06 | Advies over een K.B. betreffende producten voor eenmalig gebruik en ter bevordering van herbruikbare producten

  • Op vraag van Zakia Khattabi, minister van klimaat, leefmilieu, duurzame ontwikkeling en Green Deal in een brief van 23 april 2021
  • Samen met de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Bijzondere raadgevende commissie “Verbruik”
  • Dit advies werd voorbereid door de werkgroep productnormen
  • Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure, 02/06/2021

Advies (pdf)

 

 

Reikwijdte van het verzoek

Indiening

  • [a] Op 23 april 2021 heeft mevrouw Zakia Khattabi, minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal, aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Bijzondere raadgevende commissie “Verbruik”, hierna de adviesorganen genoemd, een adviesaanvraag gericht met betrekking tot een ontwerp van koninklijk besluit betreffende producten voor eenmalig gebruik en ter bevordering van herbruikbare producten. Het advies van de adviesorganen werd gevraagd op grond van artikel 19, § 1, eerste lid van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers. De toegekende termijn om op deze adviesaanvraag te reageren bedraagt een maand.

Overwogen reglementaire wijzigingen

  • [b] Het ontwerp van koninklijk besluit dat ter advies werd voorgelegd aan de adviesorganen heeft tot doel twee richtlijnen die producten voor eenmalig gebruik en hun nefaste verspreiding in het milieu willen bestrijden, met bijzondere aandacht voor aquatische en mariene milieus, om te zetten naar Belgisch recht:
    • richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen (die ten laatste op 27 november 2016 omgezet had moeten zijn);
    • richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (die ten laatste op 3 juli 2021 omgezet moet zijn).
  • [c] De wettelijke basis van het voorliggende ontwerp van het koninklijk besluit is artikel 5, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 10° en 11 van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers. Deze wet bepaalt dat alle producten die in de handel worden gebracht zodanig ontworpen moeten zijn dat hun fabricage, voorziene gebruik en verwijdering de volksgezondheid niet aantasten en niet of zo weinig mogelijk bijdragen tot een toename van de hoeveelheid en de mate van schadelijkheid van afvalstoffen en tot andere vormen van verontreiniging.

Werkzaamheden in de subcommissie en de plenaire vergadering

  • [d] Om gevolg te geven aan dit verzoek zijn de bevoegde leden van de drie adviesorganen op 30 april 2021 bijeengekomen, in aanwezigheid van dhr. Brecht Vercruysse en dhr. Denis Pohl (FOD VVVL), die de adviesaanvraag hebben voorgesteld.
  • [e] Er werd overeengekomen dat de secretariaten op basis hiervan een ontwerpadvies zouden opstellen. Dat werd via elektronische weg ter goedkeuring voorgelegd aan de plenaire vergaderingen van de CRB (goedgekeurd op 2/06/2021) en de BRC ‘Verbruik’ (goedgekeurd op 2/06/2021), evenals aan de algemene vergadering van de FRDO (goedgekeurd op 2/06/2021).

 

Advies

1. Toepassingsgebied

  • [1] De adviesorganen steunen de in artikel 1, lid 2 van het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit beoogde doelstelling om de effecten van bepaalde producten voor eenmalig gebruik op het milieu te voorkomen en te verminderen, en herbruikbare producten en de transitie naar een circulaire economie met innovatieve en duurzame bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen.
  • [2] De adviesorganen herinneren aan het belang van de afvalhiërarchie, met als eerste fase het voorkomen van afval, onder voorbehoud van onderstaande verduidelijkingen.
  • [3] De adviesorganen vragen dat er gesproken wordt met de stakeholders om alternatieven te vinden voor een totaalverbod, die economisch beschikbaar zijn en een vermindering van de impact van deze producten op het milieu en de gezondheid garanderen, op basis van een analyse van hun volledige levenscyclus.
  • [4] Sommige leden[1] van de FRDO herinneren eraan dat het regeringsakkoord vermeldt dat “de omzetting van Europese richtlijnen moet op tijd gebeuren, maar oordeelkundig en met het vereiste overleg, in het bijzonder met betrekking tot gold-plating“.

2. Verbod op producten voor eenmalig gebruik

  • [5] Door het in de handel brengen van plastic drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik te verbieden, gaat het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit verder dan voormelde richtlijn (EU) 2019/904, die enkel drinkbekers en verpakkingen van geëxpandeerd polystyreen verbiedt. De richtlijn legt de verplichting tot een ambitieuze en aanhoudende vermindering van hun gebruik te komen op.
  • [6] De adviesorganen stellen vast dat de gewesten op basis van hun bevoegdheden al een reeks maatregelen genomen hebben[2] die betrekking hebben op de vermindering van het gebruik van voorwerpen voor eenmalig gebruik zoals bedoeld in voormelde richtlijn (EU) 2019/904.
  • [7] Sommige leden[3] van de FRDO wensen te benadrukken dat er voor eenmalig gebruik niet altijd alternatieven voor plastic beschikbaar zijn die beter zijn voor het milieu over hun volledige levenscyclus en ook voldoen aan de criteria, inzonderheid op het vlak van veiligheid van de voedselketen, de vermindering van voedselverspilling en de daling van de CO2-uitstoot.
  • Daarnaast wijzen ze erop dat de verpakkingen waarop dit verbod betrekking heeft op het volledige Belgische grondgebied tegen eind 2021 gerecupereerd en gerecycleerd kunnen worden via de blauwe vuilniszakken en zijn ze van mening dat een verbod schade zou berokkenen aan de circulaire economie. In dit kader stellen ze zich vragen bij de proportionaliteit en de motivering van de milieurelevantie van deze verbodsmaatregelen voor de producten bedoeld in bijlage I, 2° en 3° van het ter advies voorgelegd ontwerp van koninklijk besluit.
  • Dezelfde leden van het FRDO zijn van mening dat het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit verder gaat dan de aanvankelijke doelstelling van de Europese wetgeving, die aanvankelijk eruit bestond zwerfvuil aan te pakken.
  • Daarnaast zou het verbod op 30 september 2022 in werking treden en dezelfde leden van de FRDO zijn van mening dat dit geen redelijke termijn is om alternatieven te ontwikkelen en de productielijnen aan te passen.
  • [8] Andere leden[4] van de FRDO staan positief tegenover het verbod op het in de handel brengen van een reeks producten voor eenmalig gebruik voor take-away, waardoor België een voortrekkersrol zou krijgen en stellen voor het toepassingsgebied uit te breiden naar andere producten.[5]
  • Dezelfde leden van de FRDO benadrukken hoe belangrijk het is herbruikbare materialen te promoten en een redelijke keuze voor vervangende materialen te maken, om geen groter effect op het milieu en de gezondheid te creëren. In dit verband herinneren zij aan het bestaan van de verpakkingsbijdrage en zouden zij graag zien dat een verhoging van deze bijdrage wordt overwogen om hergebruik aan te moedigen.
  • Diezelfde leden van de FRDO zijn ook van mening dat er subsidies beschikbaar moeten zijn om initiatieven in verband met hergebruik te financieren.
  • [9] Sommige leden[6] van de FRDO zijn gewonnen voor het idee, dat geen deel uitmaakt van het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit, om (in de toekomst) statiegeld te voorzien op plastic flessen.
  • Andere leden[7] van de FRDO zijn niet te vinden voor het invoeren van een systeem van statiegeld op plastic flessen voor eenmalig gebruik omdat ze van mening zijn dat met het inzamel- en recyclagesysteem via de blauwe zak gelijkaardige resultaten bereikt kunnen worden als met een statiegeldsysteem.
  • [10] De adviesorganen vestigen de aandacht van de overheid op het verbod op plastic rietjes, dat problematisch is voor zorginstellingen en de thuiszorg en dat potentieel van vitaal belang is voor personen met een handicap.
  • Als de rietjes en eventueel andere producten voor eenmalig gebruik uitdrukkelijk uitgesloten zouden moeten worden van het toepassingsgebied van het ter advies voorgelegd ontwerp van koninklijk besluit, vragen de adviesorganen dat deze uitzonderingen zorgvuldig en nauwkeurig geformuleerd worden. Rietjes, die onder verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen en richtlijn 90/385/EEG van de Raad van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen vallen, zijn trouwens automatisch uitgesloten van de beperkingen op het in de handel brengen opgelegd door de nieuwe richtlijn 2019/904.
  • Voor andere producten met medische toepassingen die vallen onder het toepassingsgebied van verordening (EU) 2017/745 van het Europees parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, overweegt het ter advies voorgelegd ontwerp van koninklijk besluit dat de minister voorstelt een onderscheid te maken tussen specifiek gebruik door personen met een handicap en gewoon gebruik, via de wijze van in de handel brengen, met name door het distributiecircuit te beperken (monopolie voor apotheken). De adviesorganen vestigen de aandacht op de economische impact van de potentiële beperking van het in de handel brengen voor specifieke doeleinden voor alle stakeholders en voor personen met een handicap.

3. Gerecycleerde materialen in flessen en flessen met statiegeld

  • [11] Sommige leden[8] van de FRDO stellen voor te streven naar 30 % gerecycleerd plastic in petflessen vanaf 2025 en 50 % vanaf 2030.
  • [12] De adviesorganen erkennen het belang van de bepalingen van artikel 10 van het ter advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit maar vragen om een bijkomende raadpleging van de stakeholders om de verschillende mogelijke oplossingen om een antwoord te bieden op het probleem van de etiketten van herbruikbare glazen flessen in overweging te nemen.
  • De technische voorschriften vastgelegd in het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit kunnen immers niet toegepast worden op bepaalde types flessen, aangezien het risico bestaat op onherstelbare beschadiging van flessen die bestaan uit ander materiaal dan glas (die bijgevolg onbruikbaar en niet langer recycleerbaar worden). Daarnaast kunnen de wasomstandigheden zoals bedoeld in artikel 10 van het ter advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit bij bepaalde types lijm werken en bij andere niet.

Datum van inwerkingtreding

  • [13] De adviesorganen herinneren eraan dat de maatregelen betreffende producten voor eenmalig gebruik met doppen en deksels, zoals bedoeld in artikel 6, § 1 van voormelde richtlijn (EU) 2019/904, ten laatste op 3 juli 2024 in werking treden. Het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit voorziet echter niet in een aparte planning hiervoor, wat betekent dat zijn artikel 7, § 1, ook in werking zal treden op 3 juli 2021.
  • Om bedrijven de tijd te geven alternatieven in te voeren die voldoen aan deze bepaling en zich ervan te vergewissen dat de technische normen (NBN-normen) om dit te doen daadwerkelijk voorhanden zijn, vragen de adviesorganen om een datum voor de inwerkingtreding van deze verplichting vast te leggen die gelijk is aan degene vastgelegd in voormelde richtlijn (EU) 2019/904.
  • [14] De adviesorganen vragen ook dat de uitzondering betreffende metalen doppen en deksels met plastic verzegeling, bedoeld in artikel 6, § 2, van voornoemde richtlijn (EU) 2019/904, wordt opgenomen in het ontwerp van koninklijk besluit dat wordt onderzocht.

4. Te verduidelijken elementen

  • [15] Onverminderd de noodzaak om het Europees recht te respecteren, willen de adviesorganen dat duidelijk bevestigd wordt dat enkel draagtassen die aan de kassa gegeven worden om aangekochte artikelen mee te nemen beschouwd worden als “plastic draagtassen” zoals bedoeld in artikel 2, 4° van het ter advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit en in overeenstemming met de Europese richtlijn. In die zin vinden ze het evident dat de veiligheidstassen verstrekt in luchthavens, vuilniszakken en kleine papieren zakken met een plastic venster niet onder deze definitie van “plastic draagtassen” vallen.
  • [16] Om de overeenstemming met de  Europese       definities[9] en de overeenkomst tussen de twee taalversies van artikel 5, eerste lid, van het ter advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit te garanderen, vragen sommige leden[10] van de FRDO dit artikel als volgt op te stellen:
  • Het is verboden de kunststofproducten voor eenmalig gebruik in bijlage 1 voor het eerst in de handel te brengen
  • Il est interdit de mettre sur le marché pour la première fois les produits en plastique à usage unique repris dans l’annexe 1“.
  • [17] Met betrekking tot de uitvoeringsmodaliteiten van artikel 7, § 2, van het ter advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit, vragen sommige leden[11] van de FRDO een zo eenvoudig mogelijk monitoringsysteem in te voeren en herinneren ze eraan dat Fost Plus al verantwoordelijk is voor het opvolgen van de gerecycleerde materialen in petflessen (in bedrijven die hun verplichting inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid overdragen aan Fost Plus).
  • In het algemeen pleiten ze voor voldoende raadpleging en overleg – zeker met de gewesten – om te komen tot een zo geharmoniseerd en efficiënt mogelijke aanpak.
  • [18] De adviesorganen gaan ervan uit dat er een tikfout is geslopen in de Franse versie van artikel 8, § 1 van het ter advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit, en dat er bijlage 4 moet staan, zoals in de Nederlandse versie, in plaats van bijlage 3.
  • [19] Ten slotte zijn de adviesorganen van mening dat de artikels vermeld in de bijlagen bij het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit eveneens nagekeken zouden moeten worden.

 

 

 

 

[1] Leden die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Dhr. Piet Vanden Abeele en Mevr. Ineke De Bisschop, Ann Nachtergaele en Diane Schoonhoven – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.

Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter.

De andere leden steunen dit standpunt niet.

[2] De gewesten hebben specifieke maatregelen genomen voor drankbekers. Zo verbiedt Vlaanderen in zijn Vlarema het gebruik van deze bekers tijdens evenementen, behalve indien een inzamelpercentage van 90% gegarandeerd wordt.

[3] Leden die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Dhr. Piet Vanden Abeele en Mevr. Ineke De Bisschop, Ann Nachtergaele en Diane Schoonhoven – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.

Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter.

De andere leden steunen dit standpunt niet.

[4] Leden die dit standpunt steunen: Dhr. Mathieu Verjans – ondervoorzitter; Dhr. Tycho Van Hauwaert – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Wiske Jult – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; Dhr. Olivier Valentin, François Sana, Hadrien Vanoverbeke, Christophe Quintard en Thomas Vael – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties; Dhr. Norman Vander Putten – vertegenwoordiger van de jeugdorganisaties.

Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter.

De andere leden steunen dit standpunt niet.

[5] Bijvoorbeeld de plastic verpakking van pakjes sigaretten, plastic confetti, plastic speelgoedjes die in fastfoodrestaurants bij een menu worden aangeboden, theezakjes die minstens voor een deel uit plastic bestaan, …

[6] Leden die dit standpunt steunen: Dhr. Mathieu Verjans – ondervoorzitter; Dhr. Tycho Van Hauwaert – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Wiske Jult – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; Dhr. Olivier Valentin, François Sana, Hadrien Vanoverbeke, Christophe Quintard en Thomas Vael – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties; Dhr. Norman Vander Putten – vertegenwoordiger van de jeugdorganisaties.

Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter.

De andere leden steunen dit standpunt niet.

[7] Leden die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Dhr. Piet Vanden Abeele en Mevr. Ineke De Bisschop, Ann Nachtergaele en Diane Schoonhoven – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.

Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter.

De andere leden steunen dit standpunt niet.

[8] Leden die dit standpunt steunen: Dhr. Mathieu Verjans – ondervoorzitter; Dhr. Tycho Van Hauwaert – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Wiske Jult – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; Dhr. Olivier Valentin, François Sana, Hadrien Vanoverbeke, Christophe Quintard en Thomas Vael – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties; Dhr. Norman Vander Putten – vertegenwoordiger van de jeugdorganisaties.

Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter.

De andere leden steunen dit standpunt niet.

[9] Cf. art. 3, 6), van richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu: “in de handel brengen: het voor het eerst op de markt van een lidstaat aanbieden van een product”; “mise sur le marché: la première mise à disposition d’un produit sur le marché d’un État membre”.

[10] Leden die dit standpunt steunen: Dhr. Mathieu Verjans – ondervoorzitter; Dhr. Tycho Van Hauwaert – vertegenwoordiger van de niet-gouvernementele organisaties voor milieubescherming; Dhr. Nicolas Van Nuffel en Mevr. Wiske Jult – vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; Dhr. Olivier Valentin, François Sana, Hadrien Vanoverbeke, Christophe Quintard en Thomas Vael – vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties; Dhr. Norman Vander Putten – vertegenwoordiger van de jeugdorganisaties.

Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter.

De andere leden steunen dit standpunt niet.

[11] Leden die dit standpunt steunen: Mevr. Vanessa Biebel – ondervoorzitster; Dhr. Piet Vanden Abeele en Mevr. Ineke De Bisschop, Ann Nachtergaele en Diane Schoonhoven – vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.

Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Dhr. François-Xavier de Donnea – voorzitter.

De andere leden steunen dit standpunt niet.

Opmerkingen, vragen of suggesties?