Hoe kunnen we overeind blijven op de ruwe zee van de grote maatschappelijke uitdagingen van vandaag? Hoe kunnen we onze veerkracht ontwikkelen en draagvlak opbouwen voor complexe transities? De geschiedenis leert ons dat het een illusie is om een samenleving simpelweg per decreet ingrijpend te willen veranderen. Dat kan immers leiden tot nog meer tegenstellingen en polarisatie.
Amper 80 jaar geleden, op 28 december 1944, ondertekende minister Achille Van Acker de eerste ‘Besluitwet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders’. Dat was een enorme stap vooruit voor ons land. Hoewel het geëvolueerd, uitgebreid en gemoderniseerd is, blijft het stelsel een cruciale hoeksteen van de cohesie van onze samenleving. Dat die belangrijke stap kon gezet worden, was het resultaat van een heel proces dat eraan voorafging. Al in oktober 1941 richtte een aantal leiders van werkgevers- en werknemersorganisaties en voormalige hoge ambtenaren een informeel dialoognetwerk op met als doel contact te houden tijdens de bezetting. Het was door het geduldige voorbereidende werk van dialoog in dit werkgevers- en werknemerscomité dat het fundament kon gelegd worden van het Sociaal Pact. Dat resulteerde in een evenwichtige en concrete visie op het socialezekerheidssysteem dat later door de Belgische regering werd ingevoerd.
In veel opzichten leven we in een andere wereld dan toen, wat vraagt om nieuwe strategieën. Maar om de diepgaande veranderingen die vandaag nodig zijn op een democratische manier te kunnen vatten en organiseren, zijn we gewapend met de ervaring van onze collectieve geschiedenis, inclusief die van de sociale zekerheid.
In de naoorlogse periode kreeg het Belgische overlegmodel vorm, waarbij een aantal adviesraden werd opgericht als instrument. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven kwam er reeds in 1948, de Nationale Arbeidsraad in 1952. Nadat eind vorige eeuw duidelijk werd dat ook op het vlak van milieu en klimaat ingrijpende beleidsmaatregelen en een maatschappelijk debat nodig waren, zag de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling het levenslicht (in 1997, naar aanleiding van de VN-akkoorden van Rio). Deze raad telt vertegenwoordigers van vakbonden en ondernemingen maar ook van milieu- en ontwikkelingsorganisaties, de academische wereld, jongerenraden… en versterkt zo het multidisciplinaire karakter van de maatschappelijke dialoog voor een duurzame ecologische transitie in ons land.
Naast de genoemde raden zijn er regionale adviesorganen, die eveneens als doel hebben het overheidsbeleid te verbeteren door aanbevelingen te doen op basis van hun terreinkennis en de inbreng van stakeholders en wetenschappers. Dat draagt bij tot een verbetering van het publieke debat. Die dialoog helpt maatschappelijke groepen eveneens om de posities en visies van andere groepen beter te begrijpen.
De wereld van 2025 wordt gekenmerkt door omwentelingen in de geopolitieke verhoudingen en wordt geconfronteerd met een ernstige klimaatcrisis die een steeds grotere impact heeft op de economie. De ecologische transitie stelt ons voor uitdagingen op het gebied van sociale rechtvaardigheid, van lokaal tot internationaal niveau. Competitiviteit en innovatie dienen opnieuw ingevuld te worden in het kader van een vernieuwd industrieel beleid dat duurzaamheid centraal blijft stellen, terwijl aan de grote vraag naar grondstoffen dient te worden voldaan door in de eerste plaats circulariteit te ontwikkelen. Tegelijkertijd staan democratische modellen die gebaseerd zijn op de beginselen van de rechtstaat en het internationaal recht onder druk en breken er aan de randen van Europa gewapende conflicten uit. Dat alles verandert de rol van de Europese Unie als gemeenschap van waarden en heeft gevolgen voor het functioneren van parlementaire democratieën zoals de onze.
Net als bij het naoorlogse Sociaal Pact heeft België er belang bij om op basis van overleg de fundamenten te leggen voor een nieuw sociaal-ecologisch contract voor een brede welvaart in de 21ste eeuw. En om dit voor te bereiden, hebben we meer dan ooit nood aan een georganiseerde en structurele dialoog, binnen een veilig kader, waardoor nieuwe ideeën en concrete allianties kunnen ontstaan. Dit is waar de strategische rol van de adviesraden om de hoek komt kijken, gezien zij in staat zijn om pragmatische compromissen te onderhandelen.
De overlegde adviezen van actoren met uiteenlopende belangen en standpunten helpen om de kwaliteit van het gevoerde beleid, de evaluatie en de aanvaarding ervan door de samenleving te verbeteren. Daardoor worden de sociale cohesie en de collectieve inzet voor gemeenschappelijke doelstellingen versterkt. Raadgevende instellingen dragen zo bij tot de goede werking van de Belgische democratie door maatschappelijke polarisatie op basis van electorale kortetermijnbelangen te verminderen. We hebben er dan ook baat bij dat ze politieke erkenning, voldoende steun en goede werkomstandigheden krijgen, in het bijzonder de tijd die nodig is voor overleg.
In een tijdperk dat gekenmerkt wordt door politieke polarisatie en de opkomst van populisme kan de adviesfunctie zowel een bolwerk als een wegbereider zijn. Door dialoog en consensusvorming aan te moedigen, gaat het neigingen tot radicalisering en oversimplificatie van debatten tegen. Dat alles herinnert ons eraan dat democratie niet simpelweg een strijd is tussen winnaars en verliezers, maar een collectief proces dat gericht is op het vinden van oplossingen die aanvaardbaar zijn voor een zo groot mogelijk aantal mensen.
Nieuwe regeringen zijn aangetreden in ons land. We hopen dat ze naar de toekomst kijken met de overtuiging dat dialoog en georganiseerd overleg alle verkozenen en de samenleving als geheel kunnen helpen om richtingen te bepalen en soms ingewikkelde transities te organiseren.
Laten we zorg dragen voor ons democratisch erfgoed. Laten we de instrumenten ervan verbeteren en zelfs uitbreiden om de voorwaarden te scheppen voor een duurzame, rechtvaardige en breed gedragen transitie. De ervaring en expertise van de adviesraden zijn nodig om door te gaan met wat in het verleden zo cruciaal is gebleken. Want een democratie die luistert en de dialoog aangaat, is een robuuste democratie.
Patrick Dupriez, voorzitter van de FRDO
