04 | Initiatiefadvies betreffende het plan voor herstel en veerkracht – luik “Structurele hervormingen”

  • Op eigen initiatief
  • Met de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad
  • Dit advies werd voorbereid door de werkgroep ad hoc herstelplan
  • Goedgekeurd door de AV van de FRDO op 12/04/2021

Advies (pdf)

 

 

Inbehandelingneming

  • [a] Na een eerste initiatiefadvies over het onderdeel investeringen van het ontwerp van Plan voor Herstel en Veerkracht (PHV)[1],  hebben de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en de Nationale Arbeidsraad beslist advies uit te brengen over het onderdeel structurele hervormingen, waarvan de voorlopige lijst op 16 februari 2021 aan hen is meegedeeld.
  • [b] Op 2 maart 2021 zijn door het kabinet van minister Dermine hoorzittingen georganiseerd om de beoogde hervormingen toe te lichten en een eerste gedachtewisseling over dit onderwerp te houden.
  • [c] De Raden kwamen vervolgens op 17, 22, 26 en 30 maart 2021 en op 1 april 2021 bijeen om dit advies voor te bereiden. Het advies werd door de gezamenlijke plenaire vergadering van de CRB en de NAR op 2 april 2021 en door de algemene vergadering van de FRDO op 12 april 2021 goedgekeurd.

Algemene opmerkingen

  • [1] De hervormingen die op federaal niveau worden voorzien blijven beperkt tot een letterlijke overname van bepaalde passages uit het regeerakkoord, zonder dat deze verder concreet worden ingevuld, noch naar inhoud, noch naar specifieke timing toe. Gezien de belangrijke uitdagingen die zich manifesteren, is het aangewezen om de hervormingen verder te concretiseren.
  • [2] De deelstaatregeringen hebben veel van hun hervormingen wel concreter uitgewerkt, waardoor het ontbreken daarvan voor wat betreft de federale hervormingen zorgt voor een gebrek aan coherentie.
  • [3] Er dient nog vermeld te worden bij welke hervormingen de regeringen de sociale partners zullen betrekken.

1. As 1: Klimaat, duurzaamheid en innovatie

1.1 Algemene opmerkingen

Overheidsopdrachten
  • [4] De transitie naar een duurzame economie vraagt niet enkel aandacht voor de aanbodzijde (denk aan technologie-ontwikkeling, de ontwikkeling van nieuwe business modellen…). Het is tevens belangrijk dat er voldoende vraag is naar duurzame producten en diensten. Ook hier heeft de publieke sector een belangrijke rol te spelen, onder meer via overheidsopdrachten (bv. met aandacht voor energie-efficiëntie, circulariteit…). De overheid biedt immers niet alleen een omvangrijke afzetmarkt, maar heeft ook een belangrijke voorbeeldfunctie.
  • [5] Het is belangrijk dat dit instrument het industrieel beleid ondersteunt en, meer in het algemeen, dat het ingezet wordt om zoveel mogelijk waarde te creëren voor de Belgische samenleving en economie[2]. Publieke aanbestedingen moeten ook voldoende toegankelijk zijn voor kmo’s[3] en vzw’s (van het type MaatWerkBedrijven (MWB), Leerwerkplaats, …).
  • [6] Als we willen dat de geplande investeringen in het kader van het Plan voor herstel en veerkracht een multiplicatoreffect creëren voor de economie van ons land en de Belgische werkgelegenheid en de ambitieuze klimaatdoelstellingen mee helpen bereiken, is het volgens de Raden dan ook cruciaal dat er maatregelen worden genomen zodat de overheidsopdrachten de lokale activiteit en de werkgelegenheid zo goed mogelijk en op een duurzame manier ondersteunen. Dat kan door gebruik te maken van gepaste gunningscriteria en -procedures:
    • – Clausules over de naleving van de sociale en arbeidswetgeving opnemen in het bestek om illegale praktijken die tot sociale dumping leiden tegen te gaan;
    • – Eventueel aanvullende clausules (ethische, sociale of milieuclausules) opnemen in het bestek, op voorwaarde dat ze oneerlijke concurrentie mee helpen bestrijden en een reëel positief effect hebben op de bedrijfsactiviteit en de werkgelegenheid in België.
  • [7] Voorts benadrukken de raden het belang van het goed uitvoeren van overheidsopdrachten en het belang van de controle daarop, vooral wat betreft de reglementering van buitenlandse onderaanneming om oneerlijke concurrentie te bestrijden. Ze herinneren eraan dat, bijvoorbeeld in de bouwsector, aannemers (met inbegrip van onderaannemers) sinds de nieuwe wet inzake overheidsopdrachten over een vergunning moeten beschikken om de werken uit te voeren. Doeltreffende controlemechanismen zijn dan ook cruciaal om ervoor te zorgen dat aannemers (met inbegrip van buitenlandse bedrijven) die overheidsopdrachten uitvoeren effectief over een vergunning beschikken.
Renovatiestrategie voor openbare gebouwen
  • [8] Wat de renovatie van openbare gebouwen betreft, zijn de Raden van mening dat de federale regering voor al haar gebouwen een investeringsbeleid moet ontwikkelen dat niet beperkt blijft tot de investeringen die in het kader van het PHV zijn voorzien. Om de klimaat- en milieudoelstellingen te halen, moeten de werkzaamheden geleid worden door een compleet investeringsplan voor de renovatie van overheidsgebouwen. Dat kadert in een structurele verhoging van de overheidsinvesteringen tot 4% van het bbp per jaar tegen 2030, waar de Raden op aandringen.
  • [9] Om het gebruik van overheidsgeld voor renovatie-investeringen te optimaliseren, verwijzen de Raden naar energieprestatiecontracten.

1.2 Hervormingen die ontbreken in het ontwerp-PHV

1.2.1 Hervormingen die in het federaal regeerakkoord staan

  • [10] De Raden wijzen op de volgende passages in het regeerakkoord.
  • In de strijd tegen energie-armoede bekijkt de regering of een uitbreiding van de doelgroep van het sociaal tarief voor iedereen die recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming in lijn is met de EU-regelgeving. Een uitbreiding mag geen impact hebben op andere consumenten (burgers en bedrijven). We geven meer slagkracht aan het sociaal energiebeleid door de verschillende sociale energiefondsen (elektriciteit, gas, verwarming) te coördineren en te versterken.
  • Er wordt een bijkomende strategie ontwikkeld om de productiviteit op lange termijn te verbeteren. Daartoe zal onder andere een energienorm worden ingevoerd voor bedrijven en consumenten. Een betaalbare energiefactuur is essentieel voor burgers en bedrijven. Ook de prijzen worden onderworpen aan een continue monitoring. Daarenboven zal er zowel voor de burgers als de bedrijven een energienorm ingevoerd worden. De kost voor het CRM op de energiefactuur, die pas vanaf 2025 in werking treedt, zal gecompenseerd worden door het federaal aandeel in de factuur evenredig te laten dalen.”
  • [11] Investeringen in gebouwen vormen een van de grootste investeringsposten van het PHV op federaal niveau. Als beheerder van de federale openbare gebouwen staat de Regie der Gebouwen centraal bij die investeringen. Daarom is het vreemd dat de structurele hervormingen en maatregelen van het regeerakkoord met betrekking tot die entiteit niet in het PHV zijn opgenomen, aangezien die maatregelen er onder andere op gericht zijn die entiteit efficiënter te maken. Deze elementen houden rechtstreeks verband met de investeringen. Concreet staat er in het regeerakkoord: “We vormen de Regie der Gebouwen om tot een professioneel geleid vastgoedbedrijf voor de Federale overheid op basis van de jaarrapporten van het Rekenhof. Deze hervorming focust op een efficiëntere en snellere werking, een accurate waardering van het totale overheidspatrimonium, responsabilisering van de klanten, een efficiëntere structuur, duidelijke operationele doelstellingen en een performant HR-plan. Er komt een audit van alle lopende DBFM-projecten (design, build, finance, maintain)“.

2. As 2: Digitale transformatie

2.1 Meer toegankelijke publieke dienstverlening

  • [12] De Raden vragen hervormingen die de toegang tot publieke dienstverlening versterken, in het licht van een toenemende digitalisering van de publieke dienstverlening. Een betere kwaliteit van de dienstverlening van de overheid moet voor iedereen van toepassing zijn, dus is een flankerend beleid die de toegang tot de dienstverlening verbetert essentieel. Dit kan bijvoorbeeld gaan over:
    • – E-inclusiecellen oprichten binnen de overheidsdepartementen, die e-inclusietoetsen uitvoeren bij de ontwikkeling van digitale dienstverlening. Deze eenheden moeten geïntegreerd worden in bestaande operationele structuren en cellen.
    • – Digicoaches ter beschikking stellen voor mensen die het moeilijk hebben met digitale overheidsinterventies, in samenwerking met het middenveld.
    • – Overheidspersoneel beter opleiden, met een bijzondere aandacht voor de begeleiding van zwakkere burgers.

2.2 Vermindering van de administratieve last

  • [13] Digitalisering is een manier om de administratieve lasten voor bedrijven verder te reduceren. In dit kader vragen de Raden om de digitalisering gericht aan te wenden en de vermindering van administratieve lasten expliciet op te nemen in de hervormingsplannen voor de as digitalisering.
  • [14] De Raden vinden het essentieel om door te gaan met de ontwikkeling van digitale facturering in de uitwisselingen Business to Government (B2G) en Government to Government (G2G), waardoor de administratieve last voor bedrijven aanzienlijk zou verminderen. Aangezien de vele voordelen van e-facturering ook gelden voor de uitwisselingen Business to Business (B2B) (B2B vertegenwoordigt het grootste volume en dus ook de grootste potentiële winst), zouden de Raden graag zien dat de digitalisering van facturen wordt ontwikkeld voor alle B2B-, B2G- en G2G-uitwisselingen.
  • [15] Zo vormt bijvoorbeeld het beheer van betalingstermijnen een administratieve last voor bedrijven, zowel in hun B2C-, B2B- als B2G-relaties.

2.2.1  Een echte toepassing van het “digital by default”-principe, met begeleidende maatregelen

  • [16] De Raden willen dat er wordt ingezet op een betere digitale dienstverlening en dat de “elektronische overheid” verder wordt ontwikkeld via het “digital by default”-principe. Dat impliceert noodzakelijkerwijs:
    • – Een verbetering van de digitale vaardigheden, om de digitale kloof te dichten. “Digital by default” kan de digitale kloof namelijk nog groter maken voor bedrijven en burgers die niet over de digitale vaardigheden en/of de menselijke middelen beschikken om digitaal met de overheid te communiceren. Daarom zullen bedrijven en burgers bij die ontwikkeling moeten worden begeleid, door hen een ondersteunende dienst aan te bieden en ervoor te zorgen dat de overheidsmedewerkers ook in staat zijn om de online overheidsdiensten te gebruiken en de eindgebruikers te ondersteunen.
    • – Bijzondere aandacht voor de strikte inachtneming van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor het delen van openbare gegevens, waarbij wordt gegarandeerd dat die laatste worden beheerst door de overheid. Als de overheid gegevens verzamelt, kan dat namelijk gevolgen hebben voor de privacy. Bezorgdheid ten opzichte van gegevensbeveiliging en privacy kunnen bedrijven ervan weerhouden die dienst te gebruiken. Het digitale succes van Denemarken is bovendien vooral te danken aan de prioriteit die er wordt gegeven aan gegevensbeveiliging en vertrouwelijkheid. Naar analogie met “digital by default” streven de Deense autoriteiten ook naar “data protection by default”, een absolute voorwaarde voor de Deense aanvaarding van een volledig digitale aanpak. Daarom zullen alle nodige voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om de veiligheid en de privacy van bedrijven te waarborgen.

2.2.2  Verdere uitbouw van de e-Box en bekendmaking bij de bevolking

  • [17] De officiële mailbox is essentieel voor een vrijwel volledige digitalisering van de documentstromen tussen bedrijven, burgers en overheidsdiensten in de toekomst.
  • [18] Voor de verdere uitbouw van de tool merken we op dat – afgezien van de noodzaak om eenvoudige en betrouwbare digitale authentificatie- en identificatiediensten te ontwikkelen – de communicatie en de bewustmaking, maar ook het stimuleren van toepassingen samen met de privésector (om de reeks mogelijkheden te verruimen (bijvoorbeeld elektronische aangetekende zendingen)) essentiële hefbomen zijn voor een (grotere) aanvaarding van de tool door de actoren.

2.3  Ontbrekende hervormingen in PHV die in het Regeerakkoord staan

2.3.1 Sociale tarieven voor telecom

  • [19] Er ontbreekt een hervormingsvoorstel voor de sociale tarieven voor telecom. In het Regeerakkoord engageerde de federale regering zich om: “In onze digitale samenleving speelt een steeds groter deel van het leven zich online af. Wie weinig toegang heeft tot internet, via gsm of computer, raakt achterop. Om de digitale kloof te dichten wordt het systeem van de sociale tarieven in telecom hervormd dit met de bedoeling om iedereen de kans te geven deel te nemen aan de digitale maatschappij (telewerk en digitaal onderwijs). De regering onderzoekt de mogelijkheid om de consument die geniet van het sociale tarief voor telecom de keuze te laten maken voor mobiele diensten in plaats van vaste.”

2.3.2 Betere bescherming van consument tegen onverwachte telecomkosten

  • [20] In het Regeerakkoord staat een passage over de automatische toekenning van het recht op sociaal tarief en een betere bescherming van de consument tegen onverwachte telecomkosten, deze ontbreekt nog: “De regering onderzoekt hoe de consumenten kunnen worden beschermd tegen onverwachte kosten en ongewenste reclame en of de toekenning van het sociaal tarief voor telecom kan geautomatiseerd worden. De consument wordt goed geïnformeerd over de verschillende tarieven en de eventuele overstap naar een andere operator wordt gefaciliteerd. De regering ziet erop toe dat de huidige bepalingen ter bescherming van de gebruikers van telecommunicatiediensten, zoals de bepalingen inzake billshock en meest gunstige tariefplan, afdoende worden gecontroleerd door de regulator.”

2.4 Hervormingen die niet in het federaal regeerakkoord staan

2.4.1 Het internet opnemen als basisbehoefte

  • [21] In het deel over digitalisering en sociale inclusie moet het internet worden opgenomen als basisbehoefte van de mens, ook met het oog op de veranderde gewoonten door de coronacrisis. Het Belgische netwerk van de ombudsmannen verklaart in zijn aanbeveling aan de federale, gewestelijke en lokale overheden dat “voor een groot deel van de bevolking de toegang tot een internetverbinding een sociale noodzaak geworden is en dat het internet niet meer enkel gebruikt wordt voor ontspanning en als bron van informatie” https://www.ombudsman.be/nl/nieuws/resolutie-over-de-toegang-tot-internet.

3. As 3: Mobiliteit

3.1 Hervormingen die ontbreken in het ontwerp-PHV

3.1.1 Hervormingen die in het federaal regeerakkoord staan

  • [22] De Raden zijn van oordeel dat een aantal hervormingen die in het federaal regeerakkoord aangekondigd worden, ontbreken in het luik over de hervormingen inzake mobiliteit van het ontwerp-PHV. Ze denken hierbij onder meer aan de integratie van het openbaarvervoeraanbod evenals aan de evaluatie (en indien nodig) bijsturing van de subsidies voor het gecombineerd en verspreid vervoer.
  • [23] In het federaal regeerakkoord wordt een visie 2040 voor het spoor aangekondigd die onder meer de ontwikkeling van een geïntegreerd openbaarvervoersysteem zal beogen. De Raden pleiten sinds geruime tijd voor de totstandbrenging van een geïntegreerd openbaarvervoersysteem ten dienste van de reiziger omdat dit kan bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de multimodaliteit in ons land. Voor de totstandbrenging van zo’n systeem, is niet alleen ticket- en tariefintegratie van het openbaar vervoer vereist (waarrond projecten zijn opgenomen in het investeringsluik van het ontwerp-PHV), maar eveneens een integratie van het openbaarvervoeraanbod. Dat laatste moet worden geïntegreerd met het private aanbod van gedeeld vervoer en zo samen deel uitmaken van een omvattend mobiliteitssysteem.
  • [24] In het federaal regeerakkoord lezen we dat de federale regering de ambitie heeft om het volume van de per spoor vervoerde goederen te verdubbelen tegen 2030 en wordt aangekondigd dat de subsidies voor het gecombineerd en verspreid vervoer zullen worden geëvalueerd (en indien nodig bijgestuurd). De Raden vinden het belangrijk dat het gebruik van alternatieven voor de (vracht)wagen, waaronder de trein, wordt aangemoedigd om de druk op de wegcapaciteit te verlichten en de impact van de transportsector op het klimaat en het leefmilieu te reduceren. Op basis van zijn studie over de huidige steunmaatregelen voor het goederenvervoer per spoor stelt de fod Mobiliteit en Vervoer vast dat de impact van de huidige financiële steunmaatregelen voor het goederenvervoer per spoor beperkt is en dat het met deze subsidies niet mogelijk is geweest om de fundamentele tendensen om te buigen, maar hoogstens de schokken op te vangen. In 2018 al vroeg de CRB een analyse van de redenen die hieraan ten grondslag liggen, rekening houdend met de huidige kostenstructuur van het goederenvervoer per spoor[4].
  • [25] In het federaal regeerakkoord wordt een brede fiscale hervorming aangekondigd die onder meer moet bijdragen aan de verwezenlijking van de klimaat- en milieudoelstellingen die in dat regeerakkoord zijn vastgelegd. In dit verband merken de Raden op dat de verschillende vervoersmodi niet in een gelijk speelveld opereren, bijvoorbeeld op het vlak van vergoedingen voor het gebruik van de infrastructuur, veiligheidsvoorschriften en regels voor de bestuurders, en dat de externe kosten die de verschillende modi genereren, niet op een gelijke manier weerspiegeld worden in hun prijzen. De Raden vinden het van belang dat de overheden een gelijk speelveld creëren voor de verschillende vervoersmodi, rekening houdend met de economische, sociale en milieu-externaliteiten die ze genereren, en met nadrukkelijke aandacht voor het belang van hun complementariteit. Ook het eenvoudiger maken van internationaal vervoer, door technische en andere barrières weg te nemen, kan helpen bij het creëren van een gelijk speelveld tussen de modi[5].

3.1.2 Hervormingen die niet in het federaal regeerakkoord staan

  • [26] Volgens de Raden zijn er een aantal hervormingen die niet aan bod komen in het federaal regeerakkoord en ook niet in het ontwerp-PHV, maar waarvan de uitvoering een gunstig effect zou hebben op de mobiliteitssituatie in ons land en België ook zou helpen bij het verwezenlijken van diverse doelstellingen, waaronder economisch herstel en de groene en digitale transformatie. De Raden denken hierbij o.a. aan de volgende hervormingen:
    • – de ontwikkeling van een regelgevend kader voor open data in de mobiliteitssector, met name om de ontwikkeling van “mobility as a service”, de toepassing van technologische oplossingen voor traffic management (verkeersbeheer) enz. mogelijk te maken.
    • – de toepassing van een norm die voorziet in de installatie van bidirectionele en flexibele oplaadpunten voor voertuigen in nieuwe gebouwen en in volledig gerenoveerde gebouwen. De toepassing van een dergelijke norm zou kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van een netwerk van oplaadpunten, dat van essentieel belang is voor een snelle vergroening van het wagenpark.
  • [27] Bovendien pleiten de Raden voor een gecoördineerde aanpak van de fiscaliteit inzake mobiliteit, een belangrijk beleidsinstrument dat kan fungeren als hefboom voor gedragsveranderingen naar een duurzamere mobiliteit. De fiscaliteit inzake mobiliteit moet volgens de Raden een duurzame modal shift bevorderen, geharmoniseerd zijn tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus, en coherent zijn voor de gebruiker op het Belgische grondgebied[6].

3.2 Opmerkingen bij de in het ontwerp-PHV voorziene hervormingen

  • [28] Wat vooreerst de elektrificatie van het personenvervoer op de weg tegen 2030 betreft, wijzen de Raden erop dat het hier om een hervorming gaat die enorme urgente uitdagingen met zich meebrengt op onder meer sociaal, energie-, milieu-, fiscaal en technologisch vlak. Om de beperkte overheidsmiddelen zo goed mogelijk te gebruiken, vragen de Raden dat erop wordt toegezien dat de fiscale stimuli voor de installatie van laadinfrastructuur geen buitenkanseffect meebrengen.
  • [29] De hervormingen “Alle nieuwe bedrijfswagens moeten tegen 2026 broeikasgasvrij zijn” en “De regering zal een kader uitwerken waarbij ook werknemers die geen aanspraak maken op een bedrijfswagen een mobiliteitsbudget toegekend kunnen krijgen door hun werkgever” komen zowel in het luik over de hervormingen inzake mobiliteit van het ontwerp-PHV als in het federaal regeerakkoord aan bod. De Raden vinden dat de uitwerking van beide hervormingen gecoördineerd dient te verlopen, in samenwerking met de sociale partners.
  • [30] Tot slot is zowel in het federaal regeerakkoord als in het luik over de hervormingen inzake mobiliteit van het ontwerp-PHV sprake van nieuwe, sanctioneerbare beheerscontracten met duurzame en ambitieuze doelstellingen voor de NMBS en Infrabel. De Raden beklemtonen al geruime tijd dat er nood is aan nieuwe beheerscontracten (in de Europese Verordening (EG) nr. 1370/2007 openbaredienstcontracten genoemd) voor de NMBS en Infrabel. In een recent verleden hebben de CRB en de NAR (afzonderlijk en gezamenlijk) krachtlijnen[7] geformuleerd voor de nieuwe openbaredienstcontracten van de NMBS en Infrabel die ze belangrijk vinden. De sociale partners wensen bij de concretisering van deze hervorming betrokken te worden en verwijzen in dit verband ook naar hun advies over de prijs van de treinkaarten vanaf 1 februari 2021[8]. In dit advies hebben ze de wens uitgesproken om bij de uitstippeling van het tarievenbeleid van de NMBS betrokken te worden en hebben ze eens te meer hun belangrijkste aandachtspunten m.b.t. het luik ‘tarievenbeleid’ voor het nieuwe openbaredienstcontract van de NMBS herhaald. Dat tarievenbeleid moet volgens de Raden bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de multimodaliteit in ons land, rekening houdend met de realiteit van de arbeidswereld. De Raden vinden dat de NMBS enkel onder bepaalde voorwaarden meer tariefautonomie zou mogen krijgen en dat tariefverhogingen gekoppeld moeten blijven aan een kwaliteitsverbetering voor de reiziger. Het verschil in tarifaire behandeling van Standard (incl. de nieuwe flexibele) abonnementen en Student abonnementen, enerzijds, en andere producten van de NMBS, anderzijds, moet worden behouden. De halftijdse abonnementen moeten volgens de Raden aan dezelfde prijsaanpassingsformule als de standaardabonnementen worden onderworpen. Jongeren die alternerend leren en werken moeten, ongeacht hun opleidingsinstelling, de schooltarieven van de NMBS kunnen genieten voor hun woon-schoolverplaatsingen. De Raden vinden tot slot dat het vrijwillige 80/20-systeem moet worden verlengd, uitgebreid tot al de gecombineerde openbaarvervoerabonnementen en gefinancierd met een open enveloppe. In datzelfde advies riepen de Raden de NMBS op om in de nabije toekomst in te spelen op ontwikkelingen op het terrein, waaronder het toegenomen fietsgebruik en telewerk en het afgenomen openbaarvoergebruik. De Raden denken daarbij aan extra treincapaciteit die is gericht op fietsen, en aan tariefformules die rekening houden met de groei van het fietsgebruik en van het telewerk. Vanwege de potentiële gevolgen voor werknemers en werkgevers, willen de Raden worden betrokken bij het beleid dat de NMBS hierrond zal uitstippelen. Om het openbaarvervoergebruik weer aan te moedigen, moeten eenvoud en gebruiksgemak volgens de Raden centraal staan. Een uniforme aanpak voor het openbaar vervoer in zijn geheel moet daarbij worden nagestreefd.

4. As 4: Sociale aangelegenheden en samenleven

  • [31] De Raden constateren dat het ontwerp van plan maar weinig concrete maatregelen bevat om de in het regeerakkoord bepaalde doelstelling te realiseren, d.i. tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van minstens 80% te bereiken door een krachtige impuls aan onze economie te geven, de creatie van heel wat jobs te stimuleren en de transitie naar een koolstofarme economie te versnellen.
  • [32] Aldus wijzen de Raden op het gebrek aan maatregelen die de inschakeling op de arbeidsmarkt kunnen ondersteunen van laaggeschoolden, oudere werknemers en uit immigratie afkomstige personen, welke personen de Europese Commissie in haar aanbevelingen (2019) evenwel geïdentificeerd had als doelgroepen waaraan bijzondere aandacht besteed moet worden.
  • [33] In dezelfde zin wordt in het plan niets vermeld over de hervormingen die inzetten op het versterken van de digitale vaardigheden met bijzondere aandacht voor kwetsbare doelgroepen op de arbeidsmarkt, door mobilisering van de diverse opleidingsmogelijkheden waaronder het overheidsaanbod en formele en informele opleiding op het werk.
  • [34] Ondanks de economische impact ten gevolge van Covid-19, kent België nog steeds de 3e hoogste vacaturegraad, na Tsjechië en Duitsland. Daarnaast kent ons land een zeer grote mismatch. Bedrijven zijn naarstig op zoek naar zeer diverse profielen. Opleiding evenals activering zijn essentiële hefbomen om mensen zo optimaal mogelijk te kunnen inzetten.
  • [35] In dat verband constateren de Raden dat er geen hervormingen zijn voor het versterken van de op de arbeidsmarkt gezochte vaardigheden, waaronder digitale en milieuvaardigheden, aan de hand waarvan die twee transities gerealiseerd kunnen worden.
  • [36] Vorming zal eveneens een cruciale rol spelen in het versterken en verlengen van loopbanen. Het is daarbij belangrijk dat vorming ingezet wordt om tegemoet te komen aan technologische evoluties en de veranderende noden van de arbeidsmarkt. Dit dient weerspiegeld te worden in het traditionele onderwijs, maar eveneens op het vlak van alternerend leren en levenslang leren. De landenspecifieke aanbevelingen (2019) van de Commissie leggen daar echter nog diverse pijnpunten bloot. Een intra- en interfederale visie en structurele aanpak dringen zich daarbij op.
  • [37] De Raden zijn tevreden diverse (regionale) projecten vast te stellen die hierop focussen alsook het federale project rond de individuele leerrekening, maar benadrukken het belang van inter- en intrafederale onderlinge afstemming en met de sociale partners, aandacht voor de noden van de arbeidsmarkt, en gerichte aandacht voor specifieke doelgroepen waar momenteel nog een enorm groeipotentieel qua arbeidsmarktparticipatie bestaat. Ze vragen zich af waarom een verduidelijking van de opleidingsproblematiek zoals vermeld in het regeerakkoord niet in het ontwerp van PHV is opgenomen.
  • [38] Inzake gendergelijkheid voor de werkgelegenheid, constateren de Raden bovendien dat het ontwerp van plan evenmin detailleert hoe in dat verband een actief en voluntaristisch beleid uitgevoerd kunnen worden waarin de inspanningen worden voortgezet voor het verminderen van structurele en historische onevenwichten, zoals in het regeerakkoord werd aangekondigd.
  • [39] De Raden onderstrepen ten slotte dat de hervormingen in nauw overleg met de sociale partners en de andere stakeholders verricht moeten worden, overeenkomstig de in het regeerakkoord aangegane verbintenissen.
  • [40] Hieromtrent herinneren de Raden aan het eenparige gezamenlijke advies van de NAR en de CRB van 19 februari 2020, getiteld “Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen – Opvolgingsindicatoren en ambitieniveau”, dat met name betrekking heeft op armoedebestrijding en vermindering van ongelijkheid, levenslang leren, gendergelijkheid en waardig werk.
  • [41] De sociale partners verwijzen naar en benadrukken het belang van de werkzaamheden van de Groep van 10 in zijn verklaring van 7 september 2020 over Covid en relance: Om de transformatie en transitie te sturen, faciliteren en begeleiden, dient inzake arbeidsmarkt en digitalisering simultaan ingezet te worden op de volgende assen:
    • – onderwijs en opleiding die inzetten op toekomstgerichte skills die jongeren extra kansen en perspectieven bieden voor de toekomst;
    • – het mobiliseren van het talent van alle werkzoekenden, sterker gericht op heroriëntering en herinschakeling o.b.v. wat een werkzoekende (nog) aankan;
    • – het ontwikkelen van levenslang leren als sleutelstrategie waarbij we inzetten op duurzame en toekomstgerichte competenties en attitudes die de ondernemingen en werk(zoek)enden voorbereiden op verandering en transitie;
    • – kansen geven door drempels te verlagen, o.m. via inlooptrajecten en experimenten die aanwerving, arbeidsmobiliteit, herinschakeling en inclusiviteit bevorderen;
    • – een transitiepool, waarin private en publieke spelers de krachten bundelen, om heroriëntering en transitie van werknemers over sectoren en beroepen heen te faciliteren en begeleiden;
    • – een toekomstgericht overleg dat toelaat om verandering te sturen, erop te anticiperen, tijdig gepaste oplossingen aanreikt, innovatieve projecten ontwikkelt, ruimte schept voor experimenten en aangepaste oplossingen, en dit in een geest van samenwerking;
    • – een level playing field dat alle werkgevers/opdrachtgevers en werkenden toelaat om met gelijke wapens te strijden en dat duurzame groei, werkgelegenheid, ondernemerschap en sociale zekerheid bevordert.

5. As 5: Productiviteit

5.1 Hervormingen die ontbreken in het ontwerp-PHV

  • [42] In het regeerakkoord wordt melding gemaakt van maatregelen binnen verschillende domeinen die moeten bijdragen aan het versterken van de productiviteitsgroei op lange termijn. Een hiervan is het bevorderen van (eerlijke) concurrentie tussen ondernemingen en een proactief beleid ter bescherming van de consument. In het ontwerp-PHV ontbreekt het echter aan dergelijke maatregelen. In dit kader verwijzen de Raden ook naar de vierde landspecifieke aanbeveling van 2019, waarin expliciet wordt aanbevolen om de belemmeringen voor de concurrentie in de dienstensector op te heffen. Ze verwijzen tevens naar de aankondiging uit het regeerakkoord dat maatregelen zullen worden genomen om een gelijk speelveld te creëren tussen binnen- en buitenlandse ondernemingen, met gelijke controles en handhaving van de Belgische wetgeving (bv. m.b.t. e-commerce).
  • [43] In het ontwerp-PHV zijn voor het federale niveau ook geen structurele hervormingen van het O&O- en innnovatiesysteem te vinden. De Raden wijzen er nochtans op dat België herhaaldelijk wordt geconfronteerd met vaststellingen of oproepen van nationale organisaties (zoals het Federaal Planbureau) en internationale instellingen (zoals de Europese Commissie en de OESO) m.b.t. twee problemen:
    • – Het eerste betreft een betere efficiëntie van de O&O-steunmaatregelen. De kosten van deze maatregelen voor de staat mogen dan hoog liggen, de O&O-investeringen van de ondernemingen zijn immers ook essentieel voor hun concurrentievermogen en voor de Belgische economie. Het is van cruciaal belang dat de toewijzing van de overheidsmiddelen zo efficiënt mogelijk gebeurt en dat ze wordt gecoördineerd tussen de verschillende beleidsniveaus teneinde de inspanningen van de ondernemingen ter zake aan te moedigen.
    • – Het tweede betreft een betere valorisatie van de resultaten van O&O die wordt gefinancierd door de overheden in termen van economische activiteit en werkgelegenheid.
  • [44] De leden van de CRB werken momenteel aan een gemeenschappelijke diagnose van deze twee problemen. Deze werkzaamheden moeten het mogelijk maken voorstellen te formuleren om de economische beleidsmaatregelen ter ondersteuning van de O&O-uitgaven fijner af te stemmen, ofwel door bestaande beleidsmaatregelen aan te passen, ofwel door nieuwe te creëren. Ze hebben ook tot doel dat men zich kan uitspreken over de invoering van een passend economisch beleid om de O&O-uitgaven zo veel mogelijk te valoriseren, er met andere woorden voor te zorgen dat deze uitgaven zo veel mogelijk resulteren in toegevoegde waarde en bijkomende werkgelegenheid.
  • [45] Wat de transitie naar een circulaire economie betreft, formuleerden de Raden recent een aantal concrete aanbevelingen. In hun gezamenlijk advies rond circulaire economie vragen ze prioritaire aandacht voor: een betere governance door afstemming en consultatie, het aangaan van de sociale uitdagingen door opleiding en vorming, het inzetten op de vraagzijde via o.a. sensibilisering en overheidsopdrachten en het zo snel mogelijk wegwerken van de regelgevende, fiscale en financiële barrières voor recyclage, hergebruik, herstel… In hun gezamenlijk advies rond geplande veroudering erkennen de Raden dat de verlenging van de levensduur van producten vandaag een belangrijke uitdaging is in het kader van duurzame ontwikkeling en formuleren ze een aantal aanbevelingen in dit kader.

5.2 Opmerkingen bij de in het ontwerp-PHV geplande hervormingen

  • [46] In het algemeen voorziet het ontwerp-PHV in bijkomende overheidsinvesteringen (zowel via publieke als private middelen), maar het ontbreekt aan het opnemen van de concrete ambitie om de overheidsinvesteringen structureel te versterken tot 4% van het bbp tegen 2030, zoals het regeerakkoord en ook de gemeenschappelijke verklaring van de Groep van Tien bepalen.
  • [47] In samenhang met de aanbeveling 195 van de IAO over de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen, hechten de Raden veel belang aan innovatie, het concurrentievermogen, de productiviteit, de economische groei, de creatie van volwaardige banen en aan de inzetbaarheid van de personen omdat ze van mening zijn dat innovatie nieuwe werkgelegenheidsmogelijkheden creëert en ook nieuwe benaderingen van onderwijs en opleiding vereist om tegemoet te komen aan de vraag naar nieuwe vaardigheden. Met betrekking tot de structurele hervormingen die in het regeerakkoord zijn vermeld en in de onderstaande paragrafen [47] tot [55] zijn opgenomen, en zonder afbreuk te doen aan de respectieve standpunten van de verschillende organisaties die zitting hebben in de Raden en aan de al gevoerde, lopende of toekomstige besprekingen in de NAR, constateren de Raden dat binnen de component Training en Labour Market, het regeerakkoord vermeldt:
  • Om de werknemers zo goed mogelijk voor te bereiden op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zal er in overleg met de sociale partners en de deelstaten een “individuele opleidingsrekening” ingevoerd worden, die gedurende de volledige loopbaan gebruikt kan worden.” Het akkoord vermeldt ook dat “het de bedoeling is er op interprofessioneel niveau voor te zorgen dat elke VTE gemiddeld recht heeft op vijf opleidingsdagen (of het aantal uren dat daarmee overeenstemt) per jaar. De ambitie is om voor het einde van de legislatuur voor elke werknemer tot een individueel recht op opleiding te komen. Bedrijven met minder dan 10 werknemers en bedrijven met minder dan 20 werknemers blijven mutatis mutandis onder de systemen van uitzonderingen of afwijkingen vallen.”
  • Bij deze hervorming ontbreken echter verdere details over de concrete uitwerking. Nochtans werd op het niveau van de federale regering al een initiatief genomen: een adviesvraag van minister Dermagne aan de NAR. De sociale gesprekspartners moeten zich daar nog over uitspreken.
  • Bovendien “zal de regering eveneens fiscale voordelen uitwerken voor bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan wat reglementair is bepaald, waarbij buitenkanseffecten zoveel mogelijk vermeden moet worden. De bedoeling is om die bedrijven te ondersteunen die nu onvoldoende opleidingen aanbieden.”
  • [48] Het relanceplan van de regering legt (terecht) een belangrijke klemtoon op vorming om tegemoet te komen aan een aantal belangrijke noden van de economie, arbeidsmarkt en samenleving. De Raden wijzen er echter op dat ook andere inspanningen en hervormingen noodzakelijk zijn, maar onvoldoende tot niet belicht worden in de aanpak van de relance, en vragen dat hier ook actief op ingezet wordt in het kader van de relance. Conform het regeerakkoord verwijzen ze daarbij naar de navolgende punten uit dat akkoord:
– Inschakeling op de arbeidsmarkt
  • [49] “Mensen die inactief zijn op de arbeidsmarkt worden aangemoedigd en geholpen om de stap naar werk te zetten. Het gaat in het bijzonder over mensen met een leefloon, langdurig zieken en mensen met een handicap. Ook drempels voor werkgelegenheid en om (meer) te werken, worden weggenomen. We versterken hierover het overleg en de samenwerking met de deelstaten (onder andere IMC, Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap).”
– Beroepsmobiliteit
  • [50] “De arbeidsmobiliteit naar sectoren waar er tekorten zijn, wordt bevorderd. Dit vereist om- en bijscholing, evenals heroriëntatie. In samenspraak met de sociale partners bekijkt de regering hoe artikel 39ter van de Arbeidsovereenkomstenwet kan worden hervormd en uitvoerbaar kan worden gemaakt. Het is de bedoeling om ontslagen werknemers te stimuleren via inzetbaarheidsmaatregelen.”
– Arbeidstijd en flexibiliteit
  • [51] “Ook het aspect tijd is cruciaal. Zo zijn heel wat mensen op zoek naar een beter evenwicht tussen werk en andere tijdsbestedingen. Thuis- en telewerk, maar ook andere vormen van flexibiliteit ten voordele van de werknemer, spelen daarbij een belangrijke rol. En ook de mate van autonomie en zelfsturing die werknemers aan de dag kunnen leggen, is een belangrijke factor voor hun welzijn, voor de voldoening die ze halen uit werk.”
  • [52] “De coronacrisis heeft tijdelijk tot een massaal gebruik van thuiswerk geleid, waardoor de arbeidstijd in veel gevallen ook volledig anders werd georganiseerd. Bij werkgevers en werknemers leeft een sterke vraag om deze manier van werken verder te kunnen zetten. Dit moet werknemers ook in staat stellen werk en privéleven beter te combineren. In dat opzicht zal de regering in samenwerking met de sociale partners een interprofessioneel kader uitwerken dat toelaat meer flexibiliteit af te spreken terwijl de bescherming van de werknemers wordt gewaarborgd.” “De regering stelt, in overleg met de sociale partners, de voorwaarden vast waarbinnen afwijkingen op de standaard arbeidsduur en arbeidstijd kunnen worden ingevoerd voor ondernemingen met een syndicale delegatie of die sociale verkiezingen organiseren en dit met respect voor de wetgeving betreffende arbeidstijd.” “De regering onderzoekt welke redenen aan de basis liggen voor de beperkte aanwezigheid in ons land van o.a. verdeelcentra in het kader van e-commerce. Daarbij gaat zij, in overleg met de sociale partners, na of en in welke mate een wijziging van de reglementering rond avond- en nachtarbeid aan een oplossing kan bijdragen.”
– Uitzendarbeid
  • [53] “Uitzendarbeid heeft zijn verdienste bij het snel en vlot invullen van tijdelijke behoeften aan personeel en als opstap naar vast werk. De regering wil wel vermijden dat uitzendkrachten gedurende lange periodes afhankelijk zijn van opeenvolgende dagcontracten (bij eenzelfde gebruiker). Het oneigenlijk en overmatig gebruik daarvan zal bestreden worden, in overleg met de interprofessionele en sectorale sociale partners.”
– Contractvormen
  • [54] “De verschillende contractvormen op onze arbeidsmarkt worden geëvalueerd. Daarbij wordt zowel hun plaats binnen het socio-economisch weefsel bekeken als de impact op het inkomen en de werkzekerheid.”
– Eindeloopbaan
  • [55] “Teneinde de effectieve loopbaanduur van de werknemers op te trekken, zullen er maatregelen worden genomen inzake eindeloopbaanregeling. Dat kan o.a. worden gerealiseerd via het deeltijdse pensioen, de zachte landingsbanen, de vorming en heroriëntatie doorheen de loopbaan, en door de overdracht van knowhow tussen generaties van werknemers te bevorderen.”
  • [56] De Raden onderstrepen nogmaals de noodzaak dat de hervormingen in nauw overleg met de sociale partners en met de andere belanghebbende partijen worden uitgevoerd, overeenkomstig de verbintenissen die in het regeerakkoord werden aangegaan.
  • [57] In het voorstel van de federale regering om, in afstemming met de deelstaten, een federaal actieplan inzake circulaire economie uit te werken, wordt onder meer gewezen op de rol die productnormen kunnen spelen. De Raden onderstrepen dat, om het productbeleid te hervormen, de voorkeur moet worden gegeven aan een participatief proces met alle belanghebbenden en aan een aanpak per branche (kunststoffen, bouwmaterialen of textiel).

6. As 6: Overheidsfinanciën

Onderzoek van de uitgaven
  • [58] Op dit ogenblik vervullen de begrotingsprocessen niet de voorwaarden voor de invoering van uitgavenonderzoeken. De begrotingen van de federale overheid en de deelstaten hebben de neiging de uitgaven te presenteren zonder ze te koppelen aan strategische doelstellingen, wat de evaluatie ervan bemoeilijkt. Bovendien zou meer samenwerking tussen de begrotingsdiensten en de beleidsdiensten, op verschillende administratieve niveaus, met name een betere gegevensuitwisseling mogelijk maken voor het maken van correcte evaluaties.
  • [59] Op dit terrein wordt in het ontwerp-PHV voorgesteld om een pilootproject in ‘tax expenses, primary expenditure & social security’ op te starten. De Raden pleiten ervoor om dit uit te breiden naar een “pilot project in tax expenses and reductions of social contributions …”. Men dient immers ook de vele verminderingen van sociale bijdragen en allerhande vrijstellingsmechanismen aan een evaluatie te onderwerpen.
  • [60] De Raden betreuren dat geen hervorming wordt voorgesteld om de begrotingen van de deelstaten beter te coördineren. Zo’n hervorming zou het België gemakkelijker maken om zijn doelen op het vlak van overheidsinvesteringen te bereiken.

 

 

 

 

 

[1] Initiatiefadvies betreffende het plan voor herstel en veerkracht – luik “investeringsprojecten” (CRB 2021-0760 – NAR advies 2.205 – FRDO 2021a02).

[2] Uit cijfers blijkt dat op dit moment 42% van de overheidsaankopen naar het buitenland vloeit. Dit is een stuk hoger dan in vergelijkbare kleine landen zoals Nederland (21%) of Oostenrijk (29%) .

[3] Cf. Charter “Toegang van kmo’s tot overheidsopdrachten

[4] De CRB formuleerde deze vraag in zijn advies “Het goederenvervoer per spoor aanmoedigen” van 19.09.2018.

[5] Bron: CRB-advies “Het goederenvervoer per spoor aanmoedigen”, punt 3.2

[6] Bron: gemeenschappelijke verklaring (CRB, SERV, CESE Wallonie, Brupartners) “Van immobiliteit naar mobiliteit : nu handelen om het tij te keren!” dd. 28.03.2018

[7] Deze krachtlijnen werden geformuleerd in de volgende adviezen: het CRB/NAR-advies “Krachtlijnen voor het beheerscontract 2018-2022 van de NMBS” van 23 mei 2018 en het CRB-advies “Krachtlijnen voor het toekomstige beheerscontract van Infrabel” van 25 oktober 2017.

[8] Bron: CRB/NAR-advies over de prijs van de treinkaarten vanaf 1 februari 2021

Opmerkingen, vragen of suggesties?