- Op eigen initiatief
- Met de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad
- Dit advies werd voorbereid door de werkgroep ad hoc herstelplan
- Goedgekeurd door de AV van de FRDO op 23/03/2021
Advies (pdf)
Inbehandelingneming
- [a] Naar aanleiding van hun advies over de strategische krachtlijnen van het ontwerp van Plan voor Herstel en Veerkracht (PHV) op verzoek van de heer Thomas Dermine – Staatssecretaris voor Relance en Strategische Investeringen – hebben de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling besloten om samen met de Nationale Arbeidsraad (die na een beslissing van zijn bureau van 3 maart 2021 tot het proces is toegetreden) een initiatiefadvies op te stellen over de investeringen die zijn opgenomen in de voorlopige lijst van investeringsprojecten die hun op 5 maart 2021 werd toegezonden.
- [b] Op 11 en 12 februari 2021 werden door het kabinet van de heer Dermine hoorzittingen gehouden om de voorgestelde investeringsprojecten voor te stellen en een eerste gedachtewisseling over dit onderwerp te houden.
- [c] De raden zijn vervolgens op 22 februari en 2, 8, 12 en 17 maart bijeengekomen om dit advies voor te bereiden. Het advies werd door de gemeenschappelijke plenaire vergadering van de CRB en de NAR en door de algemene vergadering van de FRDO op 23 maart 2021 goedgekeurd.
1 Klimaat, duurzaamheid en innovatie
1.1 Algemene opmerkingen
- [1] De Raden zijn van mening dat het zich beperken tot de investeringen van het PHV niet volstaat voor het verwezenlijken van de energietransitie in België. Ze vragen om het PHV op te nemen in een ruimer investeringsplan dan het Europese plan, naar analogie van wat de Gewesten hebben gedaan.
- [2] De Raden zijn van mening dat de energietransitie een betere coördinatie en samenwerking op het vlak van energie en klimaat vereist tussen de federale Staat, de gefedereerde entiteiten en de lokale overheden. Een globale samenhang tussen de acties van deze verschillende bevoegdheidsniveaus is een absolute noodzaak.
- [3] Om andere grote schokken op te vangen die zich in de toekomst dreigen voor te doen, pleiten de Raden voor een ambitieus beleid van aanpassing aan de klimaatveranderingen en vragen zij dat maatregelen worden genomen om de veerkracht van België te vergroten tegen de belangrijkste bedreigingen die deze veranderingen met zich meebrengen, en meer in het bijzonder de belangrijkste negatieve socio-economische effecten die worden geïdentificeerd in de door de Nationale Klimaatcommissie bestelde studie[1].
- [4] De Raden betreuren het gebrek aan ambitie van deze as.
1.2 Aandachtspunten Renovatie van openbare gebouwen
- [5] Wat de Raden betreft is energetische renovatie van gebouwen van essentieel belang, zowel op het vlak van isolatie als op het vlak van technische installaties (optimalisering van de verwarmings- en verlichtingsinstallaties). Het PHV zou evenwel verder moeten gaan en beogen om van de openbare gebouwen “energy efficient and smart public buildings“[2] te maken, maar ook aandacht hebben voor de aspecten inzake waterbeheer (opvang en hergebruik van regenwater, waterbezuiniging).
- [6] De Raden vragen dat de federale Staat een ambitieus investeringsbeleid ontwikkelt om alle gebouwen te renoveren waarvan zij eigenaar is en zich te houden aan haar verbintenis van klimaatneutraliteit tegen 2040.
- [7] De Raden vragen bovendien om bij de renovatiewerken van gebouwen rekening te houden met de verwachte klimaatveranderingen, onder meer door performante ventilatie- en luchtverversingssystemen te voorzien evenals, in voorkomend geval, maatregelen om het risico op overstroming te verminderen.
- [8] Teneinde het overheidsgeld zo efficiënt mogelijk te benutten bij renovatieprojecten van gebouwen, stellen de Raden voor om gebruik te maken van energieprestatiecontracten[3] wanneer dat relevant blijkt om te verzekeren dat een bepaalde energieprestatie aan de beste prijs zal worden verkregen.
- [9] Hoewel de Raden de doelstelling van herstel van de economische activiteit begrijpen, stellen ze zich toch vragen bij de additionaliteit van de renovatieprojecten van het Museum Kunst & Geschiedenis en het Justitiepaleis, die al met klassieke middelen hadden moeten zijn verwezenlijkt.
- [10] In het algemeen benadrukken de Raden de noodzaak om bij de investeringsprojecten voor de renovatie van gebouwen een onderscheid te maken tussen de sub-projecten die een verbetering van de energie-efficiëntie voor ogen hebben en diegene die een ander doel voor ogen hebben. Zo moet bijvoorbeeld in eenzelfde renovatieproject een onderscheid worden gemaakt tussen de fasen die bijdragen tot de klimaat- of milieudoelstellingen (zoals bijvoorbeeld het installeren van een energie-efficiënt verwarmingssysteem) en diegene die een esthetisch doeleinde hebben (zoals bijvoorbeeld het zandstralen van een gevel).
1.3 Aandachtspunten project “Energie – Wind, H2 & CCU ontwikkeling”
- [11] De Raden zijn van mening dat de projecten voor de ontwikkeling van offshore-windenergie en de opvang en het gebruik van CO2 een belangrijke rol kunnen spelen in de energietransitie. Ze pleiten er daarom voor dat voldoende middelen worden vrijgemaakt voor deze projecten en zien het als een minimum dat het budget daarvoor niet extra wordt ingeperkt bij de overgang van 130 naar 100%.
- [12] De Raden vragen evenwel dat de meerkosten ingevolge de ontwikkeling van het energie-eiland in de Noordzee niet afgewenteld wordt op de eindgebruiker van de energie.
- [13] De Raden vragen ook om er zich van te vergewissen dat bij de verwezenlijking van dit energie-eiland rekening wordt gehouden met het verwachte risico op een verhoging van de zeespiegel alsook op hevigere stormen.
- [14] Wat de infrastructuurprojecten betreft die te maken hebben met waterstof, vragen de Raden om in fasen te werken en de investeringen te richten op specifieke clusters rond industrieterreinen.
2 Digitale transformatie
2.1 Algemene opmerkingen
- [15] In het algemeen vragen de uitdagingen van de klimaatverandering en de economische en maatschappelijke uitdagingen dat bepaalde technologieën ontplooid en ontwikkeld worden, evenals gedragswijzigingen op het vlak van die technologieën (bijvoorbeeld waar het gaat om renovatie in de bouw, mobiliteit (laadpalen voor elektrische voertuigen, …)). In het bijzonder artificiële intelligentie en data zouden in de voorgestelde projecten moeten terug te vinden zijn, met name op federaal niveau: transversaal in de overheidsprojecten (zoals voor eGov), met betrekking tot de gunningscriteria (als dat relevant is); bij wijze van (deel)project als dusdanig.
- [16] De Raden vragen om de link tussen digitalisering en het milieu in acht te nemen bij de geplande investeringswerken. Sommige digitale infrastructuurwerken kunnen bijvoorbeeld zowel direct als indirect ons leefmilieu aantasten. Nieuwe technologieën moeten echter ook doelgericht ingezet worden om te helpen om bepaalde milieu-uitdagingen aan te pakken. De Raden vragen dan ook om het publiek debat hierrond nauw op te volgen en dit op te nemen bij de evaluatie van de projecten en om de positieve effecten te maximaliseren en de negatieve effecten tot een minimum te beperken.
2.2 Aandachtspunten component “Cybersecurity”
- [17] De Raden onderstrepen dat cyberveiligheid een onontbeerlijk element is van het plan voor herstel en veerkracht. Er vinden steeds meer cyberaanvallen plaats die de Belgische en wereldeconomie in gevaar brengen.
- [18] De Raden zijn van mening dat de initiatieven die in de fiches worden opgesomd zeker goed zijn. Er zou evenwel meer publiciteit moeten worden gemaakt rond de bestaande initiatieven. De applicatie Beguard is bijvoorbeeld begin dit jaar gelanceerd maar is nog onvoldoende gekend.
- [19] Zelfstandigen, kmo’s en socialprofitorganisaties zijn kwetsbaar voor cybercriminelen want ze zijn vaak minder goed toegerust/uitgerust of beschikken niet over de expertise om hun computerbeveiliging optimaal te beheren. Daarom dringen de Raden erop aan dat zij bijzondere aandacht krijgen in het beheer van de cybercriminaliteit, zowel wat informeren als begeleiding betreft. In dit opzicht kan de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO (HRZKMO), die ook betrokken is bij de werkzaamheden van de Belgische cyber security coalition, voorstellen en aanbevelingen te doen. Er zijn met name door de FOD Economie tools ontwikkeld, maar die zijn weinig gekend.
- [20] Volgens de Raden moeten particulieren ook weten tot wie ze zich kunnen richten wanneer ze vragen hebben of wanneer ze geconfronteerd worden met online risico’s (bv.: ongewenste inhoud, phishing, online identiteitsdiefstal, enz.). Op dit punt lijkt het CyberSecurity Center onvoldoende gekend bij het grote publiek. Een contactpunt en een bredere verspreiding via diverse kanalen (radio, televisie, dagbladen, telefoon, SMS, enz.) zouden het melden van incidenten en het stellen van alledaagse vragen moeten mogelijk maken. Particulieren hebben niet altijd de financiële middelen om een antivirusprogramma aan te schaffen en dat up-to-date te houden.
2.3 Aandachtspunten component “Digitalisering publieke administratie”
- [21] Voor de Raden is de digitalisering van de openbare diensten, het onderwijs maar ook de arbeidsmarkt van cruciaal belang voor het herstel. Willen we echter kunnen genieten van alle voordelen van de digitalisering dan zouden een aantal elementen bijzondere aandacht moeten krijgen.
- [22] De Raden vragen een focus op digitaliseringsprojecten die zonder het PHV niet of moeilijker zouden kunnen uitgevoerd worden. De Raden stellen zich de vraag bij de additionaliteit van veel van de voorziene projecten. Het lijkt dikwijls te gaan om projecten die al eerder met gewone middelen uitgevoerd hadden moeten worden.
- [23] De prioriteit moet gaan naar projecten die het grootste multiplicatoreffect zullen genereren. Zo kunnen de projecten “digitale overheid”, “single digital gateway” en het project binnen de FOD WASO (zoals verder besproken in het project “Duurzaam werk”) gunstige effecten genereren op de arbeidsmarkt en voor het bedrijfsleven, wat minder het geval is voor digitalisering bij justitie, asiel en buitenlandse zaken. In de voorgestelde middelenverdeling gaat echter slechts een klein gedeelte (ongeveer 50 miljoen euro) van het federale e-govbudget (totaal van 290 miljoen euro) naar die eerste groep projecten.
2.3.1 Aandachtspunten project “Single digital gateway”
- [24] De Raden zijn van mening dat door de toepassing van de single digital gateway de maatschappelijke rol van de ondernemingsloketten en notarissen, die een gepersonaliseerde dienst verlenen (oriëntering en advies) door ondernemers en starters een menselijk contact te bieden, niet in de vergeethoek mag geraken.
2.3.2 Selectieprocedure projecten “Digitalisering publieke administratie”
- [25] Op federaal niveau wordt er maar liefst 290 miljoen euro voorbehouden voor het digitaliseren van federale overheidsdiensten. Indien dit bedrag wordt behouden, zal 1/4de van de federale middelen hiervoor worden gebruikt. Hoewel het verder digitaliseren van de overheid uiteraard belangrijk is, stellen de Raden zich de vraag of dit voldoende zal kunnen bijdragen aan het herstel op korte en middellange termijn en het versterken van de veerkracht op langere termijn.
- [26] Momenteel lijkt er geen budget voorzien voor het onderhoud (met inbegrip van de cyberveiligheid) van de applicaties. Volgens de Raden is het nochtans van essentieel belang om vanaf het begin dergelijke budgetten te voorzien, en dit bij elk voorstel van investering in de infrastructuur.
- [27] De Raden vragen zich ook af of de bevoegde autoriteiten voldoende ondernemingen met gekwalificeerd personeel zullen vinden die binnen een dergelijke korte termijn alle digitaliseringsprojecten binnen de overheid kunnen uitvoeren.
2.3.3 Aandacht voor de noden en wensen van het doelpubliek
- [28] Volgens de Raden zou men er bovendien moeten voor zorgen dat alle gebruikers toegang hebben tot en gebruik kunnen maken van de tools. Er zou immers op moeten worden toegezien dat het accent niet enkel op de interne efficiëntie komt te liggen. De ervaring van de eindgebruiker is zeer belangrijk. Het project heeft dus een testfase nodig die lang genoeg duurt om de opmerkingen en commentaren van de eindgebruikers te kunnen verzamelen. In dit opzicht vragen de Raden om gebruikersgroepen te vormen die systematisch zullen worden geraadpleegd en die de specifieke gebruikskenmerken van deze tools zullen kunnen identificeren. De gebruikers zijn de actoren die het meest “in de praktijk” betrokken zijn bij deze tools en zij zullen derhalve de ervaren uitvoeringsproblemen snel kunnen identificeren. Ze vragen ook om deze gebruikersgroepen actief in te schakelen bij een systeem van permanente evaluatie. Bij de digitalisering van verschillende RSZ-diensten zijn hier al succesvolle ervaringen mee geweest.
2.3.4 Bijzondere aandacht voor e-inclusie
- [29] Volgens de Raden moet er bijzondere aandacht zijn voor digitale inclusie. Heel veel overheidsdiensten zetten in op digitale bereikbaarheid, maar de Raden stellen zich de vraag wat er wordt gedaan om de achterblijvers mee te nemen op de digitale snelweg en of er overal toegankelijke niet-digitale alternatieve kanalen voorzien worden voor de beperkte groep die nooit via het digitale kanaal contact zal zoeken met de overheid. De Raden vragen dat de openbare diensten toegankelijk blijven voor de hele bevolking, zonder discriminatie. Er moeten dus nog mogelijkheden bestaan voor fysieke ontmoetingen of telefonische contacten (met personen aan de andere kant van de lijn).
2.3.5 Centrale governance en versnippering vermijden
- [30] Vooreerst zijn de Raden van mening dat veel initiatieven meerdere aspecten delen en derhalve samen zouden moeten worden behandeld, op een gemeenschappelijke manier, als een “geheel”. Meer in het bijzonder zouden de weerhouden projecten op transversale wijze moeten worden beheerd (tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus) teneinde een zekere samenhang te handhaven in de keuzes die zullen worden gemaakt (op technologisch vlak bijvoorbeeld) en waarbij in het bijzonder zal gelet worden op het naleven van het principe “only once”.
- [31] Daarnaast zouden de weerhouden projecten in een centraal programma moeten worden opgenomen en worden beheerd door een extern bestuur. De Raden merken een grote versnippering op van relatief kleine digitaliseringsprojecten over verschillende overheidsdiensten heen.
- [32] De Raden vragen een overkoepelende coördinatie om:
- – de kwaliteit van de aanbestedingscontracten die verschillende kabinetten en FODs zullen aangaan te evalueren, met voldoende aandacht voor verantwoordelijkheid over resultaat bij contractant. Er dient op te worden toegezien dat er voldoende aandacht gegeven wordt aan de toepassing van de GDPR-wetgeving voor de werknemers, zowel bij de overheidsdiensten als in de privésector;
- – aanbestedingen te groeperen zodat schaalwinsten kunnen geboekt worden. In de praktijk gebeurt dit al geregeld en deze praktijken moeten worden voortgezet;
- – eenvormigheid en connectiemogelijkheden inzake software te waarborgen, zodat databanken van verschillende overheidsdiensten gegevens kunnen uitwisselen waar nodig.
2.3.6 Aandachtspunten project “Digitalisering IPSS”
- [33] De digitale beschikbaarheid van informatie en diensten inzake sociale zekerheid vormt een verwachting die sterk leeft bij de ondernemingen en zelfstandigen, en die al gedeeltelijk wordt beantwoord met MyPension voor het luik pensioenen. Het platform “Mycareer” bestaat al voor particulieren (loontrekkenden, ambtenaren en zelfstandigen); het is belangrijk dat het RSVZ en de sociale verzekeringskassen gebruik maken van de in dit kader opgebouwde expertise in dit project, dat bedoeld is om de kwaliteit te vergroten van de gegevens betreffende de loopbaan van de zelfstandigen.
- [34] De beschikbaarheid van kwaliteitsgegevens is een grote uitdaging voor het RSVZ met als doel te zorgen voor een betere ondersteuning van beleidsbeslissingen, een betere opvolging van de resultaten, mogelijkheden om gevallen van fraude te identificeren, de online terbeschikkingstelling van individuele gegevens, enz. ten gunste van alle zelfstandigen en van hun sociaal statuut. De Raden vragen dat de daartoe toegekende middelen rekening houden met het geheel van te verwezenlijken werken, met name door de sociale verzekeringskassen, om de kwaliteit en de beschikbaarheid van de gegevens te verzekeren.
3 Mobiliteit
3.1 Algemene opmerkingen
- [35] De Raden stellen vast dat een groot deel van de projecten in het ontwerpplan voor herstel en veerkracht reeds gepland waren, maar dankzij de Europese faciliteit voor herstel en veerkracht versneld kunnen worden uitgevoerd. Zich beperken tot de mobiliteitsprojecten uit het PHV zal volgens de Raden echter niet volstaan om de mobiliteit in ons land duurzamer en vlotter te doen verlopen. Zij vragen om het PHV in te passen in een ruimer herstel- en investeringsplan waarvan de middelen zich niet beperken tot de middelen die door Europa worden voorzien i.k.v. het PHV. Ze roepen de federale overheid op om, naar het voorbeeld van de gefedereerde entiteiten, zo’n ruimer plan op te stellen.
- [36] De Raden zijn van oordeel dat de transitie naar een duurzamere en vlottere mobiliteit in ons land een verbeterde coördinatie en samenwerking inzake mobiliteit tussen de federale regering, de gefedereerde entiteiten en lokale overheden vereist. In het belang van de mobiliteitsgebruikers en met het oog op de verdere ontwikkeling van de multimodaliteit is het volgens de Raden belangrijk dat mobiliteitsplannen en investeringen in mobiliteit coherent zijn tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus.
- [37] De Raden betreuren het gebrek aan ambitie in de as Mobiliteit. Ze wijzen erop dat er voor de verschillende soorten overheidsinvesteringen in de as Mobiliteit kansen liggen voor de overheid om ambitieuzer te zijn dan in een standaard projectoproep of openbare aanbesteding en om zoveel mogelijk in te spelen op toekomstige noden, zoals bv. de nood aan het flexibele en bidirectionele karakter van laadinfrastructuur.
3.2 Aandachtspunten project “Cycling and Walking Infrastructure”
- [38] De Raden stellen vast dat de verschillende entiteiten investeringsprojecten in fietsinfrastructuur hebben ingediend. Ze pleiten voor een netwerk van fietswegen die op elkaar aansluiten, dat zich over heel het Belgische grondgebied uitstrekt. De totstandbrenging van zo’n fietswegennetwerk vereist overleg en afstemming tussen de verschillende entiteiten, en dit vanaf de planning van de investeringsprojecten tot en met de monitoring ervan.
3.3 Aandachtspunten project “Public Transport – Accessible and multimodal stations”
- [39] De Raden merken op dat het zwaartepunt in deze projectfiche ligt op het verbeteren van de toegankelijkheid van de stations voor personen met een beperking. De Raden vinden het positief dat hier aandacht wordt aan besteed in de projectfiche, maar een oefening die erop gericht is de toegankelijkheid van de stations te verbeteren, mag zich daar volgens hen niet toe beperken. Voor de Raden is het ook van belang dat de multimodale toegankelijkheid van de stations wordt verbeterd en op die manier de multimodaliteit wordt gestimuleerd: voor mobiliteitsgebruikers die de trein (als hoofdvervoermiddel) combineren met een ander vervoermiddel voor het voor- en/of natraject, is het belangrijk dat de overstapmogelijkheden aan de stations (via bv. fietsparkings, autoparkings, haltes van regionaal openbaar vervoer, deelfietsen en-auto’s enz.) evenals de aansluiting tussen bussen, trams, metro’s en treinen in de stations verbeterd worden.
3.4 Aandachtspunten project “Rail Infrastructure – A High-Performance Network”
- [40] De Raden zijn van oordeel dat een verbetering van de kwaliteit van de spoorweginfrastructuur nodig is om de shift naar het spoor in zowel het personen- als goederenvervoer mogelijk te maken. Ze vragen zich evenwel af of de investeringsprojecten ter verbetering van de kwaliteit van de spoorinfrastructuur het principe van de additionaliteit respecteren. Het kan volgens hen niet de bedoeling zijn dat de Europese middelen in de plaats komen van de noodzakelijke structurele langetermijninvesteringen in het spoor die reeds begroot/gepland zijn.
- [41] De Raden merken op dat het zwaartepunt van de investeringen in spoorinfrastructuur in het ontwerp-PHV bij het reizigersvervoer ligt. Ze betreuren dat twee projecten i.v.m. het goederenvervoer per spoor (m.n. op de Europese goederencorridors Noordzee-Middellandse zee en Rijn-Alpen) verdwenen zijn uit het ontwerp-PHV.
- [42] In de fiches van de projecten die onder de noemer “Spoorinfrastructuur” gegroepeerd worden, gaat ook veel aandacht naar digitaliseringsprojecten bij Infrabel die onder meer een beter flow management beogen. Deze projecten zullen volgens de Raden pas ten volle hun meerwaarde kunnen uitspelen als ze volledig zijn uitgevoerd en gefinancierd. Voor de Raden bestaat de meerwaarde van een beter flow management in een betere benutting van de spoorcapaciteit en een verbeterde stiptheid van het treinverkeer.
3.5 Aandachtspunten project “Charging infrastructure”
- [43] De Raden merken op dat enkel de federale regering en Vlaanderen projecten hebben ingediend die verband houden met laadinfrastructuur[4]. Ze wijzen erop dat een netwerk van laadpalen voor elektrische wagens verspreid over heel het land nodig is om de (versnelde) elektrificatie van het wagenpark mogelijk te maken en roepen dan ook op tot coherentie tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus op het vlak van investeringen inzake laadinfrastructuur.
- [44] Binnen het voor deze maatregel voorziene budget zou volgens de Raden een onderscheid moeten worden gemaakt tussen publiek en niet-publiek toegankelijke laadinfrastructuur met dien verstande dat voor publiek toegankelijke laadinfrastructuuur een extra subsidie zou moeten worden toegekend.
- [45] Wat de vergroening van het voertuigenpark betreft, stellen de Raden meer algemeen vast dat het ontwerp-PHV zich enkel op elektriciteit richt. De Raden vragen zich af of in het PHV ook geen rekening moet worden gehouden met infrastructuur die het vrachtvervoer op de weg koolstofvrij kan maken, en met andere duurzame alternatieve brandstoffen, rekening houdend met de huidige en toekomstige beschikbare hoeveelheden en het meest efficiënte gebruik van die laatsten.
3.6 Aandachtspunten project “Smart Mobility”
- [46] In de fiches van de federale projecten m.b.t. smart mobility wordt gepreciseerd dat deze projecten bedoeld zijn voor elke persoon in België die gebruik wil maken van intermodale duurzame mobiliteit van deur tot deur. Toch kan op basis van deze fiches volgens de Raden de indruk ontstaan dat de projecten enkel gericht zijn op gebruikers van digitale toepassingen van de NMBS (app, website).
- [47] De Raden merken op dat voor de federale projecten inzake smart mobility (die intermodale integratieprojecten zijn tussen de verschillende openbaarvervoeroperatoren) alleen een budget voorzien is voor de NMBS. Ze vragen ervoor te zorgen dat ook de gewestelijke openbaarvervoeroperatoren aan het project deelnemen en over het (de) nodige budget(ten) beschikken.
- De Raden zijn van mening dat de federale projecten inzake smart mobility niet enkel voordelen mogen opleveren voor de treingebruikers, maar dat ze de gebruikers van alle gedeelde vervoersmodi ten goede moeten komen. De reiziger moet in hun ogen met een enkel vervoerbewijs multimodale verplaatsingen kunnen maken. Tarief- en ticketintegratie is daarvoor belangrijk, maar deze mag zich niet beperken tot de verschillende vormen van openbaar vervoer en zou dus m.a.w. moeten worden uitgebreid naar andere vormen van duurzaam vervoer (deelfietsen, deelscooters, deelauto’ s enz.).
- [48] Ook een open data – architectuur speelt volgens de Raden een belangrijke rol in het smart mobility-verhaal.
4 Mens en samenleving
- [49] De Raden stellen vast dat het bedrag dat de federale overheid besteedt aan de as ‘Mens en samenleving’ slechts 7,5% bedraagt van het totale bedrag dat ze besteedt aan de 5 assen. Ze pleiten er daarom voor dat voldoende middelen worden vrijgemaakt voor projecten binnen deze as. De Raden zijn van mening dat in ieder geval dit budget niet extra zou mogen worden ingeperkt bij de overschakeling van 130 naar 100%. Deze projecten zijn immers van cruciaal belang voor de veerkracht, wat één van de twee kerndoelstellingen is van het PHV zoals zijn naam aangeeft. De Raden benadrukken het belang van de projecten binnen deze as.
4.1 Aandachtspunten component “Training and Employment for Vulnerable Groups”
- [50] In het algemeen vragen de Raden bijzondere zorg voor voldoende arbeidskrachten en voldoende actuele technologische competenties, onder meer voor nieuwe infrastructuurwerken (voor alle sectoren actief op de bouwwerven) zodat de bouwprojecten zoveel mogelijk ten goede komen aan de Belgische economie en samenleving.
- [51] Een bijkomend investeringsproject rond de nieuwe opleidingsbehoeften op de arbeidsmarkt specifiek gericht op kwetsbare en moeilijk bereikbare doelgroepen zou in dit kader nuttig zijn. Zoals reeds vermeld zijn er enorm veel opleidingsbehoeften in bijvoorbeeld de bouwsector. Om hieraan tegemoet te komen zou men beroep kunnen doen op kwetsbare doelgroepen door hen bij te scholen.
- [52] In het algemeen beschikken de sectorale opleidingsfondsen over heel wat expertise die nuttig kan zijn bij de vorming van kwetsbare doelgroepen. Deze Fondsen beschikken tevens over heel wat kennis van de noden op het terrein. Het is essentieel dat deze Fondsen hun autonomie behouden. Bijkomende midddelen van het PHV zouden de projecten van deze fondsen kunnen versterken. De CRB en de NAR kunnen hier een coördinerende rol spelen door snel de sectorfondsen bij elkaar te roepen.
- [53] Voor de voorgestelde projecten uit de component ‘training and employment for vulnerable groups’ is het volgens de Raden nodig om een bredere groep stakeholders te betrekken (waaronder ook de verenigingen die het dichtst bij het terrein staan) zowel wat betreft het opstellen van de roadmaps en de criteria om in aanmerking te komen, als wat de uitvoering van de projecten betreft. Concreet wordt gedacht aan socialprofitondernemingen (zeer vaak vzw’s) die actief zijn op het vlak van re-integratie en begeleiding van kwetsbare groepen en/of personen met een handicap; middenveldorganisaties voor kwetsbare groepen (netwerken waar armen het woord nemen, voor personen met een handicap, voor ouderen); consumentenorganisaties; OCMW’s; verenigingen voor vervolgonderwijs; sectorfondsen/sociale partners; werknemersorganisaties en sectororganisaties; …
4.2 Aandachtspunten component “Resilience and Innovation in health care”
- [54] Ook is het betreffende de component ‘Resilience and Innovation in health care’ volgens de Raden nodig om een grondig overleg te organiseren met de actoren op het terrein en de representatieve sectorale organisaties, in het bijzonder de ziekenhuizen en ziekenfondsen. Dit moet doorheen het hele proces worden doorgetrokken.
4.3 Aandachtpunten project “Training and Employment for Vulnerable Groups – Digital prisons contre la récidive”
- [55] De Raden vinden dit een interessant project, zeker ook door het accent op re-integratie. Voor het welslagen van het project is echter absoluut noodzakelijk dat een samenwerking wordt ontwikkeld met de regionale publieke tewerkstellingsdiensten en hun partners, enerzijds voor de arbeidsbemiddeling, anderzijds omdat zij de content dienen te leveren voor de opleidingen die men digitaal willen verstrekken. Dat is vandaag op geen enkele wijze voorzien in het project.
4.4 Aandachtpunten project “Training and Employment for Vulnerable Groups – Gender”
- [56] Het kan interessant zijn om binnen deze doelgroep specifiek in te zetten op een moeilijk bereikbare doelgroep, nl. vrouwen met migratie-achtergrond, en te bekijken hoe hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen verhoogd worden.
4.5 Aandachtpunten project “E-Health”
- [57] Volgens de Raden is het cruciaal dat omzichtig wordt omgesprongen met de beschikbare data, en dat zorgvuldig bepaald wordt welke partijen daar toegang toe hebben en waarvoor de data worden gebruikt. Voor dit project E-Health vragen de Raden bijzondere aandacht voor zowel het aspect cyberveiligheid als voor het aspect betreffende de naleving van de Europese Verordening betreffende gegevensbescherming (GDPR).
4.6 Aandachtpunten project “Duurzaam werk” (eigenlijk onder as Digitale transformatie, component Digital Public Administration)
- [58] De Raden kunnen het idee van een opleidingsrekening voor al wie zich op de arbeidsmarkt aanbiedt of zou kunnen aanbieden, ondersteunen, maar de precieze modaliteiten (toepassingsgebied, verband met het huidig wettelijk kader, eventuele uitzonderingen, financieringsmodaliteiten, …) moeten nog bepaald worden door de sociale partners en in overleg met de deelstaten. Gegeven hun expertise en bevoegdheid op het vlak van vorming is het essentieel dat de CRB en de NAR betrokken zijn bij de uitwerking hiervan om rekening te houden met de diversiteit van de realiteit op het terrein. Wat het investeringsproject in kwestie betreft, is het van belang dat het wordt bezien in het licht van de algemene architectuur van een individuele opleidingsrekening voor alle burgers, die nog moet worden vastgesteld, met name met de sociale partners.
- [59] De Raden nemen akte van het tweede luik van dit project – gericht op de preventie van professionele risico’s – maar er zijn vragen bij de uitvoeringsmodaliteiten. Ze vragen daarom dat dit voorstel wordt afgetoetst bij de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk.
5 Productiviteit en economie van de toekomst
5.1 Aandachtspunten “Supporting economic activity”
- [60] Voor de Raden is het belangrijk dat de geselecteerde projecten zoveel mogelijk bijdragen niet alleen aan de relance op korte termijn, maar ook aan de potentiële groei op langere termijn. O&O- en innovatieprojecten zijn in dit kader op hun plaats. De Raden stellen zich echter – ook al trekken ze het nut van het project zelf niet in twijfel – toch vragen bij de economische impact op lange termijn van het project ‘scanning van risicocontainers in de strijd tegen drugs in de haven van Antwerpen’.
- Naast hun economische impact is het belangrijk dat O&O-projecten voldoende bijdragen aan vergroening van de economie.
- [61] Ten slotte vragen de Raden dat Belgische bedrijven, inclusief KMO’s, zo veel mogelijk betrokken worden bij de uitvoering van de projecten.
5.2 Aandachtspunten “Training and labour market”
- [62] Opleiding en vorming zijn een cruciale hefboom voor de economische groei op langere termijn. De Raden vinden het dan ook zeker te rechtvaardigen dat 100 miljoen euro van het budget van het PHV wordt gereserveerd voor opleiding en vorming, maar hebben vragen bij de mate waarin het project ‘Quartiers du futur’ effectief een antwoord zal bieden op de opleidingsnoden die er zijn / op ons afkomen door de digitale en groene transitie. De Raden vragen dat een beter evenwicht gevonden wordt in de aanwending van de middelen en dat meer ingezet wordt op de opleidingsnoden die de genoemde transities met zich meebrengen.
5.3 Aandachtspunten “Economy of the future – circular economy”
- [63] De Raden stellen een gebrek aan nieuwe initiatieven vast want bepaalde projecten en hervormingen die worden voorgesteld zijn al buiten dit PHV aangekondigd. Deze gaan evenwel de goede richting uit.
- [64] De Raden ondersteunen absoluut de noodzaak van een grotere samenhang en samenwerking tussen de initiatieven van de gefedereerde entiteiten op het vlak van circulaire economie. Maar wat de samenhang betreft is het jammer te moeten vaststellen dat bepaalde gefedereerde entiteiten de kans niet hebben gegrepen om specifieke projecten te ontwikkelen.
- [65] Hoewel het als zeer positief kan worden beschouwd dat een structuur van Publiek-Privaat Partnerschap (PPP) wordt overwogen voor de uitvoering van het project, zou het volgens de Raden de voorkeur genieten om op voorhand een formele analyse van de optimalisering van de hulpmiddelen te maken. Een dergelijke oefening zou het mogelijk maken om op een gestructureerde manier na te gaan of een PPP-structuur wel degelijk de meest geschikte projectvorm uitmaakt (ten opzichte van een meer traditionele vorm).
- [66] Ten slotte merken de Raden op dat het belangrijk is rekening te houden met het tempo van de transitie van de kleine en middelgrote ondernemingen wanneer zij ermee instemmen om investeringen te doen in nieuwe economische modellen.
6 Interfederale samenhang van de investeringsprojecten
Vorming
- [67] Levenslang leren is een sleutelelement om te beantwoorden aan de behoeften van de ondernemingen en aan de bezorgdheden van de werknemers in deze context van milieutransitie en technologische veranderingen die een kwalitatieve en kwantitatieve transformatie van de arbeidsmarkt met zich zouden moeten meebrengen. Deze factor is van fundamenteel belang voor het stimuleren van de productiviteit en de innovatiecapaciteit.
- [68] Vorming (formeel en informeel) is van cruciaal belang om het potentieel voor economische ontwikkeling te versterken en het is vandaag de dag absoluut noodzakelijk om levenslang leren te bevorderen. Er moeten voldoende middelen worden vrijgemaakt om iedereen de mogelijkheid te geven op toegang tot de arbeidsmarkt, tot de opleidingen en levenslang leren zonder discriminatie op grond van leeftijd, herkomst, geslacht of het niveau van opleiding of kwalificatie. Deelname aan nascholing vormt een gedeelde verantwoordelijkheid van de werkgevers, de werknemers, de andere individuen en de overheden.
- [69] De vormingsvoorzieningen moeten worden gemobiliseerd met het oog op (1) het beantwoorden aan de omvormingsbehoeften van een zeker aantal werknemers en werkzoekenden, wat onontbeerlijk is geworden door de economische situatie ten gevolge van de gezondheidscrisis; (2) het bieden van een aanbod aan kwaliteitscompetenties dat overeenstemt met de behoeften van de ondernemingen, onder meer inzake knelpuntberoepen of beroepen van de toekomst, en dit zowel in de commerciële als niet-commerciële sector; (3) het integreren in het vormingsaanbod van de doelstellingen van milieutransitie, de groene beroepen, de kringloopeconomie, duurzaam voedsel, digitalisering, zorg- en dienstverlening aan personen,… ; (4) het ondersteunen van de integratie van jongeren in de arbeidsmarkt, in het bijzonder diegenen die het verst verwijderd zijn van de arbeidsmarkt; (5) het vormen van de digitale basis- of gevorderde vaardigheden naargelang het profiel van de werkzoekende of werknemer.
- [70] Aldus worden de investeringen die moeten worden gedaan in het kader van het PHV geïntegreerd in een ruimer Belgisch investeringsplan. (In hun vorige advies vroegen de CRB en de FRDO om een structurele verhoging van de overheidsinvesteringen met 4% van het bbp per jaar tegen 2030). Aangezien er bijvoorbeeld massale investeringen moeten worden verricht op het vlak van mobiliteitsinfrastructuren en gebouwen of in verband met digitalisering, zullen de sectoren moeten kunnen rekenen op voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten. Maar aangezien alle Europese landen eveneens bezig zijn met een groots investeringsprogramma en geconfronteerd worden met dezelfde uitdagingen, zal België maar moeilijk gedetacheerde werknemers kunnen vinden voor de uitvoering van deze investeringen. Daarom zullen deze investeringen moeten worden ondersteund door samenhangende beleidslijnen inzake vorming zodat de sectoren over voldoende gekwalificeerde personen beschikken om deze investeringen te verwezenlijken. Zo niet, in geval van schaarste van gekwalificeerde arbeidskrachten, zullen de kostprijzen van deze investeringen de hoogte ingaan, zonder dat er een effectieve toename van gerealiseerde projecten is (en dus zonder dat er bijvoorbeeld sprake zal zijn van een effectieve verhoging van de energie-efficiëntie in de gebouwen). De Raden betreuren in dit verband dat er geen sprake is van vorming in de investeringsprojecten van de as duurzaamheid, terwijl de vastgelegde doelstellingen ter zake niet zullen kunnen worden gehaald zonder de gepaste opleidingen.
- [71] Zo merken de raden ook op dat in de as Mobiliteit geen sprake is van vorming. Dat verwondert hen enigszins, omdat voor de uitvoering van o.m. de projecten m.b.t. de vergroening van het voertuigenpark en laadpaalinfrastructuur specifieke vaardigheden vereist zijn.
- [72] De Raden herinneren aan het belang van vorming voor de as klimaat, duurzaamheid en innovatie, want de uitdagingen zijn niet min en de vastgelegde doelstellingen zullen niet kunnen worden gehaald zonder de gepaste opleidingen. De Raden vragen dat de regeringen vorming ter zake ondersteunen door middel van alle beschikbare instrumenten. Zij vragen verder dat de sociale partners hierover worden geraadpleegd.
[1] De Ridder, K., et al., Evaluation of the socio-economic impact of climate change in Belgium, juli 2020, 253 pp. (https://climat.be/doc/seclim-be-2020-finalreport.pdf).
[2] Deze aspecten omvatten onder meer het optimaliseren van het verbruik via aanwezigheidsdetectoren, een passende ventilatie, warmteterugwinning, via het verzamelen van een aantal gegevens (temperatuur, luchtkwaliteit, druk, energieverbruik, …). Dergelijke systemen maken het tevens mogelijk om anomalieën te identificeren (te wijten aan ongepaste gedragingen van bewoners, structurele problemen van het gebouw, …).
De gebouwen moeten eveneens overstappen naar eigen energieën/energievectoren ter ondersteuning van een koolstofvrije economie. Er bestaan verschillende oplossingen (zonnepanelen en fotovoltaïsche panelen, warmtepompen, biogas, aardwarmte, warmteopslag, …) die geval per geval moeten worden beoordeeld op grond van hun verdienste. Er moet ook een wisselwerking tussen de gebouwen en hun omgeving zijn. Een aandachtspunt is de rol die ze kunnen spelen in het evenwicht met de onregelmatig beschikbare energiebronnen. Ze kunnen een rol spelen dankzij, onder andere, een slimme meter, laadpalen voor elektrische voertuigen, warmtepompen gekoppeld aan een warmteopslag (watertank of thermische inertie van het gebouw).
[3] Zie in dit verband het Advies van de FRDO over de financiering van de energetische renovatie van gebouwen gebruikt voor de publieke diensten, 2017a06, 30/05/2017.
[4] Voor de federale regering betreft het een fiscale incentive voor de aankoop en installatie van laadpalen ; voor Vlaanderen betreft het investeringen in laadinfrastructuur.