- Op vraag van Pierre-Yves Dermagne, Vice-eersteminister en Minister van Economie en Werk, in een brief van 12/05/2021
- Dit advies werd voorbereid door de werkgroep « Productnormen »
- Goedgekeurd door de Algemene Vergadering via schriftelijke procedure op 2 juni 2021
Advies (pdf)
1. Algemene beschouwingen
- [1] De Raad stelt het op prijs geraadpleegd te worden over de omzetting van de Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten en van Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG.
- [2] De adviesvraag van 12 mei 2021 had specifiek betrekking op drie punten van de artikelen 5 en 8 van het voorontwerp van wet tot wijziging van de bepalingen van het oude Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de verkopen aan consumenten, tot invoeging van een nieuwe titel VIbis in boek III van het oude Burgerlijk Wetboek en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht : de duur van de wettelijke garantietermijn, de duur van de wettelijke garantietermijn op tweedehandsgoederen, en de duur van de omkering van de bewijslast.
- [3] De Raad betreurt evenwel dat hij niet meer tijd heeft gekregen om de teksten in dit verband te bestuderen, aangezien de feitelijke termijn vijf werkdagen bedroeg. Echt overleg vereist een dialoog tussen de stakeholders en met deskundigen van de administraties en de overheid. In 2019 zijn ook andere adviesorganen geraadpleegd over de omzetting van deze twee richtlijnen.
- [4] Over de Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen[1], die onder andere de regels inzake wettelijke garantie wijzigt en die tegen 1 juli 2021 in Belgisch recht moet zijn omgezet, heeft de Bijzondere Raadgevende Commissie « Verbruik » op 3 september 2019 een advies uitgebracht[2], en een tweede advies op 21 mei 2021[3]. Door zijn bredere samenstelling kan de FRDO naast economische en sociale vraagstukken hierbij ook overwegingen inzake duurzame ontwikkeling en milieuvraagstukken integreren, hetgeen de raadpleging van de FRDO des te belangrijker maakt.
- [5] De FRDO herinnert eraan dat de CRB en de FRDO in hun gezamenlijk advies over de circulaire economie hebben opgemerkt dat « [circulaire economie] een antwoord kan helpen bieden op verschillende maatschappelijke uitdagingen, waaronder het schaarser worden van de grondstoffen, de achteruitgang van de natuurlijke hulpbronnen, de verarming van de biodiversiteit en de klimaatverandering, en dat ook tal van kansen biedt op het vlak van innovatie en van het scheppen van toegevoegde waarde en van lokale jobs »[4]. Zij benadrukten in dit verband ook « de levensduur van de producten verlengen, is een prioriteit voor de Raden »[5]
- [6] De Raden hebben in hun gezamenlijk advies over de circulaire economie ook de aandacht erop gevestigd « dat sensibilisering nodig is om consumenten beter te informeren over hun rechten inzake garantie. Dit geldt echter niet enkel voor de wettelijke, maar ook voor de commerciële garantie en de termijn na afloop waarvan het verplicht is het bestaan van een conformiteitsgebrek vast te stellen. »[6]
- [7] In hun advies over geplande veroudering benadrukten de CRB en de FRDO dat « bezig zijn met de levensduur van producten betekent enerzijds werken aan de verlenging van de levensduur en anderzijds werken aan hergebruik, herstelbaarheid en recycling van producten, rekening houdend met milieu- en energienormen. »[7]
- [8] De FRDO onderstreept dat de ontwikkeling van een circulaire economie die verenigbaar is met duurzame ontwikkeling, eveneens voordelen voor de gezondheid kan opleveren, meer bepaald wanneer de vervuiling afneemt.
2. Duur van de wettelijke garantietermijn
- [9] Sommige leden[8] achten het noodzakelijk de duur van de verplichte wettelijke garantie te verlengen voor apparaten waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij een levensduur hebben die aanzienlijk meer dan twee jaar bedraagt: een minimumgarantie van 5 tot 10 jaar voor grote huishoudelijke apparaten, en een minimum van 3 tot 5 jaar voor elektronica.
- Deze leden menen dat de voorwaarden en de duur van de verplichte garantie een essentiele hefboom zijn om een productontwerp aan te moedigen dat gericht is op een langere levensduur, een betere herstelbaarheid, een meer circulaire economie en minder gebruik van hulpbronnen, met het oog op de verduurzaming van onze economie. Om deze reden hebben sommige landen er reeds voor gekozen de wettelijke garantieperiode te verlengen (met name Nederland, Zweden, Finland) op basis van een mogelijkheid die het Europese recht hiertoe biedt.[9] Deze leden voegen hier nog aan toe dat het van cruciaal belang is dat de consumenten hierover volledig worden geïnformeerd.[10]
- [10] Andere leden[11] vragen de wettelijke garantietermijn niet te verlengen tot meer dan twee jaar, ook niet voor bepaalde categorieën van goederen. Ze onderstrepen dat er immers geen objectief criterium gevonden kan worden om voor het ene of het andere goed een langere garantietermijn te verantwoorden. Het is vrijwel onmogelijk om objectieve categorieën van duurzame en minder duurzame goederen te maken. Deze leden zijn van oordeel dat het aangewezen is om ondernemingen zelf te laten beoordelen of ze voor hun product een langere commerciële garantietermijn kunnen aanbieden. Ze verwijzen naar het advies van de BRC[12] voor meer details.
- Wat duurzaamheid betreft, beklemtonen deze leden dat er op Europees niveau al regels van kracht zijn (Ecodesign-richtlijn), en dat de Europese Commissie ook de mogelijkheid bestudeert van een puntenwaarderingsysteem voor de herstelbaarheid van producten, in de context van de bijdrage van het kader voor ecologisch ontwerp en energie-etikettering aan de doelstellingen van de kringloopeconomie. Ze verwijzen naar het advies van de BRC[13] voor meer details.
3. Duur van de wettelijke garantietermijn voor tweedehandsgoederen en omkering van de bewijslast
- [11] Gezien de bijzondere omstandigheden van de adviesvraag, en met name de te korte termijn, heeft de Raad zich niet kunnen uitspreken over de kwestie van de duur van de wettelijke garantietermijn voor tweedehandsgoederen en de omkering van de bewijslast.
[1] Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG.
[2] Advies van de Bijzondere Raadgevende Commissie « Verbruik » over de omzetting van de Europese richtlijnen inzake consumentenkoop van zowel goederen als digitale inhoud en diensten, CRB 2019-1660, 03/09/2019.
[3] Advies van de Bijzondere Raadgevende Commissie « Verbruik » over de Voorontwerp van wet tot omzetting van de Europese richtlijnen inzake consumentenkoop, CRB 2021-1420, 21/05/2021.
[4] Gezamenlijk advies over de circulaire economie, 2020a03, goedgekeurd door de CRB op 19/02/2020 en door de FRDO op 21/02/2020, § [1]
[5] Ibid, § [20]
[6] Ibid, § [44]
[7] Advies over geplande veroudering, CRB en FRDO, 2020a05, goedgekeurd op 22/04/2020, § [7]
[8] Leden die dit standpunt steunen: Arnaud Collignon (ondervoorzitter van de FRDO), Mathieu Verjans (ondervoorzitter van de FRDO), de vertegenwoordigers van de NGO’s voor milieubescherming, de vertegenwoordigers van de NGO’s voor ontwikkelingssamenwerking en de vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
Leden die zich bij dit standpunt onthouden : François-Xavier de Donnea (voorzitter van de FRDO) en Norman Vander Putten (vertegenwoordiger van de jeugdorganisaties)
Leden die dit standpunt niet steunen: Vanessa Biebel (ondervoorzitster van de FRDO) en de vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
[9] BEUC, « Proposal for a directive on certain aspects concerning contracts for distance sales of goods », BEUC Position Paper, juni 2016 Annex Table, p. 19.
[10] Zie https://www.europe-consommateurs.eu/achats-internet/les-garanties.html
[11] Leden die dit standpunt steunen: Vanessa Biebel (ondervoorzitster van de FRDO) en de vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties.
Leden die zich bij dit standpunt onthouden : François-Xavier de Donnea (voorzitter van de FRDO) en Norman Vander Putten (vertegenwoordiger van de jeugdorganisaties)
Leden die dit standpunt niet steunen: Arnaud Collignon (ondervoorzitter van de FRDO), Mathieu Verjans (ondervoorzitter van de FRDO), de vertegenwoordigers van de NGO’s voor milieubescherming, de vertegenwoordigers van de NGO’s voor ontwikkelingssamenwerking en de vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.
[12] Advies van de Bijzondere Raadgevende Commissie « Verbruik » over de omzetting van de Europese richtlijnen inzake consumentenkoop van zowel goederen als digitale inhoud en diensten, CRB 2019-1660, 03/09/2019.
[13] Advies van de Bijzondere Raadgevende Commissie « Verbruik » over de omzetting van de Europese richtlijnen inzake consumentenkoop van zowel goederen als digitale inhoud en diensten, CRB 2019-1660, 03/09/2019.