the capacity of women and furthering work under the gender action plan (…)[17], ook in de nationale mededelingen en de tweejaarlijkse rapporten die bij het UNFCCC worden ingediend.
  • [27] Zoals reeds aangegeven[18], roept de raad op om rekening te houden met de principes van inclusie, mensenrechten en genderrechtvaardigheid. Hij verwijst ook naar de conclusies van de recente ILO-conferentie: “Inclusive just transition entails a strong gender dimension to address many of the environmental challenges and leverage the potential opportunities[19].  Hij voegt eraan toe dat een rechtvaardige transitie ook een internationaal aspect omvat, met name via het beginsel van “gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden”. Hij steunt ook het standpunt van de ILO-conferentie dat “Gender equality, social inclusion and equity should be promoted, paying particular attention to indigenous and tribal peoples and groups in vulnerable situations[20].  Hij roept op tot de toepassing van het principe “leaving no one behind”.[21]

2.8. Betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de onderhandelingen

  • [28] De raad roept op tot gewaarborgde toegang tot de onderhandelingen voor alle Partijen en waarnemers, met bijzondere aandacht voor een betere vertegenwoordiging van vrouwenorganisaties, LGBTQI+-personen en gemarginaliseerde groepen.

 

 

[1] Cf. Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP27), 2022a12, 28/10/2022, § [5] en Initiatiefadvies ter voorbereiding van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP 28), 2023a12, 16/11/2022, § [3].

[2] International Labour Organisation (ILO), Guidelines for a just transition towards environmentally sustainable economies and societies for all, 2015.

[3] Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen

[4] Conferentie van de partijen waarin de partijen bij de Overeenkomst van Parijs bijeenkomen, besluit 4/CMA.4, Sharm el-Sheikh-werkprogramma inzake het verhogen van het ambitieniveau voor mitigatie en het uitvoeren van daarmee samenhangende acties, 20/10/2022, § 1

[5] Conferentie van de Partijen waarin de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs bijeenkomen, besluit 4/CMA.5, Sharm el-Sheik mitigation ambition and implementation work programme referred to in decision 4/CMA.4, 13/12/2023, §§ 7 tot en met 10.

[6] Conferentie van de Partijen waarin de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs bijeenkomen, besluit 1/CMA.5, Outcome of the first global stocktake, 13/12/2023, § 28

[7] Zie Fund for responding to loss and damage, Addendum to the background paper on matters relating to the operationalization of the Fund as World Bank-hosted financial intermediary fund, FLD/B.1/Add.1, 27/04/2024

[8] Volgens het IPCC zouden de klimaatfinancieringsstromen voor mitigatie bijvoorbeeld jaarlijks met een factor drie tot zes moeten worden vermenigvuldigd om aan de gemiddelde jaarlijkse behoeften tussen 2020 en 2030 te voldoen. Zie: Intergovernmental Panel on Climate Change, Climate Change 2022 – Mitigation of Climate Change, WG III contribution to the Sixth Assessment Report of the IPCC, 2022, p. 1610.

[9] Conferentie van de Partijen waarin de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs bijeenkomen, besluit 1/CMA.3, Glasgow Climate Pact, 13/11/2021, § 18.

[10] Zie Conferentie van de Partijen waarin de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs bijeenkomen, besluit 1/CMA.4, Sharm el-Sheikh Implementation Plan, 20/11/2022, § 68.

[11] Conferentie van de Partijen waarin de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs bijeenkomen, besluit 1/CMA.5, Outcome of the first global stocktake, 13/12/2023, §§ 69, 83, 86, 95 en 129.

[12] Europese Commissie, Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, De Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk, COM(2023) 62 final, 1/02/2023

[13] https://cambioclimatico.go.cr/sanjoseprinciples/about-the-san-jose-principles/

[14] Zie https://www.cop28.com/en/cop28-gender-responsive-just-transitions-and-climate-action-partnership (geraadpleegd op 6/06/2024).

[15] Zie : https://commitments.generationequality.org/sites/default/files/2022-09/Consolidated-Indicators_ACs_1.pdf (geraadpleegd op 6/06/2024).

[16] Cf. Adviesraad Gender en Ontwikkeling, Advies over de verbinding tussen gendergerelateerd geweld en klimaat, 6/10/2022, Hoofdstuk 3.3, § 3, p. 7.

[17] Conferentie van de Partijen waarin de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs bijeenkomen, besluit 20/CP.26, Gender and Climate Change, 11/11/2021, § 13.

[18] Cf. Rechtvaardige Transitie : kaderadvies, 2023a07, 10/10/2023, § [21].

[19] International Labour Conference – 111th Session, 2023, Records of proceedings, § 8.

[20] International Labour Conference – 111th Session, 2023, Records of proceedings, § 17.

[21] Zie https://unsdg.un.org/2030-agenda/universal-values/leave-no-one-behind

Opmerkingen, vragen of suggesties?