- Op vraag van minister Jean-Luc Crucke in een brief gedateerd op 17 augustus 2026
- Dit advies werd voorbereid door de projectgroep Federaal Plan Duurzame
Ontwikkeling - Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure op 07/10/2026
Advies (pdf)
1. Context
- [1] De Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling van 1997[1] bepaalt dat er binnen de twaalf maanden na de installatie van een regering een nieuw federaal plan voor duurzame ontwikkeling moet worden opgesteld (art. 6). Die wet bepaalt eveneens de inhoud van het federaal plan (art. 3) en legt ook vast dat de FRDO een advies moet opstellen over het voorontwerp van federaal plan (art. 4).
- [2] De raad ontving een brief van minister Crucke, gedateerd op 17 augustus 2026, met daarin de vraag om binnen de wettelijk voorziene termijn van zestig dagen na de mededeling van het voorontwerpplan een advies op te maken.
- [3] Op vraag van de vorige regering maakte de raad in 2024 een advies[2] met aanbevelingen voor het nieuwe federaal plan. Dit was een algemeen advies met aanbevelingen voor de toekomst. Het was geen advies over een concreet voorstel van federaal plan.
2. Inleiding
- [4] Volgens de raad zou het vanzelfsprekend moeten zijn – in het kader van goed bestuur – dat de regering bij het opmaken van de tekst van het nieuwe federaal plan grondig rekening heeft gehouden met enerzijds de wettelijke bepalingen en anderzijds de aanbevelingen van de FRDO uit 2024. De raad betreurt het dat de regering op geen enkele wijze rekening heeft gehouden met het genoemde advies.
- [5] Een kwaliteitsvol en eigentijds federaal plan kan een zeer belangrijke strategische rol spelen als inspirerend kompas bij de omgang in eigen land met de actuele en urgente mondiale uitdagingen. Ook de vaststelling dat het internationaal kader van de 2030 Agenda[3] naar zijn einde loopt biedt in principe een extra kans aan een degelijk federaal plan om in de periode tot 2030 de dynamiek voor het behalen van de SDGs[4] te versterken in ons land.
- [6] De tekst van het voorontwerp van federaal plan bevat vooral verwijzingen naar procedures voor de overheidsdiensten. Dit advies gaat dan ook vooral daarover. Als het voorontwerp een reeks concrete inhoudelijke voorstellen zou hebben gehad, had de raad zich in dit advies ook daarover kunnen uitspreken.
- [7] De raad benadrukt dat een geloofwaardig federaal plan voor duurzame ontwikkeling de economische, sociale en ecologische aspecten van duurzame ontwikkeling op evenwichtige en samenhangende wijze moet integreren. Het moet bijdragen aan duurzame welvaart, hoogwaardige werkgelegenheid, sociale inclusie, ondernemerschap, competitiviteit en milieubescherming, waarbij rekening wordt gehouden met de wisselwerkingen en afwegingen tussen deze doelstellingen.
3. Bespreking van de tekst op basis van de aanbevelingen van de FRDO
- [8] De raad heeft ervoor gekozen om als structuur voor dit advies de aanbevelingen te nemen uit het genoemde FRDO-advies van 2024.
- [9] Aanbeveling 1 | Streef naar een federaal plan dat zich verhoudt tot een SDG-implementatiestrategie.
- In verschillende adviezen heeft de raad er telkens opnieuw voor gepleit dat ons land nood heeft aan een politieke implementatiestrategie die een impact heeft op de beslissingen van de regering en dus niet enkel handelt over het interne beheer door de administratieve diensten. Dit voorontwerp dient zich niet aan als een politieke implementatiestrategie.[5] De uitvoering van de 2030 Agenda versnellen kan evenwel alleen door beslissingen van de regering.
- De tekst stelt verder dat het plan “zich zou toespitsen op de federale strategie voor de uitvoering van de SDGs, op de coherentie van het beleid voor duurzame ontwikkeling en op het interne beheer van de federale overheidsdiensten”. Dit voorontwerp richt zich voornamelijk op een aantal procedures met betrekking tot de werking en de samenwerking van de overheidsdiensten. Het wordt niet als expliciete doelstelling gesteld dat het plan ervoor moet zorgen dat België de SDGs haalt. Er is enkel sprake van initiatieven die zouden ‘bijdragen aan de SDGs’, wat slechts blijk geeft van een beperkt engagement.
- Het voorontwerp nodigt de federale diensten uit om bestaande plannen te evalueren en te bekijken hoe die nog beter zouden kunnen bijdragen aan de SDGs. In de tekst staat evenwel ook dat dergelijke oefeningen niet mogen leiden tot verplichtingen voor de FOD’s.
- De regeringsleden worden volgens de tekst verondersteld de SDGs ‘in acht te nemen’. Er is dan ook nauwelijks sprake van een uitgesproken politiek engagement om de SDGs te verwezenlijken of de uitvoering ervan te versnellen. De enige actie die vermeld wordt, is: “Het is van essentieel belang dat er een denkoefening rond de SDG’s plaatsvindt, opdat de beslissingen bijdragen aan de duurzame ambitie van onze samenleving.”
- [10] Aanbeveling 2 | Zorg voor een federaal plan dat beantwoordt aan de wettelijke opdracht.
- De wet omschrijft in artikel 3 duidelijk wat een federaal plan moet zijn: “Het plan legt de te nemen maatregelen vast op federaal niveau met het oog op de realisatie van enerzijds de internationale en Europese verbintenissen en anderzijds de doelstellingen vastgelegd in de langetermijnvisie.” Hiermee wordt gezegd dat het plan dus concrete maatregelen moet bevatten voor het behalen van de verbintenissen in het kader van de 2030 Agenda. Daartoe zou het plan de volgende dingen moeten bevatten: “1° de indicatieve beleidsdoelstellingen bij het verstrijken van het plan; 2° tussentijdse doelstellingen die bereikt moeten worden vóór het verstrijken van het plan om te kunnen beantwoorden aan internationale verbintenissen; 3° richtlijnen aan de federale overheidsdiensten; 4° acties voor interdepartementale samenwerking; 5° het opvolgingsmechanisme opgezet voor de monitoring van het plan.”
- Dit voorontwerp beantwoordt niet aan die wettelijke opdracht. Er zijn amper concrete maatregelen die bindend zouden zijn voor de regering. De beleidsdoelstellingen worden nauwelijks uitgewerkt, men wil vooral ‘bijdragen aan de SDGs’. Er wordt in het plan aan de FOD’s gevraagd om initiatieven te nemen, maar die zijn niet bindend. Er wordt niet verwezen naar een concrete opvolging. Een analyse van de uitvoering van het vorig federaal plan[6] illustreert dat er al heel wat uitdagingen waren op het vlak van monitoring. Men had minstens kunnen verwachten dat er in dit voorontwerp voorstellen zouden staan om daaraan iets te doen.
- [11] Aanbeveling 3 | Maak een plan dat vertrekt van een evaluatie van de uitvoering van de SDGs.
- Om van een federaal plan een instrument te maken dat potentieel een reële impact heeft op het beleid en dat meer wil doen dan enkel bijdragen aan de SDGs is het logisch dat men zou vertrekken van een goede analyse van de uitvoering van de SDGs. Het zou daarbij het meest nuttig zijn dat men zich focust op die SDGs waar ons land het niet goed doet, waarna men voor die SDGs dan concrete voldoende systemische maatregelen voorstelt waardoor de SDGs alsnog kunnen gehaald worden tegen 2030.
- Het voorontwerp verwijst in dat verband naar instrumenten die al bestaan, zoals de evaluaties van het Federaal Planbureau. Uit de meest recente evaluatie blijkt eens te meer dat ons land niet op weg is om de SDGs te behalen.[7] Er is voldoende informatie, ook in verschillende internationale rapporten. Een federaal plan zou een politiek antwoord moeten geven op die vaststellingen.
- In het voorontwerp wordt verder voorgesteld dat er een ‘GAP-analyse’ zou worden gemaakt. Dat is vanzelfsprekend een nuttige en relevante actie. Alleen zegt de tekst van het voorontwerp dat die analyse “louter ter informatie” zal worden uitgevoerd en dat die enkel zal worden ‘meegedeeld’ aan de ministers. Elke FOD kan op basis van die analyse potentiële acties identificeren. Die oefening “creëert op zich geen nieuwe opdrachten of beleidsverplichtingen voor de FOD’s”. De potentiële acties kunnen worden voorgelegd aan de minister “die als enige bevoegd blijft om de opportuniteit van de uitvoering ervan te beoordelen en, in voorkomend geval, te beslissen of deze al dan niet in het kader van zijn of haar beleid worden opgenomen”.[8]
- De raad dringt erop aan dat de analyse van de tekortkomingen wordt gevolgd door een politiek goedgekeurd actieprogramma. Daarin moeten voor elke vastgestelde prioriteit de verantwoordelijke instantie, de tussentijdse doelstellingen, het tijdschema, de benodigde middelen, de indicatoren voor de monitoring en de rapportagemodaliteiten worden vastgelegd. Bij het stellen van prioriteiten moet ook rekening worden gehouden met synergieën en afwegingen tussen de economische, sociale en milieuaspecten.
- In de tekst is er nog een vermelding van een werkgroep die zou moeten kijken naar de samenhang tussen de federale plannen. Elk initiatief tot een betere samenhang is op zich positief, maar een dergelijk doel is toch nu al in principe een opdracht voor de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling (ICDO). Het is verder ook niet duidelijk hoe de FRDO op een zinvolle manier een rol zou kunnen spelen in de opdracht van die werkgroep.
- Het voorontwerp stelt dat het federaal plan zou moeten bijdragen aan de voorbereiding van de volgende Voluntary National Review en aan de uitwerking van een Belgisch standpunt over de Agenda na 2030. Het is op zich een goede zaak dat men aan beide processen wil werken en de raad is tevreden met de vermelding van de verwachte rol van de FRDO in die processen.
- [12] Aanbeveling 4 | Zorg voor een structurele en systemische aandacht voor beleidscoherentie.
- Als opdracht voor het plan zegt de tekst te willen werken aan de “coherentie van het beleid voor duurzame ontwikkeling”. Vanuit de logica van de SDGs zou beleidscoherentie moeten gaan over een coherentie van beleid binnen en tussen bevoegdheden en binnen en tussen beleidsniveaus zodat de SDGs op tijd kunnen behaald worden.
- Het voorontwerp mist aandacht voor een structurele en systemische beleidscoherentie. Men wil zoals al gezegd enkel ‘bijdragen’ aan de SDGs. De vernoemde initiatieven die materiaal zouden kunnen leveren voor een beleid dat tot grotere coherentie kan leiden (zoals de GAP-analyse) hebben volgens het voorontwerp op geen enkele manier een bindend gehalte.
- Een grotere beleidscoherentie is in ons land in principe enkel mogelijk door een versterkte interfederale samenwerking, zoals al zo vaak bepleit door de raad. Er is in het voorontwerp geen heldere intentie om op dat vlak overtuigende initiatieven te nemen, buiten de genoemde “denkoefening”.
- [13] Aanbeveling 5 | Maak een kwalitatieve en leesbare tekst die zich leent tot zinvolle participatie.
- De tekst van het voorontwerp beantwoordt niet aan deze aanbeveling. De tekst is moeilijk leesbaar en onsamenhangend.
- Die vaststelling bemoeilijkt het voor burgers of organisaties om op een zinvolle manier deel te nemen aan het geplande proces van publieksparticipatie. Dit was een kans die beter had kunnen worden benut om bij de burgers meer draagvlak te creëren voor een ambitieus beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling.
- Overigens valt op dat de publieke versie van het voorontwerp wordt gepresenteerd als een document van het kabinet van de minister. Normaal gezien zou dat een neutraal vormgegeven tekst moeten zijn.
- De raad constateert ook een aanzienlijk aantal taalfouten, met name in de Franse versie van de tekst. Het zou beter zijn geweest als deze fouten vóór de publicatie van de tekst hadden kunnen worden gecorrigeerd.
4. Algemene conclusie
- [14] In het advies[9] over het vorige federaal plan was de raad op een aantal punten kritisch voor de kwaliteit van de tekst van het toenmalig voorontwerp. Het ging daarbij evenwel over een document dat veel uitgebreider en concreter was dan de tekst die nu voorligt voor advies. Met als ijkpunt de beoordeling van het vorig federaal plan constateert de raad dat dit voorontwerp te wensen overlaat. Dit resultaat beantwoordt niet aan de verwachtingen en het was een kans die beter had kunnen worden benut om een samenhangend federaal beleid te voeren dat zou zorgen voor de verwezenlijking van de SDGs.
- [15] De tekst van het voorontwerp overtuigt de raad er niet van dat de regering echt ernstig rekening heeft gehouden met de aanbevelingen van de FRDO uit het advies van 2024. Deze tekst voldoet amper aan de vijf aanbevelingen.
- [16] De raad is van mening dat een federaal plan gericht moet zijn op een daadwerkelijke invloed op het regeringsbeleid en op de initiatieven van de federale diensten, die verder gaat dan louter het nakomen van wettelijke verplichtingen. In zijn huidige vorm getuigt het voorontwerp echter niet van een voldoende uitgesproken wil om het plan te voorzien van concrete en bindende maatregelen. Het laat dan ook niet zien dat de uitvoering ervan daadwerkelijk zal bijdragen aan het dichterbij brengen van de verwezenlijking van de SDGs door België.
- [17] De raad vraagt daarom om een grondige herziening van het voorontwerp, zodat het voldoet aan de wettelijke vereisten en de aanbevelingen van de FRDO van 2024. Deze herziening moet leiden tot een plan dat strak is afgestemd op prioritaire doelstellingen, concrete maatregelen, duidelijk omschreven verantwoordelijkheden, een tijdschema, middelen en een follow-upmechanisme. De FRDO is vanzelfsprekend steeds bereid om over zo’n nieuwe herziene tekst een advies te maken en bij het proces van een volwaardig federaal plan een actieve rol te spelen.
- [18] Ten slotte benadrukt de raad hoe belangrijk het is om deze oefening ernstig te nemen. Nu de deadline van 2030 nadert, verdient de balans van België op het gebied van de SDGs bijzondere aandacht. Ons land is op weg om minder dan een derde van de geëvalueerde doelstellingen te behalen: 19 van de 51 volgens de meest recente evaluatie van het Federaal Planbureau.[10] In deze context volstaat het niet langer om zich te beperken tot voornemens of onvoldoende gecoördineerde initiatieven. Het nieuwe federaal plan moet de gelegenheid bieden om concrete en voldoende ambitieuze beslissingen te nemen, om op die manier zo snel mogelijk vooruitgang te boeken naar de realisatie van een zo groot mogelijk aantal SDGs tegen 2030.
[1] Zie: https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1997/05/05/1997021155/justel
[2] (2024a08) Aanbevelingen van de FRDO voor het nieuwe federaal plan duurzame ontwikkeling, https://frdo-cfdd.be/adviezen/08-aanbevelingen-van-de-frdo-voor-het-nieuwe-federaal-plan-duurzame-ontwikkeling/
[3] Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. https://sdgs.un.org/2030agenda
[4] SDGs = Sustainable Development Goals. https://sdgs.un.org/goals
[5] In de tekst van het voorontwerp stelt men dat men een “mainstreambenadering van de Agenda 2030 in de bestaande processen en beleidsmaatregelen wil”, naast “specifieke mechanismen om de uitvoering van de Agenda 2030 te versnellen en de samenhang van het duurzame ontwikkelingsbeleid te versterken”.
[6] Zie: https://www.plan.be/nl/publicaties/federaal-plan-duurzame-ontwikkeling-weinig
[7] Zie: https://www.plan.be/nl/publicaties/belgie-op-weg-om-slechts-een-derde-van-de-duurzame
[8] Verder in de tekst van het voorontwerp staat ook nog: “De identificatie van deze acties houdt op zich dan ook geen enkele verplichting tot uitvoering in.”
[9] (2021a09) Advies over het voorontwerp van het Federaal plan voor duurzame ontwikkeling. https://frdo-cfdd.be/adviezen/advies-over-het-voorontwerp-van-het-federaal-plan-voor-duurzame-ontwikkeling/
[10] Zie: https://www.plan.be/nl/publicaties/belgie-op-weg-om-slechts-een-derde-van-de-duurzame