04 | Advies over de “Prospectieve multivectorenstudie over de energiebevoorradingszekerheid – Part I”

  • Gevraagd door de AD Energie van de FOD Economie, per mail op 28 november 2025
  • Dit advies werd voorbereid door de werkgroep Energie en Klimaat
  • Samen met de Commissie Energie van de CRB
  • Goedgekeurd door de Algemene Vergadering via schriftelijke procedure op 23 februari 2026

Advies (pdf)

 

 

Inbehandelingneming

  • [1] Overeenkomstig de wetten inzake elektriciteit en gas, die de verwezenlijking van de prospectieve studies omkaderen, heeft de AD Energie (ADE) van de FOD Economie de CRB via een adviesvraag geraadpleegdover het ontwerp van prospectieve multivectorenstudie over de energiebevoorradingszekerheid voor België. De FRDO heeft dezelfde adviesvraag ontvangen. In het kader van de adviesvraag worden de CRB en de FRDO (hierna “de Raden”) verzocht zich uit te spreken over de methodologie en over de hypothesen inzake vraag en aanbod tegen 2040 van het ontwerp van eerste deel van de prospectieve studie, dat in 2026 zal worden gepubliceerd.
  • [2] Het tweede deel, dat simulaties van het energiesysteem en aanbevelingen zal bevatten, zal later aan de CRB worden voorgelegd, aangezien daarvoor gebruik zal worden gemaakt van een informaticatool waaraan de laatste hand wordt gelegd.
  • [3] Dit advies werd opgesteld door de Commissie Energie van de CRB en door de werkgroep Energie en Klimaat van de FRDO, die zijn samengekomen op 20 januari en op 9 en 13 februari 2026. In het kader van deze werkzaamheden werd op 20 januari 2026 een gezamenlijke hoorzitting CRB/FRDO met de FOD Economie en het Federaal Planbureau (FPB) georganiseerd.
  • [4] Het advies werd door de plenaire vergaderingen van de CRB en de FRDO goedgekeurd op 23 februari 2026.

 

Advies

  • [5] De Raden zijn zeer verheugd dat de overheid een performante en flexibele prospectieve multi-energievectorentool wil hanteren op het vlak van hypothesen, beperkingen en indicatoren, ter ondersteuning van de politieke besluitvorming. De federale overheid is immers, als hoedster van het algemeen belang, de meest geschikte speler om dit soort van energiescenario’s op een volledig transparante manier te realiseren. De Raden herinneren in dit verband aan het belang van energie voor alle actoren. In dit opzicht moet de ideale mix optimaal tegemoetkomen aan verschillende doelstellingen die soms tegenstrijdig kunnen zijn: de bevoorradingszekerheid, het concurrentievermogen, het waarborgen van een betaalbare energieprijs voor diverse actoren, de decarbonisering, de terugdringing van de vervuiling en de strategische autonomie[1].

Over Deel I van het ontwerp van prospectieve studie

  • [6] Het model van de AD Energie moet het mogelijk maken de impact/het effect van schommelingen van de verschillende kernparameters van het energiesysteem op de economische beleidsdoelstellingen te beoordelen. Naast dat model is het ook noodzakelijk over tools te beschikken waarmee de impact van de beleidsmaatregelen op die kernparameters kan worden geëvalueerd. In dat kader roepen de Raden de AD Energie ertoe op niet één referentiescenario, maar verschillende scenario’s te presenteren waarmee de voor- en nadelen van de verschillende opties die de actoren worden geboden kunnen worden getoond.
  • [7] Voorts merken de Raden op dat het huidige ontwerp een exogene vraag bevat die is gebaseerd op gegevens die, onder meer, niet up-to-date zijn (2022/2023), niet verder reiken dan 2035, de maritieme en de luchtvaartsector uitsluiten en waarvan het onzeker is dat de “feedstocks”[2] erin zijn opgenomen. Bovendien rijzen er met name vragen over het rekening houden met de modal shift, de datacentra, de plaats van de moleculen, de link met bestaande studies…
  • [8] De Raden zijn van oordeel dat het huidige ontwerp meer zou moeten kaderen binnen de doelstelling van een – open of flexibele – modellering op lange termijn (2040-2050).

Vervolgens

  • [9] In de huidige tool is de vraag een exogeen gegeven uit een scenario van het Federaal Planbureau (FPB). De Raden roepen het FPB en de ADE op om samen een flexibele, prospectieve multi-energievectorentool te ontwikkelen waarmee het aanbod van en de vraag naar energie op een dynamische manier op elkaar kunnen worden afgestemd. Zoals voor het aanbod, is het van cruciaal belang om de vraag te modelleren als een variabel gegeven door de mogelijke hypothesen, beperkingen en indicatoren meer in de verf te zetten. Deze tool zal ook dynamische sensitiviteitsanalysen – die m.a.w. de impact van de wijziging van een parameter op het hele systeem tonen – mogelijk moeten maken om met name de onzekerheden en de mogelijke afwegingen beter te belichten. Ten slotte zijn flexibiliteit en opslag aspecten die meer in de vraaganalysen moeten worden geïntegreerd.
  • [10] Wat de vooruitzichten op korte en middellange termijn betreft, onderstrepen de Raden de kwaliteit van het werk en van het proces van raadpleging van de stakeholders die Elia en Fluxys hebben gerealiseerd in hun scenario’s van de 10-jarige federale ontwikkelingsplannen voor de transmissienetwerken elektriciteit en waterstof en in de studie “Adequacy and flexibility study for Belgium (2026-2036) ”. Volgens de Raden zijn deze scenario’s het meest verfijnd en uitgewerkt uit het oogpunt van de methodologie en van de robuustheid van de gegevens die in het systeem zijn ingevoerd. Ter herinnering, de wet bepaalt dat de AD Energie een advies moet uitbrengen over de studie “Adequacy and flexibility study for Belgium (2026-2036)”, die als basis zal dienen voor het ontwikkelingsplan van Elia. Deze studie moet de referentie blijven op het vlak van bevoorradingszekerheid voor elektriciteit (en gas) op korte en middellange termijn (tot in 2035) voor het netwerkontwikkelingsplan.
  • [11] Wat de vooruitzichten op middellange en lange termijn (2035-2050) betreft, onderstrepen de Raden de kwaliteit van de door Elia uitgevoerde studie “Belgium electricity system Blueprint for 2035-2050 ”. Ze roepen evenwel op tot de ontwikkeling van een overheidstool voor de simulatie van de vraag naar en het aanbod van energie (incl. CO2 en feedstock) in ons land die zeer flexibel is in zijn hypothesen en beperkingen (die m.a.w. volledig transparant kunnen worden aangepast), aangezien tal van variabelen zeer onzeker zijn. Volgens de Raden moet de tool die de AD Energie op dit moment ontwikkelt (Deel I van het ontwerp van prospectieve studie) daar op termijn aan beantwoorden.
  • [12] Voorts hebben de Raden vragen bij het toenemende aantal verslagen met energiescenario’s, of ze nu worden gerealiseerd door de regio’s, de federale overheid of privéspelers. Een transparante vergelijking[3] van de bestaande studies, verslagen en tools, niet alleen in termen van resultaat, maar ook op het vlak van methodologische keuzen (hypothesen, beperkingen, gebruikte modellen…) is dus wenselijk, evenals een streven naar synergie en complementariteit ervan.
  • [13] Volgens de Raden moeten de hypothesen en beperkingen ook rekening houden met de (beleids)beslissingen in het kader van het netwerkontwikkelingsplan (waarin de beperkingen van het netwerk zijn gedefinieerd) en van het Nationaal Energie- en Klimaatplan[4]. De Raden begrijpen evenwel dat sommige doelstellingen uit het NEKP blijkbaar duidelijk op de helling worden gezet door de huidige ontwikkelingen en dat het bijgevolg noodzakelijk is om parallelle scenario’s uit te tekenen in het kader van deze huidige tendensen, om te kunnen vergelijken.
  • [14] De flexibiliteit van het model zal het mogelijk maken om, afhankelijk van de resultaten, politieke afwegingen te maken. Daartoe is het belangrijk dat de scenario-oefeningen belichten op het vlak van welke variabelen de autoriteiten over een reële manoeuvreermarge beschikken en deze onderscheiden van de variabelen die afhankelijk zijn van factoren waarop de politieke besluitvorming geen vat heeft (prijzen op de internationale markten, geopolitieke context…).

Conclusie

  • [15] De Raden roepen de overheid op om een meer geïntegreerde en ambitieuzere prospectieve tool te ontwikkelen. In dat kader menen ze dat de wetten inzake elektriciteit en gas[5] zouden moeten worden aangepast om een wettelijk kader te bieden voor prospectieve multivectorenstudies die als echte tools voor de politieke besluitvorming kunnen dienen. Deze wetten zouden een betere coördinatie tussen de verschillende actoren, de tijdshorizonten van de analysen en de periodiciteiten van de publicaties van de door de wet voorziene studies moeten aanmoedigen, teneinde een werkelijk geïntegreerde tool tot stand te brengen.
  • [16] Het gaat erom het voorstel dat nu op tafel ligt samen met de verschillende stakeholders verder uit te werken en te verbeteren, zodat de overheid via de ADE en het FPB over een echt flexibele tool beschikt die verschillende langetermijnperspectieven biedt waarin de recentste beschikbare gegevens zijn opgenomen.
  • [17] Wat het ontwikkelingsplan van Elia en Fluxys betreft, zijn de Raden van oordeel dat de studies van deze actoren, die door de ADE en het FPB worden getoetst, van hoge kwaliteit zijn en dat het niet nodig is dat de overheid een parallelle tool ontwikkelt. Dit doet niets af aan het belang van de huidige controlerende functie van de ADE en het FPB wat deze studies betreft, noch aan het belang van de raadpleging van de verschillende stakeholders en van het advies van de CREG[6].
  • [18] De Raden benadrukken ten slotte dat, hoewel de wetten inzake elektriciteit en gas voorzien in de raadpleging van de ICDO, zij, net als de ICDO, van mening zijn dat deze niet het relevante orgaan is om advies uit te brengen over dit ontwerp van studie, en dat de FRDO zeker geschikter is om deze kwesties te behandelen. Ze vragen derhalve dat de wetten dienovereenkomstig worden aangepast. Voor de volgende raadplegingen over dit onderwerp, en met name voor het tweede deel van deze studie, vragen de Raden dan ook dat de FRDO wordt geraadpleegd net als de CRB.

 

 

 

 

[1] De grote doelstellingen die het energiebeleid volgens de Raden tegelijk moet nastreven zijn geformuleerd in de adviezen “De verbintenis van de sociale gesprekspartners ten aanzien van de energie-uitdagingen” (CRB 2015-0135), “Sociale, economische en milieu-uitdagingen die moeten worden opgenomen bij het definiëren van een energievisie voor België” (CRB 2017-2055) en “Advies van de FRDO over het ontwerp van Nationaal Energie Klimaat Plan 2030 (NEKP)” (FRDO, 2019a02f).

[2] Feedstocks zijn onbewerkte grondstoffen (zoals ruwe olie, biomassa of afval) die worden gebruikt als input in een industrieel proces om door middel van bewerking of combinatie een ander product, energie of chemicaliën te creëren.

[3] Zie bv. het rapport “Bijkomende investeringen in bestaande net zero emissiescenario’s voor België: een vergelijkende analyse” die de SCOI en de FOD Volksgezondheid in maart 2025 publiceerden.

[4] Pro memorie: het Nationaal Energie- en Klimaatplan waarin verordening EU 2018/1999 voorziet, blijft het officiële referentiedocument voor het definiëren van de beleidsdoelstellingen inzake met name de ontwikkeling van hernieuwbare energie en de energie-efficiëntie.

[5] Art. 3 van de elektriciteitswet van 29 april 1999 en art. 15/13 van de gaswet van 12 april 1965

[6] Art. 30, §1 van het koninklijk besluit van 12 mei 2024 tot vaststelling van de procedure voor de opstelling, goedkeuring en publicatie van het netontwikkelingsplan voor het waterstofvervoersnetwerk en het ontwikkelingsplan voor het transmissienet elektriciteit

Opmerkingen, vragen of suggesties?