03 | Advies over een KB betreffende brandstoffen

  • Op vraag van minister Tinne Van der Straeten, minister van Energie, in een brief van 15 januari 2021
  • Met Met de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de bijzondere raadgevende commissie Verbruik
  • Dit advies werd voorbereid door de werkgroep productnormen
  • Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure, 06/04/2021

Advies (pdf)

 

 

Reikwijdte van het verzoek

1 Indiening

  • [a] Op 15 januari 2021 heeft mevrouw Tinne Van der Straeten, minister van Energie, aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO), de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de Bijzondere raadgevende commissie ‘Verbruik’ (BRC ‘Verbruik’), hierna de adviesorganen genoemd, een adviesaanvraag gericht betreffende een ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van artikelen 2 en 4 van het koninklijk besluit van 8 juli 2018 betreffende de benaming en de kenmerken van de gasolie-diesel en van de benzines. Het advies van de adviesorganen werd gevraagd op grond van artikel 19, § 1, eerste lid van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers. De toegekende termijn om op deze adviesaanvraag te reageren bedraagt drie maanden.

2 Overwogen reglementaire wijzigingen

  • [b] Het ontwerp van koninklijk besluit dat voor advies aan de adviesorganen werd voorgelegd, heeft tot doel om twee elementen in het voornoemde koninklijk besluit van 8 juli 2018 op te nemen:
    • een minimaal FAME[1]-gehalte (7% volume) aan B10-biodiesel toevoegen om dit type van product duidelijk te onderscheiden van B7-diesel (met een maximaal FAME-gehalte van 7% volume);
    • vastleggen dat op de facturen en de leveringsbonnen, naast de benaming ‘gasolie-diesel’ of ‘benzine’, ook de norm moet worden vermeld waaraan het product voldoet, om de consumenten te beschermen.

3 Werkzaamheden in de subcommissie en de plenaire vergadering

  • [c] In het kader van deze adviesaanvraag werden de bevoegde leden van de drie voornoemde adviesorganen verzocht om hun eventuele opmerkingen schriftelijk kenbaar te maken.
  • [d] Er werd overeengekomen dat de secretariaten op basis hiervan een ontwerpadvies zouden opstellen. Dat werd via elektronische weg ter goedkeuring voorgelegd aan de plenaire vergaderingen van de CRB (goedgekeurd op 6 april 2021) en de BRC ‘Verbruik’ (goedgekeurd op 6 april 2021), evenals aan de algemene vergadering van de FRDO (goedgekeurd op 6 april 2021).

 

Advies

  • [1] De adviesorganen zien het nut in van de verduidelijkingen die in het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit worden aangebracht om een betere controle van de verschillende soorten van brandstoffen te waarborgen.
  • Ze zijn echter van mening dat een brandstof die precies 7 volumeprocent FAME bevat, zowel als B7-diesel als B10-diesel zou kunnen worden gekwalificeerd en vinden daarom dat een FAME-gehalte dat iets hoger ligt dan 7 volumeprocent (bv. 7,5%) zou kunnen worden voorzien in artikel 2, eerste lid, 4°, van het voornoemde koninklijk besluit van 8 juli 2018, om deze onzekerheid weg te nemen.
  • [2] De adviesorganen willen eraan herinneren dat ze reeds hebben gewezen op het feit dat het gebruik van biodiesel in sommige gevallen kan leiden tot een toename van de CO2-uitstoot in vergelijking met traditionele brandstoffen[2]. Ze raden dus opnieuw aan dat de Europese en Belgische autoriteiten overgaan tot het beperken en verbannen van het gebruik van problematische alternatieven die over hun gehele levenscyclus meer broeikasgassen uitstoten dan de vervangen fossiele brandstof en herhalen hun verzoek om verduidelijking over de wijze waarop deze autoriteiten deze doelstelling zullen verwezenlijken.[3]
  • [3] In dat verband zijn de adviesorganen van mening dat de doelstelling inzake hernieuwbare energie in het vervoer moet worden nageleefd door gebruik te maken van de flexibiliteit waarin de Europese wetgeving voorziet om het gebruik van alternatieven met een hoge uitstoot terug te dringen, en stellen zich vragen over de relevantie van de schrapping van de mogelijkheid om diesel met weinig of geen bijmenging van biodiesel te gebruiken.
  • [4] De adviesorganen stellen ook voor om in artikel 4, eerste lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 8 juli 2018 te voorzien in de mogelijkheid om voor brandstoffen van het dieseltype die FAME bevatten de identificatiecode te vermelden, zoals voorzien in de norm NBN EN 16942 waaraan het product beantwoordt (d.w.z. B7, B10, B20, …), aangezien niet iedereen altijd weet aan welke norm een brandstof voldoet.
  • [5] Tot slot herinneren de adviesorganen eraan dat ze een advies[4] hebben uitgebracht over het ter beschikking stellen van normen, waarin ze onder meer ingaan op de problemen in de reglementering door de verwijzing naar normen die niet gratis kunnen worden geraadpleegd.

 

 

 

 

[1] ‘fatty acid methyl esters’, methylesters van vetzuren

[2] Zie het advies van de FRDO over het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de benaming en de kenmerken van de gasolie-diesel en van de benzines, 2017a09, 5 december 2017, § [19] en het advies van de CRB, De benaming en de kenmerken van de gasolie-diesel en van benzines, CRB 2017-2521, 27 november 2017

[3] Zie het advies van de FRDO over het ontwerp van koninklijk besluit houdende bepaling van productnormen voor transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen, 2018a01, 14 februari 2018, § [6] en het advies van de CRB over het ontwerp van koninklijk besluit houdende bepaling van productnormen voor transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen, CRB 2018-0581, 22 februari 2018

[4] Advies op eigen initiatief van de FRDO over het ter beschikking stellen van normen, 2017a08, 10 november 2017 en advies op eigen initiatief van de CRB over het ter beschikking stellen van productnormen, EAC 2017-2417, 25 oktober 2017

Opmerkingen, vragen of suggesties?