- Op eigen initiatief
- Dit advies werd voorbereid door de werkgroep “Energie en Klimaat”
- Goedgekeurd door de Algemene Vergadering via schriftelijke procedure op 24 september 2021
(pdf)
1. Context
- [a] Gezien het bijzondere belang van de klimaatonderhandelingen in Glasgow, die vijf jaar na de goedkeuring van de overeenkomst van Parijs in 2020 hadden moeten plaatsvinden, heeft de FRDO besloten om ter voorbereiding van de COP een initiatiefadvies uit te brengen om haar prioriteiten voor ons land uiteen te zetten.
2. Advies
2.1. Inleiding
- [1] De FRDO stelt bezorgd vast dat de Wereld Meteorologische Organisatie waarschuwt[1] dat er nu al 40% kans is dat de stijgingsdrempel van de gemiddelde jaartemperatuur van 1,5°C wordt bereikt tegen 2050. Om het met de woorden[2] van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties te zeggen: 2021 is een cruciaal jaar omdat er nog maar weinig tijd is om te doen wat moet om het klimaat te redden.
- [2] De FRDO benadrukt het belang van de COP26 om de heropbouw van de wereldeconomie na de gezondheidscrisis af te stemmen op de klimaatdoelstellingen[3] en in samenhang te brengen met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs) van de Verenigde Naties.
- [3] De raad wenst eraan te herinneren dat de klimaatverandering ook een negatieve impact heeft op de gezondheid van de mens. De raad vestigt de aandacht op de kwestie van de milieu-en ecologische ongelijkheden, die de gevolgen van de klimaatverandering zwaarder doen doorwegen voor de meest kwetsbaren. De raad stelt voor om bijzondere aandacht te schenken aan kansarmen in het beleid voor adaptatie aan de klimaatverandering.
- [4] Bijdragen tot de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de verwezenlijking van de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU veronderstelt volgens de raad een ingrijpende transitie naar een koolstofarme samenleving. Regeringen, burgers en stakeholders zijn overtuigd van de noodzaak van een transitie naar een koolstofarme samenleving en willen dat die op een georganiseerde manier verloopt. In dat verband moeten de betrokken regeringen duidelijk maken dat zij kiezen voor een structureel proces van duurzame ontwikkeling (in een Europees en mondiaal kader), gebaseerd op de vooruitgang in de wetenschappelijke kennis. Dat moet zorgen voor:
- het respecteren van de milieugrenzen en de wil om de klimaatverandering te bestrijden, volgens het beginsel van de gemeenschappelijke, maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid;
- energiebevoorradingszekerheid, zowel voor de consument als voor het hele land;
- een performante economie, die het concurrentievermogen van onze ondernemingen waarborgt;
- sociale rechtvaardigheid en een rechtvaardige transitie, met inachtneming van de vijf pijlers ervan: sociale dialoog, het scheppen van werkgelegenheid (investering, onderzoek en ontwikkeling, innovatie), opleiding en vaardigheden, het respecteren van de mensenrechten[4] en de rechten van werknemers, en een krachtige, gecoördineerde sociale bescherming;
- coherentie in het beleid voor het klimaat en de duurzame ontwikkeling,[5] erop lettend dat de transitie in België niet ten koste gaat van de duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden.[6]
- De FRDO is ervan overtuigd dat het SDG-kader een belangrijke hefboom kan zijn voor het transformatiebeleid en vraagt de betrokken regeringen om de nodige garanties te bieden voor deze systemische aanpak via een transparante en gecoördineerde implementatiestrategie van de SDGs.[7]
- [5] Een transitiebeleid naar een klimaatneutrale samenleving vereist een globale aanpak, met inbegrip van een level playing field voor ondernemingen, en evenzeer een brede en strategische aanpak door alle bestuursniveaus in België, waarbij ook proactieve initiatieven worden aangemoedigd. Het beleid moet alle aspecten van duurzame ontwikkeling omvatten, de stakeholders erbij betrekken om te zorgen voor een breed maatschappelijk draagvlak en coherent zijn met het ontwikkelingsbeleid.
- [6] De raad erkent de uitdaging van het organiseren van een internationale top tijdens een gezondheidscrisis (zowel virtueel als fysiek) en benadrukt dat het belangrijk is dat alle landen (en in het bijzonder de lage-inkomenslanden die kwetsbaar zijn voor de klimaatcrisis) en alle stakeholders volledig kunnen deelnemen.
2.2. De uitstoot verminderen tot netto nul tegen halverwege de eeuw
- [7] De raad herinnert eraan dat uit het IPCC-rapport[8] over de 1,5°C-doelstelling blijkt dat er een aanzienlijk verschil is in ecologische gevolgen en gevolgen voor de mens tussen deze limiet en een opwarming met 2°C.
- [8] De FRDO wijst ook op de kloof tussen de som van de nationaal vastgestelde bijdragen (nationally determined contributions – NDCs) en de doelstelling uit artikel 2, § 1, a), van de Overeenkomst van Parijs, namelijk de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder de 2°C houden ten opzichte van het pre-industriële niveau en inspanningen blijven leveren om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C ten opzichte van het pre-industriële niveau. De raad maakt van de gelegenheid gebruik om te herinneren aan het vijfjarig ambitiemechanisme van de Overeenkomst van Parijs en benadrukt dat het belangrijk is om uiterlijk tegen de COP26 nieuwe ambitieuze NDCs te ontwikkelen om het emission gap te dichten (de kloof tussen de werkelijke emissies verwacht in 2030 en de 1,5°C-doelstelling van de Overeenkomst van Parijs), met inbegrip van maatregelen op het vlak van rechtvaardige transitie en regels die een level playing field voor onze ondernemingen waarborgen.
- [9] De raad verzoekt België om actief deel te nemen aan de klimaatdiplomatie om de gemeenschappelijke internationale dynamiek te versterken om de klimaatverandering aan te pakken. Die diplomatie moet streven naar de bredere aanvaarding van een klimaatneutraliteitsdoelstelling op de lange termijn, en naar de gezamenlijke versterking van de doelstellingen die werden ingediend in het kader van de Overeenkomst van Parijs die op de agenda van de COP26 staat. De diplomatie – die met name gericht is op de belangrijkste handelspartners van België – moet ook leiden tot een gezamenlijke versterking van het beleid en de maatregelen inzake klimaat en milieu (met name in de sectoren van het lucht- en zeevervoer, die niet onder de NDCs vallen).
- [10] De FRDO herinnert aan het belang van de Europese Green Deal om tegen 2050 tot een klimaatneutrale samenleving te komen zoals voorzien in de Europese Klimaatwet[9], alsook aan het belang om de ambitie van Europa te verhogen om de broeikasgassen (BKG) met minstens 55% te verminderen tegen 2030 ten opzichte van 1990.
- [11] De FRDO verzoekt om internationaal, via de akkoorden bereikt op de COP, de ontwikkeling van plannen te steunen die de transitie naar klimaatneutrale economieën tegen 2050 bevorderen, onder meer via een coherent industrieel beleid en het gebruik van overwegend hernieuwbare energie.
- [12] De FRDO herhaalt dat de nieuwe Europese doelstellingen inhouden dat de lidstaten nieuwe strategieën moeten uitwerken – met gepaste financiering – om de herziening van deze Europese klimaatdoelstellingen te ondersteunen.
2.3. Bescherming van mens en natuur
- [13] De raad verzoekt België en de Europese Unie ervoor te pleiten om bijzondere aandacht te besteden aan de beginselen van inclusie, mensenrechten, gendergelijkheid en “handistreaming”[10] in het kader van de internationale onderhandelingen en de positiebepaling van België en de Europese Unie.
- [14] De FRDO verzoekt België ook om aandacht te besteden aan de gevolgen van de klimaatverandering op de mensenrechten en de bescherming ervan. De raad roept België ook op om deze lijn te volgen in de internationale klimaatonderhandelingen en op dit vlak een voortrekkersrol op zich te nemen.
- [15] De raad vraagt voldoende aandacht voor de schade die de klimaatverandering nu al aanricht in kwetsbare landen en gemeenschappen. De raad verzoekt België om een proactieve en constructieve houding aan te nemen in de discussies over de “verliezen en schade” en in het bijzonder om te pleiten voor een degelijke, mondiale en betrouwbare financieringsfaciliteit onder het Warsaw International Mechanism for Loss and Damages.
- [16] De raad vraagt ook aandacht voor het groeiende probleem van klimaatontheemding en de noodzaak om concrete oplossingen te vinden op nationaal en internationaal niveau. In dat verband herinnert de raad aan de aanbevelingen van de Task Force on Displacement van de UNFCCC die werden goedgekeurd tijdens de klimaattop van Katowice (COP24) en beklemtoont het belang van de uitvoering ervan op nationaal en internationaal niveau.
Gender
- [17] De FRDO herinnert eraan dat de staten tijdens de COP25 opnieuw hebben gewezen op het lage niveau van gendergelijkheid in alle activiteiten die verband houden met de Raamovereenkomst en dat ze het versterkte werkprogramma van Lima over gender en het bijbehorende actieplan voor gendergelijkheid hebben aangenomen (cf. Besluit 3/CP.25.). De raad benadrukt dat dit programma de partijen sinds 2019 verzoekt om gendergelijkheid ook op te nemen in hun klimaatbeleid op nationaal niveau, en niet alleen op internationaal niveau.
- [18] In het licht van het voorgaande verzoekt de FRDO België om in het kader van de internationale onderhandelingen:
- gendergelijkheid te beschouwen als een van de essentiële pijlers van de rechtvaardige transitie;
- ervoor te pleiten dat de formele opname van gendergelijkheid de hoogste aandacht krijgt in de onderhandelingen, in de rapportering tijdens de Global Stocktake Cycles en bij de actualisering van de NDCs;
- te blijven pleiten voor een evenwichtige vertegenwoordiging, zowel wat identiteit als wat genderexpertise betreft.
Natuur en klimaatverandering
- [19] De FRDO verzoekt om de rol van op de natuur gebaseerde oplossingen nog meer te versterken (nature-based solutions – NBS) in het kader van de UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs. Volgens de raad zijn de NBS essentieel, in het bijzonder voor de aanpassing aan de klimaatverandering, om een duurzame wereld tot stand te brengen en om een geïntegreerde visie te ontwikkelen op de verschillende aspecten van sociale, ecologische en economische problemen. Die oplossingen moeten er komen via inclusieve en transparante processen, aangezien ze een impact hebben op de leefomgeving van de burgers. Het is daarom absoluut noodzakelijk dat deze territoriale transformaties plaatsvinden in overleg met de betrokken bevolking. Bovendien moeten de oplossingen een nettowinst opleveren voor de biodiversiteit en de integriteit van de ecosystemen.
- [20] De raad verzoekt ons land om tijdens de CBD COP15 te pleiten voor integratie en ambitieuze doelstellingen voor de NBS, alsook voor synergieën op dit vlak in beide internationale processen.
- [21] De FRDO verzoekt België om ervoor te blijven pleiten dat de impact van de landbouw, de bosbouw en de landconversie (Land Use, Land Use Change and Forestry – LULUCF) op de natuurlijke koolstofreservoirs in aanmerking genomen wordt. In dat verband verzoekt de raad België ook om te pleiten voor een transitie van de internationale bevoorradingsketens van landbouwproducten (zoals soja, palmolie, cacao…) en hout naar systemen die geen bijkomende ontbossing en/of conversie van ecosystemen met een rijke en/of unieke biodiversiteit, zoals savannes, graslanden en moerassen toelaten.
- [22] De raad verzoekt om meer aandacht te besteden aan de oceaan en de ecosystemen van kustgebieden om die meer te verankeren in het klimaatregime.
2.4. Financiële middelen vrijmaken om de klimaatverandering te bestrijden
- [23] Volgens de raad moet het streefcijfer van 100 miljard dollar per jaar voor klimaatfinanciering (zowel publiek als privé) gehaald en zelfs versterkt worden, hoewel dit streefcijfer volgens de prognoses in 2020 niet gehaald lijkt te zijn. De raad benadrukt dat het van belang is dat alle landen uit Annex II zich opnieuw inzetten om het financieringstekort in 2021 en in de periode tot en met 2025 weg te werken. Dat dient bovendien gepaard te gaan met de ontwikkeling van een actieplan over de manier waarop deze doelstelling zal worden bereikt en met de invoer van een uniform rapporteringsmechanisme om de transparantie te bevorderen.
- [24] De FRDO verzoekt België om op internationaal niveau proactief te werken aan duidelijke akkoorden over het proces om tegen 2025 een nieuwe doelstelling voor internationale klimaatfinanciering te bereiken die beduidend hoger ligt dan de huidige doelstelling en specifieke subdoelstellingen omvat.
- [25] De raad herinnert België aan zijn verplichting om met “nieuwe en additionele” middelen bij te dragen aan de internationale klimaatfinanciering en benadrukt het belang van internationale klimaatfondsen zoals het Green Climate Fund, het Adaptation Fund en het Least Developed Countries Fund, om de voorspelbaarheid van de financieringen, een evenwichtige besluitvorming, een evenwicht tussen de financiering van de adaptatie en de mitigatie en een directe toegang tot de financiële middelen te garanderen.
- [26] De FRDO verzoekt om een nieuw en hoger Belgisch engagement in de internationale klimaatfinanciering vóór de COP26, dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking niet belast, in overeenstemming met artikel 4, § 3 van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering.
- [27] In dat verband verzoekt de raad om de besprekingen over intra-Belgische akkoorden inzake internationale klimaatfinanciering die verband houden met internationale onderhandelingen, los te koppelen van andere intra-Belgische akkoorden die verband houden met het Europese niveau (betreffende de vermindering van de BKG-emissies, de verdeling van de inkomsten van de Europese emissiemarkt, …).
- [28] De raad herinnert aan de doelstelling van de Overeenkomst[11] van Parijs om “de financieringsstromen af (te) stemmen op een traject naar lage broeikasgasemissies en een klimaatbestendige ontwikkeling” en verzoekt de federale regering in dat kader om te werken aan een algemene strategie om uitgaven en investeringen te heroriënteren met als doel om een koolstofneutrale samenleving mogelijk te maken, in het bijzonder door technologieën te steunen die de BKG-emissies verminderen.
- [29] De FRDO roept op om de financiering om de economieën koolstofarm te maken te versnellen. De financiële sector moet volgens de raad inzetten op duurzame investeringen die de BKG-emissies niet verhogen, de biodiversiteit bewaren, de ontbossing niet doen toenemen, …
2.5. Samenwerken, samenwerking aanmoedigen over de grenzen heen en in de samenleving.
Koolstofmarkten
- [30] De FRDO is van mening dat het akkoord dat in Glasgow bereikt zou moeten worden in overeenstemming moet zijn met de beginselen van San José over de koolstofmarkt, zoals die door België werden ondertekend. Ter herinnering, volgens die beginselen[12] moeten de regels voor marktmechanismen ten minste:
- de milieu-integriteit waarborgen en de hoogst mogelijke ambitie op het vlak van mitigatie mogelijk maken;
- resulteren in een algehele vermindering van BKG-emissies;
- het gebruik verbieden van eenheden van vóór 2020, van eenheden van het Kyoto-protocol en emissierechten;
- ervoor zorgen dat dubbeltellingen vermeden worden;
- voorkomen dat we vastzitten (lock-in) aan niveaus van BKG-emissies en koolstofintensieve technologieën of praktijken die onverenigbaar zijn met het bereiken van de temperatuurdoelstelling op lange termijn van de Overeenkomst van Parijs;
- toewijzingsmethodologieën toepassen die helpen om de nationale NDCs en de temperatuurdoelstelling op lange termijn van de Overeenkomst van Parijs te bereiken;
- een “CO2-equivalent” gebruiken in de rapportering en in de boekhouding voor de BKG-emissies en -absorpties, met volledige toepassing van de beginselen van transparantie, nauwkeurigheid, consistentie, vergelijkbaarheid en volledigheid;
- gebruik maken van een gecentraliseerde en publiek toegankelijke infrastructuur en systemen om de nodige informatie te verzamelen, op te volgen en te delen voor een degelijke en transparante boekhouding;
- zorgen voor stimulansen om vooruitgang te boeken en alle partijen te steunen op hun weg naar de emissiedoelstellingen voor de gehele economie;
- bijdragen tot kwantificeerbare en voorspelbare financiële middelen die de betrokken ontwikkelingslanden, die bijzonder kwetsbaar zijn voor de negatieve gevolgen van klimaatverandering, kunnen gebruiken om de adaptatiekosten te dekken;
- het belang van “capacity building” erkennen om een zo breed mogelijke deelname van de partijen aan artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs mogelijk te maken.
- [31] Voorts wijst de raad op de noodzaak om waarborgen te voorzien ter bescherming van de mensenrechten in het kader van artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs dat in het bijzonder betrekking heeft op de koolstofmarkten.
Rol van niet-overheidsactoren
- [32] De FRDO verzoekt om de rol van niet-overheidsactoren te versterken (zoals ondernemingen, vakbonden, ngo’s en academici) om oplossingen te ontwikkelen voor de huidige klimaatcrisis en vraagt dat België deelneemt aan de versterking van het Marrakech Partnership for Global Climate Action (MPGCA).
Evaluatie
- [33] De FRDO verzoekt België om te pleiten voor een vijfjarenplanning voor de invoering van de NDCs na 2030 die een goede onderlinge vergelijking mogelijk maakt en een globale planning voor de nationale verplichtingen vastlegt.
2.6. Landbouw en voeding
- [34] De FRDO vraagt aan België om tijdens de COP26 te wijzen op het belang van de landbouwsector voor het levensonderhoud van miljarden mensen wereldwijd. Daarbij zou België zeker aandacht moeten vragen voor de kwetsbaarheid van de landbouwsector voor de klimaatcrisis en de negatieve impact op de voedselvoorziening die dat tot gevolg heeft en nog zal hebben.
- [35] De FRDO vraagt dat België daarnaast zeker ook wijst op de mogelijkheden van de landbouwsector en op hoe de landbouwsector via het vastleggen van koolstof ook een deel van de oplossing kan zijn voor de klimaatuitdaging. Daarbij dient tegelijkertijd voorzien te worden in mechanismen die ervoor moeten zorgen dat dergelijke processen de voedselzekerheid niet ondermijnen door het creëren van extra gronddruk.
- [36] De FRDO vestigt graag de aandacht op het Koronivia-proces[13] dat werd gelanceerd binnen het Koronivia Joint Work on Agriculture en tijdens de COP26 zou moeten landen. FRDO vraagt dat België er zeker zou op aandringen dat aanbevelingen met betrekking tot voedselzekerheid – die dus in lijn liggen met artikel 2.1.b uit het akkoord van Parijs – opgenomen worden in de beslissingen van de COP26.
[1] Wereld Meteorologische Organisatie, WMO Global Annual to Decadal Climate Update – Executive Summary, 2020, p. 2.
[2] Toespraak van António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, tijdens de Petersburg Klimaatdialoog, 6/05/2021.
[3] Betreffende het Belgisch beleid, zie: Advies over het herstelbeleid van de federale regering, 2020a07, 3/06/2020; Advies over het herstelplan van de federale regering, 2020a10, 23/10/2020; Tussentijds advies over de strategische richtlijnen van een plan voor herstel en veerkracht, 2021a01, 18/02/2021; Initiatiefadvies betreffende het Plan voor herstel en veerkracht – luik “investeringsprojecten”, 2021a02, 23/03/2021; Initiatiefadvies betreffende het plan voor herstel en veerkracht – luik “Structurele hervormingen”, 2021a04, 12/04/2021.
[4] Volgens de beginselen uit de preambule van de Overeenkomst van Parijs: het recht op gezondheid, de rechten van inheemse volken, lokale gemeenschappen, migranten, kinderen, personen met een handicap en mensen in kwetsbare situaties en het recht op ontwikkeling, alsmede de gendergelijkheid, de empowerment van vrouwen en de intergenerationele solidariteit.
[5] Wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking.
[6] Betreffende bijvoorbeeld de noodzaak om de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen aan te scherpen op Europees niveau, zie § [3] van het Advies over het ontwerp van koninklijk besluit houdende bepaling van productnormen voor transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen, 2018a01.
[7] Cfr. Advies over het ontwerp van het Nationaal Energie Klimaat Plan 2030, 2019a03, 10/05/2019, § [11] en Advies van de FRDO over het ontwerp van het Nationaal Energie Klimaat Plan (NEKP), 2019a02, 10/05/2019, § [5].
[8] IPCC, IPCC Special Report on the impacts of global warming of 1.5°C above pre-industrial levels and related global greenhouse gas emission pathways, in the context of strengthening the global response to the threat of climate change, sustainable development, and efforts to eradicate poverty, 2019.
[9] https://ec.europa.eu/clima/policies/eu-climate-action/law_nl
[10] https://socialsecurity.belgium.be/nl/handistreaming
[11] Artikel 2, 1, c)
[12] Nederlandse vertaling en samenvatting door het FRDO-secretariaat. Voor de volledige versie in het Engels, zie: https://cambioclimatico.go.cr/sanjoseprinciples/about-the-san-jose-principles/