- Op vraag van minister Zakia Khattabi in een brief van 31 mei 2023
- Dit advies werd voorbereid door de projectgroep Rechtvaardige Transitie
- Goedgekeurd door de Algemene Vergadering via schriftelijke procedure op 20 oktober 2023
Advies (pdf)
1. Adviesvraag en aanpak
- [1] Op 31 mei 2023 ontving de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling twee verzoeken om advies over een rechtvaardige transitie van Zakia Khattabi, minister van klimaat, leefmilieu, duurzame ontwikkeling en Green Deal. Ook andere instanties (de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Nationale Arbeidsraad, het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen en de Dienst ter Bestrijding van Armoede, Bestaansonzekerheid en Sociale Uitsluiting) werden uitgenodigd om een advies uit te brengen over onderwerpen die verband houden met een rechtvaardige transitie. De minister wil “van de raden advies ontvangen over welke stappen er volgens hen moeten worden ondernomen om in de periode tussen nu en 2030-2050 op een rechtvaardige manier een koolstofneutrale, milieuvriendelijke, gifvrije en circulaire economie en samenleving te bekomen.”.
- [2] Het advies “Rechtvaardige transitie: kaderadvies” bevat algemene overwegingen, aanbevelingen en principes, en moet vóór dit advies worden gelezen. Dit advies gaat over de vraag over financiering en investeringen als onderdeel van een rechtvaardige transitie. De minister vraagt: “Welke beleidsinitiatieven, regelgeving, monitoring en evaluatie dienen de verschillende overheden in dit land te ontwikkelen en operationaliseren inzake investeringen en financieel beleid om de rechtvaardige transitie naar een koolstofneutrale, milieuvriendelijke, gifvrije en circulaire economie en samenleving te organiseren?” De minister zou graag zien dat de focus ligt op de volgende twee vragen: (1) “Hoe kunnen we werk maken van een fiscaliteit die duurzame productie en consumptie bevordert en tegelijk een positieve sociale impact heeft?”, (2) “Welke financieringsbronnen dienen we aan te spreken voor het financieren van de nodige investeringen om een koolstofneutrale, milieuvriendelijke, gifvrije en circulaire samenleving te organiseren?”. Dit advies behandelt de eerste vraag.
- [3] Onder de raadsleden kwamen twee meningen naar voren: de eerste is die van de werknemers, de milieu-NGO’s, de Noord-Zuid-NGO’s en de jongeren (paragrafen [4] tot en met [14]). De tweede is die van de werkgevers (paragrafen [15] tot en met [45]).
A. Opinie van de werknemers, de milieu-NGO’s, de Noord-Zuid-NGO’s en de jongeren[1]
A.1. Inleidende overweging
- [4] Voor de ledengroepen is de financiering van een rechtvaardige transitie een cruciale politieke kwestie. De te nemen beslissingen moeten gebaseerd zijn op een raming van de financierings- en investeringsbehoeften voor een rechtvaardige transitie in ons land, met integratie van de prioritaire investeringsbehoeften van de regio’s en met een duidelijke identificatie van de reeds voorziene middelen en de aanzienlijke financieringskloof die blijft bestaan op verschillende niveaus.
- [5] De ledengroepen nemen akte van de onderzoeksresultaten die aantonen dat investeringen in de transitie naar klimaatneutraliteit netto positieve resultaten kunnen opleveren, onder meer in termen van werkgelegenheid[2], en zelfs financieel[3].
A.2. Hoe kunnen we een belastingstelsel invoeren dat een rechtvaardige transitie ondersteunt ?
- [6] De ledenorganisaties herhalen dat – zoals de IAO-conclusies van juni 2023 stellen[4] – urgente actie nodig is om een rechtvaardige transitie tot stand te brengen, en dat geldt ook op vlak van fiscaliteit.
- [7] De ledenorganisaties wijzen erop dat een belastingstelsel dat bijdraagt aan een rechtvaardige transitie mee moet leiden tot een uitfasering van fossiele brandstoffen, en tot het respecteren van de grenzen van het koolstofbudget en de planetaire grenzen.
- [8] De ledenorganisaties wijzen erop dat een belastingstelsel dat bijdraagt aan een rechtvaardige transitie gebaseerd op de IAO-conclusies voldoende middelen moet genereren om aanzienlijke publieke investeringen in de klimaattransitie te financieren, om kwalitatieve, universele publieke diensten te financieren[5], en om adequate sociale bescherming te financieren die iedereen boven de armoedegrens brengt[6].
- [9] De ledenorganisaties zijn van mening dat gezien de aanzienlijke noden, een rechtvaardige transitie onmogelijk is zonder dat het geheel aan inkomsten en vermogens bijdraagt. Concreet:
- willen de ledenorganisaties dat alle inkomsten, inclusief vandaag onbelaste inkomsten zoals meerwaarden en huurinkomsten, progressief belast worden. In dit verband wijzen de leden op een recente OESO-studie die aantoont dat België het land is met het grootste verschil tussen de effectieve belastingvoet op arbeid en de effectieve belastingvoet op financiële meerwaarden, en ook in de top zit van landen met het grootste verschil tussen de effectieve belastingvoet op arbeid en de effectieve belastingvoet op dividenden[7].
- willen de ledenorganisaties dat er een financiële transactietaks wordt ingevoerd, indien mogelijk op Europees niveau, indien nodig op Belgisch niveau.
- willen de ledenorganisaties unitary taxation, waarbij de winst van multinationals gezamenlijk over alle landen (op mondiaal en/of Europees niveau) wordt berekend en de belastbare winst onder de staten wordt verdeeld naargelang de reële economische activiteit in elke staat waar de onderneming actief is.
- willen de ledenorganisaties dat de effectieve minimumbelasting op multinationals (OESO -pijler II) verhoogd wordt naar 25%, indien nodig unilateraal op EU-niveau.
- wijzen de ledenorganisaties erop dat verschillende studies suggereren dat belastingen op vermogen kunnen bijdragen tot het overbruggen van de investeringskloof, en het draagvlak voor de financiering van de transitie kunnen vergroten.[8]
- [10] De ledenorganisaties zijn voorstander van een progressieve ecofiscaliteit, waarbij vervuilende luxeconsumptie sterker belast wordt. Dat betekent onder meer dat zij voorstander zijn van:
- de afschaffing van de vrijstelling van btw op vliegtickets
- de afschaffing van de accijnsvrijstelling op kerosine
- een frequent flyer tax, waarbij de vliegtaks telkens hoger wordt naarmate iemand meer vliegt
- een hoge belasting op het bezit en het gebruik van privéjets
- een progressieve verschuiving van accijnzen op elektriciteit naar gas en stookolie, met flankerende maatregelen voor de meest kwetsbare gezinnen, met een onderscheid tussen hoofdverblijfplaats en tweede verblijf
- een belastingsysteem (onder meer via een hervorming van het btw-stelstel) dat de milieu-impact van goederen en diensten weerspiegelt, en zo enerzijds het gebruik van schadelijke producten als pesticiden, plasticverpakkingen of andere goederen met een hoge milieu-impact ontmoedigt, en anderzijds een stimulans geeft aan transitiebestendige bestemmingen als energierenovaties, herstel en circulariteit, of het openbaar vervoer. Dit moet gepaard gaan met flankerende maatregelen om gelijke toegang tot milieuvriendelijke goederen en diensten voor de meest kwetsbaren te bevorderen.
- [11] De ledenorganisaties willen dat de fossiele subsidies, behalve degene die expliciet sociale doeleinden dienen, zo snel mogelijk worden uitgefaseerd.
- [12] De ledenorganisaties zijn van mening dat alle (fiscale en niet-fiscale) bedrijfssteun aan ondernemingen afhankelijk moet zijn van het bestaan van een klimaatplan met tussentijdse doelstellingen voor 2030 en 2040 en netto nuluitstoot tegen ten laatste 2050, inclusief een Just Transition Plan dat de gevolgen voor werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden uiteenzet en dat moet worden goedgekeurd door de ondernemingsraad (of bij ontbreken daarvan, het CPBW, of bij ontbreken daarvan, de syndicale afvaardiging). Dit is conform de IAO-conclusies van juni 2023[9].
- [13] De ledenorganisaties zijn in de context van ETS 2 voorstander van een sterk sociaal klimaatfonds.
- Ze wijzen daarbij op het beginsel van additionaliteit van de steun uit het sociaal klimaatfonds (art. 13). Steun uit het fonds kan niet dezelfde kosten dekken als de kosten die worden gesteund door andere EU-fondsen, -programma’s en -instrumenten en komt niet in de plaats van terugkerende nationale begrotingsuitgaven.
- Ze vragen dat er aanzienlijke financiële middelen worden voorzien om een ambitieus sociaal klimaatplan te garanderen. Die kunnen onder meer komen uit de ETS-opbrengsten.
- Ze vinden dat het sociaal klimaatfonds slechts een van de verschillende financieringsbronnen moet zijn voor een rechtvaardige transitie in België.
- Ze roepen de regeringen op om onmiddellijk van start te gaan met de voorbereidingen voor dit sociaal klimaatplan, als onderdeel van de werkzaamheden rond het NEKP en rekening houdend met de geplande verkiezingen in 2024. Niet alleen moet de coherentie van deze plannen maximaal zijn, het sociaal klimaatplan moet ook reeds in 2025 worden ingediend bij de Europese Commissie. Een goed voorbereid en coherent sociaal klimaatplan vraagt dus nog deze legislatuur actie.
- [14] Wat betreft internationale klimaatfinanciering, moet België:
- in overeenstemming met de internationale akkoorden, op eerlijke en progressieve wijze bijdragen aan het doel van 100 miljard dollar per jaar en aan het nieuwe doel voor na 2025, zonder afbreuk te doen aan de middelen die beschikbaar zijn voor ontwikkelingssamenwerking. Een rechtvaardige Belgische bijdrage bedraagt minstens 500 miljoen euro per jaar.
- pleiten voor de mainstreaming van Just Transition-principes in internationale financiële instellingen en multilaterale ontwikkelingsbanken.
- inzetten op schuldkwijtschelding voor lage-inkomenslanden.
- pleiten voor vernieuwende financieringsbronnen voor het loss and damage-fonds, zoals een mondiale belasting op financiële transacties, een belasting op internationaal luchtverkeer en op de internationale scheepvaart, en een belasting op fossiele bedrijven.
B. Opinie van de werkgevers[10]
B.1. Inleidende overweging
- [15] De transitie vergt aanzienlijke investeringen van alle actoren, evenals gedragsveranderingen, zowel van bedrijven als van burgers en overheden.
- [16] De nieuwe economische, sociale en milieu-uitdagingen hebben een impact op de bedrijven en zullen dat blijven hebben. Afhankelijk van verschillende factoren zullen ze evolueren, uitbreiden en/of hun activiteiten zien afnemen of zelfs verdwijnen.
- [17] Voor particulieren gaat het erom ervoor te zorgen dat de nodige investeringen worden gedaan en dat de meest achtergestelde groepen ook een rol kunnen spelen in de transitie.
- [18] Belastingen en investeringssteun hebben een directe invloed op de competitiviteit van bedrijven, hun vermogen om de transitie te maken en hun mogelijkheden om werkgelegenheid te behouden of te creëren. Dit laatste moet een factor zijn in de strijd tegen armoede, naast specifiek flankerend sociaal beleid als dat noodzakelijk is. Daarnaast wordt erkend dat de aanwezigheid van industrie in een land, evenals een acceptabel niveau van overheidsschuld, belangrijke elementen zijn in de veerkracht van een land.
B.2. Fiscaliteit: effectieve stimuli bevorderen
B.2.1. Inleiding
- [19] Belastingen, die in principe een budgettair doel hebben (gericht op de algemene financiering van de staat), kunnen ook gericht zijn op het beïnvloeden van gedrag/investeringen. Belastinginkomsten worden normaal toegewezen aan overheidsuitgaven (inclusief schuldaflossing en de daarmee samenhangende rentelast). Belastingmaatregelen die gericht zijn op aanpassing van gedrag zullen, als gevolg van de aanpassing van dit gedrag, de inkomsten in de loop van de tijd zien dalen (bij een ongewijzigd nominaal tarief). In voorkomend geval kunnen deze inkomsten worden gebruikt om de nodige investeringen te vergemakkelijken of om de – tijdelijke – effecten van dit nieuwe gedrag te ondersteunen. Anderzijds kunnen deze inkomsten niet worden gebruikt om een structurele verlaging op lange termijn te financieren (zoals een verlaging van de arbeidskosten), aangezien ze onvermijdelijk zullen afnemen of zelfs verdwijnen.
- [20] Fiscaliteit alleen is zeker niet voldoende om ambitieuze doelen te bereiken, ook al kan zij duidelijk een signaal geven of belastingbetalers begeleiden om deze doelen te bereiken. De overheid moet daarom eerst een duidelijk en voorspelbaar regelgevend kader definiëren, waarin (bindende) verwachtingen in termen van doelstellingen meerdere jaren van tevoren worden vastgelegd. Voor zowel particulieren als bedrijven betekent dit dat ze zo correct op hun investeringsbeslissingen en -keuzes kunnen anticiperen en die ook plannen. Voor burgers geldt dit in het bijzonder voor huisvestingsbehoeften, verwarming van huizen en vervoerskeuzes.
B.2.2. CO2-prijs
Bestaand: Prijssignaal
- [21] Zonder direct als belasting te worden beschouwd, heeft Europa een emissiehandelssysteem (ETS) opgezet voor de industrieën met de hoogste uitstoot. Dit systeem zet een prijs op CO2. De geïnde inkomsten worden vervolgens verdeeld over verschillende fondsen en de lidstaten. In 2027/2028 wordt een soortgelijk systeem ingevoerd (ETS 2) voor het verbruik (de uitstoot) van wegvervoer, gebouwen en bedrijven die niet onder het huidige ETS vallen. Op deze manier wordt een CO2-prijs ingevoerd met als doel investeringen en gedrag te beïnvloeden. Deze prijs zal worden aangepast om ervoor te zorgen dat de vastgestelde emissieplafonds (reductiedoelstellingen) worden gerespecteerd.
- [22] De Europese verordening tot oprichting van het sociaal klimaatfonds specifieert dat de klimaat- en energiewetgeving van de Unie “verschillende economische en sociale gevolgen voor de verschillende sectoren van de economie, voor de burgers en voor de lidstaten” heeft[11]. Met name moet de CO2-prijs “een aanvullende economische stimulans zijn om te investeren in een lager verbruik van fossiele brandstoffen en zo de broeikasgasemissies sneller te reduceren. In combinatie met andere maatregelen moet dit, op middellange tot lange termijn,bijdragen tot minder energie- en vervoersarmoede, lagere kosten voor gebouwen en wegvervoer en, in voorkomend geval, nieuwe kansen bieden voor kwaliteitsvolle banen en duurzame investeringen, volledig in lijn met de doelstellingen van de Europese Green Deal”[12].
Behoud van het prijssignaal
- [23] Om deze redenen is het signaal dat uitgaat van het ETS een strategisch instrument om de transitie te verzekeren. Het is daarom belangrijk dat dit signaal voor iedereen behouden blijft.
ETS: solidariteits-, sociale en competitiviteitsaspecten
- [24] De invoering van een CO2-prijs gaat hand in hand:
- met solidariteit tussen België en de andere lidstaten georganiseerd op EU-niveau via onder andere het Moderniseringsfonds of een verdeling van reductiedoelstellingen voornamelijk gebaseerd op het BBP per capita
- met de invoering van een sociaal klimaatplan (zie verder)
- rekening houdend met aspecten die gericht zijn op het behoud van competitiviteit.
B.2.3. Accijnzen
Bestaand: overheveling van btw naar accijnzen
- [25] De btw is een fiscaal instrument van budgettaire aard. Een verlaging van de btw op specifieke producten (zoals gas en elektriciteit) vermindert de overheidsinkomsten en stimuleert de consumptie van de betrokken producten door de prijs ervan te verlagen in vergelijking met een situatie zonder deze verlaging, wat een signaal afgeeft aan de consumenten dat in tegenspraak is met het nagestreefde doel. In het geval van elektriciteit en gas ging de verlaging van de btw tot 6% (na de crisis) gepaard met een verhoging van de accijnzen (en de invoering van een cliquetsysteem).
- [26] BTW en accijnzen zijn in wezen budgettaire belastingen. De inkomsten vloeien naar de staatsbegroting (en zijn niet bestemd voor een specifiek doel). Dit belet de regering natuurlijk niet om budgetten toe te wijzen aan klimaatmaatregelen of steun voor achtergestelde gezinnen (wat ze in het verleden al meermaals heeft gedaan).
Accijnzen afstemmen op gedefinieerde doelstellingen
- [27] De werkgevers zijn van mening dat de respectieve niveaus van deze accijnzen moeten worden herzien, op basis van een gelijkblijvend budget (budgetneutraliteit), in functie van duidelijk gedefinieerde doelstellingen en met een onderscheid tussen de situatie van particulieren enerzijds en bedrijven en hun competitiviteit anderzijds.
B.2.4. Bedrijven
Bedrijven en transitie
- [28] Voor het behoud en de ontwikkeling van bedrijven op het grondgebied, de werkgelegenheid en de voordelen die zij bieden in termen van veerkracht, is het cruciaal dat zij – als onderdeel van hun transitie – kunnen worden ondersteund door de overheden. Dit betekent onder andere het opzetten van:
- een duidelijk kader dat ondersteunend is voor bedrijven en voorspelbaar in de tijd, ook op lange termijn;
- een kader dat bedrijven in staat stelt te concurreren (met name op het gebied van belastingen, heffingen, lasten en toeslagen);
- een flexibele arbeidsmarkt met goed opgeleide mensen;
- toegang tot plannings- en exploitatievergunningen en andere vergunningen onder redelijke voorwaarden en binnen redelijke termijnen;
- financiële steun (direct, verhoogde fiscale aftrekbaarheid, versnelde afschrijving, …)
- ondersteuning van meer technische aard, met name voor de kmo’s en zelfstandigen.
Steun voor bedrijven
- [29] Transitiesteun voor bedrijven moet transparant en gecontroleerd zijn en direct gekoppeld aan de transitie. Een onderscheid (H2-transitie, energie-efficiëntie, …) op het niveau van de steun kan worden overwogen, maar dit mag niet gebaseerd zijn op het type bedrijf (groot of klein, met of zonder sociale roeping, …).
- [30] Door via een echt ambitieuze economische visie een industrieel beleid te voeren dat bedrijven ondersteunt die betrokken zijn bij de energietransitie, zullen de regeringen van de lidstaten een belangrijke bijdrage leveren aan een rechtvaardige transitie zoals gedefinieerd door de IAO.
B.2.5. Particulieren
Situatie
- [31] Op het niveau van particulieren zijn belastingen en investeringssteun essentieel voor het doen van investeringen ten gunste van de transitie, hoewel er specifieke obstakels zijn, zoals het dilemma eigenaar/huurder als het gaat om investeringen in huisvesting. Op het gebied van investeringen speelt sociale huisvesting een sleutelrol voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen en het is hieraan dat de overheden prioriteit moeten geven.
- [32] Recente studies van Crédit Suisse en Allianz tonen aan dat België een van de meest egalitaire en herverdelende landen ter wereld is. Bovendien is ons belastingsysteem progressief, waarbij de hoogste salarissen het zwaarst belast worden, tot een marginaal tarief van meer dan 50% (PB). Dankzij overheidsmaatregelen (sociale tarieven, …) voor gas en elektriciteit besteden gezinnen met een “minimuminkomen en sociale minimumuitkeringen” 7% van hun inkomen aan hun totale energierekening (CREG, 2023), tegenover 16% tot 35% bij onze buren. Dit zijn maar een paar voorbeelden van hoe het beleid erop gericht is de zwaksten te beschermen en mensen met een hoog inkomen meer te laten bijdragen, zodat er solidariteit tussen de burgers ontstaat.
- [33] De kwestie van het belasten van meerwaarden op financiële activa wordt vaak naar voren geschoven als een manier om fondsen te werven. Het is belangrijk om te onthouden dat meerwaarden niet gewoon hetzelfde zijn als traditionele inkomsten. Ze blijven hoe dan ook hypothetisch en kunnen negatief zijn als de situatie niet in het voordeel van de belegger uitvalt. De kwestie van het aftrekken van vermogensverliezen, wat niet zonder risico is voor de begroting, is bijvoorbeeld het gevolg van het belasten van vermogenswinsten. Het huidig belastingregime, dat waarschijnlijk investeringen in durfkapitaal en ondernemerschap zal stimuleren, is vrij positief en het lijkt daarom verkieslijk om het te behouden.
- [34] Naast het inkomen wordt ook het persoonlijk vermogen op verschillende manieren zwaar belast, ongeacht het feitelijke individuele inkomen (roerende voorheffing, registratierechten, successierechten, schenkingsrechten, enz.) De meeste van deze bijdragen vallen echter onder de bevoegdheid van de gewesten. Hoewel deze bijdragen ongelijk verdeeld zijn en voor verbetering vatbaar, zijn ze toch aanzienlijk.
- [35] Er moet ook worden benadrukt dat een eventuele belasting op financiële transacties, als ze niet op mondiaal niveau wordt ingevoerd, zou leiden tot verschillen in behandeling en verplaatsingen die nadelig zouden zijn voor de doelstellingen van klimaatneutraliteit. Met andere woorden, België en Europa moeten kunnen vertrouwen op de beschikbare financiële hefbomen om de doelstellingen te bereiken, en niet tegen elke prijs belastingen willen heffen met het risico dat bedrijven zich verplaatsen of zelfs hun activiteiten verliezen.
Sociaal klimaatfonds
- [36] Verordening (EU) 2023/955 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot oprichting van het sociaal klimaatfonds en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1060 vereist dat elk land een sociaal klimaatplan ontwikkelt.
- [37] De verordening specifieert dat het bereiken van de verhoogde klimaatambitie aanzienlijke publieke en private middelen zal vereisen (investeringen voor grotere energie-efficiëntie, elektrische warmtepompen, deelname aan hernieuwbare energie-gemeenschappen, …). “Er is specifieke financiering nodig om kwetsbare huishoudens, kwetsbare micro-ondernemingen en kwetsbare vervoergebruikers te ondersteunen”[13].
- [38] In de verordening wordt ook opgemerkt dat “actieve afnemers, energiegemeenschappen van burgers en peer-to-peerhandel in hernieuwbare energie” bijdragen tot de bestrijding van energiearmoede. De lidstaten moeten “de rol van energiegemeenschappen van burgers en hernieuwbare-energiegemeenschappen daarom bevorderen en ze beschouwen als in aanmerking komende begunstigden van het fonds”[14]
- [39] Binnen dit kader kan de lidstaat maatregelen en investeringen met een duurzaam effect in zijn plan opnemen, mits deze in de eerste plaats gericht zijn op kwetsbare huishoudens, kwetsbare micro-ondernemingen of kwetsbare vervoersgebruikers en gericht zijn op :
- Het ondersteunen van de renovatie van gebouwen, met name voor kwetsbare gezinnen en kwetsbare micro-ondernemingen die in de slechtst presterende gebouwen wonen, met inbegrip van huurders en bewoners van sociale woningen.
- Het bevorderen van de toegang tot betaalbare en energie-efficiënte huisvesting, met inbegrip van sociale huisvesting.
- Een bijdrage aan de decarbonisatie, bijvoorbeeld door elektrificatie.
- Het verstrekken van gerichte, toegankelijke en betaalbare informatie, onderwijs, bewustmaking en advies over doeltreffende maatregelen en investeringen.
- Het bijstaan van publieke en private entiteiten, waaronder aanbieders van sociale huisvesting, bij het ontwikkelen en leveren van betaalbare oplossingen voor energie-efficiëntie en passende financieringsinstrumenten.
- Het verschaffen van toegang tot emissievrije of -arme voertuigen en fietsen, met behoud van technologische neutraliteit, met inbegrip van financiële steun of belastingprikkels voor de aankoop daarvan en voor passende publieke en particuliere infrastructuur.
- Het aanmoedigen van het gebruik van betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer.
- [40] De lidstaten kunnen ook voorzien in rechtstreekse inkomenssteun voor kwetsbare gezinnen en kwetsbare vervoersgebruikers. Deze steun is tijdelijk en neemt in de loop van de tijd af. Deze steun is beperkt tot de directe impact van de opname van de CO2-prijs in de bouw- en transportsector.
- [41] De werkgevers steunen de invoering van een sociaal klimaatplan en roepen België op om zo snel mogelijk werk te maken van de ontwikkeling van zo’n sociaal klimaatplan, met zoveel mogelijk investeringsmaatregelen om de klimaatdoelstellingen van het land op een structurele manier te realiseren. Dit plan is een element in het verzekeren van een rechtvaardige transitie zoals gedefinieerd door de IAO.
B.2.6. Steun voor fossiele brandstoffen
- [42] In het algemeen kan als steun voor fossiele brandstoffen het volgende worden beschouwd: een directe bijdrage voor fossiele brandstoffen, een verlaging van het belastingniveau op deze brandstoffen, een belastingniveau voor fossiele brandstoffen dat lager is dan hun niet-fossiele brandstofequivalent of lager dan de belasting van andere spelers. Op gelijke wijze kunnen een lagere btw op gas en elektriciteit die niet gecompenseerd wordt door accijnzen, energiepremies (cheques), het sociaal tarief of CRM-steun voor gasgestookte elektriciteitscentrales als onderdeel van de voorzieningszekerheid van het land worden beschouwd als steun voor fossiele brandstoffen. Deze ‘steun’ beantwoordt aan specifieke kritieke behoeften, wat hun bestaan verklaart.
- [43] De regering heeft de voorbije jaren ook enkele grote beslissingen genomen. Salariswagens (nodig om de concurrentiepositie van België op het vlak van lonen te behouden) zullen nu emissievrij moeten zijn om fiscaal aftrekbaar te zijn. De invoering van het mobiliteitsbudget draagt ook bij tot de ontwikkeling van mobiliteit die minder fossiele brandstof verbruikt.
- [44] De huidige verlaging van de steun voor professionele diesel zal de situatie waarschijnlijk niet veranderen zolang er op de markt geen aanbod is van vrachtwagens (zware bedrijfsvoertuigen) met een alternatieve motor tegen concurrentiële prijzen, zolang het niet mogelijk is om een efficiënte en competitieve modal shift tot stand te brengen (behalve over lange afstanden), zolang het beheer van de weg/spoorstromen niet geoptimaliseerd is en zolang er te weinig industriële sites verbonden zijn met het spoor en de waterwegen (voor industrieën die dit type vervoer kunnen gebruiken).
- [45] In het geval van kerosine moeten belastingkwesties op internationaal niveau worden opgelost om redenen van concurrentie.
[1] Leden die deze mening steunen: Bart Vannetelbosch (ondervoorzitter van de FRDO), Benjamin Clarysse (BBLV), Sacha Dierckx (ABVV), Eva Jojskin (Canopea), Alba Saray Pérez Terán (Oxfam), François Sana (ACV), Thomas Vael (ACV), Nicolas Van Nuffel (CNCD-11.11.11), Hadrien Vanoverbeke (ACLVB)
Lid die zich bij deze mening onthoudt: Tom Van den Berghe (Febelfin)
Leden die deze mening niet steunen: Vanessa Biebel (ondervoorzitster van de FRDO), Ineke De Bisschop (VBO), Ann Nachtergaele (Fevia), Piet Vanden Abeele (UNIZO)
[2] McKINSEY, The net-zero transition. What it would cost, what it could bring, January 2022, p.viii. | https://www.mckinsey.com/~/media/mckinsey/business functions/sustainability/our insights/the net zero transition what it would cost what it could bring/the-net-zero-transition-what-it-would-cost-and-what-it-could-bring-final.pdf
[3] IPCC Climate Change 2023 Synthesis Report Summary for Policymakers, § C.2.4. | https://www.ipcc.ch/report/ar6/syr/downloads/report/IPCC_AR6_SYR_SPM.pdf
[4] “Urgent action to advance just transition is an imperative to achieving social justice, decent work and poverty eradication, and to tackling environmental and climate change. The future of economies, societies, jobs and livelihoods is at stake as they depend on the planet’s ecosystems and natural environments.”
[5] “invest in sustainable infrastructure and quality public services to provide a foundation for a just transition”
[6] “provide universal access to comprehensive, adequate and sustainable social protection systems, including social protection floors, to safeguard populations against adverse impacts, reduce vulnerability and strengthen resilience to facilitate a just transition”
[7] https://www.oecd-ilibrary.org/taxation/the-taxation-of-labour-vs-capital-income_04f8d936-en
[8] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S092180092300112X; https://www.nature.com/articles/s41560-021-00900-y | https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=4479824 | https://www.nature.com/articles/s41893-022-00955-z | https://www.strategie.gouv.fr/sites/strategie.gouv.fr/files/atoms/files/2023-incidences-economiques-rapport-pisani-5juin.pdf | https://www.nature.com/articles/d41586-022-04412-x | https://wid.world/wp-content/uploads/2023/01/CBV2023-ClimateInequalityReport-2.pdf | https://www.oecd-ilibrary.org/economics/fighting-climate-change-international-attitudes-toward-climate-policies_3406f29a-en
[9] “Such policies and incentives should be coupled with the promotion of effective social dialogue, advancement of decent work and the promotion of environmentally sustainable business models.”
[10] Leden die deze mening steunen: Vanessa Biebel (ondervoorzitster van de FRDO), Ineke De Bisschop (VBO), Ann Nachtergaele (Fevia), Piet Vanden Abeele (UNIZO)
Lid die zich bij deze mening onthoudt: Tom Van den Berghe (Febelfin)
Leden die deze mening niet steunen: Bart Vannetelbosch (ondervoorzitter van de FRDO), Benjamin Clarysse (BBLV), Sacha Dierckx (ABVV), Eva Jojskin (Canopea), Alba Saray Pérez Terán (Oxfam), François Sana (ACV), Thomas Vael (ACV), Nicolas Van Nuffel (CNCD-11.11.11), Hadrien Vanoverbeke (ACLVB)
[11] Overweging 8 van verordening (EU) 2023/955 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot oprichting van een sociaal klimaatfonds en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1060. Hierna verordening (EU) 2023/955.
[12] Id. Vetgedrukte tekst is toegevoegd aan het citaat uit de verordening.
[13] Overweging 10 van verordening (EU) 2023/955.
[14] Overweging 25 van verordening (EU) 2023/955.