- Op vraag van Zakia Khattabi, minister van klimaat, leefmilieu, duurzame ontwikkeling en Green Deal, in een brief van 21/03/2024
- Dit advies werd voorbereid door de werkgroep productnormen
- Samen met de CRB en de BRC Verbruik
- Goedgekeurd door de Algemene Vergadering via schriftelijke procedure op 2 mei 2024
Advies (pdf)
Onderwerp van de adviesvraag
Indiening
Op 21 maart 2024 heeft mevrouw Zakia Khattabi, minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO), de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de bijzondere raadgevende commissie Verbruik (brc Verbruik), hierna de adviesorganen genoemd, een adviesvraag gericht met betrekking tot een ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 april 2019 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden. Het advies van deze adviesorganen wordt gevraagd conform artikel 19, §1, eerste lid, van de wet van 21 december 1998 betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers. De uiterlijke indieningsdatum van het advies is 18 april 2024.
Overwogen reglementaire wijziging
Artikel 22 van het ontwerp van koninklijk besluit dat ter raadpleging werd voorgelegd, voegt verscheidene elementen toe met betrekking tot de indeling, de verpakking en de etikettering van biociden.
Artikel 23 breidt de bepalingen met betrekking tot reclame uit en verbiedt in het bijzonder reclame, in welke vorm dan ook, voor toepassingen die uitsluitend zijn toegelaten voor het grote publiek wanneer het gevaarlijke producten betreft.
Artikel 34 regelt het gebruik van biociden die in het gesloten circuit zijn ingedeeld.
Enkel deze drie artikelen van het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit worden voor advies voorgelegd omdat, overeenkomstig advies nr. 75.387/16 van de Raad van State van 19 februari 2024, hun rechtsgrond te vinden is in de artikelen 5, § 1 en 9, § 1 van de wet van 21 december 1998 betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid; de andere bepalingen vinden hun rechtsgrond in artikel 8 van dezelfde wet.
De BRC Verbruik heeft al een advies uitgebracht[1] over een van deze bepalingen, namelijk artikel 23 van het ontwerp van koninklijk besluit dat hier wordt besproken.
Kennisgeving vereist onder Europese wetgeving
Het ontwerp van koninklijk besluit in kwestie werd op 13 juni 2023 (einde status-quoperiode: 14 september 2023)[2] ter kennis gebracht van de Europese Commissie, zoals vereist door Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij.
Volgens de informatie van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu hebben noch de Europese Commissie, noch de lidstaten hierover opmerkingen gemaakt.
Werkzaamheden in de subcommissie en de plenaire vergadering
Er werd overeengekomen dat de secretariaten een ontwerpadvies zouden opstellen. Dit ontwerpadvies werd ter goedkeuring voorgelegd aan de plenaire vergadering van de CRB (goedgekeurd op 2/05/2024) en de BRC Verbruik (goedgekeurd op 2/05/2024), evenals aan de algemene vergadering van de FRDO (goedgekeurd op 2/05/2024).
Advies
1. Belang van het raadplegen van de stakeholders
- [1] De adviesorganen betreuren het dat ze slechts een zeer korte periode hebben om hun advies te geven, die zelfs korter is dan de minimumtermijn van een maand.
- [2] De adviesorganen nemen akte van het feit dat zij over het voormelde ontwerp van koninklijk besluit worden geraadpleegd overeenkomstig artikel 19, §1 van de wet van 21 december 1998 betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid.
- [3] De adviesorganen wijzen graag op de toegevoegde waarde van de dialoog met hun verschillende stakeholders over ontwerp-productregelgeving, zowel voor de autoriteit die hun adviezen ontvangt als voor hun leden.
- [4] Wat biociden betreft, hebben de adviesorganen al meermaals hun advies gegeven[3] over de opeenvolgende koninklijke besluiten met betrekking tot het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden, zonder dat hen werd gevraagd hun analyse te beperken tot bepaalde artikelen. Bovendien is het niet gebruikelijk dat hun advies enkel wordt gevraagd over een selectie van artikelen binnen ontwerpen van koninklijke besluiten.
- [5] De adviesorganen nemen akte van het feit dat de Afdeling Wetgeving van de Raad van State in haar advies 75.387/16 van 19 februari 2024 aanbeveelt om het project “integraal” conform voor te leggen aan alle adviesorganen[4].
- [6] Het is dan ook over het volledige ontwerp dat aan hen wordt voorgelegd dat de adviesorganen hun mening willen geven.
- [7] De adviesorganen wijzen erop dat de BRC Verbruik in haar advies van 26 september 2023[5] betreurt dat de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven niet over de voorgestelde maatregel zijn geraadpleegd.
2. Technische opmerkingen
2.1. Etikettering
- [8] Artikel 22 van het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit voorziet in maatregelen met betrekking tot de verpakking en etikettering van biociden.
- [9] De adviesorganen herhalen dat het belangrijk is de samenhang te verzekeren tussen de nationale maatregelen en, in voorkomend geval, de Europese maatregelen die zich nog in het harmonisatieproces bevinden. In dit verband vestigen zij de aandacht op de lopende besprekingen, zij het over andere aspecten, in het kader van het voorstel[6] tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.
2.2. Reclame
- [10] Met betrekking tot artikel 23 over reclame voor biociden vermelden de adviesorganen de moeilijkheid om online reclame te controleren en verzoeken ze de administratie om bijzondere aandacht te besteden aan dit punt.
- [11] De adviesorganen merken ook op dat een verbod op reclame in België niet zou verhinderen dat consumenten via buitenlandse media (voornamelijk de Nederlandse, Franse en Duitse) worden blootgesteld aan reclame voor biociden die in België en naburige staten zou zijn toegelaten volgens de procedure van artikel 41 en volgende van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden.
- [12] Gezien de ruime definitie van “reclame” in de bovenvermelde Verordening 528/2012 willen de adviesorganen bevestigd zien dat technische documenten en publicaties over biociden die bestemd zijn voor verkopers en gebruikers niet als reclame worden beschouwd.
- [13] Artikel 23 van het ontwerp van koninklijk besluit dat ter advies werd voorgelegd, verbiedt reclame voor toepassingen die uitsluitend zijn toegelaten voor het grote publiek indien de “gevarenscore” van het biocide in kwestie gelijk is aan of hoger is dan 4, alsook kortingen, gratis hoeveelheden en exemplaren, en elke gelijkaardige vorm van directe of indirecte promotie bij de aankoop van deze producten. De adviesorganen zijn van mening dat hiervoor duidelijke communicatie nodig is over de biociden waarvan de reclame en andere vormen van promotie als gevolg van deze maatregel verboden zijn.
- [14] De adviesorganen achten het noodzakelijk eraan te herinneren dat het Hof van Justitie van de Europese Unie de mogelijkheid heeft bevestigd om op nationaal niveau publieksreclame te verbieden, zowel op grond van voornoemde Verordening (EU) nr. 528/2012 als op grond van het Verdrag van Lissabon, op voorwaarde dat een dergelijke regeling wordt gerechtvaardigd door de doelstellingen van bescherming van de gezondheid en het leven van de mens en van het milieu, geschikt is om de verwezenlijking van deze doelstellingen te waarborgen en niet verder gaat dan wat ter bereiking van deze doelstellingen noodzakelijk is[7]. Het Hof heeft geoordeeld dat de Franse maatregel in kwestie “geschikt is om de doelstellingen van de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu te bereiken, voor zover hij voorziet in een verbod van alle publieksreclame voor bepaalde van deze producten, dat een middel vormt om de prikkels tot aankoop en gebruik van deze producten te beperken” (§ 82). Het Hof oordeelde ook dat de maatregel evenredig was, aangezien hij alleen op bepaalde categorieën producten was gericht en niet op reclame voor beroepsbeoefenaren (§ 83).
2.3. Socio-economische analyse
- [15] De adviesorganen merken op dat het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit op 13 juni 2023 werd genotificeerd aan de Europese Commissie en dat deze notificatie geen reactie uitlokte van de Europese Commissie of de lidstaten.
- [16] De adviesorganen hadden echter graag meer informatie gehad over de sociaaleconomische gevolgen van de voorgestelde beperkingen.
[1] Advies – Het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden, CRB 2023-2230, 26 september 2023.
[2] TRIS – European Commission, Details van kennisgeving: Koninklijk Besluit tot wijziging van het koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden, 13 juni 2023, Europese Commissie, https://technical-regulation-information-system.ec.europa.eu/nl/notification/23905 (geraadpleegd op 28/03/2024).
[3] Zie o.a. Advies : Advies – Advies op de markt aanbieden en gebruiken van biociden, nr FRDO 2022a14 – CRB 2022-2980, 23/11/2022 (https://frdo-cfdd.be/adviezen/14-advies-op-de-markt-aanbieden-en-gebruiken-van-biociden/ ) en Advies over 4 ontwerpen van koninklijke besluiten betreffende gewasbeschermingsmiddelen en biociden, nr FRDO 2018a03, 28/02/2018 (https://frdo-cfdd.be/adviezen/advies-over-4-ontwerpen-van-koninklijke-besluiten-betreffende-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/ ).
[4] P. 21.
[5] Advies – Het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden, nr CRB 2023-2230, 26 september 2023 (https://www.ccecrb.fgov.be/p/nl/1106/publiciteit-inzake-biociden), p. 2.
[6]Zie :https://environment.ec.europa.eu/document/download/13dc2e9b-15b2-47cb-bf97-fd7af56a13d9_en?filename=Proposal%20for%20a%20Regulation%20amending%20Regulation%20%28EC%29%20No%2012722008.pdf
[7] HJEU, arrest CIHEF van 19 januari 2023, zaak C-147/21.