We leven in een turbulente en verontrustende geopolitieke periode, die wordt gekenmerkt door sterke druk op een op regels gebaseerd internationaal systeem. Zonder de onmiddellijke dreigingen uit het oog te verliezen, kunnen we evenwel niet negeren dat deze ontwikkelingen deel uitmaken van de bredere context van een economisch systeem dat de planetaire grenzen overschrijdt. Doen alsof deze mondiale context niet bestaat, zou het risico vergroten dat beslissingen die op korte termijn worden genomen, destabiliserende dynamieken op langere termijn versterken.
In de aanloop naar de federale verkiezingen van 2024 heeft de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO), waarin vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld zetelen, een advies gepubliceerd met aanbevelingen voor de toekomstige regering. Dit ‘memorandum’ riep op tot een “samenwerkingsagenda voor een rechtvaardige en duurzame welvaart binnen planetaire grenzen” en stelde een aantal “maatschappelijke toekomstcontracten” voor. Het loont de moeite om, in het licht van deze aanbevelingen, de plannen van de federale regering te bekijken, zoals die aan bod komen in de beleidsnota’s die door de verschillende ministers aan het Parlement zijn voorgelegd.
Bij het lezen van deze nota’s kan men de indruk krijgen dat deze regering van mening is dat duurzame ontwikkeling een soort ‘luxe’ zou zijn die we ons in de huidige context niet meer kunnen veroorloven. Mocht deze indruk worden bevestigd door concrete beleidskeuzes, dan zou dat een grote strategische fout zijn. De recente geopolitieke ontwikkelingen zouden ons juist moeten aanzetten om duurzame ontwikkeling te beschouwen als een essentiële hefboom om onze veiligheid – zowel nationaal als internationaal – en onze strategische autonomie te versterken.
In zijn advies benadrukte de FRDO met name het volgende: “Een plan voor een snelle reductie van fossiele brandstoffen voor energiedoeleinden is (…) essentieel.”. De inspanningen die de afgelopen jaren zijn geleverd – bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van offshore windenergie – blijken vandaag de dag van cruciaal belang te zijn. Ze verminderen onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en maken ons minder kwetsbaar voor manipulaties door autoritaire regimes. Het uitstellen van de energietransitie en de daarmee gepaard gaande investeringen zou daarom een grote vergissing zijn.
Omgekeerd, als we erin slagen deze transitie te koppelen aan een ambitieus industriebeleid – waarbij duurzame innovatie een prioriteit wordt, de voorkeur wordt gegeven aan een intelligente vorm van ‘made in Europe’ en de mogelijkheden van de circulaire economie om het gebruik van grondstoffen te verminderen ten volle worden benut – zullen we onze strategische autonomie versterken.
Uit een recent rapport van het Federaal Planbureau blijkt dat België absoluut niet op schema ligt om de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen te halen die het zichzelf heeft gesteld. Wie denkt dat het gerechtvaardigd is om deze vaststelling te negeren, heeft het mis. Een ambitieus klimaatbeleid vormt een essentiële verzekering tegen tal van toekomstige maatschappelijke en economische kosten. Dat blijkt uit het rapport van het CERAC – het Federaal Centrum voor de Analyse van Klimaat- en Milieurisico’s – dat de klimaatrisico’s voor onze economie heeft geëvalueerd. Ook de Europese Wetenschappelijke Raad voor het Klimaat heeft onlangs benadrukt dat we de kosten van de adaptatie aan extreme weersomstandigheden sterk onderschatten. Ten slotte concluderen verschillende wetenschappelijke studies, evenals een onlangs door de Britse regering gepubliceerd officieel rapport, dat de aantasting van ecosystemen een directe bedreiging vormt voor de veiligheid en welvaart van het land, met name door de voedselzekerheid onder druk te zetten.
In tegenstelling tot wat sommigen beweren, kan investeren in klimaatadaptatie en in het voorkomen van ecologische crises het concurrentievermogen en de veerkracht van onze economie versterken, en tegelijkertijd aanzienlijke toekomstige kosten voorkomen.
Vanuit dit perspectief zijn de huidige beleidslijnen van de federale regering niet helemaal geruststellend. In zijn beleidsnota stelt minister Crucke: “België zal erop toezien dat de Europese Green Deal en de afgesproken klimaat-, milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen volledig worden nageleefd.” De uitdagingen op het gebied van duurzame ontwikkeling ontbreken echter grotendeels in verschillende andere beleidsnota’s, terwijl de premier naar aanleiding van de recente top in Alden Biesen ervoor pleitte om de Europese klimaatagenda “af te remmen”. Welke richting willen we nu eigenlijk inslaan?
Degenen die van mening zijn dat het geen risico zou zijn om minder aandacht te besteden aan de noodzaak om onze welvaart binnen de grenzen van de planeet te ontwikkelen, zullen hopelijk hun standpunt heroverwegen in het licht van de huidige geopolitieke spanningen. Er zijn vandaag de dag sterke redenen om de transitie weg van fossiele brandstoffen en verspilling van grondstoffen te versnellen, in plaats van te vertragen. Als we onze ambities op het gebied van klimaat en bescherming van de biodiversiteit afzwakken, lopen we belangrijke economische kansen mis voor een duurzame innovatie en vergroten we de kwetsbaarheid van onze industrie.
Het is niet eenvoudig, dat weet iedereen, maar politieke keuzes die uitsluitend worden ingegeven door kortetermijnoverwegingen verzwakken ons op de lange termijn. En juist nu moeten we een duidelijke koers uitzetten naar duurzame ontwikkeling als cruciale hefboom voor meer veiligheid en strategische autonomie. Daarmee zou de federale regering niet alleen de veerkracht van het land kunnen versterken, maar ook de burgers weer perspectief en hoop kunnen bieden in deze onzekere tijden.
Patrick Dupriez, voorzitter van de FRDO
