15 | Advies over de voorbereiding van de derde Voluntary National Review

  • Op vraag van minister Jean-Luc Crucke
  • Dit advies werd voorbereid door de projectgroep Voluntary National Review
  • Goedgekeurd door de AV van de FRDO via schriftelijke procedure op 28/09/2026

Advies (pdf)

 

 

1. Context

  • [1] Op 29 juni 2026 ontving de raad een brief van minister Crucke met daarin de vraag om een advies te maken over de gewenste voorbereiding van een derde Voluntary National Review (VNR[1]) die ons land mogelijk in 2028 wil voorleggen aan het High-Level Political Forum (HLPF[2]).
  • [2] De intentie om opnieuw een VNR voor te stellen in 2028 staat als voornemen in de beleidsnota 2026[3] van minister Crucke. Op het moment van de vraag van de minister was er nog geen formeel politiek akkoord in de bevoegde interministeriële conferentie milieu en duurzame ontwikkeling om effectief te beginnen met de voorbereiding van een derde VNR. Dat akkoord werd verwacht in de loop van september 2026.[4]
  • [3] De FRDO maakte al een advies over de eerste[5] VNR van 2017 en de tweede[6] VNR van 2023.[7] Beide adviezen werden telkens door verschillende adviesraden samen gemaakt.

2. Algemene reactie

  • [4] De raad bedankt de minister voor deze adviesvraag en wil tegelijk een zekere mate van bezorgdheid uitdrukken. De raad vindt het principieel goed dat er gedacht wordt aan een nieuwe VNR. Deze adviesvraag vroeg in het proces interpreteert de raad als een positief signaal dat er in de federale regering nagedacht wordt over een voldoende lang en transparant participatief proces in de voorbereiding van die VNR. De raad gaat ervan uit dat op die manier een belangrijke voorwaarde kan worden gecreëerd om te komen tot een kwalitatieve derde VNR. Tegelijk is het voor de raad enigszins delicaat om zich uit te spreken over een proces waarvoor – alleszinsop het moment van de adviesvraag – nog geen concreet politiek akkoord bestaat tussen de verschillende regeringen van ons land. Het is aan de regeringen om in het kader van de interministeriële conferentie milieu en duurzame ontwikkeling een duidelijke beslissing te nemen over het ambitieniveau van de derde VNR en over de concrete details van het proces om tot die VNR te komen.
  • [5] De raad wil – gezien het vroege moment in het proces – met dit advies aangeven welk kader er nodig is om tot een kwaliteitsvolle derde VNR te komen die de tekortkomingen van de tweede VNR vermijdt en die optimaal inspeelt op de voorbereidingen van het nog uit te werken internationaal kader dat de opvolger zal worden van de 2030 Agenda.[8] De raad hoopt dat dit advies een positieve bijdrage kan leveren aan het uit te werken proces voor de derde VNR en nodigt de regering uit om het advies over de tweede VNR uit 2023, gemaakt door zes adviesraden, opnieuw grondig te bekijken. Dit advies illustreert namelijk helder wat het maatschappelijk middenveld in ons land verwacht van een volwaardige VNR. De raad vraagt verder aan de regering om zo snel mogelijk alle concrete details te geven over het proces van voorbereiding van de derde VNR, met een duidelijke kalender en de verwachte vormen van consultatie en participatie. De raad gaat er immers van uit om verder in het proces opnieuw gevraagd te worden om een rol te spelen, minstens in de vorm van het formuleren van een reactie op de ontwerptekst van de nieuwe VNR.

3. Reactie op de vragen van de minister

  • [6] (vraag 1) “Welk proces zou de voorkeur moeten krijgen bij de uitwerking van een nieuwe VNR, om een doeltreffend en inclusief proces te waarborgen? Met welke aspecten moet bij de voorbereiding en uitvoering ervan nog rekening worden gehouden?”
  • Het is belangrijk dat zo snel mogelijk volledige duidelijkheid bestaat over enerzijds het ambitieniveau van de derde VNR en anderzijds over de concrete organisatie van het proces. Het is aan de regeringen om die duidelijkheid te geven.
  • Het is noodzakelijk dat de rollen in het proces helder zijn. Het is aan het maatschappelijk middenveld om aanbevelingen te doen over het beleid van de verschillende regeringen. En het is aan die regeringen om op die aanbevelingen te reageren en duidelijk te maken hoe die zijn verwerkt in de uiteindelijke teksten van de VNR.
  • Fundamenteel zou de derde VNR moeten vertrekken van een kritische evaluatie van het gevoerde beleid door de regeringen en de mate waarin dat beleid er al dan niet voor gezorgd heeft dat de SDGs[9] zijn gehaald of niet en waarom. De jaarlijkse evaluaties van het Federaal Planbureau geven een helder beeld van de uitdaging. Uit de recentste evaluatie[10] blijkt dat slechts iets meer dan een derde van doelstellingen gehaald wordt.[11] Het is onvoldoende om overzichten te geven van initiatieven die ‘bijdragen aan’ de afzonderlijke SDGs. Er zou minstens een heldere evaluatie moeten gemaakt worden van die SDGs waar België niet goed scoort, met daarbij een benadering die voldoende transversaal is. De tweede VNR scoorde al ondermaats op het element evaluatie. Het is belangrijk dat de derde VNR dit alles wel goed doet. Deze verwachting heeft te maken met een inhoudelijke aanbeveling voor de nieuwe VNR, maar is ook cruciaal om het participatieproces goed te kunnen organiseren.
  • De VNR moet meer zijn dan enkel een vorm van rapportering aan de VN. Het proces van het maken van een nieuwe VNR zou moeten worden aangegrepen om een versterkte transformatieve dynamiek te geven aan de uitvoering van de SDGs in deze laatste jaren waarvoor de 2030 Agenda
  • Daarnaast zou de voorbereiding van de derde VNR ook nauw moeten worden afgestemd op de voorbereiding en uitvoering van het nieuwe Federaal Plan voor Duurzame Ontwikkeling. Beide processen zouden elkaar moeten aanvullen en wederzijds voeden, om de samenhang en doeltreffendheid van de genomen maatregelen te versterken en het traject van België naar het behalen van de SDGs tegen 2030 te versnellen. De VNR zou daarbij de doelstellingen, maatregelen en opvolgingsmechanismen van het Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling in acht kunnen nemen, terwijl de vaststellingen en aanbevelingen uit de voorbereiding van de VNR zouden moeten kunnen bijdragen aan de uitvoering en, waar nodig, de bijsturing ervan.
  • Een ambitieus beleid dat in staat zou zijn om de SDGs te bereiken is afhankelijk van een goede interfederale samenwerking, met respect voor alle bevoegdheden. De kwaliteit van de volgende VNR hangt in belangrijke mate samen met een positieve elkaar versterkende samenwerking tussen de beleidsniveaus.[12] Als aan die voorwaarde is voldaan zal ook het participatieproces van een voldoende kwaliteitsniveau kunnen zijn.
  • Het is belangrijk dat in het proces voor de nieuwe VNR wordt aangegeven hoe de opvolging na de publicatie van die VNR zal worden georganiseerd. De VNR mag geen eindpunt zijn, maar zou net moeten bijdragen aan een vernieuwde dynamiek, zeker met het oog op de voorbereiding van het post-2030-proces.
  • De raad stelt voor dat het SDG Forum 2027 in belangrijke mate wordt opgevat als een instrument in het participatieproces in de aanloop naar de nieuwe VNR.
  • Voor wat het advies betreft dat we als raad normaal gezien zullen mogen maken over de ontwerptekst van de nieuwe VNR is het van groot belang dat de tekst waarover we moeten adviseren een volledig afgewerkt ontwerp is. Dat was bij de tweede VNR niet het geval, en dat bemoeilijkte de advisering.
  • [7] (vraag 2) “Welke regeling moet er worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld bij het proces worden betrokken?”
  • Er is nood aan een heldere timing van het hele proces, met duidelijke afspraken over hoe er door de regeringen zal gereageerd worden op de inbreng door het middenveld. Er moet helder aangegeven worden op welke manier de tekst van de uiteindelijke VNR rekening zal houden met de inbreng van het middenveld.
  • Het is belangrijk dat het middenveld de kans krijgt om mee een actieve rol te spelen in het proces van evaluatie van het beleid zoals hierboven beschreven.
  • Het is aan de regeringen om de details te bepalen van het participatieproces. Maar als raad gaan we ervan uit dat de FRDO een centrale structurele rol zal kunnen spelen in het proces.
  • Het is belangrijk om de nodige lessen te trekken uit wat er minder optimaal verliep in het participatieproces van de tweede VNR. Opdat de organisaties van het maatschappelijk middenveld hun vertrouwen in het proces behouden is het belangrijk dat de regeringen hun rol ook opnemen. Dat impliceert onder meer: voldoende garanties voor een werkelijke evaluatie van het beleid en een helder engagement dat er zal gereageerd worden op de inbreng van het maatschappelijk middenveld.
  • [8] (vraag 3) “Wil de raad in dit verband een coördinerende rol spelen, net als bij het proces voor de tweede VNR? Hoe ziet de raad zijn rol in dit verband?”
  • De raad is in principe bereid om mee een structurele en coördinerende rol te spelen in het participatieproces. De ervaring van het participatieproces in de aanloop naar de tweede VNR was evenwel niet eenduidig positief. Het is belangrijk dat met die ervaringen, zoals ook beschreven in het advies[13] over de tweede VNR, rekening wordt gehouden zodat het nieuwe proces optimaal kan verlopen. De raad kan de inbreng van het maatschappelijk middenveld verzamelen en verwerken en aanbieden aan de regeringen. Het is evenwel niet aan de raad om te antwoorden op die inbreng. Opdat de organisaties van het maatschappelijk middenveld hun vertrouwen in het proces behouden is het dus cruciaal dat de regeringen voldoende garanties geven dat er op de inbreng zal geantwoord worden en dat men rekening zal houden met die reacties. Het is niet aan de FRDO om de terugkoppeling te organiseren.
  • Het is ten slotte erg belangrijk dat de verwachting ten aanzien van de FRDO realistisch is. Het is dus nodig dat zo snel mogelijk volledige duidelijkheid wordt gegeven over het hele proces, met een concrete timing die enerzijds aan de organisaties van het middenveld en anderzijds aan het secretariaat van de FRDO de kans geeft om kwalitatief te werken.
  • [9] (vraag 4) “Wat is de visie van de raad op de inhoud van een VNR? Op welke elementen zou prioritair de nadruk moeten worden gelegd?”
  • In de eerste plaats zou de VNR moeten beantwoorden aan de recentste richtlijnen die vanuit de VN worden gegeven voor de opmaak van een VNR.[14] De VN-aanbevelingen stellen duidelijk dat de lidstaten moeten aangeven wat er is gedaan om het proces minder descriptief en meer analytisch te maken.[15] Verder wordt er ook gevraagd dat er een duidelijke evaluatie wordt gemaakt van de vooruitgang op het vlak van de SDG-implementatie en van het gevoerde beleid, en dat ten opzichte van de vorige VNR.[16] Ten slotte is het ook belangrijk dat er in de VNR structurele aandacht is voor de toepassing van het principe Leaving no one behind.[17]
  • Aansluitend bij de inhoud van de tweede VNR moet er dus duidelijk ruimte zijn voor een voldoende zelfkritische evaluatie van het gevoerde beleid, met daarbij een reflectie over de redenen waarom slechts een klein aantal van de SDGs bereikt is. Die reflectie moet voldoende interfederaal zijn en moet ook aandacht hebben voor transversale elementen. Een systemische benadering, binnen en tussen beleidsniveaus, is daarbij nodig. De analyse moet niet alleen de vooruitgang in beeld brengen, maar ook aangeven welke knelpunten er waren in de implementatie, om zo te kunnen streven naar een grotere beleidscoherentie. Het is verder aangewezen dat in de analyse wordt gekeken naar de grensoverschrijdende effecten van het beleid in België[18] en naar de elementen die vervat zitten in SDG 17.[19] De reflectie zou ook een aanzet moeten geven voor een verbeterde vorm van SDG-governance in ons land, in lijn met het advies dat de FRDO over dat onderwerp maakte.[20] Verder ondersteunen we de opname van een hoofdstuk voor de lokale besturen en een hoofdstuk waarin het maatschappelijk middenveld de kans krijgt om aandacht te geven aan hun eigen initiatieven of goede praktijken in het kader van de 2030 Agenda.
  • Ten slotte zou de VNR zich moeten uitspreken over de weg naar en het gewenste kader voor de periode na 2030. De derde VNR zou een belangrijk instrument moeten zijn om die discussie ook met het maatschappelijk middenveld voor te bereiden.
  • [10] (vraag 5) “Kan er een bijdrage van de raad worden verwacht in de vorm van rapportages van zijn leden of van het maatschappelijk middenveld in het algemeen? In welke vorm wil de raad een bijdrage leveren? Welke voorwaarden acht de raad belangrijk om een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de VNR?”
  • De raad staat hier principieel positief tegenover, maar merkt wel op dat de kwaliteit van een inhoudelijke bijdrage mee zal afhangen van het kader dat de regeringen zouden moeten bieden voor het ambitieniveau en het proces van de derde VNR.
  • De raad is voorstander van twee vormen van bijdrage van het maatschappelijk middenveld.
    • Enerzijds moet er een onafhankelijke en substantiële bijdrage mogelijk zijn in het evaluatieproces van het SDG-beleid, waarvan de VNR het eindpunt zou moeten zijn. Daartoe zijn goede afspraken en een duidelijk kader nodig.
    • Anderzijds is de raad voorstander van een bijdrage in de VNR waarin de organisaties van het maatschappelijk middenveld kunnen rapporteren over hoe zij met de 2030 Agenda aan de slag zijn gegaan, met initiatieven en goede praktijken, eventueel toegevoegd aan de analyses per SDG[21] of als apart hoofdstuk.[22] Die tweede bijdrage is complementair aan de eerste, en mag zeker niet in de plaats ervan komen.

 

 

[1] VNR: https://hlpf.un.org/vnrs

[2] HLPF: https://hlpf.un.org/

[3] Beleidsnota Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling 2026, https://www.dekamer.be/doc/FLWB/pdf/56/1282/56K1282026.pdf

[4] Tijdens de interministeriële conferentie op 22 september 2026 werd er inderdaad een principieel akkoord bereikt tussen de verschillende regeringen van ons land over de organisatie van een derde VNR in juli 2028.

[5] (2017a05) Advies over het Belgische rapport voor de Voluntary National Review 2017 (FRDO, RLBHG) , https://frdo-cfdd.be/adviezen/advies-over-het-belgische-rapport-voor-de-voluntary-national-review-2017/ .

[6] (2023a05) Advies over het ontwerp van de Voluntary National Review 2023 (FRDO, Minaraad, SERV, CESE Wallonië, Brupartners en de Wirtschafts- und Sozialrat) , https://frdo-cfdd.be/adviezen/05-advies-over-het-ontwerp-van-de-voluntary-national-review-2023/

[7] De ingediende VNRs van 2017 en 2023 zijn te vinden op: https://hlpf.un.org/countries/belgium .

[8] Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development, https://documents.un.org/doc/undoc/gen/n15/291/89/pdf/n1529189.pdf?OpenElement

[9] SDGs = Sustainable Development Goals, https://sdgs.un.org/goals

[10] Zie: https://www.plan.be/nl/publicaties/belgie-op-weg-om-slechts-een-derde-van-de-duurzame

[11] Er zijn verder nog andere belangrijke rapporten die hierbij een rol kunnen spelen. Zo is er de evaluatie van het SDG-beleid, met een opvolgingsrapport, door het Rekenhof: https://www.ccrek.be/nl/publicatie/sustainable-development-goals. Er is ook het jaarlijkse rapport van Eurostat: https://ec.europa.eu/eurostat/en/web/products-catalogues/w/ks-01-25-063 . En er is ten slotte ook het rapport van het SDSN: https://eu-dashboards.sdgindex.org/ .

[12] Zie: 2017a05, [10]

[13] Zie: 2023a05, [8] – [10].

[14] Zie: Secretary-General’s voluntary common reporting guidelines for VNRs, https://hlpf.un.org/sites/default/files/2024-12/SG%20VNR%20Guidelines%202024.pdf

[15] Guidelines, III, 4.

[16] Guidelines, III, 6.

[17] Guidelines, III, 5, (c).

[18] Zie als input voor deze discussie het recente rapport van het Federaal Planbureau: https://www.plan.be/nl/publicaties/welzijn-elders-de-wereld-tien-indicatoren-om-de

[19] Zie: https://sdgs.un.org/goals/goal17#targets_and_indicators

[20] (2024a09) Aanbevelingen van de FRDO over de SDG-governance, https://frdo-cfdd.be/adviezen/09-aanbevelingen-van-de-frdo-over-de-sdg-governance/

[21] Zoals in de VNR 2017.

[22] Zoals in de VNR 2023.

Opmerkingen, vragen of suggesties?