- Op vraag van NIRAS in een brief van 2 december 2024
- Dit advies werd voorbereid door de werkgroep Energie en Klimaat
- Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure op 26 februari 2025
Advies (pdf)
1. Context
- [1] De FRDO ontving op 2 december 2024 de adviesaanvraag van NIRAS (Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen) over het ontwerpplan voor langetermijnbeheer van radioactief, radiumhoudend afval, overeenkomstig de wet van 13 februari 2006 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma’s in verband met het milieu. Drie documenten worden ter advies voorgelegd: het ontwerpplan zelf (in de vorm van een ontwerp KB), de milieueffectenbeoordeling en de niet-technische samenvatting van deze beoordeling.
- [2] Het advies wordt tegen uiterlijk 2 maart 2025 gevraagd.
- [3] Tegelijk wordt er van 2 december 2024 tot en met 2 maart 2025 een openbare raadpleging georganiseerd over het ontwerpplan en zijn milieueffectenbeoordeling.
2. Advies
2.1. Algemene opmerkingen – van een tijdelijke naar een meer permanente oplossing voor radiumhoudend afval
- [4] De raad verwelkomt dit initiatief om een strategie voor langetermijnoplossingen voor langlevend, maar laagradioactief afval verder uit te werken en het wettelijk kader te bepalen. De langetermijnoplossing zal betere garanties leveren op bescherming van gezondheid en leefmilieu tegen ongewenste effecten dan de huidige, tijdelijke stockage van het afval.
- [5] De raad vraagt dus aan de regering om snel werk te maken van het concretiseren van dit initiatief.
- [6] De raad stelt vast dat het koninklijk besluit de Nationale Beleidsmaatregel beschrijft vanuit een keuze voor een oplossing (ondiepe berging), en niet vanuit het probleem van de definitieve berging van laagradioactief, radiumhoudend afval. Het had in die optiek zinvoller geweest om eerst een nieuwe categorie D “laagradioactief en radiumhoudend afval” te definiëren. De raad beveelt aan om deze piste uit te werken in de nabije toekomst.
- [7] Hij wijst er ook op dat er andere hoogradioactieve afvalstoffen zijn waarvoor een snelle overheidsbeslissing nodig is, gebaseerd op een milieueffectbeoordeling, en drukt de wens uit ook in die dossiers geraadpleegd te worden, zoals voorzien in de wet.
- [8] Mits het in rekening nemen van de hieronder geformuleerde bedenkingen, steunt de raad het voorgestelde principe van ondiepe berging. De raad wijst op deze overwegingen en opmerkingen met het oog op het soepel verloop van het proces en het vermijden van latere blokkades die tot grote vertragingen in de implementatie van het proces zouden kunnen leiden.
- [9] De raad vindt het positief dat wordt gekeken naar een oplossing op maat en dat er een voorkeur is voor een lokale oplossing, wat de risico’s en kosten kan beperken. De piste van ondiepe berging in de nabijheid van de huidige opslagsite in Olen heeft voordelen, waaronder het feit dat er relatief weinig transport nodig zou zijn.
- [10] De mogelijkheid van een modulaire aanpak werd voorgesteld, waarbij 3 verschillende types radioactief afval een aangepaste berging zouden krijgen. Ook dat kan voordelen hebben om tot een werkzame langetermijnberging te komen. De raad ondersteunt deze modulaire aanpak.
- [11] Voldoende financiering is een terechte zorg bij het bergen van radioactief afval. Het principe van de vervuiler betaalt werd naar voor geschoven, maar er moeten voldoende garanties zijn dat de vervuiler voldoende financiële middelen voorziet, ook op lange termijn, en dat de middelen niet verloren gaan bij bv. overname. Er moet voorkomen worden dat er juridische onzekerheid ontstaat over dit principe. In dat opzicht is het ook belangrijk om te kijken wat er gebeurt in andere dossiers over nucleair afval.
- [12] De keuze voor ondiepe berging is een verdedigbare maatschappelijke keuze voor dit type afval. Berging in de diepe ondergrond (Boomse klei) zou nog veiliger zijn, maar kost vele malen meer.
- [13] Het voorgestelde concept van ondiepe berging moet nog verder uitgewerkt worden. Er zijn nog vragen over de haalbaarheid op technisch, ecologisch en maatschappelijk vlak, met betrekking tot de site en de modaliteiten. Op dit moment is het voorbarig om alternatieven uit te sluiten. Ook het Adviescomité SEA vraagt in zijn advies van 18/10/2023 om “alternatieve locaties mee in overweging te nemen gelet op de mogelijke impact op nabijgelegen natuurgebieden.”
- [14] De raad onderstreept dat de beveiliging van de site niet mag verwaarloosd worden, want Radium kan gebruikt worden voor een vuile bom. Dit moet een aandachtspunt blijven voor de site in Olen en andere sites met nucleair afval.
- [15] Het feit dat de veiligheid van de werkers wordt meegenomen in de plannen en milieueffectenbeoordeling is volgens de raad een positief punt dat navolging verdient. De veiligheid moet in alle fasen van de werken tot de definitieve verwijdering van alle vervuild materiaal van de huidige sites een zorg zijn, zowel voor wat betreft de stralingen als inhalatie en andere blootstellingen.
- [16] De raad beveelt aan om waar mogelijk beroep te doen op lokale bedrijven en werkkrachten.
- [17] De beschikbaarheid van vaardigheden is van cruciaal belang. Men moet er dus op letten de vaardigheden op lokaal niveau te onderhouden of indien nodig te ontwikkelen op korte, middellange en lange termijn.
2.2. Aanbevelingen voor het Ontwerp van Koninklijk besluit
- [18] Het ontwerp koninklijk besluit stelt niet enkel de Nationale Beleidsmaatregel voor (art .4), maar maakt in art. 5 al meteen expliciet de voorkeur voor een bepaalde locatie, waardoor art. 4, 1° en 4° zonder voorwerp vallen. Het artikel 5 laat nog weinig ruimte voor andere oplossingen indien -om welke reden dan ook- zou blijken dat het radiumhoudend radioactief afval niet in een ondiepe berging op grondgebied of in de nabijheid van de gemeente Olen zou kunnen geborgen worden.
- [19] De raad vindt het positief dat overleg en de overlegstructuur in art. 8 van het ontwerp van koninklijk besluit is opgenomen, maar de overlegstructuur zou ook al eerder kunnen gemobiliseerd worden, niet enkel nadat de technische oplossing werd bepaald.
- [20] In art. 9 wordt terecht aangehaald dat er diverse aspecten een rol spelen bij de ontwikkeling van een bergingsproject. Een duidelijke visie op hoe dat concreet zal gebeuren in het kader van deze Nationale Beleidsmaatregel ontbreekt echter nog.
2.3. Aanbevelingen voor de milieueffectenbeoordeling
- [21] De raad apprecieert ten zeerste dat er een uitgebreide milieueffectenbeoordeling werd uitgevoerd, en dat een niet-technische samenvatting beschikbaar is. Een milieueffectenbeoordeling dient voor alle impactvolle nucleaire plannen te gebeuren, wat nu niet het geval is.
- [22] De uitgevoerde milieueffectenbeoordeling brengt relevante informatie aan voor verdere stappen. Het gaat evenwel om voorlopige, hypothetische oplossingen, waardoor een nieuwe beoordeling nodig zal zijn bij de volgende fase(s).
- [23] Het vervoer van het radioactief afval naar de berging, hoe kort die afstand ook mag zijn, houdt nog steeds een risico op ongevallen in. Die risico’s zijn relevant bij radioactief afval. De raad is van mening dat een doorgedreven analyse van de risico’s nodig is, en een bijhorend beheerplan voor deze risico’s.
- [24] De raad stelt vast dat de voorgestelde site zich op ongeveer 20 meter boven het zeeniveau bevindt. Het is dus mogelijk volgens de klimaatmodellen dat de site zich onder het zeeniveau zal bevinden over enkele duizenden jaren. Dat brengt risico’s mee op infiltratie van zout water en erosie. De raad vraagt zich af of de gevolgen van die situatie voldoende zijn meegenomen in de milieueffectenbeoordeling, en indien niet, om die risico’s in de beoordeling op te nemen.