- Op vraag van de ministers Khattabi en Van der Straeten in een brief van 22 december 2023
- Voorbereid door de werkgroep “Energie en klimaat”
- Goedgekeurd door de Algemene Vergadering op 18/03/2024 (zie bijlage 1)
- De oorspronkelijke taal van dit advies is het Frans
Advies (pdf)
1. Adviesaanvraag
- [1] Op 22/12/2023 ontving de FRDO een adviesaanvraag ondertekend door de ministers Khattabi en Van der Straeten, over de herziening van het Federaal Energie- en Klimaatplan (FEKP). De ministers vragen de FRDO om de werkzaamheden te coördineren en daarbij de CRB, de CREG en het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting[1] te betrekken. Het advies wordt uiterlijk 29 februari 2024 verwacht.
- [2] Naast deze vraag heeft de FRDO op 22/12/2023 ook een adviesaanvraag ontvangen ondertekend door de voorzitters van ENOVER (Overleg over energie tussen de federale staat en de gewesten) en de NKC (Nationale Klimaatcommissie) over het ontwerp van herziening van het NEKP, met het verzoek om dit advies te coördineren met de CRB, de regionale raden en de Adviesraad voor gas en elektriciteit. De voorzitsters vragen om zich in het advies te richten op de transversale aspecten en de algemene coherentie van het ontwerp van NEKP. Het advies wordt ook uiterlijk 29 februari 2024 verwacht.
2. Andere relevante adviezen van de raad
- [3] De raad herinnert eraan dat er al talrijke adviezen[2] werden uitgebracht over het Nationaal Energie- en Klimaatplan 2030 en over het federale luik ervan. Hij merkt op dat veel van de aanbevelingen in deze adviezen nog steeds actueel zijn en spoort de federale regering dan ook aan om de nodige maatregelen te nemen om eraan tegemoet te komen.
- [4] Hij verwijst ook naar het gezamenlijk advies over de herziening van het NEKP[3], dat voornamelijk over governancekwesties gaat.
3. Statuut van het FEKP, timing van het proces en consultatie
- [5] De raad merkt op dat de federale regering enkel “akte heeft genomen” van de actualisering van het FEKP, terwijl de gewestelijke overheden de actualisering van hun respectieve plannen hebben goedgekeurd.
- [6] Hij stelt vast dat de burden sharing voor het NEKP 2030 nog niet geregeld is en dat de doelstelling van 47% emissiereductie (exclusief ETS) dus niet gehaald zal worden. Hij dringt erop aan dat deze burden sharing zo snel mogelijk wordt vastgelegd en dat deze geen belemmering mag vormen voor het halen van de door de Europese Commissie opgelegde termijnen voor notificatie van het herziene NEKP.
- [7] Hij dringt er ook sterk op aan dat er trajecten worden vastgesteld en dat de aangekondigde deadlines worden gerespecteerd. Vertragingen betekenen dat er extra maatregelen moeten worden genomen om dezelfde emissiereductie te bereiken.
- [8] De raad betreurt dat de termijn voor het indienen van de adviezen zo kort is. Het is erg moeilijk om een raadpleging van alle belanghebbenden te organiseren binnen een dergelijke termijn. Een kwalitatieve consultatie op basis van zo’n brede adviesaanvraag is een proces dat voldoende tijd vergt. De raad dringt er bij de regering op aan hiermee rekening te houden in toekomstige adviesaanvragen.
- [9] Hij stelt zich vragen bij het proces van “klimaattafels”[4] dat in 2022 is opgezet. Dit vroeg een aanzienlijke tijdsinvestering van de stakeholders en het is niet duidelijk hoe de resultaten zijn verwerkt in het ontwerp van herziening van het FEKP. Bovendien had een dergelijk proces op nationaal niveau moeten worden georganiseerd om volledig nuttig te zijn.
4. Aanbevelingen : Governance en monitoring
- [10] De raad benadrukt dat de leesbaarheid van het FEKP nog sterk te wensen overlaat. Hij vraagt dan ook om de tekst grondig te stroomlijnen, of een uitgebreide samenvatting en een samenhangende inhoudsopgave toe te voegen. Het zou van fundamenteel belang zijn om een nummering van alle titels op te nemen, met een heldere structuur.
- [11] De raad verwelkomt de federale wet rond coördinatie van het federale klimaatbeleid, die de verschillende ministers en administraties erbij betrekt en hun verantwoordelijkheid geeft.[5]
- [12] Het stelt vast dat er nog steeds een gebrek is aan analyse van de financiële, economische en sociale kansen en uitdagingen van het beleid in kwestie.
- [13] In het algemeen stelt de raad vast dat het ontwerp van plan op tal van plaatsen gekwantificeerde doelstellingen en effecten bevat. Daarentegen zijn de maatregelen om die doelstellingen te kunnen bereiken vaak weinig of niet uitgewerkt of gekwantificeerd, zowel wat de effecten als de kosten betreft. Zij zijn vaak ook vaag over de termijnen en de middelen. De haalbaarheid van bepaalde uitgewerkte maatregelen wordt niet altijd aangetoond.[6] De raad roept op om voor nieuwe maatregelen systematisch – en met betrokkenheid van de belanghebbenden – een impactanalyse uit te voeren, ex ante wanneer ze worden opgesteld en ex post wanneer ze worden geëvalueerd.
5. Standpunt van Energia
Sommige leden[7] steunen het onderstaande standpunt van Energia:
5.1 Hernieuwbare energie: bijmengingsverplichting biobrandstoffen[8]
Energia is van mening dat de tabel met de bijmengingsverplichtingen voor biobrandstoffen de evolutie naar 2030 weerspiegelt op basis van de getransponeerde Richtlijn RED II[9]. De REDIII-doelstellingen, ook gericht naar 2030, zijn evenwel dubbel zo hoog en zouden dus hier in aanmerking moeten komen. Met het oog op transparantie, goede governance en rechtszekerheid te garanderen ten opzichte van de biobrandstofsector en de brandstofoperatoren in het algemeen zouden de doelstellingen van de RED III in de tabel moeten worden geïntegreerd. Ze moeten gereflecteerd worden in het RES-reductie traject voor Transport dat onderdeel is van het algehele SER traject voor België. Met name tabel 6 op pag. 29 met aanduiding van de 21,7% doelstelling voor 2030 lijkt niet in lijn met de verhoogde ambities van REDIII.
Gezien RED III op Europees niveau in oktober 2023 is goedgekeurd, zou het volgens Energia wenselijk zijn om de transpositie ervan in Belgische wetgeving vanaf 1 januari 2025 te realiseren om het versnelde bijmengingstraject zo vroeg mogelijk aan te vatten (wat investeringsincentives geeft).
5.2 Emissievrije voertuigen: probleem van coördinatie en het respecteren van de Europese beslissingen
5.2.1 Uitfasering thermische wagens[10]
Het federale luik benadrukt dat België pleit voor 2030 als uitfaseringsdatum voor niet-nul-emissie voertuigen.
Energia is van mening dat dit haaks staat op de beslissingen op Europees niveau (Verordening CO2 emissies personenwagens): Europa zet immers de deur nog steeds open voor thermische wagens en dit in 2035 op voorwaarde dat ze met ‘CO2-neutrale brandstoffen[11] ’ rijden. België moet hiermee rekening houden in zijn Nationaal Energie- en Klimaatplan. Ons land zou het Europese kader moeten respecteren en een level playing field t.o.v. andere lidstaten moeten garanderen door:
- a) de Europese tijdslijn 2035 respecteren;
- b) na 2035 nieuwe thermische auto’s toelaten die met hernieuwbare brandstoffen rijden.
Energia voegt eraan toe dat het voorstel in het NEKP goldplating is. De overheid zou moeten rekening houden met volgende belangrijke elementen:
- a) Een vroegtijdig verbod vanaf 2030 (t.o.v. 2035 EU – en openheid CO2 neutral fuels) in een lidstaat dreigt een verstoring van de interne marktwerking tot gevolg te hebben en is een schending van het gelijkheidsbeginsel.
- b) De datum van 2030 is een reële uitdaging gezien de huidige marktpenetratie van elektrische voertuigen en het tempo van oplaadinfrastructuur.
- c) Er dient rekening te worden gehouden met bevoorradingsuitdagingen van schaarse grondstoffen voor de productie van batterijen wat een impact kan hebben op de penetratie van elektrische wagens. De Europese Rekenkamer[12] waarschuwt dat fabrikanten in de EU vanaf 2030 zullen worden geconfronteerd met een dreigend tekort aan grondstoffen voor batterijen.
- d) Er wordt voorbijgegaan aan het feit van de nu al beschikbaarheid van geavanceerde biobrandstoffen[13] en op middellange termijn RFNBO’s[14] (vb. e-fuels) ingezet kunnen worden in thermische voertuigen om nu al bij te dragen tot het decarboniseren van het transport en zo bij te dragen tot het realiseren van de klimaatdoelstellingen.
5.2.2 Levenscyclusanalyse
Het Federaal Regeerakkoord bepaalt dat : “In overleg met de deelstaten zal de regering op termijn uitsluitend de verkoop van zero-emissiewagens toestaan, op voorwaarde dat er voldoende betaalbare wagens op de markt zijn en er analyses over de levenscyclus voorhanden zijn.”[15]
Energia stelt vast dat de verschillende overheden maatregelen, hebben genomen of voorzien die niet gebaseerd zijn op beschikbare levenscyclusanalyses. Enkele voorbeelden:
- FEKP (p.243):[16] zero emissie bedrijfswagens (2026)
- VEKP (p.282): Vanaf 2030 worden uitsluitend zero-emissietaxi’s ingeschreven bij de DIV
Daarnaast bepaalt de Verordening over CO2-emissies voor personenwagens dat de Europese Commissie tegen eind 2025 een methodologie moet ontwikkelen om de CO2-emissies gedurende de volledige levenscyclusanalyse (LCA) van personenwagens te berekenen. Dit is volgens Energia een radicale verandering omdat tot op heden enkel werd gekeken naar de uitstoot aan de uitlaatpijp van wagens, een onvolledige en voorbijgestreefde berekeningsmethode[17]. Europa gaat dus ook de weg kiezen van een meer complete, globale levenscyclusanalyse die de ‘net’ CO2-emissies in kaart brengt.
5.3 Onoverzichtelijkheid uitfaseren thermische wagens in Lage-EmissieZones
Energia stelt vast dat verschillende uitfaseringstermijnen van thermische wagens zijn gepland in Antwerpen, Gent en Brussel die de overzichtelijkheid voor de burgers niet ten goede komen. Bovendien staat de beslissing om dieselwagens en benzinewagens niet meer toe te laten in de Lage Emissie Zones (LEZ) haaks op de technologische realiteit. De nieuwe dieselwagens (sinds norm Euro6d) respecteren de officiële grenswaarden voor luchtkwaliteit (fijnstof en NOx) wat wordt aangetoond in de nieuwe verplichte officiële tests in reële rij-omstandigheden. Er is dus volgens Energia geen enkele wetenschappelijke noch objectieve reden om Euro6d wagens in een LEZ te verbieden, in tegenstelling tot oudere dieselwagens die geleidelijk aan worden uitgesloten. Een LEZ moet technologieneutraal zijn en haar toegang zou enkel moeten gebaseerd zijn op officiële uitstootnormen in plaats van het a priori uitsluiten van specifieke technologieën. Door de geleidelijke vernieuwing van het wagenpark, zullen alsmaar meer wagens op de weg minstens de norm Euro6d hebben en zo de uitstootnormen respecteren waardoor een verbod voor die wagens onbegrijpelijk is. Tot slot voegt Energia toe dat het fijnstof voornamelijk afkomstig is van remmen en bandenslijtage.[18]
5.4 Stimulerend industrieel beleid om investeringen in ons land aan te trekken
Energia ondersteunt de initiatieven rond de Klimaatsprong maar pleit ervoor om ambitieuzer te zijn teneinde grotere investeringen in ons land aan te trekken. Bedrijven uit ons land zouden een voortrekkersrol kunnen spelen in tal van domeinen zoals recyclage, elektrificatie, waterstof of koolstofafvang en -opslag. Hiervoor moet een stimulerend, stabiel en consistent industrieel lange termijn beleidskader worden gecreëerd om de nodige investeringen aan te trekken via, onder meer, een versnelling en vereenvoudiging van vergunningsprocedures, rechtszekerheid, toekomstgerichte crossborder infrastructuur, snellere toegang tot financiering, enz. Energia voegt eraan toe dat België een inhaalbeweging moet maken door een breed scala aan net zero technologieën zoals waterstof, CCS en CCU, koolstofarme en hernieuwbare producten te ondersteunen om de noodzakelijke investeringen naar ons land te halen. De nodige infrastructuur voor CO2-opvang, elektriciteit, waterstof en andere koolstofarme energieoplossingen moet via structurele partnerschappen met landen zoals Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Noorwegen worden ontwikkeld. Energia pleit er dan ook voor dat ons land het London protocol zou ratificeren. België moet niet alleen een logistieke draaischijf worden maar moet ook zorgen dat het invoeren naar ons land attractief genoeg is (gelijk speelveld rond multiplicator, penaliteit bij tekortkoming aan RFNBO-obligatie, …) om te investeren in onze ondernemingen.
Het lijkt Energia ook pertinent om het ETS fonds ook aan te wenden voor materiële investeringen in ETS bedrijven en in het algemeen deels zouden moeten gebruikt worden voor hernieuwbare energie projecten in de industrie.
Daarnaast wijst Energia ook op het belang dat het industrieel beleid er op gericht dient te zijn om de hernieuwbare moleculen te gebruiken voor de transitie in de persoonlijke mobiliteit om dan uiteindelijk aangewend te worden voor moeilijk te elektrificeren transportsectoren (scheepvaart, luchtvaart, lange afstandsvrachtvervoer) en als grondstof voor de petrochemie.
6. Standpunt van de vakbonden en de ontwikkelings-, milieu- en consumentenorganisaties
Sommige leden[19] steunen hieronder vermelde standpunt van de vakbonden en de ontwikkelings-, milieu- en consumentenorganisaties (hieronder genaamd “deze ledenorganisaties”):
Woord vooraf
Deze ledenorganisaties hebben reeds breed en diep geadviseerd inzake zowel de transversale als sectorale aspecten van het federale energie- en klimaatbeleid. Ze beperken zich hier dan ook tot enkele hoofdpunten.
Voor meer gedetailleerde input, zie onder meer de bijdragen in het kader van de federale ‘klimaattafels’ of eerdere adviezen inzake o.a. fiscaliteit[20] en financiering[21], alsook de adviezen over het NEKP en het FEKP van 2019[22], 2022[23] en 2023[24].
Doelstellingen en algemeen ambitieniveau
Deze ledenorganisaties verwelkomen de verhoogde ambitie van het FEKP in vergelijking met het vorige plan.
Ze vragen evenwel om deze doelstellingen wettelijk te verankeren, in lijn te brengen met de uitspraak in de Klimaatzaak van december 2023, en te vertalen naar sectorale streefcijfers.
Ze stellen vast dat de huidige beleidslijnen niet zullen volstaan om deze doelstellingen ook daadwerkelijk te realiseren. De federale hefbomen werden onvoldoende aangewend. Een Belgisch klimaatpad in lijn met anderhalve graad vergt ingrijpende actie op elk domein en op elk niveau.
Governance en monitoring
Specifiek in de context van het federale klimaatbeleid zijn een aantal positieve evoluties geweest ten aanzien van de governance en monitoring van het beleid. Deze bevorderen de opvolging van het beleid en ook de samenwerking tussen verschillende beleidsdiensten.
Deze ledenorganisaties merken eveneens op dat er nog steeds een gebrek is aan analyses met betrekking tot de financiële, economische en sociale kansen/uitdagingen van de relevante beleidslijnen.
Fiscaliteit en fossiele subsidies
Deze ledenorganisaties hebben in een eerder advies[25] reeds geadviseerd t.a.v. de federale fiscale hefbomen. Ze hernemen hier enkele centrale punten.
- Gezien de aanzienlijke noden, is een rechtvaardige transitie onmogelijk zonder dat het geheel aan inkomsten en vermogens bijdraagt. Belastinghervorming is essentieel om ervoor te zorgen dat de breedste schouders een eerlijke bijdrage leveren en om de inkomsten te genereren die nodig zijn om te investeren in de overgang. Voor deze ledenorganisaties zijn milieubelastingen en de toepassing van het principe “de vervuiler betaalt” milieubeleidsinstrumenten die een aanvulling vormen op de andere instrumenten waarover de overheid beschikt (bewustmaking, normen, planning). Ze vragen daarom onder andere:
- Een progressiever belastingsysteem dat rekening houdt met alle inkomens (loon, inkomen uit eigendom, enz.) en dat lage inkomens vrijstelt.
- Een effectieve vermogensbelasting op grote vermogens.
- De invoering van een minimale effectieve vennootschapsbelasting en een permanent mechanisme voor het belasten van de overwinsten van bedrijven die fossiele brandstoffen gebruiken, die met name kunnen worden gebruikt om de verliezen en schade te financieren die worden geleden door de gemeenschappen die het zwaarst worden getroffen door de klimaatverandering en om de huizen van de meest kwetsbare mensen te isoleren.
- Deze ledenorganisaties zijn voorstander van een progressieve ecofiscaliteit, waarbij vervuilende luxeconsumptie sterker belast wordt. Dat betekent onder meer dat zij voorstander zijn van:
- een progressieve verschuiving, sneller en fundamenteler dan momenteel voorzien, van accijnzen op elektriciteit naar gas en stookolie, met flankerende maatregelen voor de meest kwetsbare gezinnen, en met een onderscheid tussen hoofdverblijfplaats en tweede verblijf
- de afschaffing van de vrijstelling van btw op vliegtickets, de afschaffing van de accijnsvrijstelling op kerosine, een frequent flyer tax, waarbij de vliegtaks telkens hoger wordt naarmate iemand meer vliegt en een hoge belasting op het bezit en het gebruik van privéjets
- een belastingsysteem (onder meer via een hervorming van het btw-stelstel) dat de milieu-impact van goederen en diensten weerspiegelt, en zo enerzijds het gebruik van schadelijke producten als pesticiden, plasticverpakkingen of andere goederen met een hoge milieu-impact ontmoedigt, en anderzijds een stimulans geeft aan transitiebestendige bestemmingen als energierenovaties, herstel en circulariteit, of het openbaar vervoer. Dit moet gepaard gaan met flankerende maatregelen om gelijke toegang tot milieuvriendelijke goederen en diensten voor de meest kwetsbaren te bevorderen.
- Deze ledenorganisaties willen dat de fossiele subsidies, behalve degene die expliciet sociale doeleinden dienen, zo snel mogelijk worden uitgefaseerd. Ze verwelkomen de verbeterde monitoring van deze studies, maar stellen nog maar eens vast dat er geen sprake is van een uitfaseringskalender voor deze steun. Er moet op korte termijn een afbouwplan komen die deze subsidies uitfaseert tegen het einde van de volgende legislatuur, met een verplichte jaarlijkse inventaris.
- Deze ledenorganisaties zijn in de context van ETS 2 voorstander van een sterk sociaal klimaatfonds. Ze stellen evenwel vast dat er in het huidige FEKP (en NEKP) nog geen koppeling is tussen het op te stellen Sociaal Klimaatplan en de voorgenomen beleidslijnen; ze vragen de regeringen van dit land om zo snel mogelijk werk te maken van een dergelijk plan, dat sterk geïntegreerd is met het NEKP en tot stand komt na consultatie van het relevante middenveld.
Internationale Klimaatfinanciering
Deze ledenorganisaties vragen om het engagement te verhogen op het vlak van klimaatfinanciering zodat de federale overheid, in overeenstemming met de internationale akkoorden, op billijke en stijgende wijze bijdraagt aan het doel van 100 miljard dollar per jaar vanaf 2020, zonder afbreuk te doen aan de middelen die beschikbaar zijn voor ontwikkelingssamenwerking (‘nieuw en additioneel’); een billijke bijdrage voor België bedraagt minstens 500 miljoen per jaar.
Mobiliteit
Deze ledenorganisaties verwijzen opnieuw naar het advies over de interfederale MaaS visie[26]. Ze roepen op om de verdere uitrol van MaaS in België te stimuleren in de richting van duurzame mobiliteit, in het bijzonder de modal shift. Het treinverkeer wordt alom gezien als de ruggengraat voor zulk een systeem.
Het is positief dat het FEKP extra investeringen in het spoorvervoer voorziet. In navolging van de Just Transition Scan van Reset.Vlaanderen “vinden we [echter] vooral maatregelen terug die inzetten op het verbeteren van de energie-efficientie, het verhogen van het comfort en het verbeteren van de klantenervaring. In het FEKP staat zo goed als niets over het meer betaalbaar maken van het spoor (op het inzetten op “zeer aantrekkelijke voorwaarden voor senioren, jongeren en kinderen na”). Ook staat er niets over de integratie van het aanbod, de tickets en de tarieven van de NMBS met de regionale openbare vervoersmaatschappijen, opnieuw een belangrijke taak voor de federale overheid in het teken van coordinatie.”
Deze ledenorganisaties roepen dan ook op tot nog meer ambitie op zowel ecologisch als sociaal gebied, met:
- Doelstellingen voor de modal shift die jaarlijks vastgelegd en opgevolgd worden, en met indien nodig extra maatregelen indien de doelstellingen niet gehaald worden;
- Voldoende investeringen in kwalitatief, veilig en toegankelijk spoorvervoer, met voldoende financiële en materiële middelen en voldoende personeel.
- Behoud en versterk het binnenlandse spoorvervoer als een openbare dienst met één publieke operator.
- Maak het spoorvervoer betaalbaarder et accesible, met minimum een prijsstop tot 2030 om de aantrekkelijkheid te vergroten.
- Volbreng snel de integratie met alle regionale openbaar vervoersmaatschappijen (MIVB, De Lijn, TEC) op vlak van tickets en tarieven (de mogelijkheid om één gezamenlijk ticket of abonnement te kopen) en op vlak van het aanbod (het verzekeren van vlotte overstappen en aansluitingen tussen verschillende operatoren).
- Wat betreft het woon-werkverkeer, breid het 80/20-derdebetalerssysteem uit naar alle gecombineerde abonnementen, zodat zo veel mogelijk werknemers gratis met het openbaar vervoer op het werk kunnen geraken.
Deze ledenorganisaties betreuren de afwezigheid van een strategische visie met betrekking tot de decarbonisatie van de luchtvaart.
Deze ledenorganisaties zijn voorstander van het hanteren van 2030 als uitfaseringsdatum voor de verkoop van niet-nul-emissievoertuigen over het hele Belgische grondgebied, en willen dat België ervoor pleit op EU-niveau om ten laatste vanaf 2035 geen nieuwe thermische auto’s meer toe te laten.
Rechtvaardige transitie
Voor deze ledenorganisaties is de toegenomen aandacht voor een rechtvaardige transitie positief. Maar er blijft te weinig aandacht voor de impact op en zeggenschap van werknemers. Een concretisering op de verschillende niveaus van de IAO-resolutie over een rechtvaardige transitie van juni 2023 is noodzakelijk.
Daarbij is het voor deze ledenorganisaties onder meer nodig om een sociale dialoog binnen elk paritair comité op te zetten om een diepgaande reflectie en debat over een rechtvaardige transitie op gang te brengen. Deze sociale dialoog moet prioritair en in eerste instantie opgestart worden in die paritaire comités die het sterkst geraakt worden door de klimaattransitie (bv. chemie, raffinaderijen, staal, …). Werknemers moeten bovendien via de organen van sociaal overleg inspraak krijgen bij de klimaatplannen die bedrijven opstellen.
Alle (fiscale en niet-fiscale) bedrijfssteun aan ondernemingen moet voor deze ledenoragnisaties afhankelijk zijn van het bestaan van een wetenschappelijk gevalideerd klimaatplan (bijvoorbeeld via de internationale standaard van het Science Based Targets Initiative) met tussentijdse doelstellingen voor 2030 en 2040 en netto nuluitstoot tegen ten laatste 2050, inclusief een Just Transition Plan dat de gevolgen voor werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden uiteenzet en dat moet worden goedgekeurd door de ondernemingsraad (of bij ontbreken daarvan, het CPBW, of bij ontbreken daarvan, de syndicale afvaardiging). Dit is conform de IAO-conclusies van juni 2023.
Gender
Deze ledenorganisaties vragen om in het FEKP een genderactieplan van het FEKP te voorzien dat binnen 2 jaar na de definitieve versie van het FEKP moet worden opgesteld, in overeenstemming met de verbintenis die werd ondertekend op COP28[27], Besluit 3/CP.25[28] en Besluit 24/CP.27[29] over gendermainstreaming in het klimaatbeleid op nationaal en regionaal niveau, Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 5 en de federale wet over gendermainstreaming[30].
Deze ledenorganisaties verheugen zich een versterking te zien van genderbewuste maatregelen in de federale bijdrage aan het NEKP overeenkomstig de vraag in de adviezen 2023a03[31] en 2023a07[32], en roepen op tot consistentie binnen het FEKP en met de gewestelijke plannen. Het FEKP bevat momenteel genderbewuste maatregelen voor de arbeidsmarkt, brandstofarmoede en internationale solidariteit, maar niet in de andere sectoren.
Duurzame financiering
Deze ledenorganisaties stellen vast dat voor de agenda inzake duurzame financiering ambitieuze doelstellingen werden geformuleerd, waarvan echter nog maar weinig naar concrete beleidsdaden zijn vertaald.
Ze herhalen dan ook de oproep aan de federale overheid om nog deze legislatuur werk te maken van een ambitieuze strategie inzake duurzame financiering. Met een meerjarenplan dat openbare en particuliere investeringen inzet voor een rechtvaardige transitie, een proactieve klimaat- en biodiversiteitsstrategie voor de overheid als investeerder (FPIM, Credendo, Belfius) en een systematische vergroening van het begrotingskader.
Het taboe rond Belfius moet voor deze ledenorganisaties ook weggenomen worden en deze bank (100% eigendom van de federale overheid) gebruiken als speerpunt voor een golf van sociale en ecologische investeringen.
Energie
Deze ledenorganisaties zijn van mening dat het plan stappen voorwaarts zet inzake biobrandstoffen. Ruimte voor verdere verbetering is er te maken door biobrandstoffen op basis van voedsel- en landbouwgewassen uit te sluiten van elke verplichting tot bijmenging in fossiele verbrandingsmotoren en de doelstellingen met betrekking tot biobrandstoffen te verlagen. Het gebruik van geavanceerde biobrandstoffen moet voldoen aan strikte ecologische en sociale duurzaamheidscriteria.
Ze voegen eraan toe dat de doelstellingen op het vlak van hernieuwbare waterstof (met een voorspelde binnenlandse vraag in 2050 tussen 125 en 200 TWh/jaar en invoer tussen 200 en 350 TWh/jaar ) onrealistisch zijn. Het potentieel aan hernieuwbare energie in België is onvoldoende om grote hoeveelheden zelf te produceren. Import van waterstof per schip over grote afstand gaat gepaard met grote energieverliezen en daardoor hoge kosten. Deze waterstofvisie moet worden herbekeken: (i) Zet in op import van groene waterstof via pijpleidingen. (ii) Reduceer de vraag naar waterstof zo sterk mogelijk. Beperk het gebruik strikt tot industriële processen en sectoren die niet elektrificeerbaar zijn. (iii) Zet niet in op fossiele waterstof met koolstofafvang. Deze leidt tot fossiele lock-ins, en veroorzaakt vanwege methaanlekken meer CO2-uitstoot dan direct aardgasgebruik.
Circulaire en zorgeconomie
Deze ledenorganisaties onderstrepen het verband tussen de klimaatimpact van België en onze ruimere vraag naar energie, goederen, materialen, enzovoort, en dus de link met zowel de transitie naar een circulaire economie als het indammen van overconsumptie, voornamelijk bij de hogere inkomensdecielen.
Ze verwelkomen dat het FEKP deze koppeling maakt, en verwijzen naar de maatregelen van het Federaal Actieplan Circulaire Economie. Ze verwelkomen eveneens de invoering van een herstelindex, een belangrijke maatregel om circulariteit bij consumenten te bevorderen.
Belangrijke bijkomende hefbomen zijn volgens deze ledenorganisaties onder meer de volgende:
- De invoering van een levensduurscore, ter aanvulling van de herstelindex. Het is van belang dat consumenten ten alle tijden de herstelindex en informatie met betrekking tot herstellingen en levensduur kunnen raadplegen.
- Een verbod op reclame voor goederen en diensten die heel schadelijk zijn voor het klimaat, een verbod op reclame voor fossiele bedrijven en de meest vervuilende producten.
- Een verlenging van de wettelijke garantietermijn voor producten waarvan we redelijkerwijs kunnen verwachten dat ze aanzienlijk langer meegaan dan twee jaar (minimum 5 tot 10 jaar voor grote huishoudtoestellen, minimum 3 tot 5 jaar voor elektronica), om de duurzaamheid, de herstelbaarheid en de circulaire economie te stimuleren.
Deze ledenorganisaties vragen om betaald en onbetaald zorgwerk te erkennen als centrale componenten van zowel de economie als van systemen die het leven en andere productie-, uitwisselings- en consumptievormen buiten de context van de markt ondersteunen, door bijvoorbeeld de centrale waarde van zorg te erkennen en prioriteit te geven aan de zorgeconomie in de wetgeving, door te investeren in zorginfrastructuur en openbare diensten, evenals in inclusieve en hoogwaardige toegang tot zorg en zorgdiensten.
[1] Zie https://armoedebestrijding.be/, die aan de redactie van het advies deelgenomen heeft
[2] In het bijzonder: Advies (2023a03) de Brupartners, CRB, CESE Wallonie, MinaRaad, RLB, SERV : Advies over de herziening van het Nationaal Energie Klimaat Plan 2030 (NEKP), https://frdo-cfdd.be/adviezen/03-advies-over-de-herziening-van-het-nationaal-energie-klimaat-plan-2030-nekp/ ; Advies (2019a02) van de FRDO over het ontwerp van Nationaal Energie Klimaat Plan 2030 (NEKP), https://frdo-cfdd.be/adviezen/advies-van-de-frdo-over-het-ontwerp-van-nationaal-energie-klimaat-plan-2030-nekp/
[3] Advies (2024a02) over de herziening van het Nationaal Energie- en Klimaatplan 2030 (NEKP), https://frdo-cfdd.be/adviezen/02-advies-over-de-herziening-van-het-nationaal-energie-en-klimaatplan-2030-nekp/
[4] https://klimaat.be/news/2022/klimaattafels
[5] https://klimaat.be/news/2023/federaal-parlement-keurt-wet-rond-coordinatie-van-het-federale-klimaatbeleid-goed
[6] Advies (2019a02) van de FRDO over het ontwerp van Nationaal Energie Klimaat Plan 2030 (NEKP), https://frdo-cfdd.be/adviezen/advies-van-de-frdo-over-het-ontwerp-van-nationaal-energie-klimaat-plan-2030-nekp/, [13]
[7] Leden die dit standpunt steunen: Vanessa Biebel (ondervoorzitster van de FRDO), Ineke De Bisschop (VBO), Ann Nachtergaele (Fevia), Françoise Van Tiggelen (DETIC voor Essenscia), Piet Vanden Abeele (UNIZO)
Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Patrick Dupriez, Voorzitter van de FRDO
Leden die dit standpunt niet steunen: Bart Vannetelbosch (ondervoorzitter van de FRDO), Kiki Berkers (11.11.11), Benjamin Clarysse (BBLV), Sacha Dierckx (ABVV), Eva Joskin (BBLV), François Sana (ACV), Thomas Vael (ACV), Hadrien Vanoverbeke (ACLVB)
[8] Zie Voorstel van ontwerp voor actualisatie van het Federaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (FEKP 2023), p.30, p.36, p. 124, p. 155 en p. 767
[9] Renewable Energy Directive II
[10] Zie Voorstel van ontwerp voor actualisatie van het Federaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (FEKP 2023), p.271
[11] De modaliteiten ervan zijn nog in bespreking op Europees niveau
[12] https://www.eca.europa.eu/nl/news/NEWS-SR-2023-15
[13] Biobrandstoffen die niet in concurrentie zijn met voeding.
[14] Hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong.
[15] Federaal Regeerakkoord van 30 september 2020, p. 60
[16] Paginanummers verwijzen naar het Voorstel van ontwerp voor actualisatie van het Federaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (FEKP 2023)
[17] Alle energievormen voor het transport hebben CO2-emissies, hetzij in de productie- en recyclagefase, hetzij tijdens het gebruik ervan of beide.
[18] Zie met name het persbericht van ADEME van 20 april 2002: https://presse.ademe.fr/2022/04/plus-de-la-moitie-des-particules-fines-emises-par-les-vehicules-routiers-recents-ne-proviennent-plus-de-lechappement.html
[19] Leden die dit standpunt steunen: Bart Vannetelbosch (ondervoorzitter van de FRDO), Kiki Berkers (11.11.11), Benjamin Clarysse (BBLV), Sacha Dierckx (ABVV), Eva Joskin (BBLV), François Sana (ACV), Thomas Vael (ACV), Hadrien Vanoverbeke (ACLVB)
Lid die zich bij dit standpunt onthoudt: Patrick Dupriez, Voorzitter van de FRDO
Leden die dit standpunt niet steunen: Vanessa Biebel (ondervoorzitster van de FRDO), Ineke De Bisschop (VBO), Ann Nachtergaele (Fevia), Françoise Van Tiggelen (DETIC voor Essenscia), Piet Vanden Abeele (UNIZO)
[20] Advies Financiering en investeringen in het kader van een rechtvaardige transitie – luik fiscaliteit, 2023a08, https://frdo-cfdd.be/adviezen/08-advies-financiering-en-investeringen-in-het-kader-van-een-rechtvaardige-transitie-luik-fiscaliteit/
[21] Advies Financiering en investeringen in het kader van een rechtvaardige transitie – luik financiering, 2023a09, https://frdo-cfdd.be/adviezen/09-advies-financiering-en-investeringen-in-het-kader-van-een-rechtvaardige-transitie-luik-financiering/
[22] Advies over het ontwerp van Nationaal Energie Klimaat Plan 2030 (NEKP), 2019a03, https://frdo-cfdd.be/adviezen/advies-over-het-ontwerp-van-nationaal-energie-klimaat-plan-2030-nekp/
[23] Advies over de actualisering van het Federaal Energie- en Klimaatplan, 2022a07, https://frdo-cfdd.be/adviezen/advies-over-de-actualisering-van-het-federaal-energie-en-klimaatplan/
[24] Advies over de herziening van het Nationaal Energie Klimaat Plan 2030 (NEKP), 2023a03, https://frdo-cfdd.be/adviezen/03-advies-over-de-herziening-van-het-nationaal-energie-klimaat-plan-2030-nekp/
[25] Advies Financiering en investeringen in het kader van een rechtvaardige transitie – luik fiscaliteit, 2023a08, https://frdo-cfdd.be/adviezen/08-advies-financiering-en-investeringen-in-het-kader-van-een-rechtvaardige-transitie-luik-fiscaliteit/
[26] Advies 2022a03, Advies over het uitwerken van een interfederale MaaS-visie, https://frdo-cfdd.be/adviezen/advies-over-het-uitwerken-van-een-interfederale-maas-visie/
[27] https://www.cop28.com/en/news/2023/12/COP28-launches-partnership-to-support-women-economic-empowerment
[28] https://unfccc.int/sites/default/files/resource/cp2019_13a01E.pdf
[29] https://unfccc.int/documents/626564
[30] https://igvm-iefh.belgium.be/sites/default/files/downloads/loigm.pdf
[31] Advies over de herziening van het Nationaal Energie Klimaat Plan 2030 (NEKP), 2023a03, https://frdo-cfdd.be/adviezen/03-advies-over-de-herziening-van-het-nationaal-energie-klimaat-plan-2030-nekp/
[32] Rechtvaardige transitie: kaderadvies, 2023a07, https://frdo-cfdd.be/adviezen/07-rechtvaardige-transitie-kaderadvies/