- 3 februari 2011
- gevraagd door de minister van Energie en Klimaat, de heer Paul Magnette
Advies (pdf)
Samenvatting
- Om te komen tot een duurzaam voedingsysteem is het met name belangrijk dat er een heldere visie komt op de productie en consumptie van eiwitten in onze voedingsystemen. De wereld staat immers voor de opgave om in 2050 negen miljard mensen evenwichtig te voeden binnen de draagkracht van het mondiale ecosysteem. Het komt er dus op aan te komen tot een transitie van de systemen van productie en consumptie van eiwitten, in de richting van een systeem met meer ecologische en sociale duurzaamheid en met meer garanties voor de economische actoren in de keten. Een duurzaam streefbeeld houdt in dat tegen 2050 op Europees niveau een voedingsysteem is georganiseerd dat in hoge mate zelfvoorzienend is. Om dit mogelijk te maken moeten het EU-beleid en de internationale handelsafspraken in die zin worden bijgestuurd.
- Om dit perspectief te bereiken is de raad voorstander van een eiwittransitie, als onderdeel van een algemene transitie naar een duurzamer landbouw- en voedingsysteem. De eiwittransitie is een bewust georganiseerd proces, steunend op een actieve samenwerking tussen overheden, economische actoren en middenveld.
- Een eerste pijler van de eiwittransitie is de transformatie van het huidig systeem van import van plantaardige eiwitten. Dat systeem moet duurzamer worden. De raad stelt een aantal principes voor om tot een duurzamer systeem te komen en roept op om nieuwe initiatieven te nemen of bestaande te verbeteren en te versterken.
- Een tweede pijler van de eiwittransitie richt zich op productie en consumptie en streeft ernaar – in het kader van een evenwichtig en gezond voedingpatroon – om de consumptie van dierlijke eiwitten te verschuiven naar meer duurzaam geproduceerde dierlijke eiwitten en naar eveneens duurzaam geproduceerde plantaardige eiwitten. In dat verband formuleert de raad een aantal concrete aanbevelingen gericht op de aanbod- en de vraagzijde.
- Ten slotte formuleert de raad enkele aanbevelingen gericht op de organisatie van de eiwittransitie. Zo vraagt de raad dat de federale overheid het initiatief neemt om te komen tot een nationaal beleidsoverschrijdend platform waarin het proces van eiwittransitie op gang gebracht en verder gestimuleerd moet worden.
1. Context
- [a] Op 26 maart 2010 keurde de raad haar advies duurzaam voedingsysteem In dat advies, op vraag van minister Magnette, wordt een definitie gegeven van een duurzaam voedingsysteem en worden beleidsvoorstellen uitgewerkt voor een transitie naar een duurzaam voedingsysteem.
- [b] Het advies duurzaam voedingsysteem gaat niet in op de eiwitproblematiek. In dat advies verbindt de raad zich er wel toe om na een intern debat in 2010 daarover een bijkomend advies uit te brengen, meer in het bijzonder over de import van plantaardige eiwitten en over de productie en consumptie van dierlijke eiwitten. Dit advies dierlijke en plantaardige eiwitten is het resultaat van dat debat.
- [c] Het advies dierlijke en plantaardige eiwitten plaatst zich uitdrukkelijk binnen het kader van het advies duurzaam voedingsysteem, herbevestigt de inhoud daarvan en ontwikkelt bijkomende elementen, specifiek rond de eiwitproblematiek.
2. Advies
2.1 Algemeen kader
- [1] Om op termijn te komen tot een duurzaam voedingsysteem is het zeer belangrijk om een heldere visie te ontwikkelen op de productie en consumptie van eiwitten in onze voedingsystemen. De wereld staat voor de opgave om in 2050 negen miljard mensen evenwichtig te voeden binnen de draagkracht van het mondiale ecosysteem. Het is daarom belangrijk dat er voldoende aandacht gaat naar de systemen van productie en consumptie van eiwitten, met inbegrip van waardig werk. Sommige systemen verhogen de druk van de voedselproductie op het leefmilieu, en kunnen aldus bijdragen tot het sneller bereiken van de grenzen van de duurzaamheid van het mondiale voedselsysteem. Afhankelijk van het productiesysteem, en de lokalisatie van de productie kan omzetting van plantaardige bronnen naar dierlijke eiwitten een belangrijke impact hebben op water, energie- en landgebruik. Wanneer grond niet geschikt is voor plantaardige productie voor menselijke voeding, dan kan die grond andere – en eventueel meerdere – functie(s) krijgen. Onder die functies denken we onder meer aan gebruik voor dierlijke productie, bevordering van de biodiversiteit en dienst als waterbuffer of als open ruimte in het landschap. Als men enkel de hoeveelheid geproduceerde eiwitten per hectare in rekening neemt, dan zal het rendement bij de productie van plantaardige eiwitten in de meeste gevallen hoger liggen. Maar de globale duurzaamheid van het systeem hangt evenwel af van de specifieke omstandigheden. Gemengde bedrijven bieden in sommige aspecten van duurzaamheid een aantal voordelen in vergelijking met gespecialiseerde bedrijven. Samenwerking tussen naast elkaar gelegen gespecialiseerde bedrijven kan aan deze duurzaamheidaspecten tegemoet komen. De consumptie van eiwitten speelt evenwel een belangrijke rol in een evenwichtige en gezonde voeding. De centrale vraag is, hoe een evenwicht kan worden bereikt tussen de voedingsvereisten en de draagkracht van het milieu en het effectieve respect voor de internationale normen (onder meer die van de Internationale Arbeidsorganisatie).
- [2] Het probleem stelt zich verschillend naargelang het bestaande consumptiepatroon. Voor de westerse wereld merken we vaak een gemiddelde overconsumptie van dierlijke eiwitten binnen het voedingpatroon, in ons land ook ten opzichte van de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad voor een evenwichtige voeding. Niettemin moet worden vastgesteld dat voor sommige leeftijds- en bevolkingscategorieën de consumptie lager is dan de aanbevelingen. In ontwikkelingslanden zien we dan weer vaak een onderconsumptie van eiwitten ten gevolge van armoede. Op termijn stelt zich de vraag naar welk niveau we het aandeel dierlijke voeding in de menselijke consumptie kunnen zien evolueren, zonder de grenzen van de ecologische draagkracht van de aarde te overschrijden en met het oog op het behoud van een gezonde en evenwichtige voeding voor de bevolking.
- [3] Een voedingpatroon met daarin een te hoog aandeel aan dierlijke eiwitten is niet uitbreidbaar naar een wereldbevolking van 9 miljard mensen. Over de exacte omvang van die impact van dierlijke productie op de draagkracht van de aarde, en dus over de vraag waar de grens van de duurzame voedselproductie ligt, loopt heel wat onderzoek en bestaat er nog geen wetenschappelijke eenduidigheid. Over de aard van de problemen, is men het daarentegen wel eens. Sommige systemen kunnen duurzamer zijn en een positieve impact hebben op het milieu en de biodiversiteit maar een belangrijk deel van de mondiale dierlijke productieketen draagt via diverse praktijken – soms direct en soms indirect – bij tot ontbossing, is een grote water- en landgebruiker en levert ook een significante bijdrage aan het broeikaseffect en het verlies aan biodiversiteit. In een wereld waarin de vraag naar land en grondstoffen van andere sectoren dan de voedselvoorziening alleen nog maar stijgt, kan dit tot scherpe conflicten leiden die een gevaar kunnen betekenen voor de voedselvoorziening en ook voor de economische positie van de verschillende actoren in de keten van de voedselproductie. Een combinatie van efficiëntere, aangepaste en rechtvaardige productie, vermindering van verliezen bij productie en consumptie, en mogelijke wijzigingen in het voedingpatroon (in een streven naar een evenwichtig voedingpatroon) biedt de beste perspectieven voor alle betrokkenen.
- [4] Een duurzaam streefbeeld voor 2050 houdt in dat op een werkbare schaal, continentaal (in ons geval dus op Europees niveau), een voedingsysteem dat in hoge mate zelfvoorzienend is wordt georganiseerd. Europa is in dat model in hoge mate in staat zelf autonoom de nodige dierlijke en plantaardige eiwitten te produceren die nodig zijn voor het garanderen van een volwaardig, gezond en evenwichtig voedselpakket voor alle burgers, en dat binnen de ecologische draagkracht. De import van eiwitten uit andere continenten wordt in dat perspectief proportioneel afgebouwd. De verschillende onderdelen van het EU-beleid en de internationale handelsafspraken zouden zich moeten inschakelen in die visie, en aan alle actoren van de keten een leefbaar inkomen garanderen, steunend op het principe van een eerlijke prijs voor een eerlijk product.
2.2 Naar een eiwittransitie
- [5] De raad is voorstander van een eiwittransitie, als onderdeel van een algemene transitie naar een duurzaam landbouw- en voedingsysteem. Zo’n begeleide transitie is nodig om de impact van ons voedingsysteem in Europa en de rest van de wereld op termijn binnen de ecologische draagkracht te houden, om aan alle burgers blijvend een gezond en duurzaam voedingsaanbod te kunnen garanderen, om ervoor te zorgen dat de positie van de betrokken economische actoren (in de landbouw, de voedingsindustrie en de handel) optimaal gegarandeerd wordt, om waardig werk te garanderen, en om bij te dragen aan rechtvaardige Noord-Zuid-relaties in een wereld met toenemende schaarste aan hulpbronnen.
- [6] De eiwittransitie is een bewust georganiseerd proces, steunend op een actieve samenwerking tussen overheden, economische actoren en middenveld. Daarbij worden algemene doelstellingen en streefbeelden afgesproken voor de productie en consumptie van eiwitten, en dat op basis van onderbouwde wetenschappelijke gegevens. Centraal daarbij staat het streven – binnen het kader van een evenwichtig en gezond voedingpatroon – om de consumptie van dierlijke eiwitten te verschuiven naar meer duurzaam geproduceerde dierlijke eiwitten en naar – eveneens duurzaam geproduceerde – plantaardige eiwitten. De inzet van aangepaste beleidsinstrumenten, onder meer gericht op rechtvaardige internalisering van externe kosten zal hierin een rol spelen. Verder dienen processen van efficiëntie en technologische innovatie te worden gestimuleerd die de productieketen kunnen verbeteren en de ontwikkeling van nieuwe producten kunnen stimuleren. Tegelijk moeten ook alle mogelijkheden worden benut om consumenten als bondgenoot te betrekken bij de eiwittransitie. Eerlijke informatie en de actieve promotie van gezonde, evenwichtige en duurzame voedingspatronen spelen daarin een belangrijke rol.
- [7] Het is essentieel dat – gezien het belang van de maatschappelijke uitdagingen verbonden met de productie en consumptie van eiwitten – het proces van de eiwittransitie in een helder en ambitieus langetermijnperspectief wordt geplaatst. De raad is in dat verband voorstander van een perspectief 2050. Dat perspectief moet een proces van diepgaande maatschappelijke veranderingen op gang brengen. Om dat perspectief te bereiken moeten ook al op korte termijn maatregelen genomen worden. Daarbij kan het gaan over het verder zetten en zo nodig versterken van reeds bestaande maatregelen en initiatieven of over nieuwe maatregelen.
2.3 Import van plantaardige eiwitten
- [8] Een belangrijk onderdeel van de eiwittransitie vormt de transformatie van het huidig model van import van plantaardige eiwitten. Het streven moet zijn dat model (op mondiaal en nationaal niveau) duurzamer te maken, met duidelijke doelstellingen die in de tijd worden vastgelegd. Belangrijke principes daarbij zijn:
- Volledig respect voor alle geldende internationale, nationale en lokale regelgeving. Die mondiale handelsafspraken die verhinderen dat een volwaardige inheemse productie van eiwitten voor veevoer mogelijk is moeten worden aangepast.
- Waardig werk (onder meer het respect voor de IAO-conventies, waardig inkomen).
- Verantwoordelijke relaties met lokale gemeenschappen.
- Ecologische verantwoordelijkheid (onder meer tegengaan van milieuvervuiling en –uitputting, vermindering broeikasgasemissies en bevordering koolstofopname, bescherming biodiversiteit).
- Goede landbouwpraktijken (onder meer duurzaam watergebruik, bescherming natuurlijke vegetatie, verbetering bodemkwaliteit, duurzame gewasbescherming).
- Garantie van economische leefbaarheid van alle actoren in de productieketen.
- [9] De raad stelt vast dat er diverse initiatieven ontwikkeld of voorzien worden (zoals RTRS of Pro Terra) die tot doel hebben om via vrijwillige certificering van soja, bij te dragen tot een ander model van import van plantaardige eiwitten. Deze initiatieven vormen een voorbeeld van het engagement van een aantal actoren in de productieketen in deze zin. De Raad erkent dan ook dat het model van RTRS[1] positieve elementen bevat en een aanzet kan vormen om de huidige problemen te overstijgen. Er is evenwel vandaag geen eensgezindheid over het model op zich. Om tot een breed gedragen systeem van certificering van soja te kunnen komen, zal er nood zijn aan het verder uitklaren van een aantal inhoudelijk verschilpunten tussen de actoren en aan een bredere representativiteit van het initiatief.[2] De Raad wil de diverse actoren stimuleren om de dialoog hierover te ontwikkelen, binnen een daartoe geschikt kader. Naast vrijwillige initiatieven zoals RTRS en Pro Terra wijst de raad er ook op dat de overheid een belangrijke rol moet spelen in het verduurzamen van de sojaketen.
- [10] Ook de diverse studies en maatregelen om de productie van plantaardige eiwitten in Europa te verhogen, waar de sector zelf actief bij betrokken is, zijn belangrijke initiatieven die verdere steun verdienen. De raad roept de sector en de overheid op op deze weg verder te gaan en de inspanningen te plaatsen in het kader van een globale eiwittransitie. Het actief betrekken van alle stakeholders bij het uittekenen van de volgende stappen in de transitie kan het proces enkel maar versterken. De overheid kan in dit verband actief pleiten voor internationale handelsafspraken die de eigen Europese eiwitproductie mee ondersteunen.
- [11] De eiwittransitie zou zich als doel moeten stellen om tegen 2050 te streven naar een Europees model van veevoerproductie dat in hoge mate zelfvoorzienend is, en dus niet langer sterk afhankelijk van de import van plantaardige eiwitten uit andere continenten, waardoor de sector ook minder onderworpen kan zijn aan de volatiliteit van de internationale markten.
2.4 Productie en consumptie van eiwitten
- [12] Een ander belangrijk deel van de eiwittransitie is het streven – binnen het kader van een evenwichtig en gezond voedingpatroon – om de consumptie van dierlijke eiwitten te verschuiven naar meer duurzaam geproduceerde dierlijke eiwitten en naar – eveneens duurzaam geproduceerde – plantaardige eiwitten. Het platform van alle betrokken actoren van de eiwittransitie zou een coherent pakket aan beleidsstrategieën moeten uitwerken, gekoppeld aan doelstellingen op korte, middellange en lange termijn. Bij dit alles zou steeds moeten worden uitgegaan van een ketenbenadering.
- [13] De raad ondersteunt goede (wettelijke en andere) initiatieven en praktijken die nu al ontwikkeld worden in dit verband, en moedigt de betrokken partners aan bijkomende initiatieven te nemen. Zo is de raad verheugd over het “protocol van samenwerking voor reguliere arbeid en eerlijke concurrentie in de vleessectoren” dat onlangs werd afgesloten door de sociale partners in de vleesindustrie en spreekt het zijn steun hiervoor uit. Vanuit hun bekommernis voor het imago van de sector en voor de sociale situatie van de betrokken werknemers, willen de ondertekenende partijen daarom samen met de overheid verder de strijd aanbinden tegen de niet-naleving van de wetgeving in het algemeen en de sociale wetgeving in het bijzonder. Dit protocol zet hiervoor de krijtlijnen uit. Dit is een kader dat de sociale partners nog verder willen uitwerken, samen met de Belgische overheden en in samenspraak met Europese spelers. Op deze wijze streven alle partijen naar rechtszekerheid, zowel voor de werkgevers als voor de werknemers.
- [14] Om doeltreffend te zijn, zouden de diverse beleidsstrategieën zich moeten situeren aan de aanbod- en de vraagzijde. Er is dus nood aan een geïntegreerde en gecoördineerde strategie, die tegelijk de producenten, verwerkers, handelaars en consumenten aanspreekt, en daarbij inspeelt op de marktopportuniteiten en die ook versterkt. De hierna voorgestelde initiatieven staan naast elkaar, zijn complementair, en dienen als geheel ontwikkeld te worden.
- [15] Voor wat de aanbodzijde betreft, vraagt de raad dat volgende pistes worden ontwikkeld en versterkt:
- Concrete maatregelen om de inheemse productie van eiwitten te bevorderen met inbegrip van initiatieven die leiden tot een aanpassing van internationale handelsafspraken.
- Onderzoeksprogramma’s voor productie van plantaardige eiwitten voor veevoer en voor menselijke consumptie binnen de EU.
- Promotie van productie van bedrijfsgebonden eiwitrijke voeders.
- Onderzoeksprogramma’s en pilootprojecten die de omzetting van plantaardige naar dierlijke eiwitten efficiënter kunnen maken.
- Verder onderzoek naar de reële milieu-impact van de diverse eiwitproducten, doorheen de hele keten, en met aandacht voor directe en indirecte effecten.
- Steun voor ontwikkeling van duurzamere voedingsproducten van dierlijke oorsprong.
- Onderzoek naar de sociale impact van de huidige productiewijze en naar de sociale gevolgen van de diverse transitiescenario’s.
- Steun voor onderzoeksprogramma’s en pilootprojecten die de verliezen aan kostbare grondstoffen in de verschillende schakels van de productieketen kunnen minimaliseren.
- Verdere bespreking in het kader van het Europees beleid naar het mogelijk opnieuw toestaan van het gebruik van diermeel voor voeders onder zeer strikte omstandigheden, met uitsluiting van kannibalisme en beperkt tot varkens en pluimvee.
- Uitwerken, op het relevante beleidsniveau, van eenduidige standaarden voor duurzame dierlijke en plantaardige producten.
- Steunprogramma voor ontwikkeling en vermarkting van producten van plantaardige oorsprong.
- Promotie van duurzame eiwitproducten in de distributiesector.
- Onderzoek naar economische instrumenten (bv. instrumenten gericht op de rechtvaardige internalisering van externe kosten, subsidies, fiscaal en parafiscaal, …) die de productie en vermarkting van duurzame eiwitproducten kunnen heroriënteren.
- Kennisontwikkeling en promotie van verantwoorde omgang met eiwitten binnen hotelscholen en kookopleidingen, en opleiding van inkopers.
- Gegarandeerd en kwalitatief aanbod aan vegetarische maaltijden in alle door de overheid gesubsidieerde restaurants. Rond dit aanbod wordt gesensibiliseerd.
- [16] Voor wat de vraagzijde betreft, vraagt de raad dat volgende pistes worden ontwikkeld en versterkt:
- Promotie van evenwichtige en gezonde voedingpatronen. Het is belangrijk dat alle bevolkingsgroepen kunnen kiezen voor gezonde en evenwichtige voeding. Dat houdt in deze context onder meer in dat zij een voedingpatroon hebben dat noch te veel noch te weinig eiwitten bevat. Binnen zo’n voedingpatroon hebben dierlijke en/of plantaardige eiwitten hun plaats. Speciale aandacht is nodig om ervoor te zorgen dat kwetsbare bevolkingsgroepen in voldoende mate voor kwalitatieve eiwitproducten kiezen.
- Stimuleren van positieve appreciatie voor die groep van consumenten die willen kiezen voor vermindering van consumptie van voedingsproducten van dierlijke oorsprong binnen hun globale voedingspakket.
- Een meer coherent beleid inzake consumenteninformatie over duurzame eiwitproducten (duurzaam geproduceerde zuivel en vlees, plantaardige alternatieven voor voedingsproducten van dierlijke oorsprong, maaltijdconcepten met geen of minder vlees). Dit omvat onder andere sensibilisering van de bevolking over de impact van haar voedselkeuzes.
2.5 De organisatie van de eiwittransitie
- [17] De raad stelt voor dat de federale overheid in het kader van een ruimere visie op transitie naar een duurzaam voedingsysteem het initiatief neemt voor het opzetten van een nationaal, beleidsoverschrijdend platform. Binnen dit platform zou het proces van eiwittransitie op gang gebracht en verder gestimuleerd moeten worden.
- [18] De raad stelt voor dat dit transitieplatform het concept van de eiwittransitie verder uitwerkt, in de lijn van haar aanbevelingen en met inachtneming van de rol van alle stakeholders.
- [19] Het is belangrijk dat het transitieplatform het kader, de doelstellingen en de strategieën uittekent om tegen 2050 te komen tot een diepgaande eiwittransitie die een antwoord kan bieden op de grote maatschappelijke uitdagingen die samengaan met de huidige productie- en consumptiewijze van eiwitten.
- [20] De raad is voorstander van het uitwerken van een tienjarenplan voor een duurzaam voedingsysteem. In dit plan moet het resultaat van de werkzaamheden en afspraken over de eiwittransitie binnen het transitieplatform geïntegreerd worden.
- [21] Op korte termijn zou kunnen gestart worden met een omvattend wetenschappelijk onderzoeksprogramma dat de bestaande kennis over alle facetten van de eiwittransitie beter inventariseert en gericht nieuw onderzoek opstart over ontbrekende elementen in de kennis. Daarnaast kan al gestart worden met concrete acties of projecten die passen in de uitgewerkte toekomststrategieën.
- [22] De raad vraagt om verder betrokken te worden bij het uitwerken van de eiwittransitie.