12 | Advies over het ontwerp van marien ruimtelijk plan voor de periode 2026 tot 2034

  • Op wettelijke basis
  • Dit advies werd voorbereid door de projectgroep Marien Ruimtelijk Plan
  • Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure op 15 juli 2024
  • De oorspronkelijke taal van dit advies is het Nederlands

Advies (pdf)

 

 

 

1. Context

  • [1] Ons land heeft in 2014 een Marien Ruimtelijk Plan (MRP) aangenomen, met een looptijd van zes jaar. Een tweede MRP liep van 2020 tot 2026. De FRDO heeft over het ontwerp van beide plannen een advies opgesteld, respectievelijk in 2013 en 2018. Momenteel ligt het derde MRP voor, en zoals vastgelegd in de wet van 11 december 2022 ‘ter bescherming van het marien milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de Belgische zeegebieden’[1], zal dit plan een looptijd van acht jaar hebben: van 2026 tot 2034.
  • [2] De procedure voor de opmaak van dit MRP is vastgelegd bij koninklijk besluit van 8 november 2023. In een eerste stap werd na consultatie van verschillende stakeholders een voorontwerp van MRP voorgelegd aan de raadgevende commissie, waarin alle overheidsdiensten met een bevoegdheid op zee vertegenwoordigd zijn. De aangepaste tekst werd dan als ontwerp-MRP goedgekeurd door de federale ministerraad, en is bij de opmaak van dit advies in consultatiefase: een openbare raadpleging loopt van 28 mei tot en met 27 augustus 2024[2]. Daarnaast is wettelijk ook een raadpleging vastgelegd van verschillende instanties, waaronder de FRDO. Na het verwerken van de bijdragen uit de consultaties en een goedkeuring door de federale ministerraad, zal het nieuwe MRP op 20 maart 2026 bij koninklijk besluit aangenomen worden.
  • [3] Het ontwerp-MRP waarover hier advies gegeven wordt, bestaat uit het ‘Koninklijk besluit tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2026 tot 2034 in de Belgische zeegebieden’ en vier bijlagen: de beschrijving van de huidige situatie, de langetermijnvisie, de acties om het plan uit te voeren en de kaarten. Gezien het gaat om een plan dat aanzienlijke effecten op het milieu kan hebben, diende ook een strategische milieubeoordeling (SEA) uitgevoerd te worden: dit document gepubliceerd in mei 2024 vormt eveneens het onderwerp van dit advies, en is te vinden op de website vermeld in voetnoot 2.

 

2. Advies

 2.1. Over het principe van een Marien Ruimtelijk Plan

  • [4] Zoals de FRDO reeds aangaf in zijn adviezen van 2013 en 2018, is het Marien Ruimtelijk Plan een nuttig en noodzakelijk beleidsinitiatief. Het Belgische deel van de Noordzee is immers een belangrijk ecosysteem, dat ons daarnaast een aantal essentiële diensten levert onder meer op het vlak van mobiliteit (scheepvaart), energie (vooral offshore windmolens), voeding (visserij en aquacultuur) en ontspanning (toerisme en recreatie). Het MRP brengt deze verschillende menselijke activiteiten en hun impact op het mariene milieu in kaart en stemt ze ruimtelijk op elkaar af.
  • [5] Het gaat in wezen om een duurzame-ontwikkelingsbenadering, waarbij gepoogd wordt economische, sociale en milieudimensies te integreren in een ecosysteemvisie en het langetermijnperspectief in rekening wordt genomen. Het MRP vormt een beleidskader voor het uitoefenen van diverse – soms conflictuele – activiteiten in het relatief beperkte zeegebied, maar ook voor meervoudig gebruik van die schaarse ruimte, complementaire projecten en win-winsituaties. Als raad voor duurzame ontwikkeling onderschrijft de FRDO deze benadering, die daarenboven gestoeld is op de wetenschappelijke informatie die beschikbaar is in domeinen als de biologische waarde van de habitats, de visvangst in het gebied, waterkwaliteit en vervuiling, kustverdediging … Wat deze wetenschappelijke fundering betreft, ondersteunt de Raad de in bijlage 2 geformuleerde ambitie om inzake kennisverwerving een centrale databank te ontwikkelen die wordt gevoed met informatie, data en studies uit privaat, publiek, industrieel en sectoraal onderzoek.

2.2. Over de totstandkoming van het document en het proces

  • [6] De FRDO waardeert de geïntegreerde en participatieve aanpak om het MRP vorm te geven. Niet alleen zijn op politiek niveau verschillende instellingen, administraties en overheden betrokken, ook diverse maatschappelijke actoren en relevante stakeholders worden geraadpleegd, en burgers kunnen eveneens een inbreng formuleren via de openbare raadpleging. Een dergelijke aanpak biedt de beste garantie op een onderbouwd en gedragen plan.
  • [7] De FRDO vindt het positief dat het MRP-ontwerp aandacht heeft voor samenwerking met andere beleidsniveaus, zowel nationaal als internationaal. De raad heeft er reeds in verschillende adviezen voor gepleit dat de overheden in ons land zich bij het uitstippelen van hun beleid laten leiden door het mutualiteitsprincipe ‘waarbij ieder beleidsniveau zodanig probeert te handelen dat de effectiviteit van alle andere beleidsniveaus wordt versterkt’[3] Deze coöperatieve aanpak is des te belangrijker gezien mariene ruimtelijke ordening gevolgen heeft voor andere beleidsterreinen en vice versa. Zo hebben maatregelen inzake kustverdediging op zee een invloed op het landgedeelte, en omgekeerd heeft een strategie als de in 2023 goedgekeurde Vlaamse Kustvisie[4] gevolgen voor het ruimtelijke zeebeleid. Ook voor onder meer natuurbehoud (kustconnectiviteit, creëren van land-zeereservaten), havenactiviteiten en afvalreductie (vnl. vervuiling door plastics) is een verdere afstemming van land- en zeebeleid cruciaal.
  • [8] Internationaal kan het nuttig zijn het MRP te coördineren met de mariene beleidsplannen van aan onze Noordzee grenzende buurlanden – bijvoorbeeld inzake hernieuwbare energie (zie § 13), natuurbehoud, visserij, militaire activiteiten. De FRDO ondersteunt dan ook het in bijlage 2 vermelde streefdoel om één marien ruimtelijk plan voor de gehele Noordzee op te stellen of de verschillende nationale planningsprocessen op elkaar af te stemmen met het oog op een rationalisering van het ruimtegebruik.

2.3. Over de inhoud van het ontwerp

De goede milieutoestand
  • [9] In zijn advies ‘Biodiversiteit in het beleid’ van 2022 stelde de FRDO dat ondanks een aantal positieve evoluties, de door de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie nagestreefde ‘goede milieutoestand’ nog niet bereikt is in onze Noordzee met zijn diverse benthische habitats die belangrijke ecosysteemdiensten leveren. Dit is sindsdien niet gewijzigd, zoals onder meer blijkt uit de Strategische Milieubeoordeling bij het ontwerp. De Raad is dan ook verheugd dat in het ontwerp-MRP belangrijke stappen worden gezet om de biodiversiteit te vrijwaren en natuurherstel te bevorderen door naast de bestaande beschermde gebieden, drie mariene reservaten af te bakenen en drie zones voor de bescherming van de bodemintegriteit.
  • [10] De Raad vraagt om in het MRP duidelijker en consistenter te omschrijven wat deze zones inhouden en wat er al dan niet toegestaan is. Wat de drie zones voor bodemintegriteit betreft, staat er bv. in punt 5.1 van bijlage 2 te lezen dat daar ‘visserijbeperkende maatregelen’ gelden, terwijl de kaart van punt 5.4 deze zones preciezer omschrijft als ‘zones met verbod op bodemberoerende commerciële visserij’ (en de Franse versie het hier over “bodemberoerende recreatieve visserij” heeft). Voor de FRDO dient duidelijk gesteld te worden dat alle bodemberoerende activiteiten in deze zones uitgesloten zijn. Ook de status van de drie mariene reservaten zou nauwkeuriger omschreven kunnen worden: waarin verschillen ze precies van de zones voor bodemintegriteit? De op p 26 van bijlage 2 vermelde beschermingsdoelstellingen voor die mariene reservaten[5] kunnen evenzeer gelden voor de twee bodemintegriteitszones binnen het Habitatrichtlijngebied. De Raad gaat ervan uit dat in de mariene reservaten naast het uitsluiten van alle bodemberoering onder meer ook een verbod geldt op niet-bodemberoerende visserij en commerciële activiteiten, en vraagt dit expliciet te vermelden in het MRP. In dezelfde optiek vraagt de Raad ook verduidelijking over de actie om eventueel ‘subzones’ af te bakenen in de mariene reservaten (wat wordt bv. onderzocht in de ‘referentiezones’?).
  • [11] Door bodemberoering in deze zones uit te sluiten, kunnen de waardevolle grind- en zandbodems herstellen. Naast passief herstel biedt de maatregel ook de mogelijkheid om aan actief natuurherstel te doen, wanneer de hersteldoelen niet kunnen worden bereikt zonder actieve interventie. Hiertoe ligt een plan voor dat projecten omvat voor het herstel van grindbedden, de heraanleg van oesterbanken en de opwaardering van andere biologische riffen in deze zones[6]. Dit natuurherstel kan bijdragen aan een gezond marien milieu, een betere waterkwaliteit, een aangroei van visbestanden en kan tevens een buffer vormen tegen klimaatveranderingen. De FRDO roept de bevoegde minister dan ook op om dit herstelprogramma volledig te implementeren en er de nodige middelen voor uit te trekken.
  • [12] De afbakening van (strikt) beschermde mariene gebieden past zowel binnen de Europese kaderrichtlijn Mariene strategie, het mondiale kader van het verdrag inzake biodiversiteit (30 procent beschermd natuurgebied) als binnen de biodiversiteitsstrategie 2030 van de EU (10 procent strikt beschermd natuurgebied). Gezien het ontwerpplan op dit vlak beperkingen oplegt aan alle vissers actief binnen het Belgische deel van de Noordzee, dienen de maatregelen nog goedgekeurd te worden op EU-niveau[7]. De FRDO gaat er van uit dat de goedkeuring geen probleem mag vormen, zeker gezien het EU-actieplan: Bescherming en herstel van mariene ecosystemen voor duurzame en veerkrachtige visserij (21 februari 2023)[8] naast een verduurzaming van visserijtechnieken ook de creatie van nieuwe beschermde mariene gebieden bepleit.
Hernieuwbare energie
  • [13] Windenergie op zee is cruciaal om onze objectieven inzake hernieuwbare energie en onze klimaatdoelstellingen te halen. De twee in het MRP aangeduide zones voor windmolenparken kunnen een belangrijke bijdrage leveren tot het behalen van het Europees vastgelegde doel van 42,5% hernieuwbare energie in de totale energieconsumptie van een lidstaat tegen 2030. Gezien beide zones reeds een beduidende oppervlakte van het BNZ innemen en een verdere uitbreiding teveel druk zou zetten op het ecosysteem en andere activiteiten, begrijpt de FRDO de beslissing om geen derde zone te plannen maar te opteren voor de optimalisatie van de huidige Oostelijke Zone (‘repowering’) met als doel 8 GW te produceren tegen 2040.[9] Daarnaast zal de regering inzetten op “initiatieven om de internationale samenwerking met betrekking tot duurzame energieopwekking op zee uit te bouwen” (cf bijlage 3 met acties om het MRP uit te voeren). Er is reeds structureel overleg met acht andere Noordzeelanden, zowel op het vlak van interconnecties als waar het gaat om de uitbouw van infrastructuur voor opwekking. In dit kader formuleerde de Noordzeetop van 24 april 2023 in Oostende als doelstelling voor offshore wind in de Noordzee 120 GW tegen 2030 en minstens 300 GW tegen 2050. De FRDO ondersteunt deze ambitie die de energietransitie in ons land kan versnellen en ons op weg helpt naar klimaatneutrale economie.
  • [14] De FRDO herhaalt zijn vraag die hij reeds formuleerde in zijn advies over het tweede MRP en in zijn advies “Biodiversiteit in het beleid” (2022) om de milieuimpact van de aanleg en het uitbaten van windmolenparken te minimaliseren[10], mogelijkheden te bekijken om deze parken in te schakelen in een proces van natuurbehoud- en herstel en bij het gunnen van offshore activiteiten criteria voor natuur, milieu en duurzaamheid op te nemen in de tenders. In dit licht waardeert de Raad dat de nodige middelen vrijgemaakt worden om na een co-creatietraject van Elia en verschillende publieke en private actoren, het energie-eiland Prinses Elisabeth op een natuurinclusieve manier te bouwen (door reliëfpanelen te voorzien, grindbedden, oestertafels, zwerfstenen …), waardoor de plaatselijke biodiversiteit wordt bevorderd[11]. De Raad betreurt evenwel dat de in het publieke consultatie-document vermelde criteria voor “nature preservation”[12] niet meegenomen werden in de uiteindelijke tender voor de windmolenparken in de Prinses Elisabeth-zone, en vraagt om deze criteria expliciet als noodzakelijke voorwaarde te stellen of met een voldoende gewicht te hanteren bij de gunning van projecten voor de optimalisatie van de Oostelijke Zone. In de zones voor windenergie is meervoudig ruimtegebruik voor de FRDO de juiste keuze buiten Natura 2000-gebied. Binnen Natura 2000 kan in deze zones evenwel enkel natuurbehoud en herstel mogelijk zijn als meervoudig ruimtegebruik zolang de Noordzee niet in goede staat van instandhouding is.
Industriële en commerciële activiteiten
  • [15] In het ontwerp van derde MRP wordt geen zone voorzien voor industriële en commerciële activiteiten, op de bestaande zone C na waarvoor reeds een vergunning verleend is[13]. Dergelijke activiteiten kunnen nu overal plaatsvinden, tenzij ze expliciet verboden zijn (bv in de zesmijlszone) of niet compatibel met een ander gebruik. Om dit te beoordelen, wordt een procedure uitgewerkt waarbij rekening gehouden wordt met locatie, impact op het milieu en op andere activiteiten, en aanvragen voorgelegd worden aan de raadgevende commissie[14]. De FRDO onderstreept het belang van de blauwe economie, en vraagt in het kader van het meervoudig ruimtegebruik-principe projecten toe te staan die geen negatieve impact hebben op het mariene ecosysteem of zelfs een positieve milieu-impact kunnen hebben. Aquacultuurprojecten als de kweek van algen en zeewier vormen daarenboven een belangrijk onderdeel van de eiwittransitie[15] en kunnen zo bijdragen tot het biodiversiteits- en klimaatbeleid. Wanneer ze beantwoorden aan een aantal basis- en randvoorwaarden[16] inzake milieu-impact (onder meer geen exoten introduceren in het biotoop), verdienen ze vanuit hun duurzaamheidspotentieel dan ook een plaats in onze Noordzee. In die optiek vindt de FRDO het wenselijk in het nieuwe MRP toch enkele zones voor industriële en commerciële activiteiten aan te duiden om duurzame innovatie in praktijk te brengen, buiten Natura 2000-gebied en met respect voor vermelde basis- en randvoorwaarden.
Zandontginning
  • [16] Er is veel vraag naar zand uit het BNZ, en de verwachting is dat die vraag de komende jaren nog zal toenemen – zowel voor industriële activiteiten als voor kustverdediging[17]. Zandwinning heeft evenwel een aanzienlijke impact op het ecosysteem, vooral door bodemverstoring, en het is dan ook noodzakelijk deze activiteit te optimaliseren “overeenkomstig de nieuwe referentieoppervlakken op basis van wetenschappelijk onderzoek en een bijhorend maximaal aanvaardbaar, inzake milieu en zeewering, ontginningsvolume.[18] Wat nieuwe zones voor zandwinning betreft, noteert de FRDO dat er in het ontwerp van MRP een ‘actieve zoekzone’ ingesteld wordt in het Noorden van het BNZ, rond het nieuw ingestelde mariene reservaat. De Raad vraagt te verduidelijken wat deze zoekactiviteiten inhouden, en of deze een impact kunnen hebben op het beschermde gebied. Bij twijfel is een impactanalyse aangewezen, en kunnen bufferzones of speciale vergunningen noodzakelijk zijn om mogelijke directe en indirecte milieuschade te voorkomen.
Technische opmerkingen
  • [17] De FRDO vraagt een uniforme terminologie te hanteren doorheen het MRP (professionele visserij of commerciële visserij, zeemijlen of NM) en sommige begrippen duidelijker te onderscheiden (“bodemintegriteitszone” is bv ruimer dan “zone met verbod op bodemberoerende visserij” zie § 10). Het zou ook nuttig zijn de kaarten te nummeren zodat er makkelijker naar gerefereerd kan worden in de tekst. Ook de drie bodemintegriteitszones en mariene reservaten zouden een nummer kunnen krijgen, zodat er specifiek naar verwezen kan worden in de tekst.

 

 

[1] Zie https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2022/12/11/2022034447/justelabank (fgov.be)

[2] Meer informatie hierover op de site van de FOD Volksgezondheid en Leefmilieu – dienst Mariene Milieu: Openbare raadpleging over het marien ruimtelijk plan voor het Belgische deel van de Noordzee (2026-2034) en het bijbehorende strategisch milieueffectenrapport | FOD Volksgezondheid (belgium.be)

[3] Zie o.a. Advies over de herziening van het Nationale Energie en KlimaatPlan 2030, § 17 2024a02n.pdf (frdo-fdd.be)

[4] Zie Kustvisie | Vlaanderen.be

[5] Het beschermen en behouden van de bodemintegriteit; het faciliteren van actief en passief natuurherstel; het beschermen en behouden van belangrijke soortengemeenschappen

[6] Zie Natuurherstel in onze Noordzee | FOD Volksgezondheid (belgium.be)

[7] “Artikel 11-procedure” van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

[8] EUR-Lex – 52023DC0102 – EN – EUR-Lex (europa.eu)

[9] Cf beleidsnota 2024 minister van Energie

[10] Windmolenparken veroorzaken milieudruk zowel in de constructiefase (bodemberoering, geluidsverstoring) als in de uitbatingsfase (o.a. impact op bewegingen zeezoogdieren en vogels)

[11] Cf KB van 25 mei 2024: 25 mei 2024. – Koninklijk besluit tot verlening van een investeringssubsidie voor de realisatie va | EMIS (vito.be) en beleidsnota 2024 van de minister van Energie: Beleidsnota (dekamer.be)

[12] Consultatie tender.docx (fgov.be)

[13] Het gaat hier om de zeeboerderij Westdiep van de Colruyt Group voor de kust van Nieuwpoort

[14] Cf bijlage 3 ‘acties’ van het MRP p 8

[15] Cf de EU-“van boer tot bord”-strategie, de Vlaamse eiwitstrategie 2021-2030 en het eiwitadvies van de FRDO

[16] Zie visiedocument_aquacultuur.pdf (belgium.be)

[17] Zie de inschatting ‘Zandbeschikbaarheid’ in de Vlaamse Kustvisie (2024): 16_Zandbeschikbaarheid_v7.0_0_agrqkw.pdf (vlaanderen.be)

[18] Bijlage 3 p 7 Voorontwerp van marien ruimtelijk plan (belgium.be)

Opmerkingen, vragen of suggesties?