- met de CRB
- op eigen initiatief
- voorbereid door de werkgroepen innovatieve economische modellen en productnormen
- goedgekeurd door de algemene vergadering van 21 februari 2020
Advies (pdf)
Inbehandelingneming
- [a] De Europese Green Deal wil de EU transformeren tot een rechtvaardige en welvarende samenleving, met een moderne, grondstoffenefficiënte en competitieve economie waar vanaf 2050 netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten en de economische groei losgekoppeld is van het gebruik van hulpbronnen. De Europese Commissie beschouwt de transitie naar een circulaire economie als een belangrijk element om deze doelstelling te bereiken en benadrukt dat deze transitie rechtvaardig moet zijn. In haar Green Deal kondigt ze een nieuw actieplan voor circulaire economie aan dat samen met de industriële strategie de economie van de EU moet helpen te moderniseren en de opportuniteiten van de circulaire economie te benutten – intern en mondiaal.
- De leden van de CRB en van de FRDO besloten een gemeenschappelijk initiatiefadvies uit te brengen over de manier waarop de Belgische federale overheid de transitie naar een circulaire economie zou kunnen stimuleren. Dit advies werd voorbereid door de subcommissie Circulaire economie van de CRB en door de werkgroep Innovatieve economische modellen en de voorzitters van de werkgroep Productnormen van de FRDO. Het ontwerpadvies werd goedgekeurd door de plenaire vergadering van de CRB op 19 februari 2020 en via een schriftelijke procedure door de algemene vergadering van de FRDO op 21 februari 2020.
- [b] Na een aantal algemene opmerkingen bestaat het advies uit een eerste deel met prioritaire aanbevelingen en een tweede deel met meer specifieke aanbevelingen.
Advies
1. Algemene opmerkingen en actieplan
- [1] De Raden onderstrepen al jaren het belang van de circulaire economie. Volgens hen gaat het om een model van economische ontwikkeling dat een antwoord kan helpen bieden op verschillende maatschappelijke uitdagingen, waaronder het schaarser worden van de grondstoffen, de achteruitgang van de natuurlijke hulpbronnen, de verarming van de biodiversiteit en de klimaatverandering, en dat ook tal van kansen biedt op het vlak van innovatie en van het scheppen van toegevoegde waarde en van lokale jobs.
- [2] De Raden zijn van oordeel dat de verschillende actoren die een rol spelen in de transitie naar een circulaire economie bij de zaken moeten worden betrokken: niet alleen de producenten, maar ook de werknemers, de consumenten en andere relevante economische spelers.
- [3] De toekomstige federale regering zal volgens de Raden een actieplan over de circulaire economie op federaal niveau moeten opzetten. Het is belangrijk dat dit plan op een transversale manier door de verschillende betrokken administraties wordt opgesteld in overleg met de andere beleidsniveaus en het maatschappelijke middenveld, en dat het ook voldoende gedetailleerd is op operationeel gebied (budgetten, termijnen, verantwoordelijken voor de tenuitvoerlegging…).
- [4] Het is tevens belangrijk dat dit nieuwe actieplan de link legt met de federale roadmap die de ministers Marghem en Peeters in 2016 hebben gepubliceerd en die 21 maatregelen ter ondersteuning van de circulaire economie bevat[1]. De Raden menen dat het ook interessant zou zijn een stand van zaken m.b.t. de tenuitvoerlegging van die roadmap te publiceren.
- [5] Ten slotte merken de Raden op dat er al tal van studies en publicaties over de circulaire economie bestaan; de belangrijkste knelpunten werden al in kaart gebracht[2]. Het is voor de Raden essentieel dat deze knelpunten nu zo snel mogelijk worden aangepakt. De Raden pleiten voor de oprichting van een task force met specialisten die worden aangewezen door het federale en de regionale beleidsniveaus en die de regelgeving kunnen opstellen die nodig is om de belemmeringen die op dit moment bekend zijn te verhelpen.
2. Prioritaire aanbevelingen
2.1 Betere governance door afstemming en consultatie
- [6] De Raden vragen in eerste instantie dat wordt gewerkt aan verbeteringen op het vlak van governance. De hefbomen om de transitie naar een circulaire economie te ondersteunen, bevinden zich op verschillende beleidsdomeinen en beleidsniveaus. De Europese Unie, de federale overheid, de gewestelijke overheden en de lokale besturen hebben allemaal belangrijke handvaten in handen. Het is cruciaal dat al deze overheden met hun diverse bevoegdheden, meer dan vandaag het geval is, samenwerken en hun beleid en beleidsinstrumenten op elkaar afstemmen.
- [7] Binnen België zou het intra-Belgisch Platform Circulaire Economie deze coördinatierol op zich kunnen nemen. De Raden pleiten er wel voor dat dit platform op regelmatige tijdstippen overleg pleegt met de representatieve adviesorganen. Op die manier kunnen de beleidsvoorstellen afgetoetst worden aan de realiteit van het terrein en wordt het draagvlak voor de transitie naar een circulaire economie vergroot.
- [8] Een betere governance vergt ook meer aandacht voor het Europese niveau. Voor de Raden is het essentieel dat een federaal actieplan compatibel is met het nieuwe Europese actieplan over de circulaire economie dat de Europese Commissie in haar Green Deal heeft aangekondigd. Ze vragen ook dat beslissingen zoveel mogelijk op Europees niveau worden genomen en dat Europese richtlijnen correct worden omgezet in Belgische wetgeving. De Raden vinden wel dat België op EU-niveau een voortrekkersrol moet spelen. Dit vergt menselijke middelen om de relevante Europese processen op te volgen en een betrokkenheid bij het intra-Belgisch overleg. Het is belangrijk dat de representatieve adviesorganen zoveel mogelijk bij dit proces betrokken worden. De Raden wensen ten minste geïnformeerd te worden over de standpunten die België op Europees niveau inneemt en wensen bij voorkeur ook geconsulteerd te worden voor de inname van de standpunten.
- [9] Wat de uitvoering van het beleid betreft, vragen de Raden dat een wildgroei aan contactpunten vermeden wordt en dat deze zoveel mogelijk gecentraliseerd worden. Maar ook een effectieve handhaving is cruciaal; het is belangrijk dat hiervoor in voldoende middelen en personeel wordt voorzien.
- [10] Ten slotte wijzen de Raden ook op het belang van een betere opvolging van de vooruitgang op het vlak van circulaire economie en van de impact van het actieplan zodat, indien nodig, de voorgestelde acties tijdig kunnen worden bijgestuurd.
2.2 De sociale uitdaging aangaan door opleiding en vorming
- [11] De Raden vragen voldoende aandacht voor de uitdagingen op sociaal vlak. De transitie naar een circulaire economie zal ook gevolgen hebben voor de (lokale) arbeidsmarkt: er zullen jobs verdwijnen of getransformeerd worden omdat hun functie-inhoud verandert, en er zullen nieuwe jobs gecreëerd worden. Het onderwijs-, opleidings- en vormingsaanbod moet volgens de Raden worden aangepast om de arbeidsmarkt klaar te stomen voor een circulaire economie. Meer concreet moeten de toekomstige werknemers (studenten en werkzoekenden) de nodige competenties verwerven voor de uitoefening van jobs in een circulaire economie en moeten al de huidige werknemers in staat worden gesteld in een circulaire economie aan de slag te blijven. Daarnaast is ook voldoende aandacht nodig voor het garanderen van veiligheid voor mens (burgers en werknemers) en milieu. Dit is een basisprincipe dat in alle initiatieven rond circulaire economie in acht moet worden genomen.
2.3 Inzetten op de vraagzijde via o.a. sensibilisering en overheidsopdrachten
- [12] Verder vinden de Raden het cruciaal dat voldoende aandacht wordt besteed aan de vraagzijde. Er moet worden ingezet op het vergroten van de kennis en de bewustmaking van de burgers – onder meer via het onderwijs – over de implicaties die de transitie naar een circulaire economie voor hen kan hebben, en over de rol die ze in die transitie kunnen spelen.
- [13] Ook de overheid heeft via de overheidsaanbestedingen een belangrijke rol te spelen langs de vraagzijde. Het is belangrijk dat dit instrument beter wordt ingepast in het gevoerde industrieel beleid en dat rekening wordt gehouden met de waarde die met dit instrument in België gecreëerd kan worden.
2.4 Regelgevende, fiscale en financiële barrières voor recyclage, hergebruik, herstel… wegwerken
- [14] Voor de Raden is het cruciaal dat de reeds bekende wetgevende en financiële barrières voor recyclage, hergebruik, herstel en andere strategieën binnen de circulaire economie zo snel mogelijk worden weggewerkt (zie verder).
- [15] Het Nationaal Pact voor Strategische Investeringen kan voor de Raden een belangrijke rol spelen in de transitie naar een circulaire economie en bv. een antwoord bieden op de barrières die optreden bij de financiering van bepaalde circulaire businessmodellen. De integratie en gepaste positionering van de circulaire economie binnen het Nationaal Pact voor Strategische Investeringen is in die zin aangewezen.
- [16] Ten slotte vinden de Raden het prioritair dat een netwerk van experten een aantal concrete pistes uitwerkt voor fiscale maatregelen ter stimulering van een circulaire economie, en dat deze vervolgens ter consultatie worden voorgelegd aan de relevante adviesorganen, in het bijzonder aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling. Het is in dit kader belangrijk om tevens de bestaande lasten te evalueren in functie van hun bijdrage aan de circulaire economie.
3 Specifieke aanbevelingen
3.1 Ecodesign
- [17] De transitie naar een circulaire economie vergt veranderingen over de ganse waardeketen, waaronder ook veranderingen in het ontwerp van producten. In de ogen van de Raden is Ecodesign dus van primordiaal belang.
- [18] De Raden merken op dat de Europese Raad van 4 oktober 2019 ook aandacht besteedde aan dit thema en de Europese Commissie gevraagd heeft om te bekijken of de Ecodesignrichtlijn verder kan worden uitgebreid, zowel wat de scope van de Ecodesignmaatregelen als wat de productgroepen betreft, waarbij een bijzondere klemtoon wordt gelegd op de ict-producten[3].
- [19] Studies uitvoeren om op Europees niveau input te kunnen leveren in deze discussie kan in dit kader nuttig zijn. Een voorbeeld zijn de studies voor prenormalisatie. Bij de toekenning van financiering voor dergelijke studies zou naast het centrale criterium ‘bijdrage aan de economie’ het milieucriterium zwaarder kunnen doorwegen. De Raden benadrukken echter dat de concrete uitwerking en invoering van normen op Europees niveau dient te gebeuren en dat België hier een proactieve rol moet spelen. De voortzetting van de Belgische betrokkenheid bij de werkzaamheden van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) en de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) is in dit kader zeer belangrijk.
3.2 Levensduur van de producten
- [20] De levensduur van de producten verlengen, is een prioriteit voor de Raden. Het is belangrijk dat wordt voortgebouwd op bestaand werk, zoals de studie van RDC Environment van 2017[4].
- [21] Een element dat de uiteindelijke levensduur van een product bepaalt is de herstelbaarheid ervan, en die dient daarom te worden gestimuleerd. In het kader van de Ecodesignrichtlijn werd al vooruitgang geboekt door de levering van losse onderdelen voor o.a. koelkasten, televisietoestellen, wasmachines en schermen voor een duur van 7 jaar verplicht te maken vanaf 2021. De Raden vragen dan ook dat op Benelux-niveau, in het kader van de Ecodesignrichtlijn, wordt nagedacht over minimumeisen voor de beschikbaarheid van wisselstukken en herstelhandleidingen en dat een methodologie wordt uitgewerkt voor de informatie die de producent aan de consument dient te verstrekken inzake herstelbaarheid en garantie.
- [22] De Raden wijzen erop dat het stimuleren van herstellingen niet alleen aandacht vergt voor de producent en de consument, maar tevens voor de vakman die de herstellingen moet uitvoeren. Deze moet over een goede herstelhandleiding kunnen beschikken en moet ook de opleiding kunnen krijgen die nodig is om de herstellingen te kunnen uitvoeren. Het is belangrijk dat het beleid ook voldoende aandacht heeft voor deze actor.
- [23] In dit kader vragen de Raden om, in overleg met de producenten – die wettelijk bewijzen van technische vaardigheden en van de naleving van de wettelijke verplichtingen kunnen eisen – en met de verschillende betrokken bevoegdheidsniveaus, de mogelijkheid te onderzoeken om kwalitatieve criteria vast te stellen voor de erkenning van ‘officiële herstellers’, alsook na te gaan of het opportuun is een officieel register van ‘beroepsherstellers’ voor het ganse Belgische grondgebied op te stellen.
- [24] De monitoring van de impact van de nieuwe Ecodesignrichtlijn op het aantal herstellingen kan nuttig zijn; de Raden onderstrepen voorts dat deze richtlijn efficiënt moet worden gehandhaafd. Op dit moment komen nog te veel producten op de Europese markt die niet aan deze richtlijn voldoen. Dit is niet alleen negatief vanuit het oogpunt van de transitie naar een circulaire economie, maar zorgt tevens voor oneerlijke concurrentie ten opzichte van de Europese producenten. Het is dan ook nodig dat het beleid voldoende middelen en getraind personeel beschikbaar stelt voor de handhaving van deze regelgeving en preciseert welk organisme zal controleren of de regelgeving wordt nageleefd (bv. de algemene directie Kwaliteit en Veiligheid van de fod Economie). Daarnaast kan het ook nuttig zijn om ervaringen en best practices op het vlak van handhaving op stoffen en voorwerpen uit te wisselen tussen EU-landen. Het ECHA-forum[5] dat werd opgezet in het kader van REACH[6] is daarvan een goed voorbeeld.
- [25] Hoewel op basis van de studie die werd aangestuurd door de fod Economie en uitgevoerd door RDC Environment het bestaan van geplande veroudering niet kan worden aangetoond[7], heeft de fod Economie een scenario ‘geplande veroudering’ toegevoegd op zijn webpagina ‘meldpunt’, waar de consument kan melden dat de effectieve levensduur van een product niet overeenstemt met de verwachte levensduur. De Raden beklemtonen echter dat het bestaan van dat meldpunt bij de consumenten onvoldoende bekend is. Het is bijgevolg noodzakelijk het bestaan van dat meldpunt actief te promoten – idealiter in samenwerking met andere geïnteresseerde partijen.
- [26] Ten slotte vragen de Raden ook aandacht voor reglementaire barrières die de levensduur van producten beperken. Ze verwijzen in dit kader naar de werkzaamheden die hierover reeds werden verricht (bv. door de SERV in 2018[8] en door de Europese Commissie in 2016[9]).
3.3 Gebruik van gerecycleerde materialen bij de vervaardiging van nieuwe producten
- [27] Het stimuleren van het gebruik van gerecycleerd materiaal vereist dat kan worden bewezen dat een product een bepaald percentage gerecycleerd materiaal bevat. Het zou dus nuttig kunnen zijn hiervoor een betrouwbaar certificeringsproces te ontwikkelen, op voorwaarde dat dit op Europees niveau gebeurt. Er dient wel te worden opgemerkt dat het op dit moment voor bepaalde stoffen (bv. kunststofpolymeren) nog onmogelijk is om op basis van testen het aandeel gerecycleerd materiaal te bepalen, maar hierover kunnen wel uitspraken worden gedaan op basis van administratieve gegevens. De Raden pleiten er dan ook voor dat voor elk type van materiaal bekeken wordt wat de meest aangewezen en haalbare methode is in het licht van de algehele milieuperformantie van het gehele product.
- [28] De Raden vinden het nuttig dat in overheidsopdrachten ‘recycled content’-eisen kunnen worden opgenomen en wijzen erop dat op dit moment al studies worden verricht (onder meer op Vlaams niveau[10]) naar hoe dit zou kunnen gebeuren. Zodra de resultaten van die studies beschikbaar zijn, is het wel belangrijk dat deze vertaald worden in de (federale) wetgeving rond overheidsopdrachten.
- [29] Een vrijwillig akkoord dat jaarlijks rapporteert over de hoeveelheid door de ondertekenaars gebruikt kunststofrecyclaat kan ook nuttig zijn, op voorwaarde dat dit gebeurt in overleg met de betrokken sectoren. Er lopen immers al vergelijkbare initiatieven[11].
- [30] De Raden pleiten bovendien voor het stimuleren van het gebruik van gerecycleerde materialen, maar tevens voor meer hergebruik van materialen en meer gebruik van materialen van herbruikbare oorsprong.
3.4 Gevaarlijke chemische stoffen
- [31] De eerste doelstelling van REACH is om de risico’s voor het leefmilieu en de gezondheid van consumenten en werknemers te beperken. Het is hierbij wel belangrijk om op te merken dat bepaalde chemische molecules weliswaar gevaarlijke eigenschappen kunnen hebben, maar niet noodzakelijk gevaarlijk zijn voor de werknemers of de consument. Het risico wordt bepaald door de omstandigheden waarin deze stoffen gebruikt worden. Wat belangrijk is voor het risico is dan ook niet zozeer de intrinsieke eigenschap van de stof, maar eerder de (potentiële) blootstelling die kan optreden. De bevoegde instanties bepaalden in dit kader veiligheidsdrempels (bv. de Occupational Exposure Limits van het ECHA). Het is natuurlijk evident dat werknemers die in contact komen met gevaarlijke materialen voldoende geïnformeerd moeten worden en dat de werkgevers passende maatregelen moeten nemen om hun werknemers te beschermen. Daarnaast is het tevens belangrijk dat REACH de circulariteit van de economie niet in de weg staat.
- [32] Waar er problemen zijn op het vlak van gezondheid, leefmilieu of circulariteit is het belangrijk de gevaarlijke stoffen te vervangen door veiligere alternatieven, als deze beschikbaar en duurzamer zijn. Als deze alternatieven nog niet beschikbaar zijn, kunnen ze worden ontwikkeld in het kader van een “chemical innovation strategy”. De Raden wijzen erop dat deze discussie momenteel loopt op Europees niveau en vragen om de federale beleidsstrategie af te stemmen op de Europese ontwikkelingen.
- [33] Verder vragen de Raden de federale overheid om een actievere rol te spelen in de verspreiding van informatie rond REACH. Zeker kleinere bedrijven en start-ups missen vaak informatie over welke stoffen gevaarlijk zijn en aan welke productnormen voldaan moet worden. De Nederlandse REACH-helpdesk[12] is op dit vlak een voorbeeld van een good practice.
- [34] Ook wat REACH betreft, vragen de Raden voldoende personeel en middelen voor controle en handhaving, niet alleen voor de in Europa geproduceerde stoffen en voorwerpen, maar ook voor de controle van de registratie van de chemische stoffen die worden ingevoerd[13] en de naleving van de geldende EU-beperkingen voor bepaalde stoffen in ingevoerde voorwerpen (ook via e-commerce), zodat de Europese productstandaarden geen dode letter blijven.
3.5 Ontwikkeling van circulaire businessmodellen
- [35] Het is belangrijk dat nieuwe duurzame businessmodellen ontwikkeld kunnen worden. De Raden zijn van mening dat hierover al heel wat studies bestaan[14] en manen ook hier aan tot actie. Het is belangrijk om het bestaande materiaal samen te brengen voor de verschillende vragen die in dit domein rijzen en op basis daarvan, samen met specialisten, concrete acties te ontwikkelen. De aanpak inzake financiële analyse en boekhoudkundige regels zal een impact hebben op de ontwikkeling van deze nieuwe businessmodellen. Het is belangrijk dat experten van de fod Financiën, de NBB, bedrijfsrevisoren, Febelfin, de Commissie voor Boekhoudkundige Normen enz. zich buigen over die vragen.
- [36] Het lijkt de Raden ook opportuun om voor de sectoren die het meest openstaan voor de overgang naar de circulaire economie ‘no regret’-maatregelen[15] vast te leggen en op die manier zowel de circulaire als de klassieke businessmodellen in de richting van circulariteit te ‘nudgen’. Die ‘no regret’-maatregelen moeten wel voldoende algemeen zijn en niet kiezen voor één of enkele oplossing(en) die vandaag de beste kan (kunnen) lijken; ze moeten ervoor zorgen dat elke oplossing die zorgt voor meer circulariteit een eerlijke kans krijgt.
- [37] ‘Product as a service’[16] is één van de mogelijke businessmodellen in de circulaire economie en het biedt heel wat perspectief in de transitie naar die economie. Als initiatieven in dat domein worden genomen, moet ermee rekening worden gehouden dat elke sector anders is. Bij het ontwikkelen van initiatieven is het ook belangrijk rekening te houden met bestaande en toekomstige gewestelijke initiatieven op dit vlak.
3.6 Transparantie over de bestanddelen van de producten teneinde een hoogwaardige recyclage ervan te garanderen
- [38] De Raden zijn van oordeel dat recycling waarbij de gerecycleerde grondstof niet meer de kwaliteit heeft van de oorspronkelijke grondstof zoveel mogelijk moet worden vermeden. Ze willen er echter op wijzen dat dit niet altijd te vermijden valt. Bepaalde materialen moeten voldoen aan zeer hoge kwaliteitseisen (bv. eisen op het vlak van voedselveiligheid), die in geval van recyclage van producten – welke in bepaalde gevallen een zekere contaminatie vertonen door gebruik – niet altijd gehaald kunnen worden.
- [39] De Raden erkennen wel dat transparantie binnen de industriële waardeketen belangrijk is, zowel voor de veiligheid van mens en milieu als om kwalitatieve recyclage mogelijk te maken. Momenteel wordt op Europees niveau een database van SVHC’s (zeer zorgwekkende stoffen[17]) in producten ontwikkeld om recycleerders en consumenten te informeren en er wordt ook volop gewerkt aan sectorspecifieke oplossingen (cf. HolyGrail-project en AI-sortering van e-waste bij Recupel). Het is met andere woorden zaak om de Europese verplichting op dit vlak om te zetten in nationale wetgeving en hierover te communiceren aan de betrokkenen, waaronder ook de werknemers.
3.7 Sensibilisering en informering van de burger
- [40] De Raden onderstrepen het belang van informeren en sensibiliseren om tot duurzame consumptie aan te zetten en zijn bereid om hieraan mee te werken om de impact ervan te maximaliseren. Labels kunnen hierbij helpen, maar de huidige veelheid aan labels komt de communicatie niet ten goede. Het is belangrijk dat op dit vlak stroomlijning plaatsvindt.
- [41] De Raden erkennen het potentieel van de PEF/OEF-methoden[18] om over de milieukenmerken van een product op een duidelijke en heldere manier te communiceren. De PEF- en OEF-methodologie bevindt zich echter nog in een transitiefase tot en met 2021. Daarom is het nog te vroeg om dit specifieke systeem aan te bevelen, laat staan hier normen op te baseren. Wanneer het systeem na de transitiefase voldoende robuust en betrouwbaar blijkt te zijn en er “category rules” beschikbaar zijn voor de relevante productcategorieën, vragen de Raden het toe te passen waar het pertinent is (bv. bij overheidsopdrachten). Los van hun gebruik als communicatiemiddel, vinden de Raden het belangrijk dat België bij dit PEF/OEF-proces betrokken blijft en de ondernemingen, en in het bijzonder kmo’s, helpt om deze systemen te gebruiken.
- [42] De Raden zijn van oordeel dat het belangrijk is belemmeringen voor duurzamere consumptiepatronen, zowel langs de vraag- als langs de aanbodzijde, te analyseren[19]. Een voorbeeld zijn de belemmeringen voor herstelling en hergebruik van producten. Er bestaan al veel studies in deze materie. Het project Repairable van het Netwerk Bewust Verbruiken kan hiervoor interessante informatie opleveren. Zoals al werd benadrukt, is het belangrijk dat de resultaten van de studies worden gebruikt om specifieke acties te ontwikkelen.
- [43] De Raden zijn voorts van oordeel dat onderwijs een heel belangrijke rol speelt bij het informeren en sensibiliseren van jongeren. Ze vinden ook dat de principes van de circulaire economie evenzeer aan bod zouden moeten komen in voortgezette vormingsinitiatieven voor werknemers en werkzoekenden.
- [44] Ten slotte vestigen de Raden de aandacht erop dat sensibilisering nodig is om consumenten beter te informeren over hun rechten inzake garantie. Dit geldt echter niet enkel voor de wettelijke, maar ook voor de commerciële garantie en de termijn na afloop waarvan het verplicht is het bestaan van een conformiteitsgebrek vast te stellen.
3.8 Rol van de overheidsopdrachten
- [45] De Raden benadrukken dat de overheidsopdrachten een belangrijke hefboom zijn in de transitie naar een circulaire economie. De overheid biedt niet alleen een omvangrijke afzetmarkt, maar heeft ook een belangrijke voorbeeldfunctie. Het is dan ook cruciaal dat actie wordt ondernomen om de overheidsopdrachten meer circulair te maken. Het is tevens belangrijk dat dit instrument het industrieel beleid ondersteunt en, meer in het algemeen, dat het ingezet wordt om zoveel mogelijk waarde te creëren voor de Belgische samenleving en economie. Uit cijfers blijkt dat op dit moment 42% van de overheidsaankopen naar het buitenland vloeit. Dit is een stuk hoger dan in vergelijkbare kleine landen zoals Nederland (21%) of Oostenrijk (29%)[20].
- [46] Bij het uitbouwen van dit instrument is het belangrijk dat niet van nul gestart wordt, maar dat wordt voortgebouwd op de kennis en ervaringen die bv. al bestaan bij de verschillende overheden in België (cf. Green Deal Circulaire Aankopen in Vlaanderen en Wallonië waaruit geleerd kan worden).
- [47] Het bedrag van een overheidsopdracht bepaalt of de koper de aan- of afwezigheid van overwegingen inzake duurzame ontwikkeling in de bestekken moet motiveren. De Raden zijn van oordeel dat bij de bepaling van dit bedrag een evenwicht moet worden gevonden tussen de opvolgingskosten voor de overheid, enerzijds en de stimulans voor de transitie naar een circulaire economie, anderzijds.
3.9 Misleidende milieuclaims met betrekking tot producten
- [48] De Raden onderstrepen het belang van duidelijke en correcte informatie met betrekking tot de milieu-impact van een product. Ze stellen dan ook voor verder te werken aan de opstelling van een gids voor bedrijven die willen communiceren over de milieueffecten van hun producten. Deze gids kan dienen als begeleiding bij de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG) en als hulpmiddel voor de inspectiedienst die een uitspraak moet doen over het al dan niet misleidende karakter van een milieuclaim.
- [49] De Raden stellen het op prijs dat op de website van de fod Economie een meldpunt werd opgericht, waar de consumenten klacht kunnen indienen over o.a. misleidende milieuclaims[21]. Ze beklemtonen echter dat het bestaan van dat meldpunt onvoldoende bekend is bij de consumenten. Het is bijgevolg noodzakelijk een communicatiecampagne te voeren over het bestaan van dat meldpunt.
3.10 Financiering van de circulaire economie
- [50] De Raden zijn van oordeel dat er een aantal uitdagingen bestaan op het vlak van de financiering van de circulaire economie, onder meer wat de beoordeling van de investeringsrisico’s, de kennis van mogelijke investeerders over de potentiële voordelen van de circulaire economie, het potentiële investeringsrendement… betreft. Ze pleiten voor de opstelling van concrete maatregelen voor het wegwerken van de belemmeringen die al in tal van studies over het thema werden geïdentificeerd[22].
- [51] Het is wenselijk om de NBB, Febelfin en de FSMA te betrekken bij het zoeken naar oplossingen voor de bestaande uitdagingen op het vlak van financiering van projecten uit de circulaire economie (bv. het analyserooster van de genoemde instellingen aanpassen aan circulaire economische modellen). Er kan in dit kader worden gedacht aan de organisatie van gerichte studiedagen. Het is tevens wenselijk de Commissie voor Boekhoudkundige Normen en de fod Financiën hierbij te betrekken.
- [52] Een ander aandachtspunt i.v.m. de financiering is de versnippering van de steun die bedrijven kunnen krijgen om hun circulaire projecten te financieren. De Raden vragen dan ook de informatie over de steunmogelijkheden uit de gewesten en uit de Benelux beter te verspreiden.
- [53] Ten slotte stellen de Raden voor om te zorgen voor de integratie en de gepaste positionering van de circulaire economie binnen het Nationaal Pact voor Strategische Investeringen. Ter implementatie hiervan kan een studiedag worden georganiseerd voor de relevante stakeholders tijdens dewelke informatie wordt verschaft over mogelijke investeringen in de circulaire economie.
3.11 Fiscaliteit als hefboom voor de circulaire economie
- [54] De Raden onderstrepen dat er nood is aan een brede analyse van de financiële en fiscale mogelijkheden om de transitie naar een circulaire economie te versnellen.
- [55] Specifiek wat fiscaliteit betreft, stellen de Raden voor dat verder wordt gewerkt op basis van de al in eerdere studies geïdentificeerde fiscale barrières voor de transitie naar een circulaire economie[23]. De Raden vragen dat een netwerk van experten een aantal pistes van maatregelen met hun bijhorende impact uitwerkt en deze ter consultatie voorlegt aan de relevante adviesorganen, in het bijzonder aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.
- [56] De Raden vragen ook om het nut van de bestaande lasten te evalueren en om de opbrengsten uit milieubelastingen meer aan te wenden voor investeringen in de transitie naar een circulaire economie. Op dit moment gebeurt dit immers te weinig (bv. de opbrengsten van de ecotaks t.w.v. 350 miljoen euro en de potentiële Plastic Taks op Europees niveau worden niet in de circulaire economie geïnvesteerd, maar aan de algemene middelen toegevoegd).
3.12 Samenwerking en synergieën tussen de verschillende actoren van de circulaire economie in België
- [57] Volgens de Raden vereist de transitie naar een circulaire economie de mobilisatie van alle actoren; de samenwerking en synergieën tussen de verschillende actoren moeten worden versterkt.
- [58] Wat de coördinatie en het overleg tussen de actoren betreft, pleiten de Raden ervoor om zoveel mogelijk verder te bouwen op bestaande structuren, zoals het intra-Belgisch Platform Circulaire Economie, dat recent werd opgericht en waar federale en regionale administraties overleggen over aangelegenheden die verband houden met circulaire economie. Ze vinden dit platform een interessant initiatief dat geïnstitutionaliseerd kan worden en waarop verder kan worden gebouwd om actiegerichte voorstellen uit te werken. Dit platform kan dan op regelmatige tijdstippen overleg organiseren met de adviesorganen (cf. infra). Het zou verder nuttig zijn om een overzicht te creëren van de publieke actoren die actief zijn in het domein van de circulaire economie, met hun respectieve bevoegdheden, verantwoordelijkheden en ruimte voor samenwerking. Aan dit overzicht zouden in een tweede fase ook de private organisaties kunnen worden toegevoegd.
- [59] Met betrekking tot het overleg en de bestaande uitwisselingen met het volledige maatschappelijke middenveld en in het bijzonder met de burgers, pleiten de Raden voor een structurele samenwerking met de geëigende overlegorganen. Binnen deze organen zijn immers de verschillende stromingen, belangen en invalshoeken van het economische en sociale beleid verenigd. Hun unanieme adviezen zijn gericht op de keuze van de geschiktste beleidsopties om tegemoet te komen aan de respectieve belangen van werkgevers, werknemers en consumenten…, rekening houdend met de realiteit in het veld. De Raden vragen dat het intra-Belgische Platform Circulaire Economie jaarlijks een stand van zaken van zijn werkzaamheden zou maken voor de federale en regionale adviesorganen.
- [60] Voor de Raden is het essentieel dat België voldoende kan wegen op de besluitvorming op Europees niveau, vooral wat de dossiers over de circulaire economie betreft. Dit vereist afstemming tussen de beleidsniveaus in België zodat ons land op Europees niveau met één stem kan spreken, alsook voldoende (menselijke) middelen om deel te nemen aan de relevante Europese processen. Keuzes zullen hierbij nodig zijn, maar voor de gekozen prioriteiten dient vervolgens proactief gezocht te worden naar steun van andere lidstaten.
3.13 Internationale samenwerking op het vlak van circulaire economie
- [61] De Raden vestigen er de aandacht op dat er te weinig harmonisatie is van normen en definities inzake circulaire economie en dat dit gebrek aan internationale kadering een obstakel vormt voor de transitie naar een circulaire economie.
- [62] De Raden stellen ook voor om meer in te zetten op de export van onze expertise inzake circulaire economie naar landen waar er op dit vlak nog heel wat opportuniteiten zijn. België zou bv. zijn kennis en technologie op het vlak van afvalverwerking actief kunnen promoten en inzetten in derde landen om aan capacity building te doen in landen die vandaag nog niet over de nodige infrastructuur beschikken. Op die manier kan zowel voor onze economie als voor het gastland een win-win worden gerealiseerd.
3.14 Vooruitgang evalueren
- [63] Volgens de Raden moet elk beleid worden getoetst aan de doelstellingen die het beoogt. De opvolging van de vooruitgang en van de impact van de maatregelen van een mogelijk actieplan voor de circulaire economie is bijgevolg van primordiaal belang om zich ervan te vergewissen dat de beoogde doelstellingen worden bereikt. Dankzij de evaluatie van de maatregelen die in het kader van dat plan ten uitvoer worden gelegd, zal ook kunnen worden bepaald of het nodig is de acties bij te sturen en/of aan te vullen die noodzakelijk zijn om de beoogde doelstellingen te bereiken. Deze evaluatie zou kunnen worden gepresenteerd tijdens de jaarlijkse ontmoeting met de Raden die in §59 van dit advies wordt voorgesteld.
- [64] De Raden zijn het eens over de noodzaak om de macro-economische gegevens te analyseren teneinde de vooruitgang naar een circulaire economie op te volgen en de nodige maatregelen te nemen. Deze analyse moet worden uitgevoerd op basis van solide gegevens die van de ene lidstaat tot de andere vergelijkbaar zijn. In deze context willen de Raden beklemtonen dat het EU-kader voor de monitoring van de circulaire economie weliswaar een goed startpunt vormt, maar dat het te restrictief is om de prestaties van een land inzake circulaire economie te evalueren:
- de meerderheid van de indicatoren die vervat zijn in het kader van de EU heeft betrekking op recycling. Welnu, de circulaire economie vertaalt zich in heel wat activiteiten en concepten (Ecodesign, functionaliteitseconomie, industriële symbiose, sociale aspecten…);
- de definitie van de “sectoren van de circulaire economie” is daarin te restrictief en zou volgens de Raden moeten worden uitgebreid, gelet op de impact ervan op verschillende indicatoren (bv.: “Privé-investeringen, banen en bruto toegevoegde waarde verbonden aan de sectoren van de circulaire economie”);
- sommige indicatoren (bv.: “Productiviteit van de hulpbronnen”) zijn onderhevig aan technische beperkingen die zouden moeten worden verholpen.
- [65] Voor de Raden is het belangrijk dat bij het uitwerken van een indicatorenset voor de opvolging van de vooruitgang naar een circulaire economie voortgebouwd wordt op bestaand werk. Om een vollediger beeld te krijgen van de beperkingen van de indicatoren van het EU-kader voor de monitoring van de circulaire economie, nodigen de Raden de administraties ertoe uit kennis te nemen van het vijfde deel van het verslag van de CRB getiteld “Ambitieniveau en opvolgingsindicatoren met betrekking tot de milieugerelateerde SDG’s van de VN” en van de documentatienota van het secretariaat van de CRB over de geboekte vooruitgang op het vlak van de circulaire economie in België, alsook van het advies over het monitoringkader voor de circulaire economie van het Europees Economisch en Sociaal Comité. Het CE Center heeft ook een set indicatoren voor een circulaire economie gepubliceerd, dat de administraties als uitgangspunt kunnen nemen voor hun werkzaamheden[24].
- [66] Het is voor de Raden essentieel dat de stakeholders en de adviesorganen worden betrokken bij het raadplegingsproces in het kader van de ontwikkeling van geschikte indicatoren om de transitie naar een circulaire economie te monitoren. Dat proces zou het mogelijk maken de lacunes op het vlak van beleid/gegevens bloot te leggen en strategieën te bepalen om die weg te nemen.
- [67] Tot slot vragen de Raden om jaarlijks te worden geïnformeerd en geraadpleegd over de voortgang van de werkzaamheden ter zake.
[1] https://www.health.belgium.be/sites/default/files/uploads/fields/fpshealth_theme_file/circ-econ-nl-light.pdf
[2] Zie ook de studie “Study: The costs of non implementing EU environmental law » (De kosten van de niet-tenuitvoerlegging van het milieu-acquis), gepubliceerd door de EC in maart 2019, die uitdrukkelijk heeft gewezen op het belang van de tenuitvoerlegging in het kader van REACH https://ec.europa.eu/environment/eir/pdf/study_costs_not_implementing_env_law.pdf
[3] Council of the European Union, Council conclusions “More circularity – Transition to a sustainable society”, 4 oktober 2019 (12791/19), blz. 14
[4] https://www.marghem.be/wp-content/uploads/Obsolescence-programmée_rapport-final_RDC-Envrionment_V2_Rapport.pdf
[5] European Chemicals Agency: https://echa.europa.eu/nl/home
[6] Europese verordening over chemische stoffen: https://echa.europa.eu/nl/regulations/reach/understanding-reach
[7] De aan de kaak gestelde praktijken worden door de fabrikanten om economische en technische redenen en om redenen van risicopreventie gerechtvaardigd. De hierboven vermelde studie maakt overigens gewag van andere problemen, zoals: problemen bij de herstelling, apparaten die stuk gaan als gevolg van het ontwerp of van verkeerd gebruik en veroudering als gevolg van productevolutie (RDC Environment, 2017).
[8] SERV(2018), Overzicht barrières bij de transitie naar een circulaire economie (https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20180403_CE-barrières_NOT.pdf)
[9] Report for the EC(2016), Regulatory barriers for the circular economy: lessons from ten case studies (https://ec.europa.eu/growth/content/regulatory-barriers-circular-economy-lessons-ten-case-studies-1_da)
[10] OVAM (2017). Identificeren van product(groep)en met kunststofrecyclaat (recycled content) en product(groep)en met potentieel voor het inzetten van kunststofrecyclaat (link).
[11] Zie bv.: https://www.essenscia.be/europees-digitaal-platform-brengt-recyclagegraad-kunststoffen-in-kaart/
[12] https://www.chemischestoffengoedgeregeld.nl/
[13] Zie ook de studie “Study: The costs of non implementing EU environmental law » (De kosten van de niet-tenuitvoerlegging van het milieu-acquis), gepubliceerd door de EC in maart 2019, die uitdrukkelijk heeft gewezen op het belang van de tenuitvoerlegging in het kader van REACH https://ec.europa.eu/environment/eir/pdf/study_costs_not_implementing_env_law.pdf
[14] Zie bv. https://www.lne.be/groene-economie-in-vlaanderen-studies
[15] Maatregelen waarvan men zeker kan zijn dat ze positief zullen zijn uit maatschappelijk oogpunt
[16] ‘Product as a service’, of functionaliteitseconomie, bestaat erin de verkoop van een product te vervangen door de verkoop van een gebruiksfunctie – een dienst.
[17] Zie https://echa.europa.eu/nl/support/authorisation/substances-of-very-high-concern-identification
[18] Het Europese proces Product Environment Footprint/Organisation Environmental Footprint (PEF/OEF) is gericht is op het meten van milieuprestaties van producten doorheen de levenscyclus.
[19] Zie onder meer de studies van het Vlaamse departement Omgeving hieromtrent (https://www.lne.be/milieuverantwoorde-consumptie) en de studie van de EC ‘Behavioural study on consumers’ engagement in the circular economy’ (https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/ec_circular_economy_final_report_0.pdf).
[20] Zie: https://www.agoria.be/nl/Sociale-partners-van-de-metaal-en-technologiesector-Overheidsopdrachten-en-investeringen-moeten-meer-naar-Belgische
[21] Cf. https://meldpunt.belgie.be/meldpunt
[22] Bv. de studie ‘Financiering van de circulaire economie’ van Econocom in opdracht van Vlaanderen Circulair
[23] Zie bv. de conclusies hierover in de studie ‘België als voortrekker van de circulaire economie’, studie in opdracht van de fod Economie, KMO, Middenstand en Energie en de fod Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, en in de studie ‘Obsolescence programmée: politiques et mesures belges de protection du consommateur’, https://www.marghem.be/wp-content/uploads/Obsolescence-programmée_rapport-final_RDC-Envrionment_V2_Rapport.pdf
3[24] https://ce-center.vlaanderen-circulair.be/nl/publicaties/publicatie-2/1-indicators-for-a-circular-economy