05 | Advies over het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval

Advies over het voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van het besluitvormingsproces van de Nationale Beleidsmaatregel met betrekking tot het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval

  • Op vraag van NIRAS in een brief van 7 januari 2026
  • Voorbereid door de projectgroep “NIRAS” van de FRDO
  • Goedgekeurd door de Algemene Vergadering via schriftelijke procedure op 11 maart 2026

Advies (pdf)

 

 

1. Context

  • [a]  De FRDO ontving op 7 januari 2026 de adviesaanvraag van NIRAS (Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen) over de vaststelling van het besluitvormingsproces Nationale Beleidsmaatregel met betrekking tot het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval, overeenkomstig de wet van 13 februari 2006 betreffende de beoordeling van de effecten van bepaalde plannen en programma’s op het milieu en de publieke participatie bij de ontwikkeling van plannen en programma’s met betrekking tot het milieu. NIRAS legt het ontwerpplan in de vorm van een ontwerp KB voor ter advies aan de raad, alsmede aan de andere instanties die zijn vastgelegd in de wet van 13 februari 2006 en aan het Federaal Agentschap voor Kerncontrole.
  • [b] Dit ontwerpplan vormt een voorstel voor het tweede deel van het Nationaal Beleid voor dit afval. Het eerste deel van het Nationaal Beleid voor dit afval werd vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 28 oktober 2022[1] .
  • [c]  In overeenstemming met het advies van de Adviescommissie van 8 december 2025[2], heeft NIRAS besloten dat dit ontwerpplan kan worden vrijgesteld van de verplichting tot een milieueffectbeoordeling.
  • [d]  Het advies wordt uiterlijk tegen 8 maart 2026 gevraagd.
  • [e]  Tegelijk wordt er van 7 januari 2026 tot en met 8 maart 2026 een openbare raadpleging georganiseerd over dit ontwerpplan.

 

2. Advies

2.1. Algemene opmerkingen

  • [1] De raad juicht toe dat er werk gemaakt wordt van een plan van aanpak voor de berging en het langetermijnbeheer van hoogradioactief en/of langlevend afval.
  • [2] De raad betreurt evenwel de beperkte termijn waarbinnen hij advies diende te verlenen over dit ontwerp van koninklijk besluit ook al begrijpt de raad dat deze termijn van 60 dagen wettelijk bepaald is. Gezien de complexiteit en de lange voorgeschiedenis van dit dossier, dat al decennia aansleept, was een ruimere termijn aangewezen geweest om een grondige behandeling mogelijk te maken.

2.2. Aanbevelingen voor het Ontwerp van Koninklijk besluit

2.2.1. Algemene aanbevelingen

  • [3] De raad spreekt zijn steun uit voor het in dit ontwerp van koninklijk besluit vervatte voornemen om via een participatief proces te komen tot de aanduiding van één of meerdere potentiële locaties voor de diepe geologische berging van nucleair afval van categorie B en C.
  • [4] Bovendien vindt de raad het verstandig dat het koninklijk besluit het principe van ‘omkeerbaarheid’ bevestigt met betrekking tot dit afval, waarbij rekening wordt gehouden met potentiële technologische vooruitgang en mogelijke evolutie van de maatschappelijke oriëntaties en beleidskeuzes inzake het beheer ervan.
  • [5] Omwille van de duidelijkheid, lijkt het de raad zinvol om onder de inleidende bepalingen in artikel 3 expliciet te benoemen dat “de verschillende aspecten van het beheer van radioactief afval en de onderlinge afhankelijkheid ervan worden beschouwd, met name niet alleen de aspecten inzake veiligheid, nucleaire beveiliging en milieubescherming, maar ook de wetenschappelijke, technische, financiële, maatschappelijke en reglementaire aspecten” zoals gestipuleerd in het KB van 28 oktober 2022[3]. Dit wordt wel toegelicht in het Verslag aan de Koning en verdient ook een plaats in het KB zelf.
  • [6] In zelfde lijn, uit de raad haar bekommernis dat in voorliggend ontwerp aspecten inzake veiligheid en beveiliging, milieueffecten en technische en economische haalbaarheid pas in Fase 3 (artikel 8 §1) expliciet benoemd worden als onderdeel van de raadpleging. De raad beveelt dan ook aan om deze genoemde aspecten ook in de eerdere fasen expliciet aan bod te laten komen.
  • [7] De raad stelt daarnaast vast dat het ontwerp van koninklijk besluit vrijgesteld werd van de verplichting van milieueffectbeoordeling in overeenstemming met het advies van het Adviescomité SEA[4] opgericht bij wet van 13/02/2006. Dit advies is onder andere gebaseerd op het feit dat het eerste deel van de nationale beleidsmaatregel reeds het voorwerp uitmaakte van een milieueffectbeoordeling en dat dit ontwerp van koninklijk besluit geen belangrijke wijziging inhoudt van de vastgestelde beheeroplossing. De raad beklemtoont het belang van milieueffectbeoordelingen voor de volgende delen van de nationale beleidsmaatregel in overeenstemming met de bovenvermelde wet.
  • [8] De raad beveelt verder aan om duidelijkheid te scheppen over een passend en transparant compensatiekader voor de gemeente(n) die uiteindelijk als bergingslocatie worden geselecteerd, aangezien het zonder dergelijke waarborgen weinig waarschijnlijk is dat een gemeente zich kandidaat zal stellen.
  • [9] De raad stelt vast dat het ontwerp van koninklijk besluit op een aantal punten en zeker ook op juridisch vlak nog verduidelijking behoeft. Deze verduidelijkingen worden in paragrafen [10] tot en met [20] verder toegelicht.

2.2.2. Participatief proces

  • [10] De raad is van mening dat het voorgestelde
    • De samenstelling, de representativiteit, de oprichtings- en werkingsmodaliteiten van het overlegplatform, beschreven in artikel 6 §2;
    • Bepalingen over de timing voor dit overleg om tot een finaal advies te komen;
    • Een toegewezen budget om de goede werking van het platform te garanderen;
    • Wie de kosten voor de werking van dit platform zal dragen;
    • Hoe gemeenten zullen worden geraadpleegd en bereid gevonden “interesse” te tonen.
  • [11] De raad merkt tevens op dat mogelijke grensoverschrijdende effecten en de reikwijdte van de publieke participatie onvoldoende aan bod komen. Hij beveelt aan om passende internationale raadplegingen te voorzien en de participatie te versterken, teneinde te voldoen aan verplichtingen van supranationaal recht.
  • [12] De raad stelt vast dat de zogenoemde fase 0, omschreven als een “voorafgaande fase van bewustwording”, enkel wordt vermeld in het Verslag aan de Koning en niet expliciet is opgenomen in de tekst van het ontwerp van koninklijk besluit. De raad beveelt aan om deze bewustwordingsfase uitdrukkelijk in het koninklijk besluit te verankeren, teneinde de opeenvolgende fasen van het proces duidelijk af te bakenen en de transparantie van het proces te versterken.
  • [13] De term “bewustwordingsfase” lijkt bovendien ook wat ongelukkig gekozen en meer betrekking te hebben op het reeds doorlopen proces met “Nu voor Morgen”[5]. De raad beveelt aan deze meer te duiden als een constituerende of opstartfase, waarin duidelijkheid wordt verschaft over de volgende stappen (1 tot 3) in het proces en over de rol van een aantal cruciale actoren, waaronder de Garant, de vijf “sleutelspelers” op Federaal niveau, zoals geschetst in het rapport van de Universiteit Gent over de Garant[6] en relevante overheidsinstellingen op gewestelijk niveau (zoals sleutelspelers op vlak van milieuaspecten en het beheer van de (diepe) ondergrond).
  • [14] Voorgaande bedenkingen bij de zogenaamde Fase 0, werden ook teruggevonden in het rapport over de Garant[7], opgesteld door bestuurskundigen van de Universiteit Gent, waarin wordt gesteld dat “Deelnemers aan het stakeholderforum werpen op dat er in het huidige voorstel van NIRAS, onduidelijkheid is over de tijd en middelen die zullen worden geïnvesteerd in de voorafgaande bewustwordingsfase. Hierin schuilt immers het gevaar dat er (te) weinig tijd wordt genomen voor het opstarten van een volwaardige en volgehouden maatschappelijke dialoog op nationaal niveau”. De raad heeft enerzijds begrip voor het niet formuleren van harde termijnen voor het doorlopen van elk van de stappen richting locatiekeuze en passend bergingsconcept. Anderzijds beveelt de raad aan om toch enige indicatie op te nemen van wat redelijkerwijze verwacht kan worden. Zeker wat betreft de start en doorlooptijd van Fase 0 en de overgang naar Fase 1.

 2.2.3. Garant

  • [15] De raad wijst op een juridische inconsistentie in Hoofstuk 3 van het ontwerp koninklijk besluit. Er wordt verwezen naar een
  • [16] De raad is van mening dat het ter herziening voorgelegde koninklijk besluit pas van toepassing kan worden nadat de Garant is benoemd, of om de bepaling zodanig te herformuleren dat de rechtszekerheid gewaarborgd blijft door onder meer de term “oprichting” te vervangen door “aanduiding”, een termijn voorop te stellen binnen dewelke dit zal gerealiseerd worden en door wie, alsook het in werking treden van deze Garant te koppelen aan de start van de eerste fase, beschreven in Hoofdstuk 2 – Deel 2 van het ontwerp koninklijk besluit.
  • [17] Omwille van de leesbaarheid is de raad van mening dat in ieder geval dient vermeden dat, zoals nu het geval is, de term Garant zonder enige duiding wordt gelanceerd op meerdere plaatsen (met name in artikel 3 en 5) onder de inleidende bepalingen (Hoofdstuk 2 – Deel 1 – van het ontwerp koninklijk besluit).
  • [18] De raad onderschrijft de aanbeveling op het einde van bovengenoemd rapport[8]Het besluitvormingsproces krijgt dus idealiter pas vorm nadat de structurele inbreng van de Garant mogelijk is gemaakt. Dit betekent dat de focus in de eerste helft van 2026 eerst zou moeten verschuiven naar het creëren van de juiste randvoorwaarden, waaronder ook de oprichting van een Garant, om pas daarna ook definitief werk te kunnen maken van een zo breed mogelijk gedragen aanpak en fasering voor het besluitvormingsproces.”
  • [19] Daarbij benadrukt de raad dat zij die essentiële oefening niet als een opdracht van NIRAS alleen ziet en dringt daarom aan om ook voor de Garant heldere oprichtingsmodaliteiten te formuleren in voorliggend ontwerp van KB. Het rapport van de universiteit Gent[9] stelt alvast een aantal bruikbare pistes voorop, maar geeft tevens aan dat er nog noodzaak is aan een “verdere concretisering van de verschillende rollen en randvoorwaarden”.
  • [20] De raad beveelt hier tot slot aan om het concept van de Garant reeds in fase 0, de bewustwordingsfase, expliciet aan bod te laten komen. Bijvoorbeeld door de totstandkoming daarvan expliciet onderdeel van deze fase te maken. Een vroegtijdige verduidelijking van de rol, opdracht en verantwoordelijkheden van deze actor kan bijdragen tot een beter geïnformeerd participatief proces in de daaropvolgende fasen. Bovendien maakt het introduceren van deze fase in het ontwerp KB het minder urgent om alle verdere stappen al explicieter te concretiseren. Het volstaat dan aan te geven dat dit zal gebeuren in fase 0.

2.2.4. Slotbedenkingen

  • [21] Met betrekking tot de selectie van locatie(s) stelt de raad voor om indicatoren te bepalen op basis waarvan de Ministerraad bij de verschillende fases de passende beoordeling zou kunnen maken.
  • [22] De raad stelt voor om bij de gebruikte terminologie aandacht te hebben voor semantische gevoeligheden bij woorden zoals “oplossing” en “duurzaam”. De raad stelt voor om bijvoorbeeld de term “beheersoptie” te gebruiken in plaats van “oplossing”. Het woord “geruststellend” is een louter subjectief begrip en dient te worden vermeden.
  • [23] De raad benadrukt dat deze vaststellingen geen aanleiding mogen geven tot stilstand in het besluitvormingsproces. Gelet op de urgentie en de maatschappelijke verantwoordelijkheid die met dit dossier gepaard gaan, is het van belang de opgebouwde dynamiek in het proces voort te zetten en stapsgewijs verder te werken aan een juridisch sluitend en maatschappelijk gedragen kader voor de berging van het hoogradioactief en/of langlevend afval.
  • [24] Bijgevolg benadrukt de raad dat het afronden van de Nationale Beleidsmaatregel met de beslissing over de locatie in KB3 geenszins het einde van het traject betekent, maar veeleer de aanvang vormt van een intensieve vergunningsfase, waarin verdere technische, juridische en maatschappelijke beoordelingen en procedures zullen moeten worden doorlopen.
  • [25] Tot slot vraagt de raad om het aangepaste ontwerp KB opnieuw voor te leggen ter advies.

 

 

[1] Zie: https://www.jurion.fanc.fgov.be/jurdb-consult/plainWettekstServlet?wettekstId=35613&lang=nl

[2] Zie: https://www.datocms-assets.com/151156/1765534649-advies-comite-sea-kb2.pdf . Tekst is enkel beschikbaar in het Nederlands.

[3] Zie voetnoot 1, artikel 7 §1

[4] Zie voetnoot 2

[5] Zie het eindrapport van de Koning Boudewijnstichting over het maatschappelijk debat: https://www.niras.be/publicaties/nu-voor-morgen-eindrapport

[6] De vijf sleutelspelers zijn: NIRAS, FANC, de FOD Economie, HEDERA en de Commissie voor Nucleaire Voorzieningen. Zie https://www.niras.be/publicaties/studie-garant pp. 33-36.

[7] Ibid p.37

[8] Ibid, p.51

[9] Ibid p. 50.

Opmerkingen, vragen of suggesties?