- Op eigen initiatief
- Dit advies werd voorbereid door de werkgroep strategieën
- Goedgekeurd door de AV van de FRDO op 12 november 2020
Advies (pdf)
1. Context
- [a] De FRDO heeft in zijn activiteitenprogramma “Rechtvaardige transitie naar ecologisch duurzame economieën en maatschappijen voor iedereen” als een belangrijk aandachtspunt opgenomen. Het idee van een “nationale conferentie over een rechtvaardige transitie en andere aspecten verbonden aan de energietransitie” is daarin opgenomen.
- [b] Het begrip ‘rechtvaardige transitie’ is sinds een aantal jaar internationaal een belangrijke referentie geworden en is terug te vinden in verschillende beleidsdocumenten. De IAO publiceerde in 2015 de Guidelines for a just transition towards environmentally sustainable economies and societies for all.[1] Er is een verwijzing naar het begrip in het Klimaatakkoord van Parijs (COP21).[2] Op de conferentie van Bonn (COP 23, 2017) werd een genderactieplan aanvaard om te verzekeren dat vrouwen betrokken worden bij de besluitvorming en projecten van het UNFCCC, en als middel om de effectiviteit van het beleid te verbeteren.[3] Tijdens de klimaatconferentie van Katowice (COP24) werd de Solidarity and Just Transition Silesia Declaration[4] Deze verklaring verbindt het begrip met de 2030 Agenda for Sustainable Development en de Sustainable Development Goals (SDGs) die daar een deel van zijn.[5] Het begrip heeft ook een belangrijke plaats in de European Green Deal.[6] Het principe is ten slotte eveneens opgenomen in het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP 2021-2030).[7]
- [c] De Guidelines geven een algemene visie van de IAO en omschrijven[8] de richtinggevende principes van het begrip rechtvaardige transitie als volgt:[9] “De volgende beginselen moeten als leidraad dienen voor de transitie naar een ecologisch duurzame economie en samenleving: (a) Een sterke sociale consensus over het doel en de wegen naar duurzaamheid is van fundamenteel belang. De sociale dialoog moet een integraal onderdeel zijn van het institutionele kader voor beleidsvorming en -uitvoering op alle niveaus. Er moet adequaat, geïnformeerd en voortdurend overleg plaatsvinden met alle relevante belanghebbenden. (b) Het beleid moet de fundamentele beginselen en rechten op het werk respecteren, bevorderen en verwezenlijken. (c) In het beleid en de programma’s moet rekening worden gehouden met de sterke genderdimensie van veel milieu-uitdagingen en -kansen. Er moet een specifiek genderbeleid worden overwogen om billijke resultaten te bevorderen. (d) Coherent beleid op economisch, milieu-, sociaal, onderwijs- en opleidingsgebied en op het gebied van arbeid moet een klimaat scheppen waarin ondernemingen, werknemers, investeerders en consumenten de transitie naar een ecologisch duurzame en inclusieve economie en samenleving kunnen omarmen en aansturen. (e) Dit coherente beleid moet ook een rechtvaardig transitiekader voor iedereen bieden om het scheppen van meer waardig werk te bevorderen, onder meer door te anticiperen op de gevolgen voor de werkgelegenheid, adequate en duurzame sociale bescherming voor het verlies van banen en ontheemding, de ontwikkeling van vaardigheden en de sociale dialoog, met inbegrip van de effectieve uitoefening van het recht om zich te organiseren en collectief te onderhandelen. (f) Er is geen “one size fits all”. Beleid en programma’s moeten worden ontworpen in overeenstemming met de specifieke omstandigheden van landen, met inbegrip van hun ontwikkelingsfase, economische sectoren en soorten en maten van ondernemingen. (g) Bij de uitvoering van strategieën voor duurzame ontwikkeling is het belangrijk de internationale samenwerking tussen landen te bevorderen. In dit verband herinneren wij aan het slotdocument van de Conferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling (Rio+20), met inbegrip van deel VI over de wijze van uitvoering.” De Guidelines geven ook aan wat de prioritaire domeinen zijn waarop de rechtvaardige transitie zoals die omschreven is van toepassing is:[10] “ Macro-economisch en groeibeleid, II. Industrieel en sectoraal beleid, III. Ondernemingenbeleid, IV. Ontwikkeling van vaardigheden, V. Veiligheid en gezondheid op het werk, VI. Sociale bescherming, VII. Actief arbeidsmarktbeleid, VIII. Rechten, IX. Sociale dialoog en tripartisme”.
2. Advies
2.1 Algemeen
- [1] De volgende jaren staan onze maatschappijen voor de grote uitdaging om op relatief korte tijd de omslag te maken naar een koolstofarme economie die zuinig omspringt met energie en grondstoffen. Met onder meer de internationale klimaatakkoorden en de Europese Green Deal als kader betekent dit een diepgaande transformatie van onze manier van produceren en consumeren. Dat zal mogelijk grote gevolgen hebben voor ondernemingen, werknemers en consumenten. Doel moet zijn te komen tot een duurzame ontwikkeling, zoals ook samengevat in de SDGs. Die vormen het inhoudelijke kader. Het is verder belangrijk dat het proces van die transformatie zelf op een georganiseerde manier kan verlopen.[11] Dat heeft als doel proactief de kansen (onder andere economisch, socio-economisch, technologisch, op het vlak van milieu, gender, …) van deze transformatie zo goed mogelijk te benutten en tegelijk ongewenste effecten ervan zoveel mogelijk te vermijden.
- [2] Een aantal uitdagingen stelt zich op mondiale schaal. Daarbij gaat het om keuzes die op bovennationaal niveau dienen gemaakt te worden. Het is onder meer belangrijk dat alle landen zich engageren om een ambitieus broeikasgasreductiebeleid te voeren in overeenstemming met het klimaatakkoord van Parijs.[12] Men moet ook verzekeren dat ons socio-economisch weefsel niet wordt gestraft voor wat betreft het concurrentievermogen ten opzichte van landen die zich veel minder inzetten voor de strijd tegen de klimaatverandering. Het gaat verder om het voorkomen van negatieve effecten op de kansen op ontwikkelingen van andere landen door keuzes die in ons land worden gemaakt. Daarnaast is het ook zo dat elk land specifieke kenmerken heeft, onder meer voor wat het economisch weefsel betreft. Vandaar is het ook belangrijk dat elk land nadenkt over de manier waarop een rechtvaardige transitie het best kan georganiseerd worden in eigen land en welke standpunten dienen ingenomen te worden om bovennationale ontwikkelingen positief te beïnvloeden. Vanuit die overweging is de raad voorstander van de organisatie van een nationale conferentie rechtvaardige transitie naar een ecologisch duurzame economie en samenleving voor iedereen, te organiseren door de regeringen van ons land. Naast bovengenoemde aspecten roept de transitie ook een aantal vragen op met betrekking tot andere aspecten zoals de bevoorrading van grondstoffen (bv. hernieuwbare of kritieke materialen), de ontwikkeling van nieuwe technologieën, gedragsveranderingen, het systeem van governance, …
- [3] Een nationale conferentie over een rechtvaardige transitie naar een ecologisch duurzame economie en samenleving voor iedereen is een conferentie in aanwezigheid van de (federale en regionale) regeringen en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld. Die vertegenwoordigers bereiden in overleg een aantal vragen voor die betrekking hebben op de uitdaging van een rechtvaardige transitie naar een ecologisch duurzame economie en samenleving voor iedereen. Het is aan de aanwezige overheden om tijdens de conferentie te antwoorden op die vragen en mogelijk bijkomende initiatieven van opvolging te nemen.
- [4] Dit advies heeft als doel te omschrijven in algemene termen hoe een dergelijke conferentie volgens de raad zou kunnen worden georganiseerd en wat de vragen zijn die zouden moeten worden beantwoord. De raad nodigt de verschillende regeringen van België uit om dit voorstel in overweging te nemen en zo tot een gezamenlijk initiatief voor die nationale conferentie te komen.
- [5] De raad vraagt dat de regeringen zich als uitgangspunt voor die nationale conferentie laten inspireren door het geheel van de genoemde Guidelines for a just transition. Die vormen een richtinggevend praktisch kader, aan te passen aan nationale omstandigheden.[13]
- [6] De raad nodigt de regeringen verder uit om na te denken over hoe een mogelijke nationale conferentie moet worden verbonden met internationale en nationale ontwikkelingen, zoals onder meer het klimaatakkoord van Parijs, de Europese Green Deal en de verschillende sociale en economische herstelprogramma’s als antwoord op Covid-19.
2.2 De focus van een nationale conferentie
- [7] De raad is van oordeel dat een nationale conferentie een voldoende scherpe focus moet hebben om diepgaand in te kunnen gaan op een aantal concrete uitdagingen. Dat maakt het mogelijk dat de vertegenwoordigers van de verschillende regeringen – telkens vanuit hun bevoegdheid – voldoende doelgericht kunnen antwoorden op de gestelde vragen. Dat moet bijdragen aan beleidscoherentie in de gecombineerde aanpak van de regeringen.[14] Beleidscoherentie is van belang binnen het federaal kader van ons land en ook in internationaal opzicht, zoals gevraagd door de SDGs.[15]
- [8] De transitie behandelt belangrijke beleidsdomeinen waarin ecologische, economische en sociale duurzaamheid gelijktijdig zou moeten aangepakt worden.[16] Al die thema’s zijn relevant voor een mogelijke nationale conferentie. De raad wil in dit advies – in lijn met zijn activiteitenprogramma – focussen op drie van die domeinen die alleszins aan bod moeten komen, met name: macro-economisch en groeibeleid, industrieel en sectoraal beleid, ontwikkeling van vaardigheden.[17]
- [9] Bij het domein macro-economisch en groeibeleid[18] stelt de raad voor dat de nationale conferentie de volgende vragen behandelt:
- Hoe kan een gecoördineerd interfederaal beleid gevoerd worden om de SDGs uit te voeren?
- Hoe kan een gecoördineerd interfederaal beleid gevoerd worden voor duurzame productie en consumptie? Hoe kunnen in dat verband de inspanningen voor een circulaire economie op elkaar afgestemd worden? Hoe kan daarbij maximaal worden ingespeeld op de kansen die de Europese Green Deal biedt? Wat zijn de beleidskeuzes op het vlak van digitalisering, gericht op het versterken van de circulaire economie?
- Hoe kan een investeringsbeleid gevoerd en gestimuleerd worden dat goede kansen biedt voor de positionering van de Belgische bedrijven, dat banen redt en creëert.
- Hoe kan het fiscaal beleid een instrument dat ervoor zorgt dat men zuinig omspringt met energie en grondstoffen, met daarbij oog voor de ondersteuning van bedrijven in die transitie?[19] Hoe kunnen de regeringen in ons land op dat vlak complementair samenwerken en zo goed mogelijk inspelen op internationale initiatieven en afspraken? Welke maatregelen moeten bij voorkeur op welk beleidsniveau worden genomen om die complementariteit optimaal te verzekeren?
- Hoe kan een beleid gericht op gedragsverandering bij dit alles een rol spelen?
- [10] Bij het domein industrieel en sectoraal beleid[20] stelt de raad voor dat de nationale conferentie de volgende vragen behandelt:
- Hoe kan door een beter interfederaal beleid de energietransitie versneld worden? Hoe zal op interfederaal coherente en transparante wijze opvolging worden gegeven aan het Nationaal Energie- en Klimaatplan? Hoe kunnen de regeringen in dit verband optimaal gebruik maken van de verschillende elementen van de Europese Green Deal, zoals onder meer de aandacht voor energetische renovatie? Hoe kunnen de regeringen in dat transformatieproces structurele antwoorden bieden op de diverse sociale uitdagingen die zich daarbij stellen?[21]
- Hoe kan een doorgedreven beleid van klimaatadaptatie worden gevoerd met oog voor de impact op de bedrijven en alle maatschappelijke groepen? Welke oplossingen kunnen aangedragen worden door de bedrijven?
- Hoe kunnen de regeringen een (interfederaal coherent) industrieel beleid voeren dat de omslag naar een koolstofarme economie versnelt en daarbij strategische waardeketens versterkt? Welke steunmaatregelen zijn daarbij nodig en hoe verhouden die zich tot wat is voorzien in de Europese Green Deal en het Europees herstelprogramma? Wat is er nodig om daarbij een rechtvaardige transitie te garanderen? Welk beleid op het vlak van onderzoek en ontwikkeling kan dit alles verder ondersteunen? Welke sectoren verdienen prioritaire aandacht? Hoe kunnen sectorgerichte afspraken gemaakt en opgevolgd worden?
- Hoe kunnen de regeringen een infrastructuurbeleid voeren dat de groene en digitale transitie versterkt? Welke infrastructuurinvesteringen zijn daarbij prioritair?
- Hoe kunnen de regeringen een coherent innovatiebeleid voeren dat de transitie versterkt?
- Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de maatregelen die door de verschillende overheden worden genomen met het oog op een rechtvaardige transitie naar een ecologisch duurzame economie en samenleving voor iedereen aansluiten bij de logica van beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling? Dat principe is als volgt voorzien in de Wet betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking: “een proces om te verzekeren dat de doelstellingen en resultaten van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van een regering niet tegengewerkt worden door het beleid van deze regering op andere domeinen die een impact hebben op de ontwikkelingslanden, en dat deze andere beleidsdomeinen waar mogelijk de ontwikkelingsdoelstellingen steunen”.[22]
- [11] Bij het domein ontwikkeling van vaardigheden[23] stelt de raad voor dat de nationale conferentie de volgende vragen behandelt:
- Hoe kunnen we werknemers en bedrijven en de samenleving als geheel zo goed mogelijk voorbereiden op de vaardigheden die nodig zullen zijn in een koolstofarme economie en hoe vertalen we dat naar het beleid voor onderwijs, vorming en opleiding? Hoe kunnen we zo goed mogelijk en proactief in kaart brengen wat die vaardigheden zijn en wat de gevolgen voor de werkgelegenheid zijn van de transitie? Welk beleid is er nodig om ervoor te zorgen dat die transitie rechtvaardig kan verlopen? Hoe kan er daarbij structurele aandacht zijn voor de verschillende dimensies van diversiteit (gendergelijkheid, culturele diversiteit, maatschappelijk kwetsbare groepen, …)?
- Hoe kan de ontwikkeling van vaardigheden op zo’n manier georganiseerd worden dat werknemers in bedrijven of sectoren die mogelijk ingrijpend moeten herstructureren voldoende beschermd, ondersteund en begeleid worden in het proces van transitie? Hoe kunnen bestaande systemen van opleiding en vorming ingericht worden opdat ze voldoende mensen met de juiste vaardigheden voor een koolstofarme economie kunnen voorbereiden? Welke maatregelen zijn nodig als blijkt dat het opnieuw aanpassen van vaardigheden van werknemers moeilijk of niet haalbaar is?
- Is de huidige organisatie van de arbeidsmarkt voldoende aangepast aan de uitdagingen van de transitie en welke aanpassingen of verbeteringen zijn mogelijk aangewezen? Welke maatregelen in de organisatie van de arbeidsmarkt zijn er nodig om bij de ontwikkeling van vaardigheden voor een koolstofarme economie de principes van een rechtvaardige transitie te garanderen?
2.3 De vorm van een nationale conferentie
- [12] De raad vindt het belangrijk dat in een nationale conferentie leden van de verschillende regeringen aanwezig zijn. Het moet de bedoeling zijn dat – de beste werkvorm is te kiezen in functie van een kwalitatief resultaat – per thema of per vraag of per sector ministers van de verschillende regeringen diepgaand kunnen antwoorden. Daarbij moeten de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld de kans hebben om rechtstreeks vragen te stellen of suggesties te doen met als doel tot een coherent en complementair beleid van de verschillende regeringen te komen. Daarnaast is het ook belangrijk dat vertegenwoordigers van alle betrokken administraties (federaal en regionaal) aanwezig zijn om de discussies te voeden en te ondersteunen, waarbij het vanzelfsprekend de regeringsleden zijn die politiek verantwoordelijk zijn voor de antwoorden.
- [13] Er zou moeten bekeken worden hoe diverse experts en academici in de organisatie van de nationale conferentie een ondersteunende rol kunnen spelen die de kwaliteit van de dialoog optimaal versterkt.
- [14] Bij het opzetten van het proces van de organisatie van een nationale conferentie zou maximaal moeten geleerd worden uit goede praktijken en ervaringen uit het buitenland.
- [15] Het is belangrijk dat de keuze van het uiteindelijke concept van de nationale conferentie voldoende garandeert dat de regeringsleden geen vrijblijvende antwoorden geven maar wel degelijk diepgaand antwoorden op de zorgvuldig geformuleerde vragen en aandachtspunten.
- [16] De raad is van oordeel dat de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld de kans moeten krijgen om deze nationale conferentie structureel voor te bereiden om zo tot een optimaal resultaat te komen. Daarbij moeten de verschillende adviesorganen hun rol kunnen spelen. Daarnaast is het belangrijk dat via de verschillende beschikbare moderne kanalen en door een aantrekkelijk format van de conferentie ook een ruimere groep burgers of organisaties op uitnodiging kan participeren. De raad vindt het belangrijk dat de jongeren bij dat alles een grote rol krijgen, als vertegenwoordiger van de toekomstige generaties.
- [17] Voor de nationale conferentie wordt best een locatie gekozen die een diepgaande dialoog, zoals hierboven beschreven, mogelijk maakt. De inzet van alle moderne communicatiemiddelen en goede moderatoren is daarbij essentieel.
2.4 Het doel van een nationale conferentie
- [18] Een concreet doel van een nationale conferentie is te komen tot een helder verslag met gecombineerde en complementaire antwoorden van de verschillende regeringen over de behandelde vragen die verband houden met een rechtvaardige transitie naar een ecologisch duurzame economie en samenleving voor iedereen. Na finale toetsing kan dat document dan gepubliceerd worden en raadpleegbaar zijn. Het kan dan een rol spelen in parlementen en adviesorganen.
- [19] Het is aan de betrokken regeringen om na te gaan of er nog vervolginitiatieven of afspraken over de opvolging van de nationale conferentie nodig zijn en zo ja welke (eenmalig of procesgericht).
[1] Guidelines for a just transition towards environmentally sustainable economies and societies for all, ILO 2015.
[2] In de preambule van de Paris Agreement (2015) is de volgende vermelding te vinden: Taking into account the imperatives of a just transition of the workforce and the creation of decent work and quality jobs in accordance with nationally defined development principles.
[3] Zie: https://www.unwomen.org/en/news/stories/2017/11/announcement-first-ever-gender-action-plan-on-climate-action-adopted en https://cop23.com.fj/wp-content/uploads/2018/01/Gender-Action-Plan.pdf (FCCC/SBI/2017/L.29)
[4] Solidarity and Just Transition Silesia Declaration (2018)
[5] 2030 Agenda for Sustainable Development (2015)
[6] The European Green Deal (COM/2019/640 final)
[7] In het NEKP deel A is op p. 139 het voorstel te vinden voor de “Organisatie van een “Nationale dialoog over de rechtvaardige transitie naar een klimaatneutrale samenleving/maatschappij”, met alle actoren van het beleid, overheden zowel als stakeholders.”
[8] Dit is een eigen vertaling naar het Nederlands. Voor het Frans bestaat er een geautoriseerde vertaling van de IAO zelf.
[9] Zie: Guidelines for a just transition, [13]
[10] Zie: Guidelines for a just transition, [14-29]
[11] Zie ook: Guidelines for a just transition, [4]
[12] Zie ook advies (2019a02), [5].
[13] Guidelines for a just transition, p. 3: The following guidelines as agreed by the Experts are meant to provide non-binding practical orientation to Governments and social partners with some specific options on how to formulate, implement and monitor the policy framework, in accordance with national circumstances and priorities.
[14] Zie ook: Guidelines for a just transition, [15]-[16]
[15] Zie hiervoor ook: Advies over de implementatie van de SDGs (2015a05)
[16] Guidelines for a just transition, [14] (3): I. Macroeconomic and growth policies, II. Industrial and sectoral policies, III. Enterprise policies, IV. Skills development, V. Occupational safety and health, VI. Social protection, VII. Active labour market policies, VIII. Rights, IX. Social dialogue and tripartism.
[17] In het activiteitenprogramma van de FRDO is ervoor gekozen om de eigen werkzaamheden rond het thema rechtvaardige transitie op die drie domeinen te richten.
[18] Zie ook: Guidelines for a just transition, [19]
[19] Zie ook advies (2019a02), [5].
[20] Zie ook: Guidelines for a just transition, [20]
[21] Zie ook: Guidelines for a just transition, [20] (g)
[22] Wet betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, Art. 2, °16.
[23] Zie ook: Guidelines for a just transition, [24]