- Dit advies werd voorbereid door de werkgroepen productnormen en innovatieve economische modellen van de FRDO.
- Samen met de Bijzondere raadgevende commissie Verbruik (brc Verbruik)) van de Centrale Raad voor Bedrijfsleven (CRB)
- Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure 24/04/20
Advies (pdf)
Draagwijdte van de aanvraag
Indiening
- [a] De Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO) en de Bijzondere raadgevende commissie Verbruik (brc Verbruik)) van de Centrale Raad voor Bedrijfsleven (CRB) hebben op 17 januari 2020 een adviesvraag gekregen van de commissie voor economie, consumentenbescherming en digitale agenda van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. Die vraag handelde over drie wetsvoorstellen die het hebben over de strijd tegen de geplande veroudering van producten:
- Wetsvoorstel (Patrick Prévot c.s.) om geprogrammeerde veroudering tegen te gaan en de repaireconomie te steunen, nr. 193/1
- Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van economisch recht, teneinde geprogrammeerde en voortijdige veroudering tegen te gaan en in meer herstellingsmogelijkheden te voorzien, nr. 771/1
- Wetsvoorstel (Kristof Calvo c.s.) om georganiseerde veroudering tegen te gaan en de circulaire economie te steunen, nr. 914/1.
- [b] Het advies wordt verwacht tegen 13 maart 2020.
Hoorzitting
- [c] De adviesorganen hebben de personen uitgenodigd die hebben meegewerkt aan de opmaak van de genoemde wetsvoorstellen. Ze hebben – op basis van hun beschikbaarheid – op 10 februari 2020 het woord gegeven aan Denis Pierard, Els Reynaert et Tinne Van der Straeten, die toelichting gaven bij de tekstvoorstellen die hun politieke fractie heeft neergelegd. Daarnaast kwam ook Anaïs Michel, doctoraatsstudente (KUL-UCL), aan het woord voor een stand van zaken over vroegtijdige veroudering van consumptiegoederen en het wettelijk kader.
- [d] De werkgroepen Productnormen en Innovatieve economische modellen van de FRDO, de subcommissie Circulaire economie van de BRCV van de CRB – die wenste deel te nemen aan het proces – en de subcommissie Handelspraktijken van de brc Verbruik hebben beslist om samen dit advies uit te werken.
- Dit ontwerpadvies werd via elektronische weg voorgelegd aan de plenaire vergadering van de CRB en de brc Verbruik en ook via elektronische weg aan de algemene vergadering van de FRDO.
Advies
1 Voorafgaande opmerking
- [1] De adviesorganen verduidelijken dat in dit advies alleen de standpunten zijn opgenomen waaromtrent de leden en hun respectievelijke organisaties een consensus hebben kunnen bereiken. Zij benadrukken bijgevolg dat het ontbreken van opmerkingen over andere bepalingen geenszins een standpuntinname inhoudt over deze andere bepalingen, noch dat over de wel besproken bepalingen de leden en hun respectievelijke organisaties geen bijkomende of verdergaande opmerkingen zouden kunnen formuleren.
2 Algemene opmerkingen
- [2] De adviesorganen zijn het eens over het feit dat de levensduur van producten vandaag een belangrijke uitdaging is in het kader van duurzame ontwikkeling.
- [3] De levensduur van producten verlengen is een prioriteit voor de adviesorganen. Dat blijkt uit paragraaf 20 van het advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie[1]. Daarin wordt gesteld dat het belangrijk is voort te bouwen op bestaand werk, bijvoorbeeld de studie van RDC Environment van 2017[2].
- [4] De adviesorganen zijn voorstander van het vaststellen van een definitie van geplande veroudering en van de bestraffing van deze praktijk (als een misleidende handelspraktijk). Ze bevelen aan om de juridische implicaties ervan te analyseren, waaronder de naleving van de EU-wetgeving.
- Hoewel een definitie van geplande veroudering op dit ogenblik ontbreekt, is het duidelijk dat de geplande veroudering die erin bestaat de levensduur van een product opzettelijk te beperken om de vervagingsfrequentie te verhogen, zonder de consument te informeren over de beperkte levensduur, een oneerlijke handelspraktijk vormt in de zin van artikel VI.93 van het Wetboek van economisch recht. Oneerlijke handelspraktijken zijn verboden op grond van artikel VI.95 van het Wetboek van economisch recht. Artikel VI.38 van het Wetboek van economisch recht bevat nu reeds een specifieke sanctie voor oneerlijke handelspraktijken die erin bestaat dat de rechter de terugbetaling aan de consument kan bevelen indien de overeenkomst ingevolge de betrokken oneerlijke handelspraktijk werd gesloten. Onderzocht moet worden of deze sanctie voldoet aan de Europese voorwaarde om efficiënte, doeltreffende, doch proportionele sancties vast te stellen, waarbij tevens rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van een administratieve handhaving.
- [5] De verantwoordelijkheid voor het aanpakken van deze uitdaging ligt bij veel actoren, waaronder de overheid, zowel op Belgisch als op Europees niveau, ook naar aanleiding van de Europese Green Deal.
- Het kader dat door de Europese Unie wordt ingezet om de levensduur van producten te reguleren is onlangs uitgebreid, met name met maatregelen voor de uitvoering van de richtlijn over de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten[3]. Die voorschriften introduceren voor het eerst vereisten inzake hulpbronnenefficiëntie, inclusief verplichtingen voor producenten (producenten/importeurs/ gemachtigde vertegenwoordigers) om reserveonderdelen beschikbaar te stellen aan professionele herstellers en/of eindgebruikers, en dat vanaf maart 2021. De beschikbaarheidsperioden (tussen 7 en 10 jaar) variëren afhankelijk van de onderdelen en de producten (koelkast, vaatwasser, wasmachine en scherm/televisie) en worden berekend vanaf het in de handel brengen van het laatste exemplaar van het model. Soortgelijke maatregelen zijn nodig voor airco’s, drogers en stofzuigers.
- [6] Andere maatregelen over veroudering zijn aangekondigd in het kader van de Europese Green Deal.
- Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen [4] – die met name de regels inzake wettelijke garantie wijzigt en die moet worden omgezet in Belgisch recht voor 1 juli 2021 – was het onderwerp van een advies van de brc Verbruik van 3 september 2019, waarnaar kan verwezen worden[5].
- [7] Bezig zijn met de levensduur van producten betekent enerzijds werken aan de verlenging van de levensduur en anderzijds werken aan hergebruik, herstelbaarheid en recycling van producten, rekening houdend met milieu- en energienormen.
- [8] Sommige leden[6] van de adviesorganen zijn voorstander van het concept van een ‘productpaspoort’ waarmee de consument gemakkelijk toegang krijgt tot alle nodige informatie over de levensduur van het product dat zij of hij aanschaft. Om het risico op verouderde informatie te vermijden en om de informatie makkelijk en goedkoop up-to-date te houden, is het onontbeerlijk om dit productpaspoort ook elektronisch toegankelijk te maken.
- [9] De adviesorganen vragen de Belgische overheden om actief deel te nemen aan de debatten over het ‘productpaspoort’ dat zou moeten worden voorgesteld in het kader van het actieplan voor de circulaire economie op Europees niveau. In dat verband is speciale aandacht nodig voor de consumentenrechten en de handhaving ervan.
- [10] De adviesorganen hebben bepaalde aspecten van de verlenging van de levensduur van producten onderzocht in het kader van het advies op eigen initiatief over de circulaire economie[7], waarvan uittreksels hieronder zijn weergegeven in cursief en tussen aanhalingstekens.
- [11] Enkele preciseringen zijn daarbij aangebracht (weergegeven in gewone schrijfwijze).
3 Herstelbaarheid en beschikbaarheid van reserveonderdelen
- [12] “Een element dat de uiteindelijke levensduur van een product bepaalt is de herstelbaarheid ervan, en die dient daarom te worden gestimuleerd. In het kader van de Ecodesignrichtlijn werd al vooruitgang geboekt door de levering van losse onderdelen voor o.a. koelkasten, televisietoestellen, wasmachines en schermen voor een duur van 7 jaar verplicht te maken vanaf 2021. De raden vragen dan ook dat op Benelux-niveau, in het kader van de Ecodesignrichtlijn, wordt nagedacht over minimumeisen voor de beschikbaarheid van wisselstukken en herstelhandleidingen en dat een methodologie wordt uitgewerkt voor de informatie die de producent aan de consument dient te verstrekken inzake herstelbaarheid en garantie[8]“.
- [13] De adviesorganen vragen verder dat België zich op Europees niveau veel proactiever mengt in de discussies over de versterking van minimumvereisten en de uitbreiding van de categorieën goederen die onder de wetgeving van de Europese Unie vallen.
- [14] “De raden wijzen erop dat het stimuleren van herstellingen niet alleen aandacht vergt voor de producent en de consument, maar tevens voor de vakman die de herstellingen moet uitvoeren. Deze moet over een goede herstelhandleiding kunnen beschikken en moet ook de opleiding kunnen krijgen die nodig is om de herstellingen te kunnen uitvoeren. Het is belangrijk dat het beleid ook voldoende aandacht heeft voor deze actor[9] “.
- [15] De adviesorganen vragen ook dat oplossingen gevonden worden voor de specifieke problemen waarmee andere actoren geconfronteerd worden.
- [16] “In dit kader vragen de raden om, in overleg met de producenten – die wettelijk bewijzen van technische vaardigheden en van de naleving van de wettelijke verplichtingen kunnen eisen – en met de verschillende betrokken bevoegdheidsniveaus, de mogelijkheid te onderzoeken om kwalitatieve criteria vast te stellen voor de erkenning van ‘officiële herstellers’, alsook na te gaan of het opportuun is een officieel register van ‘beroepsherstellers’ voor het ganse Belgische grondgebied op te stellen[10]”.
- [17] De adviesorganen benadrukken dat deze procedure de toegang tot kwaliteitsreparatiediensten moet garanderen en geen belemmering mag vormen voor de herstelbaarheid.
- [18] “De monitoring van de impact van de nieuwe Ecodesignrichtlijn op het aantal herstellingen kan nuttig zijn; de raden onderstrepen voorts dat deze richtlijn efficiënt moet worden gehandhaafd. Op dit moment komen nog te veel producten op de Europese markt die niet aan deze richtlijn voldoen. Dit is niet alleen negatief vanuit het oogpunt van de transitie naar een circulaire economie, maar zorgt tevens voor oneerlijke concurrentie ten opzichte van de Europese producenten.
- Het is dan ook nodig dat het beleid voldoende middelen en getraind personeel beschikbaar stelt voor de handhaving van deze regelgeving en preciseert welk organisme zal controleren of de regelgeving wordt nageleefd (bv. de algemene directie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie). Daarnaast kan het ook nuttig zijn om ervaringen en best practices op het vlak van handhaving op stoffen en voorwerpen uit te wisselen tussen EU-landen. Het ECHA-forum[11] dat werd opgezet in het kader van REACH[12] is daarvan een goed voorbeeld[13].”
- [19] “Specifiek wat fiscaliteit betreft, stellen de raden voor dat verder wordt gewerkt op basis van de al in eerdere studies geïdentificeerde fiscale barrières voor de transitie naar een circulaire economie[14]. De raden vragen dat een netwerk van experten een aantal pistes van maatregelen met hun bijhorende impact uitwerkt en deze ter consultatie voorlegt aan de relevante adviesorganen, in het bijzonder aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling[15].”
- [20] De adviesorganen zijn van mening dat belastingprikkels aantrekkelijk kunnen zijn en bevelen de overheden aan een juridische, sociaaleconomische en budgettaire impactanalyse uit te voeren alvorens deze instrumenten te activeren. Ze stellen ook voor om in dit onderzoek fiscale prikkels voor reparatie op te nemen, zoals een vermindering van de btw.
4 De informatie
- [21] “De raden onderstrepen het belang van informeren en sensibiliseren om tot duurzame consumptie aan te zetten en zijn bereid om hieraan mee te werken om de impact ervan te maximaliseren. Labels kunnen hierbij helpen, maar de huidige veelheid aan labels komt de communicatie niet ten goede. Het is belangrijk dat op dit vlak stroomlijning plaatsvindt[16].”
- [22] “De raden zijn van oordeel dat het belangrijk is belemmeringen voor duurzamere consumptiepatronen, zowel langs de vraag- als langs de aanbodzijde, te analyseren[17]. Een voorbeeld zijn de belemmeringen voor herstelling en hergebruik van producten. Er bestaan al veel studies in deze materie. Het project Repairable van het Netwerk Bewust Verbruiken kan hiervoor interessante informatie opleveren. Zoals al werd benadrukt, is het belangrijk dat de resultaten van de studies worden gebruikt om specifieke acties te ontwikkelen[18].”
- [23] “De raden onderstrepen het belang van duidelijke en correcte informatie met betrekking tot de milieu-impact van een product. Ze stellen dan ook voor verder te werken aan de opstelling van een gids voor bedrijven die willen communiceren over de milieueffecten van hun producten. Deze gids kan dienen als begeleiding bij de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG) en als hulpmiddel voor de inspectiedienst die een uitspraak moet doen over het al dan niet misleidende karakter van een milieuclaim[19].”
- [24] “De raden stellen het op prijs dat op de website van de FOD Economie een meldpunt werd opgericht, waar de consumenten klacht kunnen indienen over o.a. misleidende milieuclaims[20]. Ze beklemtonen echter dat het bestaan van dat meldpunt onvoldoende bekend is bij de consumenten. Het is bijgevolg noodzakelijk een communicatiecampagne te voeren over het bestaan van dat meldpunt[21].”
[1] Advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie, 21/02/2020.
[2] Zie : https://www.marghem.be/wp-content/uploads/Obsolescence-programmée_rapport-final_RDC-Envrionment_V2_Rapport.pdf.
[3] Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten.
[4] Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG.
[5] Advies van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik over de omzetting van de Europese richtlijnen inzake consumentenkoop van zowel goederen als digitale inhoud en diensten, CRB 2019-1660.
[6] De vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties, van de niet-gouvernementele organisaties voor leefmilieubescherming, van de niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingssamenwerking, van de consumentenorganisaties en van de jeugdorganisaties steunen dit voorstel.
De vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties steunen dit voorstel niet.
[7] Advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie, 21/02/2020.
[8] Advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie, 21/02/2020, § 21.
[9] Ibid., § 22.
[10] Ibid., § 23.
[11] European Chemicals Agency: https://echa.europa.eu/nl/.
[12] Europese verordening over chemische stoffen: https://echa.europa.eu/nl/regulations/reach/understanding-reach
[13] Advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie, 21/02/2020, § 24.
Zie bv. de conclusies hierover in de studie “Vers une Belgique pionnière de l’économie circulaire” gemaakt op vraag van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en de studie “Obsolescence programmée : politiques et mesures belges de protection du consommateur” https://www.marghem.be/wp-content/uploads/Obsolescence-programmée_rapport-final_RDC-Envrionment_V2_Rapport.pdf.
[15] Advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie, 21/02/2020, § 55.
[16] Ibid., § 40.
[17] Zie o.a. de studies van het Vlaams departement Omgeving hierover (https://www.lne.be/milieuverantwoorde-consumptie) net als de studie van de Europese Commissie: Behavioural study on consumers’ engagement in the circular (https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/ec_circular_economy_final_report_0.pdf).
[18] Advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie, 21/02/2020, § 42.
[19] Advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie, 21/02/2020, § 48.
[20] Cf. https://meldpunt.belgie.be/meldpunt/nl/welkom.
[21] Advies van de CRB en de FRDO over de circulaire economie, 21/02/2020, § 49.